Abonneer Log in

Ceci n'est pas un pays?: het strategisch gebruik van Vlaamse politieke metaforen

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 4 (april), pagina 15 tot 24

Ons land zit al sinds 2007 gevangen in een politieke stilstand. Wat sindsdien in het politieke discours in Vlaanderen opvalt, is het veelvuldige gebruik van metaforen om de ‘Vlaamse’ boodschap kracht bij te zetten. In dit artikel zal het gebruik van metaforen door Vlaamse politici en opiniemakers worden geanalyseerd door het zichtbaar maken van het ideologisch proces inherent aan politieke discours en retoriek. We identificeren daarbij vijf dominante frames en vijf veelvoorkomende metacategorieën van metaforen. Maar wat pogen die te verwoorden of te bewerkstelligen? Hoe past de metafoor in de Belgische/Vlaamse context? Wat zegt het over de constructie van de eigenheid versus die van de andere? En wie is ‘de andere’ precies?

COMPLEX STAATSBESTEL

De huidige Belgische staatsstructuur is het resultaat van een reeks tussentijdse staakt-het-vuren in een fundamenteel conflict tussen centrifugale en centripetale krachten binnen de Belgische federale constellatie (Hooghe, 1993; Deschouwer, 2006). Op gezette tijdstippen borrelt het communautaire spook weer op en werd een nieuw evenwicht gezocht en meestal ook wel gevonden.1 De prijs hiervoor is niet enkel een complex staatsbestel, maar ook een politiek systeem waarbij, zoals Deschouwer (2006: 909) het stelt, ‘all parties in Belgium only speak to the voters belonging to their own segment’. De Belgische politicus bestaat niet meer, hoewel er best nog wel voldoende Vlaamse Belgen zijn om te vertegenwoordigen. De taalgrens is in essentie verworden tot wat Erk (2003: 203) de grens noemt tussen ‘two separate demoi, i.e. two political communities which function as the default base for democratic politics’.

Zulk een ‘cloisonnement identitaire’ (Bailly and Sephiha, 2005) wordt bovendien nog versterkt door haast volstrekt gescheiden medialandschappen met verschillende regulatorische regimes, publieke omroepen en kranten, alsook andere groepen die de media controleren. Deze haast strikte segregatie tussen de Franstalige en Nederlandstalige publieke sferen in België is niet zonder gevolgen gebleven. Billiet, et al. (2006: 914) concluderen onder meer dat deze ‘media gap’2 geleid heeft tot:
‘two different cultures […] with diverging social sensitivities, fashions and customs. This trend towards cultural divergence was institutionalised and, at the same time, enhanced by the subsequent reforms of the state. ‘

Een belangrijk aspect in de constructie van de verscheiden demoi in België zijn de dominante discours die geproduceerd worden door de politieke elites en opiniemakers en de mate waarin deze de eigen identiteit in de verf zetten ten kosten van ‘de andere’, ook de wijze waarop ‘de andere’ wordt benaderd en gepositioneerd door en via bepaalde politieke discours die hegemonische status verkrijgen.

POLITIEKE METAFOREN

Een metafoor moet worden gezien als een linguïstische kruisbestuiving die resulteert in een transfer van betekenissen van een oorspronkelijk domein naar een ander doeldomein - ‘the word that is used for one thing is applied to something else’ (Miller, 1979: 156).
Politiek zonder metaforen is ondenkbaar, het zou zijn als ‘a fish without water’ (Thompson, 1996). Er wordt vaak gesteld dat het overdadig gebruik van metaforen in politieke communicatie een poging is van politieke elites om heikele politieke punten en complexe problemen aan te kaarten in een taal die minder abstract en meer tastbaar is voor burgers en het electoraat. Schmitt (2005: 446) stelt bijvoorbeeld: ‘[m]etaphors provide schemes, which bundle together the fullness of details, making them clearer and more manageable’.

Echter, metaforen beschrijven niet enkel ‘wat is’ in een verstaanbare beeldende taal, ze hebben ook het potentieel om ‘wat zou moeten zijn’ voor te stellen als het ‘wat is’. Het gebruik van een bepaalde metafoor heeft vaak een welomlijnd politiek doel; ofwel om het eigen gelijk te benadrukken of om de andere te discrediteren of te ridiculiseren. Vandaar ook dat Vavrus (2000: 194) poneert dat ‘[f]ar from simply describing the world, metaphors are prescriptive linguistic devices that guide and shape thinking as well’.

