Log in

'L'Iris et le Croissant. Bruxelles et l'islam au défi de la co-inclusion'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 4 (april), pagina 71 tot 72

L'Iris et le Croissant. Bruxelles et l'islam au défi de la co-inclusion

Dassetto Felice
Presses universitaires de Louvain, Louvain-la-Neuve, 2011

Toen ik in het najaar van 2009, samen met collega Omar, de eerste interviews en enquêtes afnam, in het kader van een boek over islam en islamisme bij Marokkanen in Brussel was er - op enkele interessante Arabischtalige en Franstalige bronnen na - niet bijster veel relevante literatuur over te vinden. Je moest het maar doen met ‘sensationele’ boekjes zoals Undercover in Klein-Marokko van de journaliste Hind Fraihi, of Brussel: Eurarabië, van de schrijver Arthur van Amerongen. Anders gezegd, over moslims en Brussel was het armoede troef.

Hier begint stilaan verandering in te komen. Terwijl wij eind vorig jaar begonnen met het uitschrijven van ons onderzoek verscheen er een belangrijk boek over de islam, moslims en Brussel. L’Iris et le Croissant van UCL-socioloog op rust, Felice Dassetto, is in menig opzicht een spraakmakend boek. Dassetto is niet over één nacht ijs gegaan. Hij heeft een lijvig boek afgeleverd dat een overzicht biedt van haast alle stromingen en strekkingen binnen de islam in Brussel, over nationaliteiten heen. Hiermee heeft Dassetto een van de belangrijkste bijdragen geleverd aan het onderzoek over moslims in België, en vooral in Brussel.

Wie echter denkt zich te zullen laven aan islam for dummies zal bedrogen uitkomen. Dit boek is niet bepaald voor leken geschreven; L’Iris et le Croissant is een doorwrocht boek. Een aantal van de vaststellingen heeft de auteur al eerder gepubliceerd. Toch is het boek meer dan een bundeling van vroegere inzichten. Het is een verdere aanvulling en verdieping ervan. De aanwezigheid en de organisatie van de islam en moslims in Brussel wordt op goed gedocumenteerde wijze in vier delen uit de doeken gedaan: (1) ‘een overzicht van het georganiseerde islamitische landschap in Brussel’, (2) ‘de verschillende strekkingen van de islam in Brussel’, (3) ‘de islamitische realiteit voorbij het religieuze’ en (4) ‘stad en islam’.
Het boek heeft verschillende verdiensten. Zo leren we dat niet elke ‘moslim’, moslim is. Wat wordt hiermee bedoeld? Beleids- en opiniemakers, maar ook onderzoekers, maken vaak de foute ver­onderstelling dat elkeen met wortels in een land waar de islam de dominante godsdienst is, ook daadwerkelijk moslim is. Zodoende wordt pakweg elke Marokkaanse, Turkse of Pakistaanse Belg in de categorie ‘moslim’ geplaatst. Dit is onverantwoord. Zo leren we. Niet alleen wordt het seculariseringsproces bij ‘moslims’ onderschat, men sluit ze als het ware op in een verondersteld geloof. Het zou hetzelfde zijn als elke autochtone Belg beschouwen als christen. Vanuit deze redenering komt de auteur tot het inzicht dat er niet ‘235.800 moslims’ zijn (zoals de socioloog Jan Hertogen stelt), maar eerder 120.000 à 150.000 personen die moslim zijn in de strikt, religieuze zin. De anderen zijn dan wat men ‘culturele moslims’ noemt, agnosten, atheïsten…

Verder is een belangrijke, zo niet centrale vaststelling van Dassetto dat de islam in Brussel ‘hanbaliseert’. Hiermee wordt verwezen naar de Hanbalitische rechtschool. De meest conservatieve van de vier rechtscholen binnen de islam; de rechtschool waar het Saoedische Wahabisme of het salafisme aan ontspruiten. De ‘hanbalisering’ van de islam in Brussel slaat dus op de toenemende greep van de meest reactionaire strekkingen binnen de islam op soennitische moslims - in Brussel en daarbuiten.

Vreemd genoeg is de fijnmazigheid waarmee Dassetto de islam in Brussel in kaart brengt tezelfdertijd zowel de sterkte als de zwakte van het boek. Een plus want de lezer krijgt een beeld van haast alle stromingen binnen de islam in Brussel, hun onderlinge samenhang, hun (migratie)geschiedenis, de band met de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in het moederland... Een zwakte want de auteur wil vaak gewoonweg te veel gezegd hebben. Door duizend-en-één personen, feiten en verbanden willens en wetens in het boek te verwerken is de rode draad soms zoek. Dassetto is er met andere woorden niet altijd even goed in geslaagd om de complexe werkelijkheid op een bevattelijke en vlotte manier uit de doeken te doen. Op het einde van het boek komt hier enige verandering in. In het laatste deel worden immers een aantal moslimtypetjes (de nostalgicus, de internationalist…), alsook moslimterritoria (bv. ‘Molmuslim’ dat staat voor het ‘islamitisch territorium’ in Molenbeek), opgevoerd. Hoewel het een verdienstelijke poging betreft om de overload aan informatie ‘tastbaar te maken’ rijmt dit niet helemaal met de sérieux en nuances die het boek voor de rest heeft.

Samengevat is L’Iris et le Croissant een van de belangrijkste studies van de islam in Brussel en België van de laatste tien jaar. Ondanks een gebrek aan cijfermateriaal toont Dassetto op overtuigende wijze aan wie de Brusselse moslims zijn, hoe ze zich organiseren en verhouden tot elkaar, maar ook hoe de (soennitische) islam in Brussel ‘hanbaliseert’. Het boek leest echter te vaak als een gortdroge analyse, niet in het minst omdat het ook informatie bevat die er niet onmiddellijk toe doet. Dat Dassetto zich evenmin aan beleidsaanbevelingen waagt zullen sommigen evenzeer betreuren. Dit neemt niet weg dat het boek een meer dan verdienstelijke poging betreft om een totaalbeeld te geven over de bewegingen binnen de islam in Brussel. Een aanrader zonder meer.

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 4 (april), pagina 71 tot 72