Log in

Socialisten aller lidstaten, verenigt u

De Europese sociaaldemocratie heeft nauwelijks antwoorden op de eurocrisis. Althans, dat is de analyse van Annelies Pilon en Jan Marinus Wiersma, beiden werkzaam voor de Nederlandse Wiardi Beckman Stichting, in Samenleving en politiek van vorige maand (jg. 19/nr. 2, februari 2012). Volgens Europese parlementsleden Kathleen Van Brempt en Saïd El Khadraoui ligt er wel degelijk een doortimmerd alternatief op tafel, maar is de sociaaldemocratie niet erg succesvol geweest in het ombuigen van de conservatieve Europese agenda. Bovendien kampt de sociaaldemocratie met het Europese spagaat tussen nationale belangen enerzijds en het algemene Europese belang anderzijds. De sociaaldemocratie heeft daarom de opdracht écht Europees te worden.

Sociaaldemocraten in Europa hebben het moeilijk om hun verhaal verkocht te krijgen, ondanks het succes van Helle Thorning-Schmidt in Denemarken of het feit dat ook ons land sinds kort een sociaaldemocratische premier heeft. Het verbaast de auteurs van het artikel in Samenleving en politiek dat de sociaaldemocratie er niet in geslaagd is de ‘felle kritiek op het financiële stelsel en het neoliberale marktdenken’ te verzilveren en ‘het mobiliserend potentieel van de crisis’ te benutten. De auteurs gaan er van uit dat de Europese sociaaldemocraten zich niet echt bezig houden met de eurocrisis en vooral, dat ze er niet in slagen alternatieven te formuleren. Maar is dat wel zo? Wij zijn er van overtuigd dat de fractie van de Europese sociaaldemocraten in het Europees parlement wel degelijk een stevig alternatief plan heeft uitgewerkt.

EEN ALTERNATIEF VOOR HET BESPARINGSFETISJISME

Ondanks hun betoog dat de Europese sociaaldemocratie geen enkel antwoord biedt op de eurocrisis, zijn de Nederlandse auteurs van het artikel in Samenleving en politiek er desalniettemin in geslaagd een ruim pakket maatregelen op te sommen dat een alternatief biedt voor de saneringspolitiek van Rechts. Het volgehouden pleidooi voor een Keynesiaanse aanpak, waarbij investeringen in evenwicht worden gebracht met begrotingsdiscipline is er een van en ligt aan de basis van de verwerping door de Europese Fractie Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D) van het six pack, dat landen niet enkel een strakke begrotingsdiscipline oplegt, maar eveneens sancties als ze de disciplinaire teugels lossen. Investeringsinstrumenten worden voorgesteld in de vorm van projectobligaties, een financiële transactietaks en een hervorming van het belastingstelsel om fiscale fraude tegen te gaan. Een Europese minimumbelasting voor vennootschappen maakt deel uit van dat programma. Om de financiële markten beter te reguleren zijn de pleidooien voor een opsplitsing van zakenbanken en depositobanken, het verbieden van naked shortselling en credit default swaps, het strikter regelen van ratingagentschappen én de oprichting van een Europese kredietbeoordelaar stuk voor stuk linkse beleidsvoorstellen die ook langzaam weerklank vinden bij de publieke opinie en doordringen tot op de Europese beleidsniveaus. En hoewel sociaaldemocraten in de Europese lidstaten het niet eens zijn over de rol van de ECB, is de algemene stelling bij de Europese sociaaldemocraten wel degelijk dat de centrale bank een grotere rol te spelen heeft bij het onder controle krijgen van de overheidsbegrotingen.

De grote lijnen voor een breed sociaaldemocratisch alternatief voor de Europese Unie kunnen in de volgende punten worden samengevat.