Deze verschuiving in het denken omtrent politieke metaforen van louter reflectief tot constitutief voor het politieke denken kan worden teruggebracht tot de invloed van het post-structuralistische denkkader, waarbij de ‘[m]etaphor is less in the philosophical text ... than the philosophical text is within metaphor’ (Derrida, 1982: 258) en de cognitieve linguïstiek. Die laatste wetenschappelijke traditie poneert dat metaforen niet meer of niet minder discursieve instrumenten zijn om bepaalde visies, ideeën en specifieke denkwijzen te privilegiëren en dominant te maken. ‘Metaphors create social reality and guide social action’ (Lakoff and Johnson, 1980: 156).

Ook relevant in dit verband is de bijdrage van de cognitieve psychologie die stelt dat de kracht van de metafoor ligt in zijn subliminaal karakter, in de mogelijkheid om de zaken voor te stellen als geheel vanzelfsprekend (Mio, 1997: 130). In een studie omtrent racisme en het gebruik van politieke metaforen vat Van Teeffelen (1994: 384-386) de redenen waarom metaforen zulk een potente wapens zijn in de ‘war of position’ als volgt samen:
‘Since they organize the understanding of cause and effect, symptom and essence, and especially praise and blame, metaphors can be employed to serve political aims or interests. When thus used as ideological devices, they privilege, and when turning into common sense, naturalize particular accounts of reality.’

Uit dit alles volgt dat het gebruik van politieke metaforen door de politieke en/of media-elite verre van neutraal is. De keuze van bepaalde metaforen gaat uiteraard gepaard met intentionaliteit en een zeker pragmatisme (Charteris-Black, 2005). Politieke intentionaliteit is een selectief proces, dat bepaalde beelden oproept en daardoor anderen wegdrukt. Jamieson (1985) is duidelijk in dit verband: ‘Without intention, nothing has prominence, therefore one has to intend when one imagines’.

BANAAL NATIONALISME EN DE ROL VAN DE MEDIA

Het gebruik van bepaalde metaforen door de Vlaamse politieke elite en de media-elite dient uiteraard binnen de specifieke politieke context van België en Vlaanderen geplaatst te worden. Uiteraard kunnen we daarbij niet voorbij het begrip nationalisme. Blommaert (1996: 253) beschrijft het Vlaams-nationalisme als ‘predominantly ethnic’ en gekarakteriseerd door ‘issues of identity, customs and traditions’.

In zijn boek Imagined Communities stelt Anderson (1991), onder andere, dat nationalisme vaak gekarakteriseerd wordt door het in stand houden van bepaalde mythes en illusionaire aspiraties. De eigen gemeenschap wordt daarbij voorgesteld als uniform, puur, homogeen en verenigd. Billig (1995: 61) argumenteert in dit verband dat ‘[n]ationalist thinking involves more than commitment to a group and a sense of difference from other groups. It conceives ‘our’ group in a particular way’. Zijn concept ‘banaal nationalisme’ legt de nadruk op hoe routineus en familiair taalgebruik in het politieke discours en in de media ons een gevoel van anders zijn geeft en gericht is op de constructive van ‘nationhood’.

Binnen het nationalistische discours is de articulatie van de eigen identiteit gebaseerd op de constructie van essentialistische binaire dichotomieën, zoals ‘wij’ en ‘zij’, ‘ons’ en ‘hun’, waarbij de eigen identiteit positief wordt benadrukt en de andere in negatieve termen wordt beschreven, denk maar aan de slogan ‘wat we zelf doen, doen we beter’ (Erk, 2003). Van Dijk (1998: 33) spreekt in dit verband van een polariseringsstrategie tussen ‘positive ingroup description and negative outgroup description’. Vanuit dit perspectief is de constructive van de andere constitutief voor de constructie van de eigen identiteit, vandaar dat sommigen, in navolging van Derrida (1974: 39-44), spreken van ‘the constitutive outside’ (Staten, 1985: 16-19) of ‘constitutive externality’ (Mouffe, 1993: 81).

Taal, discours en politieke intentionaliteit/actie drijft in grote mate het proces waarbij de eigen identiteit permanent wordt geaffirmeerd door middel van een negatieve representatie van de andere. Vlaams-nationalisten zullen, bijvoorbeeld, steeds benadrukken hoe logisch, vanzelfsprekend en redelijk hun Vlaamse eisen zijn, alsook hoe ongelooflijk bereid zij zijn te onderhandelen en tegelijkertijd de andere - in dit geval vooral de Walen - voor te stellen als onredelijk, altijd nee zeggend en hoegenaamd niet bereid tot onderhandelen.

