Log in

Eurocrisis toont zwakte van Europese sociaaldemocratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 2 (februari), pagina 15 tot 23

Hoe wordt het debat over de eurocrisis door sociaaldemocraten in Europa gevoerd? Die vraag proberen we te beantwoorden met een zoektocht door websites, nota’s en verslagen van zusterpartijen en van de Partij van de Europese Sociaaldemocraten (PES). Is er een visie voor een oplossing?

De voorpagina’s stonden de afgelopen maanden vol met berichten over de eurocrisis. Wat opvalt is dat het debat in de kranten volledig wordt gedomineerd door rechtse politici. Waarom ontbreekt een duidelijk sociaaldemocratisch geluid in deze discussie? Om dat te achterhalen ondernamen we een zoektocht naar het Europese sociaaldemocratische verhaal bij de eurocrisis. Dat leverde minder op dan verwacht. We stuitten op veel communiqués van partijbesturen en citaten van woordvoerders, maar kwamen weinig diepgravende analyses of uitgewerkte voorstellen tegen om uit de eurocrisis te geraken of om een herhaling daarvan te voorkomen. Met enkele uitzonderingen gelukkig: de Duitse Friedrich Ebert Stiftung (verbonden aan de SPD), het in Groot-Brittannië gevestigde Policy Network die nauw samenwerkt met de Nederlandse Wiardi Beckman Stichting (verbonden aan de PvdA), en de website Social Journal Europe besteden veel aandacht aan de eurocrisis.

We hebben vooral gezocht naar uitlatingen van verantwoordelijke sociaaldemocratische politici en publicaties van onderzoekers die in meer of mindere mate verbonden zijn aan de genoemde instellingen. Ons onderzoekje mag niet representatief genoemd worden voor alle Europese sociaaldemocratische partijen. Verklaringen van de Partij van de Europese Sociaaldemocraten (PES) laten veel vragen onbeantwoord. Dat maakt dat de nadruk enigszins is komen te liggen op Duitsland en Frankrijk, ook omdat deze landen bepalend zijn voor de aanpak van de eurocrisis.

In onze analyse gaan we in op de dilemma’s waarmee sociaaldemocratische partijen te maken hebben, de kritiek die zij uiten op het beleid van de overwegend rechtse regeringen, de rol van de banken in deze crisis, de richting waarin de oplossing gezocht moet worden, de hervorming van de Europese Unie en het hiermee verbonden democratische tekort. Er zijn nauwelijks sociaaldemocratische politici of intellectuelen te vinden die pleiten voor het opheffen dan wel opsplitsen van de eurozone, maar voor onmogelijk worden deze opties niet gehouden.

EUROPEES DENKEN

De bankencrisis uit 2007/2008 leidde wereldwijd tot een felle kritiek op het financiële stelsel en het neoliberale marktdenken dat daar achter steekt. Een uitgelezen kans om punten te scoren voor sociaaldemocraten zou men denken. Helaas lukte dat niet. Nergens in Europa wisten sociaaldemocraten een grote electorale winst te boeken en het mobiliserend potentieel van de crisis te benutten, zo bleek bij de Europese verkiezingen van 2009. Ernst Hillebrand en Gero Maass van de Friedrich Ebert Stiftung typeren de zwakte van de sociaaldemocratie met de volgende steekwoorden: ‘medeverantwoordelijk voor de liberalisering van de markten’, ‘fatalistisch’, ‘niet opgewassen tegen het dominante marktdenken’ en ‘kwetsbaar in het licht van de kritiek op de big society’.1

