Log in

To strike or not to strike

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 3

De beslissing van de vakbonden tot een algemene staking op 30 januari 2012 heeft erg veel discussie uitgelokt. Iedereen had er een mening over. En nog meer dan bij de staking van de openbare sector op 22 december 2011, lieten de media zich niet onbetuigd om de beslissing van de vakbonden mee in vraag te stellen. ‘De staking is onwettelijk, ondoelmatig en onrechtvaardig’, zo stond te lezen in hoofdletters én in opvallend vet lettertype boven de opinie van Roger Blanpain in De Standaard (27/01). De gretigheid waarmee de krant die titel drukte, was in overeenstemming met de geest van de edito’s van Guy Tegenbos. Ook in De Morgen was de inschatting dat de stakingen een dure maat voor niets zijn omdat ze de hervormingsplannen van de regering niet zullen veranderen.

Voor wie tot de uitersten van het politieke spectrum behoort, is het niet zo moeilijk om zich in dit debat te positioneren. Voor (klein) links en voor de rechtgeaarde vakbondsmilitant was de staking een must, een noodzakelijk signaal tegen de liberale logica van de regering. Elke kritische vraag wordt beschouwd als vakbondbashing en als een uiting van het hegemonische rechtse denken dat niets anders wil dan de afbouw van de sociale voorzieningen en een uitholling van de democratie. Voor de andere kant, vaak gemakshalve vereenzelvigd met liberalen en werkgevers(organisaties), werd het vakbondsverzet tegen de pensioen- en loopbaanhervorming geduid als een conservatieve en corporatistische reflex en moest de staking het ontgelden omdat ze ten onrechte de economie, en dus geheel onze samenleving, schade zou toebrengen. Bovendien wordt vanuit die hoek steeds gewezen op het gebrek aan draagvlak. Nogal wat mensen wilden niet staken, nogal wat mensen wilden niet getroffen worden door de staking. Hieruit concludeerden waarnemers achteraf dat wat officieel een ‘algemene’ staking was, de facto geen algemene staking is geweest.

Zoals steeds in dergelijke debatten zijn een aantal posities en argumenten clichématig voorspelbaar. Maar wat als je begrip opbrengt voor argumenten van beide kanten? Wat wanneer je ziet dat het minder zwart-wit is dan het vaak wordt voorgesteld? Enerzijds zijn er vandaag heel goede redenen tot actie tegen de kwalijke uitwassen van het kapitalisme, tegen de vaststelling dat banken die in de fout gingen ‘zomaar’ gered kunnen worden maar er voor sociale voorzieningen geen geld meer is. De vakbonden moeten van zich laten horen als ze vinden dat ze te weinig gehoord worden in het sociaal en politiek overleg en vaststellen dat de regering in al haar ijver te weinig aandacht heeft voor overgangsmaatregelen en voor het onderscheid tussen ‘lichte’ en ‘zware’ beroepen. Het is evident dat de vakbonden opkomen voor de (pensioen)rechten van werknemers. Ze wijzen er terecht op dat het niet de werknemers zijn die de financiële en economische crisis hebben veroorzaakt. Anderzijds is het al jaren duidelijk, ook voor sociaaldemocraten, dat het huidige pensioensysteem hervormd moet worden omdat het kreunt onder de last van ontgroening van de arbeidsmarkt en de vergrijzing van de bevolking. Dat één van de remedies daarvoor ‘met zijn allen gemiddeld langer werken’ is, ontkent niemand. Bovendien lijkt de vakbond voornamelijk in te zetten op de bescherming van de verworven rechten van de babyboomgeneratie die nu op (brug)pensioen gaat, waardoor de jongere generatie zich niet helemaal in de strijd herkent. Een algemene staking is een legitiem noodmiddel, maar de vraag is terecht of het al moest worden ingezet - op het moment dat het overleg nog volop bezig was. Treft men overigens niet het verkeerde doelwit: nogal wat ‘gewone mensen’, werknemers en werkgevers, pendelaars, ouders van kinderen wiens school niet kan instaan voor opvang, gezinnen wiens huisvuil nu twee weken lang voor de deur blijft staan, voelen zich het slachtoffer van de staking, terwijl het grootkapitaal, de speculatie, de markten, de macht van de ratingbureaus, de bonussen- en graaicultuur, de belastingontwijking van grote, vaak multinationale bedrijven buiten schot blijven. Misschien was het ook dat wat sp.a voorzitter Bruno Tobback bedoelde toen hij enkele dagen voor de staking zei dat hij begrip heeft voor de ongerustheid van de stakers, maar niet voor de algemene staking.