Zoals Bruck (1992: 108) stelt, ‘[c]rises are not real events, but are evaluations of the significance of what is happening’. Hij bekijkt een politieke crisis als een mediaspektakel waarbij bepaalde visies en elites een preferentiële status verkrijgen ten koste van anderen. Dit gaat vooral op voor de politieke crisis in België die eigenlijk al goed vier jaar aansleept. Bovendien, zoals eerder reeds aangekaart, is het Belgische medialandschap gebalkaniseerd. Dewachter (1998: 185) gaat zelfs zover te stellen dat: ‘Sur le plan des médias, il est clair que la société belge n’existe plus’. Een media die enkel spreekt voor ‘het eigen volk’ voedt, en is dus cruciaal voor, een politiek proces waarbij de eigen identiteit versterkt dient te worden ten koste van de andere. Burgers worden daarbij een dagelijkse portie politieke soap voorgeschoteld, met dezelfde protagonisten maar met verschillende scripts ten noorden en ten zuiden van de taalgrens.

Figuur 1: Twee internetgrappn m.b.t. de politieke crisis van 2007-08.

Bron: Gepubliceerd op de VRT-blog van Christophe Deborsu: http://multiblog.vrt.be/christophedeborsu/2007/10/18/de-lachende-splitsing

Bron: gepubliceerd in verscheidene kranten, maar eerst via email en blogs verspreid

METAFOREN ALS DISCURSIEVE WAPENS

Zoals eerder reeds gesteld, concentreren we ons hier echter meer specifiek op het gebruik van metaforen door Vlaamse politieke elites. Daarbij gaan we uit van de intentionaliteit of het strategische doel van de metafoor, wat poogt die te verwoorden of te bewerkstelligen; hoe past de metafoor in de Belgische/Vlaamse context en wat zegt het over de constructie van de eigenheid versus die van de andere en wie is ‘de andere’ precies? In dit verband werden vijf dominante frames geïdentificeerd.

  1. Veruitwendiging van het politieke immobilisme;
  2. Schuld toewijzen;
  3. Eenheid bewaren;
  4. Eigen eisen kracht bijzetten;
  5. Het einde is in zicht of toch niet?

Verder konden ook vijf veelvoorkomende metacategorieën van metaforen worden onderscheiden: sportmetaforen, spelmetaforen, oorlogsmetaforen, culinaire metaforen en transportmetaforen.

1. Veruitwendiging van het immobilisme

Dit eerste frame was belangrijk in het begin van de crisis in 2007, maar is recentelijk weer uiterst relevant geworden, namelijk die van het politieke immobilisme. Sportmetaforen blijken bijzonder populair om het politieke immobilisme te duiden. Zo schreef VRT journalist De Vadder (2008) op zijn blog:
‘Na acht maanden tackles en slidings, ligt het veld vol met uitgeputte spelers. In het beste geval kampen ze met krampen, maar nu en dan wordt zelfs een slachtoffer naar de kant gehaald, met een draagberrie. Of met een Blackberry, grappen sommigen. […] De spelers zullen uit hun reserves moeten putten voor de verlengingen.’
Onlangs tweette zijn radio collega Marc Van de Looverbosch: ‘Reynders mag verlengingen spelen van het Paleis. Er is nog geen enkel punt gescoord. Waar blijven de supporters?’ (20:24, 15/02/2011).

Een ander veel gebruikt sportmetafoor in het Vlaamse politieke discours die het politieke immobilisme benadrukt is de wielerterm ‘surplacen’ - met de eindmeet in zicht loeren de renners naar elkaar en komen geen voet meer verder uit angst als laatste over de streep te bollen (Rogier, 2007a). In De Tijd lazen we in 2007: ‘Ondanks de wil van Leterme om vooruit te geraken, bleven alle hoofdrolspelers surplacen’. In recente jaren is gebleken hoe potent en algemeen verspreid deze metafoor wel is. Politicoloog Pascal Delwit sprak recentelijk van het ‘wereldrecord surplace’ (Delwit, 2011) en ook zijn collega Carl Devos (2011) schreef over ‘surplacen voor gevorderden’: ‘Surplacen is een kunst, en de Wetstraat is er bedreven in. Al vele maanden blijven ze zo overeind, zonder te bewegen. Maar surplacen is in de wielrennerij een wat sullige positie die heel even ingenomen wordt vooraleer de sprint losbarst, voor een explosie van kracht en goesting. Wat we na al die maanden nodig hebben is moed. Moed om een kant op te gaan.’