Jon Bloomfield stelt op de website van Social Journal Europe dat de Europese sociaaldemocratie berust in de monetaristische oplossingen die door rechts worden aangedragen. Hij pleit voor een coherente uitdaging aan de mantra’s van het Duitse financiële establishment en de Europese Centrale Bank (ECB). Wanneer gaan Hollande, Gabriel en Miliband elkaar ontmoeten om een gezamenlijk programma uit te werken?2 Volgens Gerassimos Moschonas (Panteion Universiteit Athene) kwam de PES weliswaar met enkele goede alternatieve voorstellen voor een bredere aanpak van de financiële crisis (regulering van de markt, financiële transactiebelasting, Europees stabilisatiefonds - waarover later meer), maar slaagde zij er niet in de nationale partijen rond deze ideeën te verenigen.3 Stefan Collignon (politiek econoom, onder meer verbonden aan de London School of Economics) verklaart dit door te wijzen op het feit dat de sociaaldemocratie het verlies van nationale soevereiniteit op sociaaleconomisch gebied aan Europa (nog) niet heeft weten op te vangen door een beter samenspel op dat niveau.4

Olaf Cramme (Policy Network) omschrijft het sociaaldemocratisch dilemma als volgt: ‘Whereas in the past nation-state social democracy could deploy the full range of macro- and micro-economic instruments to tame rampant capitalism, it is nowadays limited to prioritising supply-side reforms and fighting a rather defensive struggle to maintain existing levels of social security and welfare’.5 De sterke nationale oriëntatie van de meeste sociaaldemocratische partijen is niet nieuw - Europees denken is, anders dan een eeuw geleden, niet hun sterkste punt - maar het is niet alleen een kwestie van attitude. Er bestaan grote meningsverschillen over de aanpak van de eurocrisis.

HET BELEID VAN RECHTSE REGERINGEN WEERLEGGEN

Over de oorzaken van de crisis zijn de meeste sociaaldemocraten en progressieve analisten het wel eens: er zijn in de loop der jaren te veel barrières weggenomen om aan financiële markten ruim baan te geven en de monetaire unie functioneerde niet goed. Deze vorm van negatieve integratie is vervolgens onvoldoende gecompenseerd met vormen van positieve integratie zoals controle van de markten, het aanpakken van freerider-gedrag, het bestrijden van ongelijkheid en andere vormen van sociaal beleid. En dit wreekt zich nu.6

Het Groei- en Stabiliteitspact (GSP) heeft de crisis niet kunnen voorkomen. In het geval van Griekenland was er te weinig toezicht en de problemen in Ierland en Spanje - te
veel lenen in de particuliere sector - vielen buiten het bereik van het pact. Die situatie ontstond na invoering van de euro, toen een aantal landen hun rentes ineens fors omlaag zagen gaan, waarmee een binnenlandse boom kon worden gefinancierd. Daarbij ging het vooral om non-tradables zoals de bouw. Huizen kun je niet importeren, dus een door goedkope leningen opgefokte vraag leidde tot hogere prijzen en lonen, én tot hogere inflatie. Toen die markt instortte werden nationale overheden, die overigens een keurig begrotingsbeleid hadden gevoerd, gedwongen de banken te redden. Daarbovenop kwam de last van de extra financiering om de economische crisis te bestrijden. Het tijdens de groeispurt geleende geld kwam uit landen als Duitsland waar inkomensmatiging, privé-besparingen en hogere exporten tot overschotten leidden.

De EU (of liever de eurozone) kiest voor symmetrische oplossingen voor asymmetrische problemen: de aangescherpte budgetdiscipline is van toepassing op alle lidstaten, maar de nadruk op de schuldenlanden miskent het probleem van de landen met een overschot op de betalingsbalans. Hun besparingen zijn in het verleden naar de tekortlanden gevloeid en daar tegen relatief lage rente ingezet voor tekortfinanciering (Griekenland) of voor investeringen in de huizenmarkt (Spanje en Ierland). Een gemeenschappelijke verklaring7 van Sigmar Gabriel (voorzitter SPD) en Martine Aubry (voorzitter PS) uit juni 2011 bepleit een correctie hierop door het stimuleren van de binnenlandse bestedingen in de rijkere EU-landen. Deze vorm van kritiek op een te stringent bezuinigingsbeleid is ook te vinden in een partijleidersdocument van de PES8 uit 2010, waarin wordt gevraagd om een meer expansief begrotingsbeleid van sparen en uitgeven. Het duurzaam maken van de totale overheidshuishoudingen is ook goed mogelijk door in overschotlanden de belastingen te verhogen via een ecotaks of door een belasting op financiële transacties. Michael Dauderstadt van de Friedrich Ebert Stiftung stelt in een recente publicatie onomwonden dat schulden groei mogelijk maken en besparingen niet.9

