Log in

Wat moet links met Vlaanderen?

SAMPOL-redactieleden over de staatshervorming

De formatie blijft aanslepen en geraakt maar niet langs de communautaire kwestie. Binnen de socialistische en progressieve beweging leeft debat over de vraag wat links nu precies aan moet met ‘Vlaams’, het communautaire of de staatshervorming. En met die verdomde N-VA. Moeten we ons vooral verbinden met progressieven over de taalgrens of met de Vlamingen aan onze kant van die lijn? Wie is ons? Dat is een lastige kwestie. We moeten daar open over discussiëren en de gemakzucht van simplismen vermijden.1

SAMPOL-REDACTIELEDEN OVER DE STAATSHERVORMING

De N-VA anders bekeken
Jean-Marie De Baene
Wat moet links met Vlaanderen?
Carl Devos
Meer Vlaanderen, betere gezondheidszorg?
Evelyne Hens
Het communautaire avontuur van links: óók niet in mijn naam
Dries Lesage
De lading onder de vlag
Arne Schollaert
Enkele communautaire dogma's en slogans ontrafeld
Dave Sinardet

WAAROM VLAANDEREN OOK VAN LINKS MOET ZIJN

Er zijn er die zeggen dat het communautaire niet belangrijk is. Niet van ons is. En we dat hele gedoe beter negeren, of alvast minimaliseren. Zij dwalen.
Wie beweert dat achter de communautaire breuklijn vaak andere ideologische breuklijnen schuilgaan heeft overschot van gelijk. Maar dat ontdoet die communautaire breuklijn als dusdanig niet van relevantie. Zeggen dat er veel belangrijkere zaken zijn dan de communautaire verhoudingen klinkt in progressieve middens goed en is bovendien nog waar ook. Een staatshervorming lost immers geenszins de andere ‘echte’ problemen op, ze verbouwt alleen de politieke ruimte waarin die oplossingen als gevolg van politieke strijd bedacht of niet bedacht, overwogen of niet overwogen, mogelijk of onmogelijk zijn. Maar die verbouwing is op zich geen detail, het is evenzeer een ‘echt’ probleem dat volwaardige aandacht verdient.

Er zijn immers zwaarwegende redenen om zich minstens luidop af te vragen of het Belgische bouwwerk niet dringend aan hervorming toe is en of de precieze architectuur van dit land wel de gewenste invloed heeft op het verloop en de uitkomst van beleidsprocessen op tal van domeinen. Wie deze vraag linkserig en schouderophalend afwimpelt met verwijzing naar de globalisering of het smelten van de ijskap, kiest ook: voor het behoud van de Belgische constructie en haar soms versleten opbouw. Politici, ook progressieve, zijn architecten van het politieke model: ze moeten het optimaliseren opdat het leven van burgers, die veelal en begrijpelijk geen oog hebben voor die precieze constructie, er zich zo goed mogelijk in kan ontplooien.

Een staatshervorming kan een achteruitgang betekenen door, bijvoorbeeld, het beleidsproces nog ingewikkelder te maken, concurrentie in de beleidsvoering te introduceren of solidariteitsbanden door te knippen die uiteindelijk de gebruikers, de burger, niet ten goede komen. Staatshervorming is er niet om de staatshervorming, al blijft het soms oorverdovend stil na de vraag welk beleid er precies op welke manier anders zal worden gevoerd na die zo bevochten regionalisering. Die stilte is een politiek en democratisch misbaksel. Vaak wordt die nieuwe beleidsinvulling pas gevonden nadat de regionalisering een feit is. Een staatshervorming doorvoeren om nadien hetzelfde beleid te voeren is immers redelijk dwaas: zo’n hervorming kost veel, op allerlei domeinen, en als ze niet eens de bedoeling heeft een verschil te maken is dat verloren moeite. Toch weten we bijvoorbeeld niet hoe het gezinsbeleid er zal uitzien nadat de kinderbijslag geregionaliseerd zal zijn. If ever. Zeggen dat arbeidsmarktbeleid geregionaliseerd moet worden is één zaak, zeggen waar de grenzen van dat beleidsdomein liggen (wat met sociaalrechtelijke aspecten bijvoorbeeld?) een ander, en wat je dan precies met die werklozen van plan bent evenzeer. Enzovoort. Staatshervorming is niet intrinsiek goed of slecht, het hangt er van af hoe je ze organiseert en wat er nadien met die nieuwe bevoegdheden wordt gedaan. Daarover straks meer.