In zekere zin toont dit ook aan dat metaforen en de betekenis die eraan gegeven wordt, niet stabiel is. In dit voorbeeld wordt na verloop van tijd de convergentie tussen oorspronkelijke betekenis en de bedoelde betekenis minder overtuigend. We bevinden ons nog wel in een surplace, maar op een gegeven moment moet de sprint wel eens ingezet worden.

2. Schuld toewijzen

Een tweede belangrijk frame waar metaforen een rol spelen is het toewijzen van schuld voor de mislukking van een onderhandeling of het uitblijven van een akkoord. Een goed voorbeeld van zulk een metafoor is ‘de zwarte piet doorschuiven’ (zie De Morgen, 2007a). Dit spelmetafoor verwijst naar de verschillende strategieën van politieke actoren om de schuld bij anderen te leggen en als dusdanig geen verantwoordelijkheid op te nemen voor hun aandeel in de mislukking. Vanuit Vlaams-nationalistische hoek wordt ‘de andere’ in dit verband op verschillende manieren ingevuld naargelang het hen goed uitkomt. Dat kunnen enerzijds de Franstaligen zijn, die weigeren toe te geven en dus niet in staat zijn een eervol akkoord te sluiten, maar anderzijds evengoed Vlaamse onderhandelaars die in hun ogen te veel toegeven en dan consequent afgedaan worden als verraders van de Vlaamse zaak.

Hoewel Bart De Wever recentelijk nog publiek verklaarde, ‘Ik wil geen zwarte piet doorschuiven aan wie dan ook. De mislukking van deze preformatie is de verantwoordelijkheid van alle partijen aan tafel’ (Gazet Van Antwerpen, 2010), mag het duidelijk zijn dat de attributie van schuld een cruciale rol speelt in de communicatiestrategie van de N-VA, alsook van alle andere politieke actoren. Patrick Martens (2010) merkt op dat ‘de allergrootste zorg van alle betrokkenen trouwens is om bij een mislukking niet de zwarte piet toegeschoven te krijgen.’ Ondertussen is het ook duidelijk dat dit politieke mimespel niet enkel het vertrouwen in de politiek verder aantast, maar ook en vooral de tegenstellingen tussen politici versterkt, zoals Ivan de Vadder (2010) ook vaststelt: ‘Het spel ‘zwarte pieten doorschuiven’ ondermijnt ook het vertrouwen tussen de politici’.

3. Eenheid bewaren

Zoals hierboven reeds duidelijk gemaakt wordt, is het bewaren van eenheid en het in stand houden van de mythe van een homogene Vlaamse identiteit en een ondeelbaar eisenpakket van cruciaal belang in deze crisis - iedereen dient even vastberaden en standvastig te zijn ten aanzien van de ideologische vijand. Het obligate en primordiale karakter van dit frame toont zich ook in de graduele verschuiving van sport- en spelmetaforen, die toch vooral ook het beeld opwerpen van ‘a rule-bound contest between two [or more] opponents’ (Howe, 1988: 89), naar oorlogsmetaforen die meer voeling hebben met de ruwheid, onvoorspelbaarheid en irrationaliteit van de politiek - ‘the chaotic and unpredictable process of politics’ (Howe, 1988: 94-5).

Een veel gebruikt voorbeeld hiervan in de Belgische politieke context is de metafoor van ‘een front’. Op gezette tijden wordt de frontmetafoor van stal gehaald:
Niet alleen de Franstalige christendemocraten bleven ‘non’ zeggen. Ook het Vlaams front stelde zich vastberaden op.’ (De Tijd, 2009);
Voor de eerste keer in zes maanden was er een Vlaams front. En zie: het werkt’ (Geudens, 2010);
Er zijn niet alleen communautaire tegenstellingen tussen de partijen, er is ook een links-rechts-verhaal. […] Daarom ook is de Vlaamse frontvorming zo heikel. Wanneer ik iets Vlaams intern wil bespreken, dreigt dat door te sijpelen naar de overkant.’ (De Wever in Het Laatste Nieuws, 9/10/2010).

