Abonneer Log in

Crisis keldert de groei van de lonen - wat nu?

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 10 (december), pagina 29 tot 32 en 41 tot 42

De grootbankiers hebben ons met hun crisis een flinke peer gestoofd. De stijging van de lonen is met de helft verminderd, vooral bij de armsten. Er is ook goed nieuws. In landen met een sterk sociaal overlegmodel is die aanslag op de lonen opvallend kleiner. Domme dingen zijn wel te mijden. Loonmatiging - grote oorzaak van de crisis - verderzetten, leidt bijna zeker tot een nieuwe crisis.

Verreweg de meeste mensen verdienen met werken hun inkomen. En daar hangt hun welvaart van af. Het is dus belangrijk te weten hoe de lonen evolueren, zeker in deze crisistijden. Economische studies zijn er bij de vleet. Maar net hierover zijn ze opvallend schaars. Het tweede en voorlopig laatste Global Wage Report1 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) biedt wel antwoord. En vooral, het serveert klare feiten en rake conclusies. Tenzij anders vermeld is dat rapport de bron van wat volgt.

DE CRISIS IS NIET MALS VOOR DE WERKENDE MENS

In 2007 stegen de reële lonen nog met 2,8%, een jaar later is die groei van de koopkracht bijna gehalveerd tot 1,5%. En als je China uit die berekening haalt, valt de groei van de lonen terug van 2,2% tot amper 0,8%.

Heel opvallend zijn de grote regionale verschillen. In rijke landen is de terugval al bij al vrij beperkt, namelijk van plus 0,8% voor de crisis naar min 0,5% in 2008 en opnieuw plus 0,6% in 2009. Rusland, Oekraïne en Centraal-Azië laten een dramatisch dalende curve optekenen. De groei van de lonen stuikt ineen, en daalt van plus 17% in 2007 naar min 2,2% twee jaar later. Ook Centraal- en Oost-Europa doen het slecht met een evolutie van ruim 6% naar onder nul. Wat hier sterk meespeelt, is het ontbreken van een sterk sociaal overleg. In plaats van te onderhandelen over hoe de werknemers aan boord te houden, worden ze massaal ontslagen. Zo krimpt de koopkracht en de economie verder in elkaar. En daarenboven kunnen bedrijven minder snel inpikken op een herstel, omdat ze hun werknemers hebben laten gaan. Heel anders is de ontwikkeling in Azië waar de loongroei zowel voor als na de crisis 7% bedraagt, en zelfs toeneemt tot 8% in 2009.

De kost van deze financiële en economische crisis is immens. Niet minder dan 600 miljard euro aan koopkracht is intussen verloren gegaan, zo benadrukt Daniel Vaughan-Whitehead namens de IAO bij de voorstelling van het Global Wage Report in Brussel. Veel kans dat het nog meer is omdat de reële loongroei wellicht is overschat. Hoe kan dat? Omdat de slechtst betaalde werknemers de eerste zijn om in crisistijden uit de boot te vallen en hun werk volledig kwijt te geraken. Zo duiken hun laagste lonen niet meer op in de statistieken.

DEZE CRISIS IS NIET UIT DE LUCHT KOMEN VALLEN

Omdat de wereld zo snel draait, is het goed te herinneren aan de evolutie van de lonen vóór de financiële crisis helemaal roet in het eten kwam gooien. De groei en de verdeling van de lonen was al lang heel ongelijk. Die ontwikkeling ging gepaard met een algemeen verspreide loonmatiging. Daar wat meer in detail naar kijken, loont echt de moeite.

De voorbije drie decennia nam in alle continenten het aandeel van de lonen in de welvaartsproductie af. Hoeft het gezegd dat dit ten voordele was van een betere beloning van kapitaal?2 Dit is ook het geval voor de meeste Europese landen, zoals het nieuwe IAO-rapport vertelt. De lonen in Duitsland zagen hun aandeel in de welvaart sinds 1980 terugvallen met 12%, om en bij 10% was de achteruitgang in Oostenrijk, Finland, Slovenië en Nederland, in ons land 8%. In het tot voor kort zo vaak bejubelde Ierland bedroeg de achteruitgang van het arbeidsdeel zelfs 16%.