EEN LINKSE PERIMETER

Toch is (meepraten over) staatshervorming aangewezen. Ten eerste omdat het nu op de agenda staat. Het er proberen af te halen door deze kwestie te negeren lukt niet. Dit probleem krijg je niet doodgezwegen, wat trouwens doorgaans geen goede resultaten oplevert. Bovendien zal het communautaire alleen maar minder belangrijk worden indien we het nu oplossen. Wie het in 2007 van de agenda duwde kreeg het in 2010 alleen prominenter terug. Zelfs al ligt het volk - dat niet zoals politici met anderstaligen zaken moet doen - er niet echt wakker van, ze worden het vaak wel zodra gevoelige kwesties opstaan: onwillige Franskiljons of geld voor de Franstaligen.

Staatshervorming is een middel, een kans om ander en beter beleid mogelijk te maken. Soms is staatshervorming gewoon onzin, dus moet je die daar vooral niet doorvoeren. Ook progressieven moeten hun ‘perimeter’ opmaken. De gevaren miskennen is naïef, de neus ophalen voor de potentiële deugden van staatshervorming is ook te simpel. Omdat de manier waarop het politieke gebouw is ingericht, de inschaling van bevoegdheden, de verdeling van middelenstromen, de organisatie van solidariteitsmechanismen, een grote invloed heeft op wat er in elke kamer op elke verdieping kan gebeuren. Wie ambitie heeft om de samenleving te besturen kan niet anders dan zich daar mee bemoeien. En daar een ferm gedacht over vormen.

Dat gedacht impliceert dat links daar eigen maatstaven en doelstellingen over formuleert. Zeggen dat hét criterium is of de hervorming de burger - voor progressieven vooral de zwakkere - ten goede komt, is te vaag. Iedereen die om een staatshervorming vraagt, zegt dat die goed is voor de burgers. Alle onderhandelende partijen zeggen dat ze de solidariteit willen bewaren. Dat de financieringswet herschreven moet worden om perverse solidariteitsmechanismen op te ruimen en meer autonomie en responsabilisering mogelijk te maken. Als links het daarmee eens is, dan moet ze vooral helpen om dat zelf mee praktisch in te vullen. Kunnen we langsheen staatshervorming de armoede, werkloosheid, ziekte en kansuitsluiting beter bestrijden? De integratie bevorderen? Betere investeringen aantrekken en economische groei opwekken? Justitie organiseren? Ja of neen? Wat wel, wat niet? Progressieven moeten de lijnen afbakenen. Dat doen ze best zoveel mogelijk samen, te noorden en te zuiden, maar de ene progressief is de andere niet. Meningen verschillen. Gelukkig maar.

Wat als een bevoegdheidsdomein op federaal vlak, als gevolg van communautaire tegenstellingen (zelfs al vallen die grotendeels samen met een andere breuklijn), voor geen enkele taalgemeenschap bevredigende resultaten oplevert, of dan toch voor één van hen blijvend ergert: is dat een reden om die bevoegdheid op de agenda van regionalisering te zetten? Of niet? Wat denkt links over het aanhoudend gebruik van vetomechanismen en de invulling van minderheidsrechten?

Een ‘eigen gedacht’ hebben én uitdragen impliceert dat die discussies niet aan anderen worden overgelaten. Omdat dat niet hun unique selling proposition, niet hun thema is, zouden progressieven daar niets op te winnen hebben. En dus zouden ze vooral moeten volgen, bijsturen en eventueel afblokken. Zo’n onderwerp of strijdveld moeten we niet overlaten aan wie er het hardst over roept, zeker niet als het mee bepaalt of progressief beleid al dan niet beter gevoerd kan worden. Alleen door er over te spreken kunnen we het ook tot ons thema maken. We moeten BHV dan wel nuanceren, we moeten er evenmin arrogant over doen. Want daaronder zit een discussie die veel fundamenteler is dan BHV. We moeten niet minnetjes doen over de bescherming van het Nederlands en de Vlaamse cultuur, zeg maar de softere maar niet onbelangrijke dimensies van het harde communautaire debat over bevoegdheden en geld. Het beeld van het kneuterige, provincialistische, kleine Vlaanderen dat in sommige progressieve kringen bestaat, is dan wel een gekruide bijdrage tot het maatschappelijk debat en een statement tegen het eenheidsdenken, het is vaak ook een vorm van minachting. Progressieven leven in Vlaanderen, ze hebben het beste met die Vlamingen voor, hoe kunnen ze dan hun volkscultuur verloochenen? Wie zijn neus ophaalt voor ‘Vlaanderen’ of ‘het Vlaamse’ of ‘de Vlaamse identiteit’ moet niet de ambitie hebben om in of voor of namens Vlaanderen aan politiek te doen.

