Log in

Zullen de kalasjnikovs blijven zwijgen?

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 3

Op mijn 28ste werd ik door de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) aangesteld als election officer in Bosnië-Herzegovina. Omdat je niet altijd kan kiezen waar je in het leven zoal terecht komt, werd ik naar Prijedor gestuurd om daar samen met de lokale autoriteiten de eerste verkiezingen na het einde van de burgeroorlog te organiseren.

Prijedor, een stadje 50 kilometer ten westen van Banja Luka en in het hart van het Servisch nationalisme in het westelijk gedeelte van Republika Srpska. Net voor het uitbreken van de burgeroorlog wees de volkstelling uit dat de bevolking voor 44 procent uit moslims, voor 42 procent uit Serviërs en voor een kleine 15 procent uit andere kleine groepen was samengesteld. De gewijzigde demografische situatie in het voordeel van de moslims maakte de Serviërs bijzonder zenuwachtig. Binnen de politiek van een afgebakende Servische regio, die zich van het westen tot het oosten van Bosnië moest uitstrekken en een geheel zou vormen met het Servië van Milosevic, werden de gruwelijkste misdaden begaan.

In 1991 en 1992 werden Prijedor en de omliggende gemeenten etnisch schoongeveegd. Tienduizenden moslims werden verdreven, duizenden anderen werden in kampen van Omarska, Keraterm en Trnopolje opgesloten. De mensen die hier terecht kwamen stonden bloot aan een gruwelregime van fysieke en psychische marteling, aanranding, uithongering en verkrachting. Duizenden gewone mensen werden er afgeslacht. De toenmalige oorlogsburgemeester Milomar Stakic1 werd medeverantwoordelijk geacht voor deze misdaden tegen de mensheid en werd in 2001 door de Servische autoriteiten aan het Internationaal Hof voor ex-Joegoeslavië uitgeleverd. In 2007 werd zijn levenslange veroordeling omgezet naar 40 jaar. Hij zit zijn straf uit in Frankrijk. Een ander berucht figuur was de plaatselijke politie-officier Simo Drljaca. Met zijn kolenschoppen van handen en reuzenlijf was hij de ideale rechterhand van Stakic. Drljaca werd in 1997, één jaar na de eerste verkiezingen, door de Navo gedood toen men hem wou arresteren met het oog op zijn uitlevering aan Den Haag.

De bedoeling van de Servische oorlogsmisdadigers was duidelijk. Servische gemeenten en steden dienden Servisch te blijven. Om dit doel te bereiken moesten de moslims en Kroaten in de regio worden verplaatst of gedeporteerd. Dit proces van verplaatsingen en deportatie met het oog op het creëren van homogene etnische regio’s wordt ethnic cleansing genoemd. Maar deportatie en verjagen van moslims en Kroaten volstond dus niet. Er werd ook op grote schaal gemoord en duizenden mensen lieten het leven. Allicht vergemakkelijkte het moorden het verjagen. Prijedor werd homogeen etnisch Servisch.

In Prijedor huurde ik in 1996 zes maanden een appartementje van een Servische vrouw die getrouwd was met een moslim. Zij hadden een dochter die op haar beurt getrouwd was met een Kroaat. Man en dochter waren gevlucht naar Canada. De vrouw zou hen in 1998 volgen. In 1996 was er in Prijedor geen enkel gemengd gezin meer te vinden, daar waar 5 jaar voordien ongeveer 20 procent van de bevolking gemengd was samengesteld.
Er leefden natuurlijk ook geen moslims meer in de stad. De moslims die nog in leven waren woonden net over de Inter-Entity Boundary Line en durfden voor geen geld van de wereld een stap zetten over die lijn richting hun voormalige woonplaats in Prijedor. Maar ook het omgekeerde was ondenkbaar. Geen enkele Serviër zou het in zijn hoofd halen om naar Sanski Most te rijden. Sanski Most, amper 20 km verwijderd van Prijedor, maar net gelegen over de Inter-Entity Boundary Line in de regio van moslims en Kroaten.

