Abonneer Log in

Grexit? Het einde van Europa!

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 3

Europa was toch een Griekse prinses, niet? Het mag wel duidelijk zijn dat de toekomst van Europa afhangt van de afloop van de Griekse tragedie!

Dat de Grieken lijden, daar moet niemand nu nog aan twijfelen. Op een jaar tijd is de werkloosheid verdubbeld tot 23%. Meer dan de helft van de jongeren zit zonder werk. Vorig jaar alleen al hebben 25.000 jonge Grieken hun toekomst gezocht in het buitenland. Wie nog werk heeft, heeft zijn loon met zo’n 40% zien dalen. Zelfs de minimumlonen zijn met 20% gekort. De belastingen zijn gestegen en prijzen voor levensnoodzakelijke producten, huisvesting en gezondheidszorg worden voor velen stilaan onbetaalbaar. Wie nog spaargeld heeft, brengt dat in allerijl in veiligheid in het buitenland. En het gif verspreidt zich verder. Na Griekenland, Ierland en Portugal ligt ook Spanje aan het infuus van het Europese noodfonds. Omdat die landen hun munt niet kunnen devalueren, devalueert hun ganse economie. De productie en de omzet keldert, de werkloosheid piekt. De IAO maakte onlangs bekend1 dat er al 50 miljoen jobs verdwenen zijn sinds het begin van de crisis. Volgens de IAO wordt de crisis in geavanceerde economieën - lees maar Europa - nog verergerd door de gevoerde austeriteitspolitiek. Het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) weet bovendien2 dat de Troika (IMF, ECB en Europese Commissie) aan alle landen in nood heeft opgelegd om hun minimumlonen te bevriezen of te verlagen, ondanks eerder gemaakte afspraken tussen de sociale partners om ze te verhogen.

Het feit dat een klein land als Griekenland, met een economie van amper 2,5% van het BNP van de eurozone, nu ook de euro in gevaar brengt, is hoofdzakelijk te wijten aan politieke incompetentie. Natuurlijk had Europa deze Griekse tragedie kunnen vermijden, had het meer overtuigende middelen ingezet van bij het begin van de Griekse crisis. Maar solidariteit is in deze barre tijden wel een heel duur woord gebleken. Het staat voorlopig alvast niet in het woordenboek van Angela Merkel. Die wil nog altijd landen straffen voor hun laks beleid. Ter hulp snellen zou ‘moral hazard’ doen ontstaan, een vrijbrief dus voor onorthodox gedrag. Merkel blijft zich dan ook verzetten tegen voorstellen voor een sterkere economische en politieke Unie uit het Masterplan: de invoering van eurobonds, die de schuld van de landen van de eurozone zou collectiviseren, een hechtere Europese Bankunie waarbij het Europese noodfonds rechtstreeks banken ondersteunt of de Europese Centrale Bank - net zoals de Amerikaanse Federal Reserve of de Bank of England - rechtstreeks zou lenen aan de landen van de eurozone, een drastische herkapitalisering van de Europese Investeringsbank om transnationale investeringen te financieren of een Europese garantie voor spaargelden. Frau Merkel wil van geen sterker Europese integratie weten, alvast niet voordat de nieuwe strenge begrotingsafspraken in marmer gebeiteld zijn (die in 2013 in werking zullen treden als ten minste 12 landen het Europese begrotingspact hebben geratificeerd; momenteel hebben nog maar 7 landen de tekst door hun parlement gekregen) en de economieën van de eurolanden meer homogeen gemaakt zijn. Dat betekent zoveel als deze voorstellen naar de Griekse kalender verwijzen natuurlijk. Ontslagnemend Nederlands premier Rutte blaat haar na door te stellen dat al die institutionele toverformules vandaag niet aan de orde zijn. Na de verschijning op het Europese toneel van François Hollande als nieuwe Franse president, werd wel al snel duidelijk dat vele landen zijn Hollandse saus beter konden smaken dan de Duitse mergelpijp. Merkel begon dan wel te verkondigen dat budgettaire consolidatie en groei twee zijden zijn van dezelfde medaille, toch betekent dat niet dat zij hetzelfde kookboek gebruikt als Hollande. Wie haar ‘Europese banenplan’ leest, krijgt alleen de klassieke liberale remedies te zien: Sonderwirtschaftszones met belastingvoordelen en soepele arbeidswetgeving, versoepelen van de ontslagregelingen, verlaging van fiscale en sociale lasten én van de lonen, een privatiseringsfonds op het model van de Treuhandanstalt. Het lijkt wel of deze crisis de oude links-rechts tegenstellingen in alle hevigheid opnieuw heeft doen oplaaien. Al moet dan wel gezegd dat het linkse kamp steun krijgt van economisten als Krugman, Stiglitz en De Grauwe en van beleggers als Soros, namen die je vroeger niet bepaald bij links zou situeren, maar die zonder uitzondering de wurgende saneringsprogramma’s aan de kaak stellen en de opzettelijke onwetendheid van sommige Europese politici ronduit ‘crimineel’ noemen. Verstandig op Europese maat gesneden Keynesiaanse remedies halen weer de persen. Ook de G8 in Camp David, met president Obama op kop, heeft zich geschaard aan de kant van diegenen die vinden dat het hoog tijd is voor een Europese groeistrategie, ook al omdat een Europese recessie zware gevolgen heeft voor de wereldeconomie. Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Finland blijven zich echter verzetten tegen dergelijke scenario’s. Vanuit een slecht begrepen eigenbelang nochtans, want veel van de Duitse en Nederlandse export gaat naar de perifere landen die nu in de problemen zitten. Er is toch niemand meer, hoop ik, die denkt dat een eventuele Grexit uit de euro alleen maar gevolgen heeft voor de Grieken? De enorme verstrengeling van de financiële en economische werelden in de eurozone zal ongetwijfeld ook drastische gevolgen hebben voor de banken en de economische vooruitzichten van de ‘triple A goede leerlingen’ uit de Europese klas. In een studie over het opbreken van de eurozone, EMU break-up: pay now, pay later, schetst Mark Cliffe van ING een waar doemscenario: spaarders die hun centen weghalen bij banken, herinvoering van controle op kapitaalverkeer, prijzen van activa en andere tegoeden die in elkaar klappen, het uiteenvallen van het financieel systeem, de instorting van consumptie en de handel en enorme verschuivingen in de wisselkoersen van de nieuwe valuta. Erger nog: een Griekse exit uit de euro betekent niet alleen een bedreiging van de ganse eurozone, het is de Europese Unie zelf die in gevaar komt. Dat betogen Javier Solana en Kemal Dervis in Europe’s World.3 Het is immers ondenkbaar dat de Unie een gedeeltelijke desintegratie kan overleven, als na Griekenland ook Spanje of Portugal in het vizier komen. De schade aan het Europese project zou zo reusachtig zijn als twee of drie landen de euro moeten lossen, dat de hele Unie op daveren zou staan. Laat dat een stevige boodschap zijn voor diegenen die vinden dat sommige landen maar beter even ‘vakantie’ nemen uit de euro!