Dat wil niet zeggen dat we de definities en criteria van anderen bij elk van de problematische bovenstaande begrippen moeten overnemen of aanvaarden. ‘Vlaanderen’ en alle belendende onderdelen is evenveel van links als van rechts. AVV-VVK is voorbij. We moeten een eigen invulling geven aan ‘Vlaams’ of ‘Vlaamse identiteit’. Een progressieve invulling, zodat er geen schroom is om die begrippen te begrijpen en te hanteren waar dat nuttig is, bijvoorbeeld om positief te mobiliseren en engagement te vragen. Want er is nood aan een eigen plek, een eigen identiteit, een zelfherkenning in deze grote wereld. Niet alle Vlamingen reizen zoals wij doorheen tijd en ruimte, over alle pietpeuterigheid heen. En dus moet ook links daar een eigen invulling aan geven.

TSJOEKETSJOEKETUUTUUT

Wie zegt dat het nationalisme zich doorgaans ent op de dominante ideologische stroming in een regio, vergist zich niet. Zoals de linkse Waalse beweging vanaf de jaren 1960 ‘structuurhervormingen’ eiste om een eigen (lees: een ander dan wat de dominante ‘Vlaamse conservatieven’ wilden) beleid te kunnen voeren, zo vraagt N-VA nu een ‘systemische hervorming’ om ook in Vlaanderen een eigen (lees: ander dan wat de dominante Franstalige linkse partijen willen) beleid te kunnen voeren. Een copernicaanse omwenteling dus. We moeten dus geenszins blind zijn voor deze veellagigheid: un train peut en cacher un autre.

Maar zelfs ondanks het bovenstaande moeten progressieven daarom niet proberen om staatshervorming te vermijden of verdacht te maken, of wie ze sterk bepleit te beschuldigen in een soms ruw en ongenuanceerd intentieproces. De aanval is zelden de beste verdediging, het is dikwijls een intellectueel en politiek zwaktebod. Progressieven moeten daar, als progressieven, een eigen verhaal, eigen middelen, doelstellingen, criteria, taal over ontwikkelen. Omdat de uitkomst ervan sterke gevolgen heeft voor de werking van de staat. Omdat het de mensen aanbelangt. Omdat de strijd op voorbaat enkel verloren is voor wie die ook opgeeft.

De gedachte dat het Waals nationalisme niet anders dan links, het Vlaams-nationalisme niet anders dan rechts kan zijn, is een wat eenvoudig determinisme. In 2008 stelde uw dienaar samen met Luc Sanders een boek samen over politieke ideologieën. Het hoofdstuk over nationalisme is van de hand van Bruno De Wever. En toch is nationalisme geen volwaardige ideologie, zegt zijn broer. En hij heeft gelijk. Nationalisme is vooral een bestuurlijk streven, dat noch neutraal noch zonder gevolgen is, maar het is geen ideologie die je zomaar naast pakweg liberalisme of socialisme kan zetten. Daarvoor doet het nationalisme op zichzelf te weinig uitspraken over, of is het een te zwakke morele standaard voor allerlei maatschappelijke kwesties. Bart De Wever is meer dan een nationalist, anders zou hij veel vragen die te maken hebben met de interne maatschappijkeuzes binnen zijn natie-staat, onbeantwoord moeten laten. Bart De Wever is ook een conservatief. Daar is niets oneerbaars aan.