En zo wordt de frontmetafoor ook gebruikt om de schuld te leggen bij diegene die de interne integriteit van de Vlamingen en de Vlaamse eisen in vraag durft te stellen door hen te beschuldigen van meeheulen met de vijand, van verraad aan de Vlaamse zaak.

De indruk van eenheid geven is ook cruciaal in het onderhandelingsproces en oorlogsmetaforen maken vaak duidelijk dat we standvastig en onwrikbaar dienen te zijn in onze eisen. In dit verband komt de loopgravenmetafoor handig van pas. Guy Verhofstadts woorden in het federale parlement in 2008 spreken boekdelen: ‘Ik roep u op om de loograven waarin we ons hebben ingegraven, diep in de modder van de Belgische politiek, te verlaten.’ (Gazet Van Antwerpen, 2008). Met recht en reden zijn de loopgraven in België doordrenkt met symboliek en een bloedige geschiedenis. De metafoor verbeeldt vooral het niet toegeven, zich ingraven, een defensieve afwachtende houding aannemen, maar tegelijkertijd wel een grootschalige oorlog voeren waarbij ‘wij’ en ‘zij’ uiterst essentialistisch worden benaderd. ‘Wij’ zijn bereid tot onderhandelen, ‘zij’ niet; ‘wij’ geven steeds maar toe, ‘zij’ niet; ‘zij’ moeten uit de loopgraven komen, ‘wij’ niet (zie De Morgen, 2007b).

Dit gebruik van oorlogstaal - en er zijn nog wel meer voorbeelden hiervan (een bom onder de onderhandelingstafel bijvoorbeeld) - heeft als resultaat dat een redelijke oplossing van het politique politicienne conflict onmogelijk wordt omdat, zoals Yves Desmet (2007) het stelt, ‘dialoog, respect en compromisbereidheid verworden tot het ultieme bewijs van zwakheid’.

4. Eisen kracht bijzetten

Om de eigen eisen kracht bij te zetten werden vooral culinaire metaforen gebruikt door Vlaamse politici en opiniemakers. Het veelvuldig gebruik van metaforen zoals borrelhapjes, vette vis3 of een lepeltje suiker, hadden als doel de onderhandelingen te beïnvloeden alsook de tegenpartij te kleineren, een soort politiek pestgedrag. De borrelhapjes geven aan dat er naast wat kleine zaken, die best wel lekker kunnen zijn, ook nog een volle maaltijd moet komen die de honger van ‘de Vlamingen’ moet stillen. Die maaltijd zou dan moeten bestaan uit een dikke vette vis, een substantiële copernicaanse staatshervorming. In ruil daarvoor zijn we zelfs best bereid enkele toegeving-kjes te doen - een lepeltje suiker, maar verwacht nu ook weer niet te veel van ons (zie De Morgen, 2007c). Vooral de twee eerste metaforen zijn nog steeds aanwezig in het politieke discours vandaag, zoals onlangs bleek met de poging om één aspect van de staatshervorming ten gronde uit te voeren wat ‘de Vlamingen’ zou toelaten een dikke vis te claimen. De Franstaligen, ondertussen, vinden dat er al genoeg ‘vette vissen’ op de tafel liggen (VRT Redactie, 2010).

Terugblikkend is het fair te zeggen dat dergelijk taalgebruik eerder contraproductief gewerkt heeft in functie van het bereiken van een evenwichtig compromis. Deze metaforen, en de toon waarop ze gebruikt w(e)orden, veruitwendigen een gevoel van superioriteit van waaruit de andere wordt benaderd in het onderhandelingsproces. Ze accentueren de standvastigheid van de eigen eisen en een neerbuigende houding ten opzichte van de ideologische vijanden.

Een andere culinaire metafoor die veelvuldig gebruikt wordt in het Vlaamse politieke discours is die van de mayonaise die niet pakt. Stevaert introduceerde deze politieke metafoor, maar hij werd ook door De Wever gebruikt in 2007 toen hij verklaarde: ‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat de mayonaise pakte’ (zie De Morgen, 2007d). Zoals we allemaal weten is mayonaise maken niet zo evident en durft dat wel eens te mislukken. De mayonaise-metafoor symboliseert dus de complexiteit van de onderhandelingen, alsook het moeilijke proces om tot een goede of eerder gewenste uitkomst te komen. Deze metafoor poogt een verklaring te geven waarom het zo moeilijk is en zo lang duurt om tot een akkoord te komen. Recentelijk vroeg VRT radiojournalist Johny Vansevenant (2011) zich nog af: ‘Zal de mayonaise pakken?’, hetgeen wederom aantoont hoe sommige metaforen doorsijpelen in het dagdagelijkse politieke taalgebruik.