Investeren in groei is een onderwerp dat we vaak tegenkwamen tijdens onze zoektocht naar de visie van sociaaldemocraten in Europa. Een fundamentele kritiek op het neoliberale six-pack, een zestal - in september door het Europees Parlement aanvaarde - wetgevingsvoorstellen voor fiscale discipline en economische coördinatie, ontbreekt evenwel. Een PS-lid van het Franse Parlement bekritiseert slechts het technocratische karakter van het Europese semester - het jaarlijkse toezicht van de EU op het begrotingsbeleid en economische beleid van de lidstaten - en meent dat de Europese Commissie onvoldoende legitimiteit heeft om de lidstaten op hun tekortkomingen aan te spreken.10

De fractie van Socialisten en Democraten (S&D) in het Europees Parlement reageerde in september 2011 overigens wél kritisch op het six-pack: ‘The reform is an austerity pack based on cuts and sanctions that leaves no room for manoeuvre, for smart spending and targeted investment. (…) Without strong growth, member states won’t be able to respect their six-pack commitments to cut debt and public deficits.’11 Maar veel meer kritiek hebben we niet kunnen vinden. Dit mag enige verbazing wekken omdat de nieuwe procedures met betrekking tot buitensporige tekorten en buitensporige economische onevenwichtigheden de nationale beleidsruimte verder inperken, zonder dat er op Europees niveau nieuwe instrumenten voor bijvoorbeeld het stimuleren van investeringen en groei zijn bijgekomen, laat staan de introductie van nieuwe verdelingsmechanismen zoals een fiscale unie.

De EU kan in economisch opzicht steeds meer als één land worden gezien, maar in politiek opzicht zeker niet. Veelvuldig wordt gewezen op het gebrekkige democratische karakter van de Europese politiek. Europese en nationale parlementen zouden veel meer betrokken moeten worden bij het beleid, zeggen veel sociaaldemocraten. Intergouvernementalisme blokkeert het zicht op het algemeen belang van de Unie en houdt daardoor het ontstaan van een Europese loyaliteit tegen. Het probleem wordt breed erkend, maar oplossingen hiervoor hebben sociaaldemocratische politici niet voorhanden. Vanuit de Londen School of Economics doen Stefan Collignon en Fritz Scharpf wel voorstellen op sites van sociaaldemocratische denktanks, bijvoorbeeld voor een Europese regering die slechts verantwoordelijk is voor de publieke goederen en diensten die alle burgers raken.12

DE BANKEN, FTT, ECB EN EUROBONDS

De financiële markten en de banken zijn in het sociaaldemocratische discours een populaire kop van Jut. Er worden radicale veranderingen geëist: ze zouden geen financiële producten meer mogen leveren die niet bijdragen aan de reële economie en zouden geen puur speculatieve doelen meer mogen dienen.13 En banken moeten meebetalen aan het herstel van de crisis. Het eerder aangehaalde partijleidersdocument van de PES uit 2010 wil credit default swaps en short selling verbieden, een belasting van 0,05% op financiële transacties (het gaat hierbij om miljarden transacties) en een Europees rating agency instellen (zodat we niet meer volledig afhankelijk zijn van de Amerikaanse agentschappen).

In november 2011 stemde het Europees Parlement inderdaad in met een verbod op zeer risicovolle vormen van speculeren op de financiële markten. Het verbod kwam tot stand door een overeenkomst tussen de Europese Raad en het Europees Parlement. De Luxemburger Goebbels, onderhandelaar namens de S&D-fractie, zei over de uitkomst: ‘This legislation on short selling is one of the most important for tackling the eurozone crisis, in particular for discouraging speculation against debts owned by member states. I simply regret that we couldn’t reach an agreement sooner. Then, we would have had a much less difficult summer’. Naast een verbod op het zogenaamde naked short selling komt er ook een einde aan de mogelijkheid voor het kopen van credit default swaps - bijvoorbeeld van Portugal of Griekenland - zonder de onderliggende staatsobligaties daadwerkelijk te bezitten, zoals tot nu toe mogelijk was.14

De Financial Transaction Tax (FTT), de eerder genoemde belasting op financiële handelingen, krijgt inmiddels vrijwel universele steun van sociaaldemocratische partijen. Labour aarzelt nog en houdt vast aan de Britse variant dat alleen een mondiale FTT aanvaardbaar is15, terwijl de Franse socialisten menen dat indien niet alle EU-landen instemmen er een kopgroep gevormd moet worden.