Het economische beleid van de Unie moet de economische en sociale doelstellingen zoals vastgelegd in het Verdrag, met name groei, volledige tewerkstelling en sociale inclusie in de kern van het beleidsproces plaatsen met evenveel energie en organisatorische vuurkracht als de doelstellingen van de budgettaire tak. De Europese leiders kunnen op een goede maand tijd een verdrag in elkaar boksen dat begrotingsdiscipline tot een grondwettelijke plicht maakt voor de lidstaten. Er is geen enkele reden waarom de Unie niet met eenzelfde onverzettelijkheid werk kan maken van een Verdrag voor Sociale Vooruitgang: een reeks basisrechten en sociale doelstellingen waarop even nauwgezet en streng wordt toegekeken als op de budgettaire doelstellingen. Beide zijn immers broodnodig om een perspectief voor duurzame groei en hoop voor de toekomst te bieden. Een goed begin zou alvast zijn om op Europees niveau te beslissen wat het absolute minimum is om menswaardig te kunnen leven en dit relatieve minimumloon vervolgens ook op te leggen aan de lidstaten.
De Unie beschikt overigens over een reeks inhoudelijke doelstellingen die vervat liggen in het Europa 2020-programma, waarin onder meer de versterking van de output van het onderwijs, het wegwerken van armoede, het versterken van onderzoek en ontwikkeling en een reeks klimaatdoelstellingen opgenomen zijn. De Europese sociaaldemocraten pleiten er al langer voor om die doelstellingen strikter te controleren en afdwingbaar te maken.

Om de eenheidsmunt te verstevigen, is het nodig dat de ECB het mandaat krijgt om overheidsobligaties te kopen wanneer de munt bedreigd wordt, met effectief gedeelde verantwoordelijkheid voor economisch bestuur. Als de Europese Centrale Bank geen actie mag ondernemen om de munt te redden die ze verondersteld wordt te beheren, waarvoor dient ze dan? Er is geen enkele andere centrale bank ter wereld die wettelijk verplicht wordt lijdzaam toe te kijken terwijl ‘haar’ munt desintegreert.

De Unie heeft verder nood aan budgettaire hervormingen. Stijgingen van het Europese budget zijn enkel mogelijk om baanbrekende technologie te stimuleren of voor investeringen in sociale, infrastructurele en duurzame ontwikkeling. Daartoe heeft de Unie ook nood aan eigen inkomsten, die onder meer moeten komen van energiebelastingen. Het belang van eigen Europese inkomsten mag niet onderschat worden. Ze zullen er voor zorgen dat de nationalistische reflexen bij de besteding van de Europese budgetten verminderen. We horen immers vandaag verkondigen dat het normaal is dat Duitsland een grote impact heeft op het Europese beleid omdat het land het grootste deel van de Europese inkomsten genereert. Eigen Europese inkomsten zouden dit soort argumenten monddood maken. Het zou bovendien een onvruchtbare Europese wafelijzerpolitiek kunnen tegengaan.

Verder moet met de inkomsten van een financiële transactietaks de tewerkstelling in de industrie en de KMO’s gestimuleerd worden, meer bepaald in sectoren die zullen bijdragen tot de aanpak van een reeks toekomstige uitdagingen, zoals de klimaat- en energieproblematiek. Een transitie naar 100 procent hernieuwbare energie zou Europa bijvoorbeeld 6 miljoen extra banen kunnen opleveren. Dergelijke investeringen moeten ook gefinancierd worden met Europese projectobligaties, die meteen een pak private investeringen kunnen genereren.

Om te komen tot een eerlijkere internationale handel moeten EU-onderhandelaars een nieuw mandaat krijgen om sociale en milieudumping te bestrijden. Om een gelijk speelveld te creëren, moet de EU heffingen invoeren op import van derde landen die de EU-milieunormen niet naleven. Welk nut heeft het om in Europa strenge milieunormen op te leggen en ambitieuze doelstellingen uit te werken om de uitstoot van schadelijke gassen af te bouwen, als deze troep gewoon in andere landen wordt uitgestoten?

