Abonneer Log in

Zin geven aan de crisis

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 10 (december), pagina 1 tot 3

Met de financiële crisis, die in 2007 in de VS begon en nu in de Eurozone voortwoedt, zijn wij tamelijk onverwacht in een zware storm terechtgekomen. Politiek en maatschappelijk is het een ware uitdaging hier de nodige zin aan te geven, niet in het minst voor progressieve, emancipatorische bewegingen. Verschillende aspecten van de crisis, maar ook de gevolgen en beleidsreacties, verdienen de nodige reflectie. Ik beperk me hier tot een paar losse gedachten.

De westerse financiële wereld is de voorbije decennia vormgegeven door een transnationaal netwerk van private en publieke actoren, in centra als Wall Street, de Londense City, Washington, Frankfurt en Basel. Ondanks de meningsverschillen, heeft zich binnen dit netwerk een consensus kunnen vestigen rond een (ideologisch gemotiveerde) regulatorische laksheid, alsook de legitimiteit van extreme risico’s en hebzucht. Daarbij zijn er indicaties van al te gezellige relaties tussen private bedrijven en regulerende instanties. Belangrijk is dat dit netwerk de technische expertise aangaande het hedendaagse financiewezen grotendeels heeft gemonopoliseerd. De vraag is nu of voldoende mensen ‘van buiten’ verantwoordelijke posities binnen deze structuren (kunnen) opnemen om deze sector van koers te laten veranderen. Het democratisch deficit is alvast enorm. Zullen we de komende jaren een democratisering van de expertise zien, met een grotere rol van parlementen, publieke opinie en middenveld? Zal de regulerende omkadering van de financiële sector een meer interdisciplinair karakter krijgen, waarbij niet alleen ‘bankiers’ het voor het zeggen hebben? Wordt een robuust kader uitgebouwd omtrent het broodnodige toezicht op de toezichthouders? Zullen we de financiële transactietaks (FTT) er nu eindelijk door krijgen?

Het is juist, de deregulering, de ondoorzichtige financiële ‘innovatie’ en de ongebreidelde kapitaalmobiliteit hebben in de afgelopen fase van neoliberale mondialisering aan de financiële markten een te grote macht gegeven. Maar hebben nationale overheden, zoals de Griekse, Italiaanse en Belgische, ook zelf geen macht aan de markten afgestaan door chronisch zulke hoge staatsschulden aan te houden? Naast het verlies van macht aan de obligatiemarkten gaat dit ook om megatransfers van de belastingbetaler naar nationale en internationale private beleggers. Daarom is er weinig sociaal te noemen aan een staat die langdurig zo boven zijn stand leeft. Aangehouden begrotingssanering zal de komende jaren een topprioriteit moeten zijn, want we moeten van die reusachtige schuld/BBP-ratio’s af. Saneren kan evenwel op een sociaal verantwoorde manier. Voor het eerst sinds mensenheugenis werd in België en elders de inkomstenzijde hoog op de agenda gezet: vermogensfiscaliteit, de ondertaxatie van grote bedrijven, de nucleaire rente, de FTT - naast de reeds begonnen politieke strijd tegen de fiscale fraude. Dat is te danken aan de linkse partijen en de vakbonden die hiervoor (eindelijk) de nodige moed aan de dag hebben gelegd. Dit is een mooie start. Maar toch moeten we blijven ijveren voor een beter debat, en met name een meer volwassen debat.