SPD-leider Gabriel stelde onlangs dat een tweede redding van banken zonder robuuste regulering van de financiële sector voor hem onaanvaardbaar is. De PS eist in ruil voor een eventuele steun aan banken een grotere controle van de overheid op het opereren van de banken. De PS is ook voor een strikte scheiding van retailbanken en zakenbanken.16 Gabriel (SPD) is het daarmee eens. Vrij vertaald uit het Duits: ‘Bij zakenbanken hangen we een bord op waarop staat dat ze niet door de staat gegarandeerd worden.’17

De rol van de Europese Centrale Bank (ECB) is een terugkerend onderwerp, maar van eensgezindheid daarover is geen sprake. Franse socialisten zien in de ECB een lender of last resort met een in principe onbeperkt vermogen tot geldschepping die (net als de Federal Reserve in de Verenigde Staten) geld in de economie kan injecteren. Presidentskandidaat François Hollande vindt dat de ECB landen moet kunnen steunen die ondanks hun begrotingsdiscipline het slachtoffer zijn geworden van speculatie. Buiten Frankrijk wordt deze opvatting niet gedeeld en heeft men er zelfs moeite mee dat de ECB op de secundaire markt leningen van schuldenlanden opkoopt - de ECB is er voor de prijsstabiliteit en niets anders, menen zij. Als de ECB rechtsreeks leningen zou verstrekken, dan zou dat neerkomen op het scheppen van nieuw geld, met onherroepelijk inflatie tot gevolg. De opdracht van de ECB is juist om dat tegen te gaan. Het is de rol van het EFSF (European Financial Stability Facility, het steunfonds voor in de financiële problemen geraakte eurolanden), zo wordt geredeneerd, omkapitaal aan te trekken op de financiële markten. Hier moet wel aan worden toegevoegd dat de afgelopen maanden een verschuiving waarneembaar is geweest in de opstelling van de meer behoudende sociaaldemocratische partijen zoals de SPD en de Oostenrijkse sociaaldemocratische partij SPÖ. Naarmate de crisis zich verdiept, blijken deze toch de mogelijkheid van een meer actieve rol van de ECB niet uit te sluiten.

Eurobonds (Europese ‘staatsobligaties’) zijn populair in de Europese sociaaldemocratische familie. Het uitgeven van dergelijke leningen door het EFSF - dat nu veel moeite heeft geld op te halen in de markt - zou de rentelasten voor de tekortlanden aanzienlijk omlaag brengen en daarmee geld vrijmaken voor economische stimulering. Wel leeft het besef dat het uitgeven van eurobonds pas mogelijk is nadat de budgettaire discipline in de hele eurozone hersteld is. Ook pleiten sommigen voor het uitgeven van deze obligaties tot 60% van de staatsschuld. Daarboven zouden landen gewoon op de markt met de daar geldende rentes moeten lenen.

KLEINSTE GEMENE DELER

De eurocrisis heeft welhaast onvermijdelijk meer Europese integratie tot gevolg, erkennen de meeste sociaaldemocraten. Maar hoe dat precies moet worden vormgegeven, blijft tamelijk vaag. Begrippen als ‘economische regering’ en ‘fiscale en politieke unie’ worden regelmatig in de mond genomen, maar niet uitgewerkt. Er lijkt hierover binnen de Europese sociaaldemocratie geen overeenstemming te bestaan, want in PES-verklaringen vindt men weinig over institutionele veranderingen.