Europa moet haar democratische legitimiteit bij haar burgers versterken. Ongeacht de nieuwe regels voor economisch bestuur, moet parlementaire verantwoordelijkheid overheersen. In eerste instantie moeten lidstaten het Verdrag volledig naleven bij de benoeming van de voorzitter van de Commissie volgens de verkiezingsresultaten van het Europees parlement. Als de Unie een grotere zeg wil over het budgettaire beleid van de lidstaten, betekent dit ook dat ze hiervoor parlementaire verantwoording verschuldigd is. Wat we niet kunnen tolereren, zijn anonieme experts die een volk verarmen, maar daar geen enkele politieke uitleg voor verschuldigd zijn. Het is juist dat bijvoorbeeld het six pack goedgekeurd werd in het parlement door een conservatieve meerderheid, maar de concrete maatregelen die een land als Griekenland opgelegd krijgt als gevolg van dat six pack werden nergens in het parlement besproken. Nochtans gaat het om politieke keuzes.
In Europa rijpen ondertussen de geesten om tot een echte politieke Unie te komen, een evolutie die de Europese sociaaldemocraten toejuichen.

HET ALTERNATIEF ‘IN DE MARKT’ ZETTEN

We twijfelen er niet aan dat de Europese sociaaldemocratie over een realistisch alternatief beschikt dat perspectief en hoop kan bieden aan de Europese bevolking. De vraag is echter of we succesvol geweest zijn in het ombuigen van de conservatieve agenda? Het antwoord daarop is duidelijk: Neen.

Hoewel de fractie van de Europese sociaaldemocraten bij elke beslissing van de Raad of elk voorstel van de Commissie alternatieven heeft voorgesteld, verdronken die voorstellen in de conservatieve besparingslogica en de liberale slanke overheidsmantra. Dat was vooral zo bij de aanvang van de crisis. Stilaan merken we dat voorstellen die we maanden geleden op de agenda plaatsten, weerklank vinden bij gerenommeerde economen én doordringen tot op de hoogste Europese beleidsniveaus. Dat je een volk kapot kunt besparen, is inmiddels duidelijk geworden. Het dringt nu stilaan door dat er naast een begrotingsdiscipline ook nood is aan een doortastende investeringsstrategie. Voor Griekenland is het helaas te laat. Daar heeft de conservatieve agenda al haar vernietigende werk kunnen doen.

Waar tot voor kort de conservatieve meerderheid in Europa nog in een lachstuip schoot toen sociaaldemocraten een financiële transactietaks voorstelden, lijkt zo’n taks - op enkele uitzonderingen na - inmiddels algemeen aanvaard. Ook de noodzaak om de ratingagentschappen te temmen, nadat ze decennia lang vrij spel hadden in de financiële wildernis, is nu doorgedrongen tot op de hoogste niveaus. En waar conservatieve en liberale politici nog niet zo lang geleden fiscale fraude wegwuifden als een onschuldige hobby van enkele grootverdieners, wordt stilaan duidelijk dat Europa niet lijdzaam kan toezien dat er jaarlijks maar liefst 1000 miljard euro verdwijnt in de zwarte economie. Belastingontduiking is omvangrijker dan het totale budget van de Europese gezondheidszorg. Dan wordt het stilaan lastig om aan de burgers uit te leggen dat er dringend moet worden bezuinigd in de gezondheidszorg. De Europese sociaaldemocraten hebben eind februari een doortimmerd plan op tafel gelegd om fiscale fraude aan te pakken en bieden daarmee een degelijk alternatief voor de exclusieve focus van het conservatieve en liberale Europa op bezuinigen.

Ondanks die vorderingen stellen de auteurs van het artikel in Samenleving en politiek terecht de vraag waarom het debat over de eurocrisis volledig gedomineerd wordt door rechte politici. Er van uitgaan dat een sociaaldemocratisch geluid totaal ontbreekt, is wat kort door de bocht. Het geluid wordt niet gehoord en daartoe zou - om maar één element in de discussie te noemen - ook de rol van de massamedia onderzocht kunnen worden. Linkse alternatieven vinden wel hun weg naar de sociale media, naar blogs en internetfora, maar stromen zelden door naar de traditionele massamedia. Dat lijkt ons een interessant onderzoeksterrein voor communicatiewetenschappers.