De twee voorbije crisisjaren daalde de productiviteit van onze bedrijven sterk. Een bredere kijk op de voorbije decennia leert echter dat de lonen zowat overal achterbleven en -blijven bij de stijgende economische productiviteit.

STEEDS GROTERE LOONONGELIJKHEID

De steeds grotere loonongelijkheid is vooral een probleem van de hoogste lonen die werkelijk door het plafond schieten. Voor één keer is de uitdrukking ‘the sky is the limit’ op haar plaats.

En die ongelijkheid is evenzeer een probleem van de laagste lonen. Het aantal slecht betaalde werknemers is de jongste decennia almaar blijven toenemen. Het fenomeen is bekend van de Verenigde Staten waar de zogenaamde working poor - mensen die wel werk hebben maar toch te arm zijn om rond te komen - met wel zeven en een half miljoen zijn. Ook Europa kent echter dat fenomeen, voor de hele Europese Unie schat men dat 17,5 miljoen mensen werken én arm zijn. In China is een kleine helft van de slecht betaalde migranten-werknemers arm.

Voor velen wellicht verrassend is dat het fenomeen van slecht betaalde werkende mensen de jongste vijftien jaar sterk is gegroeid in landen waar men dat niet meteen verwacht, in landen als Duitsland en Luxemburg. Zo komt het dat deze beide landen met goed 20% slecht betaalde werkenden bijna even slecht scoren als de Verenigde Staten met net geen kwart. In hetzelfde peloton zitten Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Hongarije en Canada. Zuid-Korea doet nog slechter met ruim een kwart.
Dan doen Zwitserland, Denemarken en België het dubbel zo goed. Finland telt zelfs amper 6% slecht betaalde werkende mensen.

De conclusie ligt voor het rapen: wie werkt, is benadeeld. Al vele jaren, en tot vandaag, plukken de meeste werkende mensen allerminst hun gerechtvaardigde deel van de groeiende welvaart. Wie van werken moet leven, en dat zijn verreweg de meeste mensen, is zwaar benadeeld.

EEN ANDERE KIJK OP DE CRISIS

Natuurlijk hebben de capriolen van de grootbankiers tot een financiële en vervolgens ook tot een economische crisis geleid. Maar er spelen ook andere fenomenen. De loonevolutie van de voorbije decennia - met een ongelijke inkomensverdeling tussen kapitaal en arbeid - was zeker ook een grote oorzaak van de crisis die ons trof in 2008 en 2009. Als kapitaal beter wordt beloond dan arbeid, maakt die ongelijkheid vele gezinnen zo arm dat ze zich in de schulden moeten steken om te kunnen consumeren, versta, om te kunnen (over)leven. Zulke overmatige schuldopbouw blijkt allerminst een recept voor een goede economische ontwikkeling.

WAT NU?

Nu we weten nu hoe de financiële crisis de stijging van de lonen knakt, vooral van de armsten, en dat die crisis mee is veroorzaakt door drie decennia ongelijke loonevolutie - wie van werken moet leven, is zwaar benadeeld ten voordele van kapitaal - wat nu? Wat kunnen we doen om te beletten dat economische crises de koopkracht en het toekomstperspectief van massaal veel mensen aantasten? Beter nog, hoe vermijden we een nieuwe financiële crisis? En hoe bereiken we dat de vruchten van de stijgende welvaart opnieuw meer worden geplukt door wie werkt, en dat het fenomeen van de werkende armen teruggedrongen geraakt? Ook voor de toekomst zijn er nuttige voorstellen te halen uit het rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

HET VEELZIJDIGE NUT VAN SOCIAAL OVERLEG EN COLLECTIEVE ONDERHANDELINGEN

Een groot deel van de economische wereld, en ook van de politiek en de media, neemt nog altijd het sociaal overleg zwaar op de korrel, om nog maar te zwijgen van de aversie voor vakbonden. Dan vallen vermeende argumenten als ‘niet flexibel’ of ‘niet marktconform’. De werkelijkheid is dat net de afwezigheid van een sterk sociaal overleg en van grote vakbonden een economische ramp is omdat ze een crisis alleen maar erger maakt.