Het vreselijke gebrek aan Europese consensus over ingrijpende maatregelen zorgt er voor dat de Europese Commissie voorlopig alleen opgewarmde kost kan opdienen, zoals haar Europees werkgelegenheidspakket of een herinnering aan de Europa 2020-strategie. Al gebiedt de eerlijkheid me wel te erkennen dat de voorstellen van de Commissie om 7 miljard ongebruikt geld uit de structuurfondsen om de jeugdwerkloosheid aan te pakken en het akkoord tussen de Raad en het Parlement over 230 miljoen euro voor projectenbonds ter financiering van vier of vijf investeringen in energie en transport, een bescheiden stap in de goede richting zijn. Maar de komende Europese top van eind juni zal toch heel wat overtuigende oplossingen uit de kast moeten halen om deze crisis te keren. En om opnieuw de harten te veroveren van de Europeanen.

Want de verkiezingsresultaten in verschillende landen van Europa tonen ondertussen een enorme hervormingsmoeheid bij de bevolking. Voor de meeste zetelende coalities waren de verkiezingen bijltjesdag. In het afgelopen jaar zijn niet minder dan 10 zetelende Europese regeringen de laan uit gestuurd. Rutte, Berlusconi, Sarkozy maar ook Papandreou, Zapatero en Socrates verdwenen van het toneel. Hier en daar was er reden tot voorzichtig optimisme bij links. De verkiezing van Hollande was een opsteker. Bij de lokale verkiezingen in Groot-Brittannië stemde de Britten massaal op Labour. In Italië draaiden de gemeenteraadsverkiezingen uit op een proteststem tegen de rechtse partijen; de centrumlinkse Democratische Partij deed het relatief goed. In het Duitse Nordrein-Westphalen moest de CDU van Merkel de duimen leggen voor het aanstormend geweld van Hannelore Kraft (SPD).4 Maar ook dit valt op: nog nooit tevoren scoorden populistische partijen van links én van rechts zo goed. Wilders, Marine Le Pen, Beppo Grillo, de piratenpartij, Sinn Fein… het euroscepticisme is duidelijk weer in de mode. Het woord is aan de Europese staats- en regeringsleiders om te bewijzen dat er Europese oplossingen bestaan voor Europese problemen. Want alleen meer, en niet minder, Europa zal de euro én Europa kunnen redden!

Anne Van Lancker
Redactielid Samenleving en politiek

Noten
1/ World of Work Report 2012: Better jobs for a better economy, IAO, mei 2012.
2/ Thorsten Schulten, Minimum wages in Europe under austerity, ETUI policy brief European Economic, Employment and Social Policy, N°5/2012.
3/ Javier Solana, Kemal Dervis, Could the euro destroy the EU? Our verdict: only “more Europe” can avoid a deeper crisis, Europe’s World, Summer 2012.
4/ Met dank aan Wim Vermeersch, Mayday voor Europees Links?, 22 mei 2012 (http://opinie.deredactie.be/2012/05/23/mayday-voor-europees-links/).

edito - Griekenland - eurocrisis - Angela Merkel

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 6 (juni), pagina 1 tot 3