Log in

De kunst van het framen

Wim Vermeersch
23 augustus 2012

Wat is politiek? In essentie is het de strijd om de definitie van de werkelijkheid, de strijd om de opdeling van de wereld volgens economische, sociale, culturele of andere breuklijnen. Taal wordt daarin steeds belangrijker. Want taal beïnvloedt uw onbewuste, stuurt uw denkrichting. Een bespraakte politicus kan in één beeld de essentie vatten waar hij voor staat, waardoor zijn versie van de werkelijkheid als 'de’ werkelijkheid wordt geaccepteerd. In de vakterminologie heet dit ‘framing’, letterlijk ‘kaderen’. Steeds meer draait politiek rond beeldvorming, en de ene kan dat al beter dan de andere.

Don’t think of an elephant

Nederlander Hans de Bruijn wijdde vorige jaar een boek aan het fenomeen (Framing. Over de macht van taal in de politiek, 2011, Atlas), maar het begrip ‘framing’ danken we aan de Amerikaanse taalwetenschapper George Lakoff. In 2004 schreef hij Don’t think of an elephant. Vertel iemand niet aan een olifant te denken en het eerste waar hij aan denkt, is … een olifant. Volgens Lakoff gebruiken slimme politici taal die inspeelt op onbewuste denkpatronen. Daarin zijn Republikeinen veel beter dan Democraten. ‘Successiebelasting’ wordt ‘death tax’, ‘anti abortion’ wordt ‘pro life’, ‘tax cuts’ voor rijken wordt ‘tax relief’, enzovoort. Tegenover dat emotionele geweld van de Republikeinen staat het rotsvaste (en volgens Lakoff misplaatste) vertrouwen van de Democraten in de ratio. Het is echter pakkende beeldspraak die de emotionele circuits van onze hersenen activeert. En net dat deel gebruiken we om de wereld te begrijpen, om politiek te kiezen.

Wat is een (goede) frame?

Met een geslaagde frame dwingt de politicus u door zijn bril naar de wereld te kijken. Een geslaagde frame werkt tussen de regels door, eigenlijk zonder dat we het beseffen. De kiezer wordt ermee verleid om niet de ratio maar het gevoel te volgen in het stemhokje. Mensen stemmen immers niet altijd voor hun eigen belangen (integendeel), maar voor een geconstrueerd maatschappijbeeld. Zonder goede frames geen politiek succes. Opvallend, dat wordt steeds meer een vijandsbeeld. Voor Hans de Bruijn is Geert Wilders een meester in het spel van de taal: ‘kopvoddentaks’, ‘multiculti-knuffelaar’, ‘haatimam’,… telkens Wilders een bommetje gooit, laten zijn politieke tegenstander er zich meesmuilend over uit. Maar als je de taal van je tegenstander overneemt, bevestig je net dat wereldbeeld. Een geslaagde frame is dus zo geconstrueerd dat de politieke tegenstander er met open ogen in tuimelt.

Bart De Wever, the great communicator

Met slim woordgebruik de politieke tegenstander een hak zetten, daar is bij ons Bart De Wever uiterst behept in. The great communicator maakte niet alleen Latijn weer hip, hij is ook de man die heldere beeldspraak tot een kunst verheven heeft. Iedere keer De Wever een nieuw begrip lanceert, proberen zijn tegenstanders het te weerleggen, drijven ze er de spot mee. Wat echter blijft hangen, is niet de kritiek maar de creaties zelf. Het beeld van de twee democratieën is ondertussen gemeengoed geworden. Copernicaanse omwenteling, de hardwerkende Vlaming, de Waalse potverteerder, … het zijn beelden die in het politieke debat geslopen zijn maar waarvan de betekeniswereld nauwelijks wordt toegelicht. Toch vormen ze het raamwerk van confrontatie waarbinnen de politiek zich de laatste jaren aftekent.

De basisregel is nochtans simpel: stap nooit in het frame van uw politieke tegenstander, maar zet er uw eigen frame, een reframe, tegenover. Toch aarzelen De Wevers tegenstanders als het op framing aankomt. CD&V is van nature uit altijd al een ‘enerzijds, anderzijds’ partij geweest (hun laatste goede frame dateert al van 2007: ‘Wie gelooft die mensen nog?’). Bij Open Vld en sp.a speelt nog iets anders: verwarring over de te varen politieke koers. Als je niet weet waar je nog voor staat, is het lastig framen. Dan wordt framing vooral gebruikt voor politieke maskerade, vanuit berekening. Dat werkt contraproductief, want mensen haten politieke spelletjes. Bovendien zijn traditionele middenpartijen bang om voor populistisch te worden versleten als ze hun denkbeelden al te pakkend neerzetten. Onterecht. Een electoraal succesvolle partij bezit én een goed inhoudelijk programma én een aantal herkenbare frames die de essentie van dat verhaal samenvatten. Dat laatste structureert informatie, biedt samenhang, een narratief. Het geeft een duidelijk beeld waarvoor je staat.

Vooruitkijken naar 14 oktober 2012

Een goede frame laat zich niet voorspellen, maar de kans is groot dat N-VA met de komende gemeenteraadsverkiezingen opnieuw de toon juist heeft. De partij kiest doelbewust voor een ‘nationale’ campagne. De Wever zal in elke dorpstraat op de affiche prijken, met de boodschap ‘De kracht van verandering’. Helemaal anders pakken bijvoorbeeld de Vlaamse socialisten het aan. Bij sp.a geen affiches met Bruno Tobback, geen nationaal raamwerk, zelfs geen nationale slogan. De partij houdt het lokaal, met een regieboek waaruit de kandidaten naar hartenlust mogen knippen en plakken.

Wordt de frame die van ‘weg met Di Rupo’ of zal het daadwerkelijk gaan over stadsontwikkeling, huisvesting, mobiliteit, enzovoort? Daarvoor is het wachten tot eind deze maand, als de politici uit hun zomerslaap ontwaken en de campagnes zich langzaam op gang trekken. De olifant van Lakoff staat alvast in alle partijbureaus. Benieuwd binnen welke frame de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden. Want wie er in slaagt het politiek raamwerk te bepalen, wint.