Hiervoor wezen we al op de Franse kritiek op de rol van de Europese Commissie bij de implementatie van het Europees semester. Dat riekt naar het van dat land welbekende intergouvernementalisme. En het staat haaks op het voorstel van Nederland, en de PvdA, om een eurocommissaris te belasten met het begrotingstoezicht - een gedachte die mede is ingegeven door wantrouwen ten opzichte van de Europese Raad, die zelf in het verleden heeft bijgedragen tot het afzwakken van de afspraken binnen het Groei- en Stabiliteitspact. François Hollande deelt dit wantrouwen niet en stelt voor dat de voorzitter van de Europese Raad meer macht moet krijgen en hij het voorzitterschap van de Europese Commissie en van ECOFIN moet ‘absorberen’. De keuze voor een communautaire of intergouvernementele aanpak is een fundamentele en raakt de kern van de democratische kwestie in Europa.

Een andere wezenlijke vraag wordt opgeworpen door SPD-er Hans-Joachim Hacker. Is de methode-Monnet, die van stapje voor stapje integreren zonder einddoel, niet uitgewerkt? Zijn er niet meer radicale stappen nodig? Hij komt daarom met twee vergaande institutionele ingrepen: een Sociaal Stabiliteitspact (waarin sociale minimumnormen worden opgenomen) en een Betalingsbalanspact (bedoeld om meer evenwicht te brengen tussen landen met overschotten op de betalingsbalans en landen met tekorten). Hacker wil ook een Europees minimumloon én hij wil een Europese werkloosheidsverzekering om asymmetrische schokken binnen de regio beter op te kunnen vangen.

De verklaring van een aantal PES-partijleiders op 25 oktober 2011 naar aanleiding van een eurozonetop, kan men zien als de kleinst gemene deler van de opstelling van de Europese sociaaldemocraten ten aanzien van de eurocrisis.18 Daarin worden vier prioriteiten genoemd:
- het invoeren van de financiële transactiebelasting;
- een initiatief om banen te scheppen door het mobiliseren van privé-besparingen en een grotere rol voor de Europese Investeringsbank (EIB);
- het reguleren van de financiële markten;
- het aanpakken van de rating agencies.

De PES wil dat het EFSF versterkt wordt, maar niet ten koste van de nationale begrotingen en de belastingbetaler. De voorstellen zijn weinig gedetailleerd en nergens staat hoe ze gerealiseerd kunnen worden. Er wordt geen aandacht besteed aan institutionele vragen, aan het democratische tekort of aan de structurele gebreken van het eurosysteem.

In een op 24 november 2011 door de Raad van de PES aangenomen verklaring wordt een bedrag genoemd voor een Europees investeringsplan van € 210 miljard, gedeeltelijk te financieren met een financiële transactiebelasting. De banken moeten worden aangepakt door het verbieden van bepaalde speculatieve acties en het scheiden van zaken- en spaarbanken. Aanbevolen wordt om te onderzoeken of het EFSF door de ECB gefinancierd kan worden en of het mogelijk is eurobonds uit te geven. Het onderlinge toezicht op begrotingen moet worden versterkt maar niet ten koste van het Europese sociaal model en Europa mag zich niet bemoeien met de lonen. En volgens de PES is de bottom line de volgende: ‘We can no longer allow the financial markets to dictate public policy’. Op de website van de PES staat bij deze verklaring dat de Britse Labour Party zich er niet aan gebonden acht.

Tot slot nog een opmerking over de eurotop van 8 en 9 december 2011. De zeventien eurolanden besloten een eigen begrotingspact op te stellen nadat het Verenigd Koninkrijk een verdragswijziging blokkeerde. Daarin worden een wettelijke tekortrem opgenomen en welhaast automatische sancties bij begrotingstekorten. Negen van de tien niet-eurolanden verklaarden in principe bereid te zijn toe te treden tot het nieuwe verdrag dat in maart 2012 op tafel moet liggen.
Op de top werd ook besloten tot versterking van de stabilisatiemechanismes voor noodgevallen. Vooral de banken zullen daarover tevreden zijn - in de toekomst hoeven zij niet meer mee te betalen aan schuldsanering. Het zal niet verbazen dat met slechts vier sociaaldemocratische ministers-presidenten in de zaal (waarvan één demissionair), het slotcommuniqué weinig sociaaldemocratische wensen bevat - geen grotere rol voor de ECB, geen eurobonds, geen financiële transactiebelasting, geen groter noodfonds.