Het nationalisme kan rechts of links zijn, zoals er van dat laatste voorbeelden zijn. N-VA is, globaal beschouwd, een centrumrechtse partij. Dat is geen logisch gevolg van het feit dat het een nationalistische partij is, wel van de maatschappijkeuzes die ze maakt. De sterkte van N-VA zal in de toekomst niet het communautaire, maar het conservatieve zijn. Arbeidsmarkt regionaliseren is één zaak, daarna de werkloosheid in de tijd inperken is een ander. Het nationalisme was in de 19de eeuw vaak een politieke beweging die zich afzette tegen een onderdrukkende monarch en die de gelijkheid van alle leden van de natie, de burgers, benadrukte. Het nationalisme was op het einde van die eeuw vaak een etnische strijd tegen het gelijkheidsideaal. Het nationalisme komt in soorten en kleuren. In 1958 schreef de Vlaamse radicaal marxistische denker Ernest Mandel: ‘De strijd van het Vlaamse volk voor zijn taal en cultuur sluit aan bij de universele strijd van de volkeren voor hun ontvoogding, een strijd eigen aan de hedendaagse geschiedenis. In dit opzicht is het wezenlijk een democratische strijd.’ Bij de ‘drie kraaiende hanen’ zat ook een socialist. Progressieven voeren ook een ontvoogdingsstrijd, het socialisme is een bevrijdingsideologie. Het ‘nationalisme’ kan bevrijden en verdrukken. Als de bevrijding van de ene de verdrukking of beperking van de andere impliceert, kan het geen versie zijn die door progressieven wordt verdedigd. Steun verlenen aan een rijkere regio om zich autonomer op te stellen t.a.v. een armere valt dus lastig voor progressieven. Dus moet die bestuurlijke verwijdering tussen beiden daar waar ze nuttig en nodig is door progressieven onder de juiste voorwaarden en met correcte argumenten bestuurd worden.

Zoals gesteld is het nationalisme - een eigen staat voor de natie - geen waardenvrij, uitsluitend bestuurlijk streven. Zelfs al moet het nog een politiek-ideologische invulling krijgen, het feit dat bevoegdheden en middelen van één beleidsniveau (met meer diversiteit op verschillende kenmerken) naar een ander niveau (waar die diversiteit op alvast één kenmerk kleiner is) verhuizen, is onmiskenbaar al een morele en politieke daad, zelfs indien er niets bekend is over de maatschappijkeuzes die straks binnen die meer autonome deelstaat volgen. Die verschuiving gebeurt omdat één of enkele kenmerken (taal, regionale cultuur,...) als organisatieprincipe en basis voor lotsverbondenheid belangrijker of relevanter gevonden worden dan andere principes (bijvoorbeeld klassepositie). Het accentueren van ‘democratie’ en ‘goed bestuur’, waardoor het nationalisme verzakelijkt en zich objectiveert, slaat de morele keuzes die inherent zijn aan elk nationalisme niet onderuit.

Links moet meer doen dan inhoudelijk en intellectueel op deze onderliggende morele keuzes wijzen. Zeggen dat N-VA asociaal is of dat N-VA Vlaanderen in een rechts paradijs wil herschapen, is te gemakkelijk. Stel dat die bewering correct is, is elke staatshervorming daarom op zichzelf een achteruitgang? De groenen en socialisten hebben die vroeger mee uitgevoerd, toen N-VA nog niet bestond. Dat die staatshervorming nu door een centrumrechtse, nationalistische partij wordt aangevuurd, is niet de essentie. Bovendien gaat het niet om nationalisme, maar om een hertekening - weze het een ferme - binnen de Belgische grenzen.

Het debat over identiteit en ‘Vlaams’ - niet zonder belang, maar slechts in zekere mate - is helemaal niet nieuw en zal ook nimmer beslecht worden. Links kan zeggen dat hun Vlaanderen open, tolerant, sociaal, inclusief, civiel, het resultaat van dialoog,… is, maar dat volstaat niet. Deze omschrijving maken ze bijvoorbeeld ook bij N-VA. Progressieven moeten langsheen de herorganisatie van bevoegdheden en middelen (inclusief solidariteitsstromen), in dat pragmatisme, het verschil maken en hun invulling van wat Vlaams is, en niet is, duidelijk maken. In dat pragmatisch organiseren zijn de socialisten meesterlijk: tot op vandaag ging er geen staatshervorming voorbij zonder hen. Waarom laten socialisten dan zoveel initiatief aan anderen? Electorale bescheidenheid moet niet verlammen. Wie een staat wil hervormen, heeft ook progressieven nodig. Die noodzaak moet links als politiek gewicht inzetten.