Het gaat nog te weinig over het globale plaatje, over de nodige coherentie en rechtvaardigheid binnen het fiscale huis, dat aan een grondige algemene renovatie toe is. Het debat wordt nog te weinig met open vizier gevoerd. Net als vroeger, hebben ook deze regeringsonderhandelaars incrementele aanpassingen binnen de kapitaalfiscaliteit doorgevoerd, zonder al te veel open en eerlijke discussie met de bevolking. Alsof de partijen er zich zelf voor schamen dat in bepaalde gevallen de roerende voorheffing naar omhoog gaat. Op die manier wordt op het publieke forum nog te veel ruimte gelaten aan rechtse commentatoren, die gretig het magische woord ‘middenklasse’ gebruiken wanneer ze de betere lagen van de bevolking bedoelen. Daar is nog veel ruimte om op een rechtvaardige manier bij te dragen, zodat het dichtrijden van de laatste gaten in de begroting op een menselijker manier kan gebeuren. De maatregelen van Di Rupo zijn nog maar het begin; deze strijd gaat hopelijk door.

Een dergelijke diepe, structurele crisis moet worden aangegrepen om stappen vooruit te zetten in broodnodige maatschappelijke transformaties. Omstreeks 2008/9 leek op internationaal vlak enig momentum te ontstaan omtrent ecologische exit-strategieën, green stimulus en green growth. Er kwamen hoopgevende signalen vanuit Obama, Ban Ki-moon en anderen, maar vandaag kunnen we niet spreken van een trendbreuk. Het bewustzijn dat deze wereld geteisterd wordt door ‘multipele crisissen’ (financiën, klimaat, energie, voedsel, werk), is niet doorgebroken. Kijk naar de klimaatflop in Durban. Dan hebben we het nog niet eens over het noodzakelijke debat of onbeperkte groei in Noord en Zuid - het project van de meeste politieke partijen, regeringen en internationale organisaties - überhaupt compatibel is met de biofysische grenzen van deze planeet. Gingen de rijke landen tegen 2050 hun CO2-uitstoot niet met 80 à 90% verminderen?
De crisis en de reacties erop bieden ook veel stof tot nadenken over de heersende politieke cultuur in Europa. De politieke wereld blinkt al te vaak uit door zwakte. De manier waarop sommigen met het Europese project aan het sollen zijn, is daar een illustratie van. Bekijk ook de Nederlandse gedoogregering; hoe hebben de klassieke partijen het toch zover laten komen? De meeste politieke elites zijn bovendien nog steeds verdoofd door de neoliberale consensus, in de zin dat het primaat van de politiek ten aanzien van de private sector en de ‘markten’ niet hersteld is. De Derde Weg-ideologie die zich diep in West-Europees centrumlinks had genesteld, verklaart mede waarom de linkerzijde er niet in geslaagd is bij deze crisis van het losgeslagen marktfundamentalisme het roer over te nemen.

Voor een alternatief project ontbraken de visie, deskundigheid, moed en geloofwaardigheid, en de mensen die dit moesten waarmaken. Erg vervelend aan deze crisis is dat ze ook op een rechtse manier kan worden ‘uitgelegd’, en dat gebeurt ook volop. Dan gaat het over luie Grieken, potverterende Walen, spilzuchtige regeringen, goede huisvaders en Schwabische huisvrouwen. Elio Di Rupo is zowat de enige linkse regeringsleider in de wijde omtrek, met dan nog een rechts-liberale N-VA als grootste formatie in het parlement. De obsessie omtrent het nationale concurrentievermogen blijft nagenoeg intact. De Amerikaanse oorsprong van deze crisis lijkt vergeten. Responsabilisering van de euromiljonairs; creatief nadenken over de potentiële macht van democratische politiek op nationaal, Europees en mondiaal vlak; aandacht voor het goede leven en de fundamentele ecologische vragen: dit blijft het verhaal van een minderheid. Moeten we wanhopen? Zeker niet. Maar we moeten wel beseffen dat de koers veranderen tijdens een crisis weliswaar mogelijk is, maar ook een erg moedige, alerte en creatieve politiek vergt, elke dag opnieuw.

Dries Lesage
Redactielid Samenleving en politiek

edito - financiële crisis - eurocrisis

Samenleving & Politiek, Jaargang 18, 2011, nr. 10 (december), pagina 1 tot 3