CONCLUSIE

De sociaaldemocratische discussie op Europees niveau over de eurocrisis is een afspiegeling van zeventien (of zevenentwintig) nationale discussies die op Europees niveau geen equivalent kennen. Dit vormt ook de inherente zwakte van de PES, die een partij van partijen is en als gevolg van de gehanteerde consensusregel meestal op de kleinst gemene deler uitkomt. Ook is de PES gehandicapt door de omstandigheid dat er nog maar weinig sociaaldemocratische premiers over zijn (vier van de zevenentwintig). Daardoor ontbreken aansprekende leiders en een gevoel van macht. Optimisten hopen dat dit zal veranderen na de verkiezingen in Frankrijk en Duitsland van 2012 en 2013. Zij verwijzen daarbij naar eerdere verkiezingen in IJsland en Ierland die sociaaldemocratische winst opleverden.

Merkbaar is ook dat sommige zusterpartijen de hete adem in hun nek voelen van populistische concurrenten met anti-Europese opvattingen die proberen garen te spinnen bij de eurocrisis. Zij vrezen dat de aanpak van de eurocrisis het democratisch tekort zal vergroten met alle electorale risico´s van dien. Dit vertaalt zich in een aarzelende houding van sommigen ten opzichte van overdracht van bevoegdheden aan Brussel.

Natuurlijk zijn er inhoudelijke overeenkomsten. Vrijwel alle partijen zijn het erover eens dat naast bezuinigingen ook investeringen nodig zijn, dat de financiële markten moeten meebetalen via een financiële transactiebelasting en dat eurobonds een middel zijn om de schuldenproblematiek aan te pakken. Maar over de invulling hiervan is men - bewust? - vaag.

Er is een kloof waarneembaar tussen de partijen uit de overschotlanden en die uit de tekortlanden. De eerste hebben in grote lijnen ingestemd met de zware bezuinigingen die voor de hulpbehoevende landen zijn opgelegd. Zusterpartijen in Griekenland, Spanje en Portugal hebben het zwaar voor hun kiezen gekregen in de vorm van een regeringswissel in het eerste land en grote verkiezingsnederlagen in de andere twee. In Italië ziet links zich gedwongen een zakenkabinet, en forse bezuinigingen, te steunen. Dergelijke ingrijpende gevolgen zijn de collega’s in Noordwest-Europa bespaard gebleven. In de rijkere landen zijn sociaaldemocraten kritischer geworden op de markt; in het Zuiden zijn ze zich meer bewust van de noodzaak van structurele aanpassingen om hun economieën weerbaarder te maken.

Het sociaaldemocratisch geluid zou in Europa nog veel aan kracht kunnen winnen door meer aandacht te geven aan de sociale dimensie van de crisis en te hameren op werk, werk, werk. Ook in de rijkere landen dreigt nu de werkloosheid op te lopen. Aan bezuinigingen valt niet te ontkomen, maar de manier waarop zij worden ingevuld, maakt nogal wat uit. De huidige crisis leidt onvermijdelijke tot een ander Europa maar zo’n transformatie is geen natuurverschijnsel. Hoe sociaaldemocraten die toekomst zien, zou tot het kerndebat gerekend moeten worden. Wat ons betreft leidt dat tot een keuze voor meer Europa, maar niet ongeclausuleerd en niet zonder discussie. Sociaal en democratisch zijn de trefwoorden. De crisis overleven en wakker worden in een Europa dat de verzorgingsstaat heeft opgeofferd en aan democratie heeft ingeleverd, is de nachtmerrie die we moeten voorkomen.