DE SCHRIK EN ZWAKTE VAN LINKS

De schrik van links om in een meer autonoom Vlaanderen het politieke pleit te verliezen heeft niet enkel van doen met die autonomie als dusdanig, maar ook en wellicht vooral met veronderstelde en werkelijke inhoudelijke en ideologische zwakte en een dwaas defaitisme. Simpel gesteld vrezen nogal wat progressieven dat, zodra bevoegdheden en macht naar de deelstaten verschoven worden, links in het ‘Beieren aan de Schelde’ daarover nog weinig in de pap te brokken zal hebben. En laat ons wel wezen: dat is ook een deel van de ambitie van bijvoorbeeld N-VA en sommigen in CD&V, namelijk om de sterkere machtspositie die ze op Vlaams niveau hebben in te zetten in discussies waarin ze hun gelijk op federaal niveau onvoldoende halen, omdat ze daar simpelweg minder macht hebben dan in Vlaanderen. De vrees van links voor minorisering in het Vlaanderen met een wat conservatieve onderstroom is dus niet geheel overbodig. Maar dat mag niet verlammen, dat moet net inspireren en enthousiasmeren om harder te werken en te vechten voor de eigen overtuiging. Inhoudelijk. Niet zozeer roepen en tieren tegen iets, maar mobiliseren voor iets.

Hoe wraakroepend zou het niet zijn mochten Vlaamse progressieven Vlaanderen al bij voorbaat opgeven? Denken dat ‘de Vlaming’ - inderdaad een problematisch abstractum dat we hier voor de eenvoud van de argumentatie invoeren - niet overtuigd kan worden door progressieve argumenten, simpelweg omdat hij Vlaming is? Dat is een onaanvaardbaar essentialisme waartegen progressieven zich doorgaans verzetten. Waarom zou die Vlaamse kiezer niet overtuigd kunnen worden door de argumenten van links in de politieke ideeënstrijd rond kwesties die nu nog federale en straks misschien Vlaamse bevoegdheden zijn? Omdat de Vlaming links-onwillig is? En zo’n acht jaar geleden, toen N-VA maar één zetel in de kamer kon veroveren na de verkiezingen van 2003, was dat toen nog helemaal anders? Verliest links terrein omdat de Vlaming rechts is, of omdat links geen voldoende sterke argumenten en technieken heeft om die kiezer te overtuigen? Waarom zou de Vlaming het autonomer Vlaanderen niet progressief invullen, als die progressieven daar goede argumenten voor hebben?

En stel - stel! - dat de Vlaming inderdaad ‘rechts(er)’ is en niet zo valt voor progressieve argumenten. Dan is het enkel een kwestie van democratie om die Vlaming ook het bestuur te laten dat hij zelf wenst, al zijn progressieven er niet voor te vinden. Dan moet hij maar centrumrechtser bestuurd worden. Of moeten we die Vlaming tegen zijn zin in in een bepaalde richting, via de Belgische federatie om, laten besturen omdat dat de richting is waar links nu eenmaal voor staat? Dat impliceert niet dat progressieven zomaar elke staatshervorming moeten aanvaarden, wel dat ze zich er niet om die reden moeten tegen verzetten. Want dat is een zwak argument. Zeker om in Vlaanderen nog verkiezingen te winnen.

DE OPDRACHT VAN LINKS: VLAANDEREN BINNENHALEN

Links moet ‘Vlaanderen’ - in verschillende betekenissen - niet aan rechts of het centrum overlaten. Links moet een eigen invulling maken, offensiever zijn, ook als het gaat om staatshervorming en het communautaire. Offensief is niet hetzelfde als sakkeren en zeuren over N-VA. Niet dat N-VA niet tegengesproken of de suggestie van een soort Vlaams eenheidsdenken niet doorbroken moet worden, maar waarom N-VA of het nationalisme tot dé centrale vijand maken? Misschien kan dat de krachten even verenigen, uiteindelijk illustreert dat N-VA-bashen eerder de onmacht van links, zeker als de repliek zich bedient van karikaturen of halve waarheden. Wie zichzelf groter wil maken door een ander kleiner te maken investeert niet in langetermijnsucces.