We mogen ons uiteraard niet verbergen achter de ‘boodschappers’ of het gebrek eraan, we moeten ook een mea culpa durven slaan. Heel wat sociaaldemocratische partijen in Europa slagen er niet in de publieke woede jegens het casinokapitalisme helder te vertalen, zijn niet tot samenwerking met collega-socialisten in regeringen van andere Europese lidstaten bereid en blijven al te vaak lusteloos in internationale fora over handel en klimaatsverandering. We hebben ook te lang meegelopen in het neoliberale sprookje van ongebreidelde groei en deregulering en veel te laat gereageerd op het globale herverdelingsprobleem, met name tussen het Westen en de groei-economieën. Als gevolg daarvan hebben we onze aanhang in vele landen zien instorten tot een historisch dieptepunt. We kampen, om het maar eens eerlijk te zeggen, met een geloofwaardigheidsprobleem. Dat lossen we niet in één klap op. Het betekent ook dat we in de toekomst het sociaaldemocratische programma niet enkel efficiënter moeten communiceren, maar ook moediger moeten zijn in de uitvoering ervan.
De Europese verkiezingsresultaten kleuren weliswaar nog steeds niet rood, maar de Europese sociaaldemocraten zijn er op relatief korte termijn wel in geslaagd een stevig inhoudelijk alternatief voor het conservatieve discours uit te werken. Het wordt nu tijd om dat alternatief stevig ‘in de markt’ te plaatsen.

SOCIAALDEMOCRATEN EN EUROPESE SOCIAALDEMOCRATEN

De auteurs van het artikel in Samenleving en politiek hebben echter wél een punt als ze wijzen op het grote verschil tussen de sociaaldemocratische partijen in de lidstaten enerzijds en de Europese sociaaldemocratie anderzijds. Dat lijkt ons zelfs het kernprobleem te zijn als we willen komen tot echte, sociale oplossingen voor de eurocrisis. Het sociaaldemocratische alternatief belandt immers vaak in die onvruchtbare zone van het Europese raderwerk waar nationale belangen botsen op het algemene Europese belang.

In Europa zijn er sociaaldemocraten én er zijn Europese sociaaldemocraten. Nooit voorheen werd dat onderscheid zo scherp gesteld. Neem nu de manier waarop de Europese sociaaldemocratie het zogenaamde six pack heeft aangepakt. Terwijl er grote eensgezindheid bestond om dat six pack te verwerpen, omdat het de oplossing voor de crisis enkel zoekt in een politiek van saneren en bestraffen, waren er enkele leden van de Europese sociaaldemocratische fractie die een afwijkende mening hadden. Die behoorden onder meer tot de Nederlandse PvdA. De Nederlandse PvdA heeft zich, als gevolg van het groeiende populisme bij onze noorderburen, steeds verder verwijderd van de sociaaldemocratie. Dat straalt uiteraard af op Europa en de stellingen die daar worden ingenomen. Het toont ook haarscherp aan dat nationale partijbelangen niet steeds stroken met het algemene Europese belang of zelfs met het Europese partijbelang.

Voor een belangrijk deel heeft die opdeling te maken met de verwatering van het internationalisme binnen de sociaaldemocratie, maar zeker zo belangrijk zijn de langzaam gegroeide structuren van de Unie waarin nationale partijen zich comfortabel hebben genesteld. Dat probleem stelt zich overigens niet uitsluitend voor de sociaaldemocratie, ook andere politieke stromingen gaan er onder gebukt. De structuur van de Unie nodigt immers uit tot conflict tussen nationale belangen enerzijds en gemeenschappelijke Europese belangen anderzijds.
Zo gedraagt de Europese Raad zich voortdurend als een krabbenmand van nationale belangen die zich weren als nationalistische duivels in het Europese wijwatervat. Wat goed is voor de Europese gemeenschap zou immers wel eens tot een electorale afstraffing kunnen leiden in een lidstaat. Dan is het voor een nationale politicus makkelijk kiezen. Die interne Europese verdeeldheid zorgt er bovendien voor dat Europa slechts met een zwakke stem kan spreken op internationale fora zoals de G20. Dat betekent ook dat we er niet in geslaagd zijn de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld onder de aandacht te brengen, laat staan een begin te maken met het dichten van die kloof. Dat gebrek aan een duidelijk standpunt inzake internationale solidariteit straalt voornamelijk af op de Europese sociaaldemocratie.