Voor wie een sociaaldemocratisch hart heeft - los van het feit of je nu Groen, ACW, sp.a of Open vld of wat dan ook bent - zijn er goede redenen om tot actie over te gaan. We leven in een economisch systeem dat doldraait, dat zichzelf in crisis brengt en dat steeds meer ook op een perverse manier onze leefwereld koloniseert. Ik kan me heel goed vinden in het discours van iemand als Paul Verhaeghe (psycholoog aan de UGent) die er in zijn speech op de avond van de staking in de Gentse Vooruit nog maar eens op wijst dat het eenzijdige liberale marktdenken niet alleen nefast is voor de economie, maar ook voor de kwaliteit van allerlei andere domeinen van ons leven waarin het utilitaire marktdenken dwingend infiltreert: onderwijs, zorg, onderzoek, media, welzijn. Overal wordt de burger gereduceerd tot cliënt en consument, vaak zelfs ook tot een nummer. De competitielogica is al lang niet meer het monopolie van de economie, maar bepaalt steeds meer domeinen van ons (samen)leven. Veel mensen zijn daar niet gelukkig mee, letterlijk en figuurlijk. Burn-outs zijn gemeengoed geworden en het aantal (jonge) mensen dat zelf uit het leven stapt ligt dramatisch hoog en is onze samenleving onwaardig.

Het marktdenken is oppermachtig, er vallen slachtoffers, mensen vallen uit de boot en ons welbevinden staat onder druk. Niet alleen de hoeveelheid jaren dat mensen actief zijn op de arbeidsmarkt moet daarom inzet zijn van debat, minstens even belangrijk is de kwaliteit van de arbeid en meer algemeen, de kwaliteit van ons leven en dat van onze kinderen en kleinkinderen. Ging de staking hierover en was een algemene staking zoals ze nu is verlopen het meest aangewezen middel om dit op de agenda te zetten? Nee, of toch veel te weinig. De vakbonden, die een belangrijke, maar lang niet de enige speler zijn in die belangrijke discussie, hebben door hun actie bij heel wat mensen zelfs aan kredietwaardigheid en vertrouwen moeten inboeten. Dat kan niet de bedoeling zijn.

En wat de regeringsplannen betreft, er zitten sociaaldemocraten in de regering en ze bekleden er belangrijke posities. Toen CD&V-politici vlak voor de staking een ballonnetje oplieten over een indexsprong, moeten we er inderdaad kunnen op rekenen dat PS en sp.a dat idee zullen afblokken. In deze moeilijke tijden rust er een zeer grote verantwoordelijkheid op de sociaaldemocratische politici. Het is aan hen om er mee voor te zorgen dat er voldoende aandacht is voor de sociale aspecten van de sociaaleconomische hervormingen, dat de lasten van de crisis en de besparingen op een faire en rechtvaardige manier worden verdeeld, dat de uitwassen van kapitalisme bestreden worden, dat de welvaartstaat niet onrechtmatig wordt afgebouwd en dat er voldoende democratisch en sociaal overleg is met de vakbonden en andere instanties die deel uitmaken van de burgerlijke samenleving. Daarop zouden we echt moeten kunnen vertrouwen. Hopelijk klinkt dit over enkele jaren niet naïef, maar de huidige regering-Di Rupo verdient op dat punt het voordeel van de twijfel.

Patrick Loobuyck
Redactielid Samenleving en politiek

edito - vakbond - besparingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 3