Links moet veel meer dan nu laten zien wat inzake staatshervorming wel en niet mogelijk is, en waarom wel en waarom niet. In plaats van defensief volgen of bitter uithalen naar N-VA of de ‘rechtsen’. De progressieven moeten laten zien dat ‘Vlaams’ en ‘meer autonomie’ verschillende ladingen dekken en dat progressieven dat op eigen wijze invullen. Die invulling hoort ook thuis in de Vlaamse democratie. Hoewel niet in beste electorale doen is de linkse stroming in Vlaanderen even legitiem als de andere. Laten zien dus dat sp.a ‘Vlaams’ kan zijn zonder Vlaams-nationalist te zijn. Zoals wel meer Vlamingen. Voor eerder dan tegen iets.

De sp.a heeft teksten over de ‘sociale staatshervorming’ en ‘het model van de Belgische Unie’ dat Johan Vande Lanotte onlangs uittekende en daarmee de Vlaamse kameraden van de contouren van een referentiepunt voor tussentijdse staatshervormingen voorzag. De regionalisering van het arbeidsmarktbeleid kan daarin progressief ingevuld worden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de regionalisering van de kinderbijslag, waardoor een specifiek Vlaams armoedebeleid op maat mogelijk is. Enzovoort.

De sp.a heeft ideeën en teksten, maar mankeert moed en profiel. De partij was te veel een gemakkelijke bron van sterke quotes over De Wever of de N-VA, stilaan de voornaamste reden waarom camera’s nog naar de Grasmarkt afzakken als het over de formatie gaat. De sp.a heeft beter gerief in huis, maar moet daar nu mee komen. De sp.a doet er goed aan om ‘de Vlaamse kwestie’ ook integraal onderdeel te maken van de grondige, radicale hervorming die de partij vroeg of laat moet doormaken. Liever vroeg dan laat. Want zelfs al ebt dat communautaire straks wel weer wat weg, het komt ooit weer helemaal terug.

De partij kan die ‘Visie op Vlaanderen’ inkaderen in de forse heropbouw van wat nu de sp.a is. Dat moet leiden tot een nieuwe formatie, met een nieuwe naam, die zich opstelt als een progressieve, open, sociale en ook Vlaamse formatie van vooral, maar niet uitsluitend, socialistische inspiratie. Een operatie getrokken door het collectief leiderschap van Gennez, Crombez, Tobback, Vanvelthoven, Van den Bossche, Van Brempt, Martens, … (en al wie ik vergeet) en ondersteund door Vandenbroucke, Anciaux, Van der Maelen, Vande Lanotte, Landuyt, … (en al wie ik vergeet). Een partij die samenwerkt met de vakbond en de PS waar nodig en nuttig, vanuit haar eigen agenda en ambities, en moedig durft zeggen waar en waarom ze van die kameraden verschilt. Een vernieuwde partij die meer dan vandaag het lef heeft om keuzes te maken, ook tegen de zin van haar meest militante leden in.

Indien het straks weer even beter zou gaan met sp.a, omdat bijvoorbeeld kopstukken meer in beeld lopen, het electoraal wat aantrekt of zelfs regeringsdeelname wenkt, dan zal hopelijk niet gedacht worden dat zo’n grondige herbronning en hervorming van de sp.a niet langer nodig is. Ze is dat meer dan ooit.

Carl Devos
Redactielid Samenleving en politiek
GhIPS, Vakgroep Politieke Wetenschappen (UGent)

Noot
1/ In deze bescheiden, impulsieve bijdrage ontbreekt het aan ruimte om met de nodige nuance uitvoerig op alle dimensies en onderdelen van deze boeiende discussies in te gaan. Het gaat in dit artikel over links en de progressieven, maar vooral over de sp.a die daar maar een onderdeel van is. Meer dan een aanzet tot meer grondige, open reflectie ter zake is dit schrijfsel niet. Ontstaan uit bezorgdheid en bekommernis.

staatshervorming - links - sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 3 (maart), pagina 10 tot 17