Het electorale gewicht van Europese parlementsleden is - ondanks hun impact op het beleid - relatief beperkt in de lidstaten. In tegenstelling tot nationale parlementsleden kunnen Europese parlementsleden niet doorstromen naar een ‘Europese regering’ en een echt democratisch Europees beleid voeren. In de ogen van de bevolking wordt het Europese beleid gemaakt door de commissarissen - door de lidstaten geïnstalleerde technocraten - en door de intergouvernementalistische politiek van de Europese regeringsleiders. De commissarissen kunnen noch electoraal afgestraft noch beloond worden. En de regeringsleiders in de Raad kunnen enkel in hun eigen lidstaat ter verantwoording worden geroepen, hoewel hun impact zich uitstrekt over de 27 landen van de Unie. Geen enkele Belg of Nederlander zal ooit in staat zijn Merkel electoraal af te straffen.
Vandaag wordt meer dan ooit duidelijk dat we botsen op de grenzen van de historisch gegroeide Europese structuren. Daar wordt binnen de fractie van de Europese sociaaldemocraten wel degelijk over nagedacht. Maar iedereen beseft ook dat het veranderen van die institutionele architectuur niet makkelijk zal zijn. Elke verandering zal op het einde van de rit immers moeten worden goedgekeurd door politici die geen enkel belang hebben bij die verandering. Europa zit daarom gevangen in een typische Catch 22-situatie.

EEN EUROPESE IDENTITEIT

De Nederlandse onderzoekers hebben, in het artikel in Samenleving en politiek, hun aandacht vooral gericht op de Partij van de Europese Sociaaldemocraten, de PES. Daarbij zijn ze, wat hun bronnenonderzoek betreft, toch wat onzorgvuldig tewerk gegaan. Door zich enkel te baseren op conclusies van de PES-leiding missen ze de gedetailleerde documenten die in de verschillende PES-werkgroepen werden uitgewerkt.
Het kloppende hart van de Europese sociaaldemocratie bevindt zich vandaag bij de fractie van de Europese sociaaldemocraten, de S&D. Dat betekent geenszins dat de PES zich niet bewust is van de nieuwe politieke uitdagingen. De PES blies in december 2011, niet eens zo lang geleden, voor het eerst in haar geschiedenis, verzamelen in Brussel om zich op het Europese publieke forum te presenteren met een PES Conventie. De PES organiseert uiteraard jaarlijkse congressen, maar deze Conventie wilde het debat verbreden, externe experts en het middenveld uitnodigen en de PES-activisten een kans bieden elkaar te ontmoeten. Het door Poul Nyrup Rasmussen ontwikkelde concept van PES-activisten die in Europese workshops kunnen deelnemen aan het beleidsvoorbereidende werk is een stap in de richting van een echte Europese partij.
Inmiddels heeft de PES ook aangekondigd dat ze in de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2014 met één Europees boegbeeld naar de kiezer wil stappen. Dit boegbeeld verpersoonlijkt het Europese sociaaldemocratische programma én wordt meteen de kandidaat-Commissievoorzitter van de Europese sociaaldemocraten. De PES heeft op de Conventie voor het eerst een beginselverklaring voorgesteld die aanleiding zal geven tot het schrijven van een beginselprogramma én een Europees verkiezingsmanifest waarmee de sociaaldemocraten in héél Europa naar de verkiezingen zullen trekken.
Het mag dus duidelijk zijn dat de PES op zoek is naar een overkoepelende Europese sociaaldemocratische identiteit, een echte geïntegreerde Europese sociaaldemocratie, waar ze voorheen eerder een multilateraal platform vormden voor socialisten en sociaaldemocraten uit de verschillende lidstaten. Dat platform leed aan dezelfde kwaal waaraan ook de Europese Raad lijdt; het is een bijeenkomst van nationale partijleiders die op het Europese platform hun nationale belangen komen verdedigen. Een grotere politieke integratie is nu de uitdaging van de PES ‘nieuwe stijl’.
De PES kan worden verweten zich vrij laat aan hun Europese achterban te presenteren. De waarheid gebiedt eveneens te zeggen dat het de eerste Europese partij is die dat op die manier doet. Ook andere Europese partijen zijn er tot op heden nog niet in geslaagd zich te profileren als potentiële vertegenwoordigers van een Europese bevolking. Er lijkt dus stilaan wat te bewegen op de Europese politieke scène.