5. Het einde is nabij of toch niet?

Op een gegeven moment gedurende de eerste onderhandelingen in 2007 werd de transportmetafoor ‘landing’ veelvuldig gebruikt om aan te geven dat het einde nabij was. Landen is in deze context beeldspraak voor het eindpunt van een moeilijke reis, het bereiken van de eindbestemming, in dit geval een eerbaar compromis en een nieuwe regering. ‘Vorig weekend wees het kompas voor iedereen op landen, ook voor ons’, stelde De Wever in 2007 na weer een zoveelste mislukking (zie De Morgen, 2007g). Gezien het uitblijven van een oplossing in 2007, maar ook vandaag, spreekt het voor zich dat deze metafoor aanleiding gaf tot verdere uitdieping en ridiculisering. In november 2007 stuurde een liberaal onderhandelaar het volgende bericht de wereld in: ‘We cirkelen rond Brussel, maar de landing is nog niet ingezet. Er is nog net iets te veel turbulentie’.4 Meer recentelijk schreef Carl Devos (2010) nog: ‘Fasten your seatbelts, en maak u klaar voor een moeilijke landing’.

De transportmetafoor ‘landing’ begint echter hoe langer hoe holler te klinken aangezien het meer en meer duidelijk wordt dat er een aantal actoren zijn die helemaal niet willen landen, die er wel bij varen om in de lucht te blijven hangen. Dit gegeven heeft ook een aantal minder gebruikte metaforen opgeleverd die betrekking hebben op het gebrek aan staatmanschap en visie - wie zit er aan het stuur van ons land?, vroeg Filip Rogiers (2007b) zich af. Of nog, Caroline Gennez die bij het aantreden van de regering Leterme I stelde dat de interim-regering een trein is die bruusk op de sporen werd gezet, en de boodschap meegaf dat we de mensen die ons zullen vervoeren wel kennen, maar dat de bestemming van de trein geheel onduidelijk is (VRT-radio, 20/03/2008).

En dit brengt ons ten slotte terug bij de spelmetaforen. Immers, als een landing niet mogelijk is, dan is een patstelling onvermijdelijk. ‘Iedereen schaakmat’ was de titel van een editoriaal in De Morgen (2007b) toen, maar dit is evengoed van toepassing op de huidige situatie. Walter Pauli (2007) weet dit aan het feit dat de huidige generatie politici veelal neofieten zijn op het federale schaakbord. Met een ironische noot concludeerde hij: ‘Ze kunnen amper dammen en moeten al schaken’.

BESLUIT

Bovenstaande ingekorte analyse toont bovenal aan dat het gebruik van metaforen door Vlaamse politieke elites en opiniemakers wijdverspreid en uiterst ideologisch getint is. De metaforen zijn containers vol met evidente en meer verborgen betekenissen en worden gebruikt met zeer precieze strategische politieke doeleinden. De media en opiniemakers spelen een belangrijke rol bij het bestendigen, repliceren en soms ook produceren van politieke metaforen. Daarnaast zijn echter vooral Vlaams-nationalistische krachten bijzonder actief in de productie en disseminatie van politieke metaforen.

De meeste politieke metaforen, op ‘landen’ na, zijn er ook op gericht de verdeeldheid tussen de twee gemeenschappen in de verf te zetten en het eigen gelijk voor te stellen als een vanzelfsprekendheid die op geen enkele manier in vraag gesteld kan worden. Vooral de culinaire en oorlogsmetaforen, maar tot op zekere hoogte ook de sportmetaforen bestendigen en versterken het ‘wij’ versus ‘zij’ denken; onze eisen zijn redelijk en legitiem, die van ‘hen’ onbespreekbaar en beledigend. Tja, en dus pakt de mayonaise niet.

De landingsmetafoor bracht een meer consensuele toon in de politieke beeldspraak, een uitzicht op een oplossing, die er ondertussen vier jaar later nog steeds niet is. Dit verklaart ook de meer pessimistische toon van andere transport- en spelmetaforen die verwijzen naar het gebrek aan politiek kunnen, aan durf - het eeuwige surplacen dat ertoe leidt dat men collectief van zijn fiets valt. Wordt er ook niet gezegd dat stilstand achterstand is?

