Log in

'Ontwikkeling & Solidariteit'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 2 (februari), pagina 78 tot 80

Ontwikkeling & Solidariteit

Francine Mestrum
epo, Berchem, 2010

Globalisering, mondialisering, millenniumdoelstellingen, ontwikkeling, ontwikkelingssamenwerking: termen waarmee men graag burgers om de oren slaat zonder er nog een definitie aan te geven. En het is juist de evolutie van deze definiëring die een inzicht kan geven in het feit dat reeds vijftig jaar zoveel geld wordt besteed aan ‘ontwikkeling’ in arme landen, en deze toch steeds armer en hulpbehoevender worden. In haar boek Ontwikkeling en Solidariteit besteedt Francine Mestrum veel aandacht aan definities versus feiten, aan discours versus realiteit. Zij analyseert haarfijn hoe het begrip ‘ontwikkeling’ en ‘ontwikkelingssamenwerking’ zijn ontstaan, welke invulling ze gekregen hebben bij de internationale organisaties, multinationals en banken en via welke mechanismen ‘hulp’ en ‘samenwerking’ tussen arme en rijke landen enkel deze laatste heeft verrijkt. Terwijl het oorspronkelijk doel van ‘ontwikkeling’ de economisch-sociale (her)opbouw was, verschuift dat doel meer en meer in de richting van armoedebestrijding, meer en meer beperkt tot het elimineren van extreme armoede. De laatste jaren wordt het begrip ‘ontwikkeling’ zelfs in toenemende mate verstrengeld met ‘veiligheid’ op basis van de idee dat in een land waar geweld heerst geen economische groei kan gebeuren. De auteur toont nochtans aan dat het dan in de eerste plaats gaat om de veiligheid van de rijke landen. Dramatisch wordt het zelfs wanneer budgetten voor ontwikkeling in toenemende mate aangewend worden voor veiligheidsprojecten.

Merkwaardig is dat er eigenlijk weinig tot geen studies zijn gemaakt over de effecten van het decennialange beleid rond ontwikkeling, hoewel het in de vele rapporten van de grote internationale organisaties zoals de Verenigde Naties, de UNCTAD (United Nations for Trade and Development), de OESO en van het Internationaal Monetair Fonds niet ontbreekt aan cijfers en zelfs af en toe aan zelfevaluatie. Alleen beperkt men zich tot cijfers van economische groei of vermindering van armoede, en niet van uitroeiing van sociale ongelijkheid en de uitbouw van algemene sociale bescherming, emancipatie en mensenrechten.
Mestrum analyseert de millenniumdoelstellingen van de VN-top in 2000, de interne logica ervan, de ambitie en de haalbaarheid en vooral de onhaalbaarheid. Het zijn immers deze doelstellingen waarrond grote internationale conferenties plaatsvinden, waarvoor ook ngo’s zich blijven inzetten. De auteur twijfelt niet aan de goede bedoelingen van ngo’s, 11.11.11, liefdadigheidsacties zoals het Glazen Huis rond Kerstmis, maar ze toont wel aan dat deze initiatieven geen structurele veranderingen kunnen teweeg brengen, noch in het rijke Noorden noch in het arme Zuiden.
Bijzonder interessant is Mestrums analyse van de transfers tussen Noord en Zuid. Terwijl het ontwikkelingsdiscours erover gaat dat het Noorden een bepaald percentage aan ontwikkelingssamenwerking zou moeten besteden, is het cijfermatig zo dat het Zuiden het Noorden nu al volop financiert. Dit is het resultaat van meerdere factoren: de buitenlandse schuldenlast, kapitaalvlucht en belastingontwijking, internationale handel, ruilvoeten en ecologische schuldenlast. Op die manier is het mogelijk voor een rijk land als het Zimbabwe van Mugabe arm kan worden. Dit is slechts één van de vele concrete voorbeelden waarmee Mestrum haar betoog doorheen het hele boek illustreert.
Deze voorbeelden en de vele vragen die de auteur rechtstreeks aan de lezer stelt, maken van dit boek een echte confrontatie, ook voor linkse en ‘groene’ lezers. Ze gaat de moeilijke dilemma’s niet uit de weg, zoals daar zijn de neoliberale strategieën, het discours tegen de moderniteit, het ecologisch postmodern ontwikkelingsconcept. Dit is een boek dat uitnodigt tot debat, wat de auteur zich ook tot doel gesteld heeft en samen met haar de ondertekenaars van de ‘oproep tot debat over ontwikkelingssamenwerking’, die het boek inleidt samen met een woord vooraf door François Houtart, medestichter van het Wereld Sociaal Forum.

Het meest gedurfde hoofdstuk van het boek is zonder twijfel het laatste, waarin Mestrum haar eigen alternatieven voorstelt. Zij pleit voor een aanpak op wereldniveau, vooral een hervorming van de internationale fiscaliteit. Alle landen zouden bijdragen tot een Wereldsolidariteitsfonds, met behoud van hun autonomie en zelfbestuur. De Tobin-taks op bepaalde financiële transacties kan daarbij een voorbeeld zijn, ‘The Global Fund’ tegen HIV/aids, tbc en malaria een inspiratie. Wel moeten er voldoende controlemechanismen worden ingevoerd om misbruiken en corruptie te vermijden, en solidariteit blijvend centraal te stellen. Met relatief kleine bijdragen zou op die manier een sociaal beleid van mondiale publieke goederen (onderwijs, gezondheidszorg) kunnen worden gerealiseerd. Dit laatste hoofdstuk is ongetwijfeld het meest controversiële en zal veel debat uitlokken. Het is dan maar te hopen dat dit debat niet enkel plaatsvindt onderling tussen progressieven en ngo’s, maar ook tussen politici die het nationaal en internationaal beleid van ontwikkelingssamenwerking bepalen.
Het boek sluit af met een epiloog waarin de auteur het opzet van het boek nogmaals verduidelijkt en blijk geeft van optimisme. Ontwikkelingssamenwerking zal hoe dan ook veranderen, de wereld is aan het veranderen, de mondiale crisis geeft nieuwe mogelijkheden, de arme landen zijn zich bewust van de problemen en mogelijke oplossingen, de ngo’s kunnen nieuwe taken opnemen, de sociale bewegingen moeten een tegenmacht vormen om een andere wereld mogelijk te maken. Het boek rondt af met een bibliografie en een notenapparaat.

Dit boek is overtuigend omwille van zijn rationaliteit, systematische opbouw, de samenhang van het betoog en het ondersteunend bewijsmateriaal. Het enige wat de lezer misschien nog zou kunnen verlangen is hier en daar meer nuancering en enkele ‘good practices’. De auteur vermeldt wel landen als Venezuela, Bolivia en Ecuador die experimenteren met een ‘socialisme van de 21e eeuw’ (p.197), maar ze gaat er niet verder op in. Toch kunnen deze kleine hiaten zeker geen schaduw werpen op de analyse en de overtuigingskracht die van dit boek uitgaan over toch wel een bijzonder complex en controversieel onderwerp.

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 2 (februari), pagina 78 tot 80