Hoe kan dat? In crisistijden dwingt een sociaal overlegmodel werkgevers en werknemers - via hun organisaties - te onderhandelen over lonen, werktijd en werkgelegenheid. Waar geen sociaal overleg bestaat, zoekt men niet uit hoe men de werknemers toch aan boord kan houden, met arbeidsverdeling, systemen van tijdelijke werkloosheid, of wat dan ook. Neen, ze worden massaal ontslagen. Dit is vanzelfsprekend nefast voor al wie werk en inkomen verliest.
Maar de negatieve impact gaat nog veel verder. Want die massale ontslagen doen de koopkracht en de economie verder krimpen. De economie belandt in een negatieve spiraal, in een recessie. Heel anders verloopt het in landen met een sterk sociaal overleg. De aanslag op de lonen, en dus op de koopkracht, is er opvallend kleiner. En dit kan voorkomen dat de economie er in een lange recessie tuimelt.
En er is een extra immens nadeel aan het ontbreken van dit sociaal overleg. Bedrijven die al te makkelijk hun personeel op straat kunnen gooien, zijn daarna veel minder goed in staat om snel in te pikken op een economisch herstel. Want zonder werknemers lukt dat natuurlijk niet.
Nog zijn de voordelen van sterk sociaal overleg en een hoog vakbondslidmaatschap niet uitgeput. Het helpt namelijk om de voortdurende achterstand van de lonen op de stijgende productiviteit in te halen. Dit vermindert de noodzaak voor gezinnen om zich in de schulden te moeten steken voor alles wat echt nodig is om fatsoenlijk te kunnen leven. Het vermindert meteen ook de kans op een hernieuwde financiële crisis.

VOORAL GEEN LOONMATIGING MEER

Het Global Wage Report van de IAO schuift nog een andere conclusie dwingend naar voren. De politiek van loonmatiging van de jongste decennia, waarbij werknemers er qua beloning voortdurend relatief op achteruitgaan ten opzichte van kapitaal, was al de grote oorzaak van de crisis. Nu nog verder loonmatiging prediken, leidt bijna zeker tot een nieuwe crisis.

Al te evident kan je dan in vele media verwijzingen naar het Duitse succesmodel lezen en horen. Daar passen minstens twee grote kanttekeningen bij.
Ten eerste drijft dit model op een steeds groter aantal mensen dat wel werkt, maar er niet zijn brood mee kan verdienen. De werkende armen zijn in Duitsland al bijna even talrijk als in de Verenigde Staten, met respectievelijk goed 20% en een kleine 25% van de werkende mensen. Wie het Duitse model bepleit, pleit dus ook voor onleefbare uurlonen van vijf euro en zelfs minder.
Ten tweede drijft de Duitse economie vrijwel volledig op een heel succesrijke export met reuzengrote overschotten. Wie dit model bepleit voor de hele wereld, mag dan eens uitleggen hoe alle landen een exportoverschot zouden kunnen realiseren? Dat is onmogelijk. Als sommige landen overschotten realiseren, moeten andere landen met tekorten zitten. (Sta me de opmerking toe dat sommige economen wel eens meer proberen het onmogelijke te propageren. Ze kelderen meteen ook de wetenschappelijkheid van hun eigen discipline)
Slotsom: wie een gezonde economische ontwikkeling en een sociaal verantwoorde economie beoogt, zal zich dus kanten tegen een voortgezette politiek van loonmatiging.

HET BELANG VAN DE BINNENLANDSE ECONOMIE

Als de lonen kunnen mee evolueren met de stijging van de welvaart en van de productiviteit, is dit ook een grote stimulans voor de binnenlandse economie. Zo vermijdt men de extreme exportafhankelijkheid van bijvoorbeeld de Duitse of Chinese economie. China is trouwens zijn les aan het leren, aldus de IAO. Het land is één van de weinige waar de regering een bewuste politiek voert van loonsverhogingen en van stimulering van de binnenlandse economie.

AFGERAKEN VAN ONLEEFBAAR LAGE LONEN

De cijfers uit het Global Wage Report voor zo verscheiden landen als Brazilië, Indonesië, Zuid-Afrika en Zuid-Korea laten maar weinig twijfel toe. Telkens valt op hoe in de sectoren waar de lonen laag zijn, de vakbonden zwak staan. En omgekeerd, waar meer werknemers lid zijn van een vakbond, zijn de lonen hoger. Het is, aldus IAO, een grote uitdaging voor de vakbonden om sterker te worden in zwakke economische sectoren. Dat is zeker een uitstekende manier om slecht betaalde werknemers vooruit te helpen.