Ten slotte is het ook duidelijk dat metaforen nooit echt stabiel zijn (Mio, 1997: 129). Eens een metafoor hegemonische status heeft bereikt binnen het politieke discours, kan zijn betekenis in vraag worden gesteld door middel van ridiculisering, het aantonen van inconsistenties in de betekenistransfer van originele betekenis naar het doel van de metafoor of door de betekenis te perverteren en om te draaien.

Het is niet mijn bedoeling het gebruik van metaforen in de Vlaamse politiek aan te klagen of een halt toe te roepen, maar eerder aan te tonen dat het gebruik van bepaalde metaforen wel degelijk politieke gevolgen heeft, vooral omdat zij een welbepaalde nationalistische agenda verhullen, erop gericht zijn het ‘wij’ versus ‘zij’ denken te versterken en hierdoor een oplossing - een eervol en evenwichtig compromis tussen de verschillende politieke elites van het land - onmogelijk maken. Maar misschien is dat net de bedoeling.

Bart Cammaerts
Senior Lecturer, Media & Communication Department, London School of Economics and Political Science

Bibliografie
- Anderson, B. (1983) Imagined Communities: Reflections on the Origin and Spread of Nationalism, London: Verso.
- Bailly, O. and Sephiha, M. (2005). La crise belge vue de Wanze et de Kruibeke. Cloisonnement identitaire entre Flamands et Wallons, Le Monde Diplomatique 615, pp. 16-7.
- Belang Van Limburg (2010) Bart De Wever: Gemiste kans. 2/09.
- Billiet, J., Maddens, B. and Frognier, A.-P. (2006). Does Belgium (still) exist? Differences in political culture between Flemings and Walloons, West European Politics, 29(5): pp. 912-32.
- Billig, M. (1995) Banal Nationalism, London: Sage.
- Blommaert, J. (1996) ‘Nationalism and Language: Comparing Flanders and Tanzania’, Nations and Nationalism 2(2): pp. 235-56.
- Bruck, P. A. (1992) ‘Crisis as Spectacle: Tabloid News and the Politics of Outrage’, in M. Raboy and B. Dagenais (eds.) Media, Crisis and Democracy: Mass Communication and the Disruption of Social Order, London, Sage, pp. 108-19.
- Charteris-Black, J. (2005). Politicians and Rhetoric - The Persuasive Power of Metaphor. Basingstoke: Palgrave Macmillan.
- De Morgen (2007a) Ceci n’est pas une crise. 8/11.
- De Morgen (2007b) Iedereen staat schaakmat. 12/11.
- De Morgen (2007c) CD&V eveneens bereid (beetje) suiker te geven aan Franstaligen. 16/10.
- De Morgen (2007d) 100 dagen zonder regering. 18/09.
- De Morgen (2007e) Dit een regimecrisis noemen is te veel eer voor de N-VA. 3/12.
- De Morgen (2007g) Ze maken Leterme belachelijk, maar ik bewonder. 3/12.
- De Tijd (2007) Het relaas van 40 dagen surplacen. 25/08, p. 31.
- De Vadder, I. (2008) ‘Verlengingen spelen!’, VRT-website, 23 February: http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/archief/2.1222/politiek/1.257237
- De Vadder, I. (2010) De groenen laten het spook van 2007 weer los. 10/07: http://analyse.deredactie.be/2010/07/20/de-groenen-laten-het-spook-van-2007-weer-los/
- Delwit, P. (2011) Wereldrecord ‘surplace’ is ook geen oplossing: Pleidooi voor vervroegde verkiezingen. De Standaard, 31/01.
- Derrida, J. (1974). Of grammatology. Baltimore: Johns Hopkins University Press.
- Deschouwer, K. (2006). And the peace goes on? Consociational democracy and Belgian politics in the twenty-first century. West European Politics, 29(5), pp. 895-911.
- Desmet, Y. (2007). Klein pleidooi voor redelijkheid. De Morgen, 17/11.
- Devos, C. (2010) De Landing van BHV. VRT-Blog. 10/04: http://analyse.deredactie.be/2010/04/10/de-landing-van-bhv/
- Devos, C. (2011) Surplacen voor gevorderden. VRT-blog, 19/03: http://opinie.deredactie.be/2011/03/19/surplacen-voor-gevorderden/