De internationale gemeenschap die in 1996 massaal in Bosnië neerstreek wou ten alle prijze de politiek van ethnic cleasing ongedaan maken. Er zou een Bosnische staat komen, waarbij de situatie van voor de burgeroorlog, dus de situatie van voor 1991, zoveel mogelijk zou worden hersteld. Gemeenschappelijke politieke instellingen (waaronder een driekoppig presidentschap bestaande uit een moslim, Serviër en Kroaat) werden gecreëerd, Sarajevo werd als de gemeenschappelijke hoofdstad verkozen, democratiseringsinitiatieven werden opgezet en talrijke initiatieven werden opgezet om het democratisch maatschappelijk middenveld te versterken. Gezinnen die uit hun huizen werden verdreven, hadden het recht om terug te keren en actief en passief politiek te participeren. Ook de symbolen werden aangepakt. Zo werden bijvoorbeeld aparte nummerplaten voor auto’s van inwoners van het Servische gedeelte van Bosnië (Republika Srpska) en Bosniacs (inwoners van de Federatie van Bosnië en Herzegovina, voornamelijk moslims en Kroaten) opgegeven. Formeel werd het land Bosnië-Herzegovina gecreëerd.

De extreem nationalistische ideologie en het drama van de burgeroorlog heeft diepe wonden geslagen. Velen zijn getraumatiseerd door de gruwelijke gebeurtenissen die in herinneringen worden meegedragen. Bij een andere, meer radicale groep heerst ongeloof en onbegrip. Ongeloof over het feit dat oorlogsmisdaden zijn begaan. De ontkenning van de gruweldaden. De misdaden zijn voor deze groep constructies van het Westen. De verdediging van de belangen en het beschermen van het eigen volk, wordt nog altijd beschouwd als een gerechtvaardigde daad. Moesten we ons soms laten afslachten? Moesten we ons laten doen? Neen, we hebben ons verdedigd. Naast de herinnering van duizenden mensen die van heel nabij de gruweldaden in hun onmiddellijke omgeving konden ervaren, is de angst, het onbegrip en de haat jegens de andere bevolkingsgroep nog steeds aanwezig.

De haat en de diepe wonden die zich in de harten van vele inwoners van Bosnië-Herzegovina heeft genesteld, zijn lang nog niet genezen. Het zal generaties duren voor de verschillende groepen terug met elkaar een normaal bestaan zullen kunnen opbouwen. Als dat al ooit opnieuw lukt.

Vandaag, anno 2011, lijkt het nog niet te werken. Na de verkiezingen van 3 oktober 2010 hebben de inwoners van Bosnië en Herzegovina nog steeds geen regering. Na negen maanden onderhandelen hebben de Servische, Kroatische en moslimonderhandelaars nog geen millimeter progressie gemaakt. Integendeel, de zuivere nationalistische gevoelens blijken opnieuw op te flakkeren. Een aantal Servische kopstukken pleit daarom voor een referendum waarbij de onafhankelijkheid van het Servische gedeelte de inzet moet worden. Maar dit is geen werkelijke keuze. Bosnië was en is het meest heterogene land van de Balkan en het afsplitsen van de regio’s zou een rechtvaardiging betekenen van de praktijk van ethnic cleansing.

Het nationalisme leidde tot een catastrofe die de emoties steeds opnieuw hoog doet oplaaien. Het wantrouwen zit diep en is gemakkelijk te voeden. Het opbouwen van vertrouwen gaat langzaam en is broos. Benieuwd hoeveel tijd mijn Bosnische vrienden nodig hebben om dat wantrouwen te herstellen.

Patrick Vander Weyden
Hoofdredacteur Samenleving en politiek_ _

Noot
1/ Gemakkelijkheidshalve duid ik Milomar Stakic hier aan als oorlogsburgemeester. Samen Milan Kovacevic en enkele anderen, waaronder ook Simo Drljaca, vormde hij een soort politiek politioneel oorlogsbestuur dat alle bevoegdheden met geweld naar zich toetrok.

edito - Bosnië-Herzegovina

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 3