Sociaaldemocraten moeten het verleden van zich afschudden en meer stelling durven nemen tegen het puur marktgerichte denken. Ze moeten de bereidheid tonen om belangentegenstellingen te overbruggen en nationale interesses te relativeren. Want een stevig gezamenlijk verhaal zonder de bereidheid daarmee in eigen land de boer op te gaan, zal even weinig impact hebben als de verdeeldheid die nu zichtbaar is.

Annelies Pilon en Jan Marinus Wiersma
Respectievelijk coördinator van het Europafonds en fellow van de Nederlandse Wiardi Beckman Stichting 19

Noten
1/ Ernst Hillebrand and Gero Maass, In search of a new political narrative for a solidarity-based society in Europe. Ten key questions about the future of social democracy in Europe - FES, October 2011.
2/ Jon Bloomfield, The Eurozone Crisis and the Silence of Social Democracy, http://www.social-europe.eu/2011/11/the-eurozone-crisis-and-the-silence-of-social-democracy/ - november 2011.
3/ Gerassimos Moschonas, Trapped in Europe? “Problematic”reformism, the PES, and the future - paper voor The Amsterdam Process/Next Left, 4 oktober 2011.
4/ Stefan Collignon, The Preconditions of Social Europe and the Tasks of Social Democracy. Chapter In: The Future of European Social Democracy - edited by Henning Meyer and Jonathan Rutherford, Palgrave Macmillan, 2011.
5/ Olaf Cramme, The power of European integration; social democracy in search of a purpose - Policy Network paper, september 2011.
6/ Björn Hacker, Konturen einer Politischen Union. Die europäische Wirtschafts- und Währungsunion durch mehr Integration neu justieren - FES, oktober 2011.
7/ Gezamenlijke verklaring SPD en PS, Mehr Mut und Solidarität in der Krise - gemeinsam für eine starke europäische Wirtschaftsregierung - 21 juni 2011.
8/ Verklaring PES-leiders Let’s get Europe working again - 16 juni 2010.
9/ Michael Dauderstadt, Eine europäische Wirtschaftsregierung muss Wachstum duch Schulden steuern - FES , oktober 2011.
10/ Jérôme Cahuzac e.a., Crise de l’euro, crise de l’Europe? - FES & Fondation Jean Jaurès, juni 2011.
11/ Persbericht S&D-fractie, ‘Austerity alone won’t resolve the Eurozone crisis’, warn S&D Euro MPs - 28 september 2011.
12/ Fritz W. Scharpf, Monetary Union, Fiscal Crisis and the Preemption of Democracy - LEQS Annual lecture Paper, 12 mei 2011; Stefan Collignon, The Preconditions of Social Europe and the Tasks of Social Democracy (http://www.stefancollignon.de/PDF/The%20preconditions%20-%20short%206b.pdf). Chapter In: The Future of European Social Democracy - edited by Henning Meyer and Jonathan Rutherford, Palgrave Macmillan, 2011.
13/ Toespraak François Hollande, Le pire des déficits, c’est le déficit de cohérence - http://aisne-ps.blogspot.be/2011/11/francois-hollande-le-pire-des-deficits.html, 9 november 2011.
14/ Persbericht, S&D backs EU ban on sovereign debt speculation - 14 november 2011.
15/ Chris Leslie, The government mustn’t fail this crucial test of international leadership - http://labourlist.org/2011/10/the-government-mustn%E2%80%99t-fail-this-crucial-test-of-international-leadership/, 28 oktober 2011.
16/ Bureau National de Parti Socialiste, Propositions des socialistes pour le Conseil européen sur la crise bancaire - 11 oktober 2011.
17/ http://www.spd.de/aktuelles/18302/20111016\_wir\_erleben\_gerade\_das\_ende\_einer\_epoche.html Aktuelles, Wir erleben das Ende einer Epoche - 18 okober 2011.
18/ Persbericht, PES Leaders discuss new economic formula for eurozone - 25 oktober 2011.
19/ Dit artikel verscheen tevens in Socialisme & Democratie (S&D 11+12, 2011), maandblad van de Nederlandse Wiardi Beckman Stichting.

eurocrisis - Europa - PES - sociaaldemocratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 2 (februari), pagina 15 tot 23