- Dewachter, W. (1998) ‘Belgique: La Déchirure’, Politique Internationale 78: pp. 177-90.
- Erk, J. (2003). ‘Wat We Zelf Doen, Doen We Beter’; Belgian Substate Nationalisms, Congruence and Public Policy. Journal of Public Policy, 23(2): pp. 201-24.
- Fairclough, N. (1989). Language and Power. London: Longman.
- Foucault, M. (1981). The Order of Discourse. In R. Young (ed.) Untying the Next: A Post-Structuralist Reader (pp. 48-78). Boston, MA and London: Routledge & Kegan Paul.
- Gazet Van Antwerpen (2008) Verlaat de loopgraven. 29/02.
- Gazet Van Antwerpen (2010) Bart De Wever vertrouwt sp.a niet. 09/10.
- Hooghe, L. (1993). Belgium: From regionalism to federalism, Regional & Federal Studies, 3(1), pp. 44-68.
- Howe, Nicholas (1988) ‘Metaphor in Contemporary American Political Discourse’, Metaphor and Symbolic Activity 3(2): pp. 87-104.
- Jamieson, G. H. (1985). Communication and Persuasion. Beckenham: Croom Helm.
- Lakoff, G. and Johnson, M. (1980) Metaphors we live by. Chicago: University of Chicago.
- Martens, P. (2010) Zwarte piet. Knack. 01/12.
- Miller, E. F. (1979) Metaphor and Political Knowledge. The American Political Science Review 73(1): pp. 155-70.
- Mio, J. S. (1997). Metaphor and Politics. Metaphor and Symbol, 12(2): pp. 113-33.
- Mouffe, C.(1999) Deliberative Democracy or Agonistic Pluralism?, Social Research 66(3): pp. 746-58.
- Pauli, W. (2007) Waarom oude politici voortdurend de jongere moeten redden: de kleine generatie. De Morgen, 20/09.
- Rogiers, F. (2007a) Samen uit, samen thuis, samen surplacen. De Morgen, 28/11.
- Rogiers, F. (2007b). Toscane moet nog eventjes wachten op Guy Verhofstadt. De Morgen, 20/12.
- Schmitt, R. (2005) Systematic Metaphor Analysis as a Method of Qualitative Research. The Qualitative Report, 10(2): pp. 358-94.
- Staten, H. (1985) Wittgenstein and Derrida. Oxford: Blackwell.
- van Dijk, T. A. (1998) ‘Opinions and Ideologies in the Press’, in A. Bell and P. Garrett (eds) Approaches to Media Discourses, Malden, MA & Oxford: Blackwell Publishers, pp. 21-63.
- Van Teeffelen, T. (1994). Racism and Metaphor: the Palestinian-Israeli Conflict in Popular Literature. Discourse and Society, 5(3): pp. 381-405.
- Vansevenant, J. (2011) Een nieuwe liberale wind met Didier?. VRT blog, 11/02: http://analyse.deredactie.be/2011/02/11/een-nieuwe-liberale-wind-met-didier/
- Vavrus, M. D. (2000). From Women of the Year to ‘Soccer Moms’: The Case of the Incredible Shrinking Women. Political Communication, 17(2): pp. 193-213.
- VRT Redactie (2010) Verbreding is er, nu de verdieping. 17/08: http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.845991

Noten
1/ cf. Egmont Pact (1970), Tweede staatshervorming (1980), Derde Staatshervorming (1988-89), Sint-Michiels en Sint-Kwintens akkoorden (1993-94), Lambermont- en Lombardakkoorden (2001)
2/ Er zijn uiteraard uitzonderingen in dit verband: de RTBF had jarenlang een wekelijkse rubriek over Vlaanderen; RTBF journalist Christophe Deborsu heeft een tijd een blog gehad op de site van de VRT; Le Soir publiceerde 5 pagina’s in het Nederlands in maart 2011.
3/ Herman De Croo verklaarde in 2007 dat de enige vette vis die de Vlaams-nationalisten hebben kunnen vangen de CD&V was en het gevolg hiervan, aldus De Croo, was dat de CD&V verstrikt is geraakt in de netten van de Vlaams-nationalisten (zie De Morgen, 2007e). Dit toont wederom aan dat de politieke metafoor onstabiel is en polysemantisch. Er kan steeds een andere invulling aan gegeven worden.
4/ Zie: http://forum.fok.nl/topic/1097804/2/25.

staatshervorming - media en politiek - politieke metaforen

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 4 (april), pagina 15 tot 24