De analisten van de Wiardi Beckman Stichting zullen erkennen dat het uitermate belangrijk is dat besef langzaam te laten rijpen in Europa en zullen zich allicht verheugen in de vaststelling dat de Europese sociaaldemocraten voortrekkers willen zijn in zo’n proces. De fractie van Socialisten en Democraten in het Europees parlement roept al een tijdlang van de daken dat lidstaten belangrijke delen van hun soevereiniteit moeten afstaan aan het Europese niveau. Als Stefan Collignon van de London School of Economics vindt dat de sociaaldemocratie het verlies van nationale soevereiniteit aan Europa (nog) niet heeft weten op te vangen, dan vindt hij dat samen met de Europese sociaaldemocraten. Erg origineel is zijn analyse dus niet. Het moet duidelijk zijn dat het repatriëren van bevoegdheden vanuit Brussel naar nationale hoofdsteden Europa zal onderwerpen aan de supermachten van de nabije toekomst én aan de dictatuur van de markt. Om die reden moet het socialistische antwoord op de crisis Europees zijn en zich niet beperken tot een ‘meer Europa’-mantra.

BESLUIT

Als we geloofwaardige en coherente alternatieven willen formuleren, moet het sociaaldemocratische verhaal helder zijn, vertrekken van een reeks beginselen voor toekomstige acties en een programma presenteren dat naar de kern van de crisis gaat. Gedeelde verantwoordelijkheid, duurzame groei en gelijkheid zijn drie basisbegrippen die deel moeten uitmaken van zo’n coherent verhaal. Het uitroeien van elke soort discriminatie in de Unie moet de kern zijn van elk Europees socialistisch programma. Economische gelijkheid is helaas een concept dat bijna is verdwenen uit het socialistische lexicon, ook al is het de kern van elk sociaal rechtvaardigheidsbegrip. Het is nu essentieel voor het herstel van Europa. Elke collectieve inspanning om uit de crisis te geraken, zal falen als burgers geloven dat zij alleen de last van de crisis moeten dragen, geconfronteerd worden met echte loonsverlagingen, werkloosheid en groeiende armoede, terwijl fiscale fraude ongemoeid wordt gelaten en de bonuspakkers uit het bedrijfsleven slechts bereid zijn om de fiscale aftrekbaarheid van hun golfabonnement in vraag te stellen.

De manier waarop conservatieve en liberale krachten vandaag de crisis aanpakken en misbruiken om er hun ideologisch programma mee door te drukken, brengt op termijn de leefbaarheid van de Unie zelf in het gedrang. Europa wordt met ernstigere bedreigingen geconfronteerd dan het overeind houden van haar munt. De markten, daarin gesteund door conservatieve en liberale politici, laten de Europese burgers geloven dat alles weer koek en ei zal zijn als de eurocrisis bedwongen is. Dat is helaas niet het geval. De eurocrisis heeft veel meer problemen blootgelegd. Ze heeft ons de grenzen van de huidige Europese architectuur getoond, de interne Europese verdeeldheid blootgelegd en het gebrek aan sociaaleconomische en politieke ambities en democratische draagkracht aan de oppervlakte gebracht. Sociaaldemocraten zijn goed geplaatst om die kwalen aan te pakken, op voorwaarde dat wat we in woorden bepleiten ook in daden omzetten. Zowel op Europees vlak als in de lidstaten van de Unie. Voor sociaaldemocraten betekent Europese integratie dan ook dat sociaaldemocratische partijen in de lidstaten veel nauwer met elkaar moeten samenwerken en het algemene Europese belang moeten laten voorgaan op electorale nationale belangen.

Kathleen Van Brempt en Saïd El Khadraoui
Europarlementsleden voor sp.a

sociaaldemocratie - financiële crisis - PES - Europa

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 3 (maart), pagina 4 tot 11