DE ROL VAN MINIMUMLONEN EN VAN EEN MINIMUMINKOMEN

Minimumlonen zijn zowel rechtvaardig als economisch voordelig. Ze maken dat de meest kwetsbare werknemers toch het inkomen hebben dat zo hard nodig is. En ze beletten dat economieën de dieperik induiken doordat de vraag wegvalt.
Reeds in het voorbije decennium was er een groeiende waardering voor minimumlonen. Zowel rijke landen als het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Australië als economische groeilanden als Brazilië, China en Zuid-Afrika voerden minimumlonen in. Ze bestaan nu in negen op tien landen. Opvallend is dat zelfs in het crisisjaar 2009 de helft van 108 onderzochte landen de minimumlonen verhoogde.
Er zijn nog manieren om slecht betaalde werknemers van een aanvaardbaar minimuminkomen te verzekeren. Overheden kunnen financieel bijspringen om hen toch in de arbeidsmarkt te houden met een ietwat verhoogd inkomen. Ook relatief succesvol zijn programma’s als Bolsa Familia in Brazilië en Child Support Grant in Zuid-Afrika die voorzien in financiële steun voor kwetsbare gezinnen. Ze bereiken vooral dat kinderen van onderwijs genieten en dat de vicieuze cirkel van lage onderwijsgraad en lage lonen doorbroken raakt.

EEN SOKKER VAN SOCIALE BESCHERMING

Zo belanden we ook bij het belang van een sokkel van sociale bescherming. Dat is het onderwerp van een recent rapport Social Protection Floor for a Fair and Inclusive Globalization dat de voormalige Chileense presidente Michelle Bachelet eind oktober 2011 klaar had voor de IAO. Het beklemtoont het simpele belang dat iedereen over voldoende elementaire of basis inkomenszekerheid moet kunnen beschikken. Dat kan in de vorm van onder andere pensioenen, kindergeld of uitkeringen voor gehandicapten. Wie herkent hierin niet grotendeels de sociale zekerheid die in een aantal landen in vorige eeuw moeizaam is opgebouwd? Het kan ook gaan om werkgelegenheidsgaranties voor werklozen en om waardig en dus minstens voldoende betaald werk voor werkende armen.

WAAR BLIJFT DE SOCIAALECOLOGISCHE ECONOMIE?

Natuurlijk kan niet elke studie alles behandelen. Maar dit Global Wage Report behandelt wel de loonontwikkeling in de ruimere context van de recente crisisjaren, en zelfs van de drie voorbije decennia van neoliberalisme. Dan zou het niet mogen om voorbij te gaan aan de zware ecologische crises die in dezelfde periode fel de kop opsteken. Want zowel de opwarming van de aarde als de razendsnelle erosie van de planetaire biodiversiteit ondermijnen al op vrij korte termijn elke gezonde en duurzame economie, en dus de daarop gebaseerde koopkracht.
Dit manco is zoveel te verrassender omdat net de IAO de voorbije jaren al op de proppen kwam met voorstellen voor groene jobs en een groene economie. Maar in dit rapport is er jammer genoeg geen woord aan besteed. Terwijl het net essentieel is om de noodzakelijke crisisbestrijding te koppelen aan de noodzaak van een echt duurzame economie die zo snel mogelijk opnieuw binnen de ecologische grenzen van onze aarde opereert. Hoe kan dat? Door ervoor te zorgen dat economische herstelprogramma’s in de eerste plaats zorgen voor goed betaalde jobs in de sociaalecologische economie die we nodig hebben.

Dirk Barrez 3
Hoofdredacteur en coördinator van DeWereldMorgen.be en PALA.be

Noten
1/ Global Wage Report 2010/11: Wages policies in times of crisis, ILO, 15 december 2010, 122 p.
2/ Zie ook Dirk Barrez en John Vandaele, Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werken in tijden van globalisering en crisis, 2009, p.72.
3/ Deze bijdrage verscheen in twee delen op DeWereldMorgen.be. Dirk Barrez is auteur van o.a. van Verontwaardiging naar Verandering (2011, Global Society), Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving (2008, EPO) en co-auteur van Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van globalisering en crisis (2009, EPO).

financiële crisis - sociale bescherming - loonvorming

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 10 (december), pagina 29 tot 32 en 41 tot 42