Log in

Start- of nekschot voor Di Rupo I?

Wim Vermeersch
24 september 2012

De gemeenteraadsverkiezingen komen in een rotvaart dichterbij. Zeker nu ook in Antwerpen de campagne definitief is gestart. Benieuwd hoe de nationale krachtverhoudingen zich zullen vertalen naar de Belgische gemeenten en steden, maar omgekeerd is deze vraag evenzeer interessant. Wat kan de lokale stembusgang betekenen voor de nationale politiek: start- of nekschot voor Di Rupo I? Want de uitslag op 14 oktober bepaalt mede de startpositie voor ‘de moeder der verkiezingen’ in 2014. Wie nu slaag krijgt, moet straks uitkijken.

Diffuus beeld op 14 oktober

Een aantal boeiende initiatieven (De vragende partij, De Sociale Stemtest,…) ten spijt, gaan deze lokale verkiezingen tot dusver nauwelijks over lokale zaken. Dat is betreurenswaardig. Maar de dynamiek in ons Belgenland is nu eenmaal wat ze is: het wat zurige communautaire klimaat smaakt overal door. Start de verandering in de Wetstraat straks in de Dorpsstraat? Met deze boodschap poogt N-VA alvast haar nationaal gewicht op lokaal vlak te verzilveren.

Volgens de peilingen veegt N-VA de traditionele partijen straks van tafel. Politicologisch onderzoek (Tom Verthé, Samenleving en politiek, september 2012) wijst echter uit dat partijen die het nationaal goed of slecht doen die trend wel degelijk weerspiegeld zien op het lokale niveau, maar dat de pieken en dalen worden uitgevlakt. Waarschijnlijk dus geen dijkbreuk in Vlaanderen, wel een diffuus beeld waarbij er in sommige gemeenten een machtswissel komt en in andere alles bij het oude blijft. De grote electorale evoluties zullen - traag - doorsijpelen naar het lokale niveau. De logische voorspelling is dan: N-VA groeit gestaag, de federale regeringspartijen krimpen verder.

It’s about Antwerp, stupid!

Nationaal telt op 14 oktober eigenlijk maar één uitslag: die van Antwerpen. Die stad is cruciaal voor de N-VA. Dat gaf onlangs ook Geert Bourgois toe. ‘De kracht van verandering’, hoewel de partij mee in het Antwerpse schepencollege zit, zal vanuit de monding van de Schelde moeten vertrekken, in een vloedgolf richting 2014. Sinds de rellen in Borgerhout is de campagne er met een kick start in gang geschoten. Voor De Wever is ‘iedereen van ’t stad’, niet omgekeerd. Het lokte Patrick Janssens uit zijn schulp. In de eerste aflevering van De Kruitfabriek schoot de Antwerpse burgemeester alvast met scherp. Het betekende het begin van een campagne waarvan we het laatste nog niet gezien hebben. Daarvoor is het strategische belang, ook nationaal, net iets te groot.

Als De Wever in Antwerpen wint, gaat N-VA niet alleen in galop richting 2014, maar bevindt hij zich als burgemeester in zijn geliefkoosde positie: vanuit het Schoon Verdiep opinies spuien over de nationale politiek zonder daar rekenschap over te moeten afleggen, het debat verzieken zonder zijn handen te moeten vuilmaken. Verlies zou dan weer een psychologische klap betekenen. Tegenstanders hopen zelfs op een Dewinter-scenario. Die haalde in 2006 in Antwerpen ook nog meer dan 30%, maar werd geklopt door Janssens. Sindsdien verloor VB elke verkiezing. Dit scenario lijkt ietwat voorbarig, ook omdat N-VA in de Vlaamse regering zit, maar bij verlies zal de wind onvermijdelijk draaien. Want ook de media zullen bloed ruiken.

Ondertussen bij onze zuiderburen\*

Ook in Wallonië zal de verkiezingsuitslag niet alleen worden afgemeten aan het lokale succes, maar ook aan de mogelijke weerslag op het federaal niveau.

Voor de PS komt het er op aan het gedrag van haar klassieke electoraat af te toetsen aan de maatregelen van de federale regering. Een aantal basismilitanten en de socialistische vakbond FGTB hebben grote moeite met de hervormingen in de pensioen- en werkloosheidssector. PS vreest voor electoraal verlies in Luik en zijn rode gordel, waar de concurrentie met de Partij van de Arbeid van België (PTB-PVDA) haar linkse stemmen zou kunnen kosten. Een teleurstellend resultaat voor de PS zou de oplossing ter discussie kunnen stellen die werd uitgewerkt voor het partijvoorzitterschap: een ad-interimvoorzitter tot 2014. Aan kandidaten geen gebrek. Paul Magnette (dan burgemeester Charleroi?), Laurette Onkelinx (dan burgemeester Schaarbeek?) en Rudy Demotte (dan burgemeester Doornik?) zijn allen geïnteresseerd.

Ook voor de andere regeringspartijen is het een cruciale stembusgang. De MR leed in 2009 en 2010 twee verkiezingsnederlagen. Na de breuk met de FDF in september 2011 worden de gemeenteraadsverkiezingen voor Charles Michel een dubbele test: een externe test tegenover de politieke tegenstrevers, maar evenzeer een interne leadership-test ten aanzien van de ‘clan Reynders’. Die laatste vestigde zich in Ukkel. Benieuwd naar zijn resultaat, want hij wordt in 2014 opnieuw de gedoodverfde MR-leider. cdH behaalde, net als zusterpartij CD&V, in juni 2010 haar slechtste resultaat ooit. Benoît Lutgen nam er vorig jaar de fakkel over van Joëlle Milquet (lijsttrekker in Brussel-stad). De onzekerheid is er groot. Een nieuwe electorale klap zal haar positie in de federale regering geen goed doen.

Bergop richting 2014

De verwevenheid tussen het lokale en het nationale is een typisch Belgisch fenomeen. ‘De cumul’, only in Belgium. In Nederland blijven politici de hele week in Den Haag; bij ons rijden ze na hun werkdag in Brussel naar huis om er aan lokale politiek te doen. Toch is het opvallend hoe zwaar de federale regering zich heeft ingeschreven in deze lokale verkiezingen. Zeker als je weet dat N-VA die heeft uitgeroepen tot een soort nationaal referendum.

De kans bestaat dat we na 14 oktober in een situatie terechtkomen waarbij de drie Vlaamse partijen uit de federale regering op een historisch dieptepunt komen. Dan wordt het echt één tegen allen. In Vlaanderen komt in 2014 alle druk dan op last man standing Kris Peeters. Mocht daar nog bijkomen: een aantal vertrekkende ministers (Magnette, Van Quickenborne?), andere partijvoorzitters (PS, MR, Open Vld?), … in dat klimaat wordt het echt tegenwind rijden voor Di Rupo I. Een gekortwiekte regering met een kwakende Bart De Wever vanop zijn troon in Antwerpen, dat moet zowat het horrorscenario zijn. Dan wordt het niet eenvoudig om een begroting vast te leggen, de relance verder te zetten, de banken aan te pakken,… laat staan na 2014 verder te doen.

\* Met dank aan Pascal Delwit, ‘Gemeenteraadsverkiezingen in Wallonië en Brussel’, in: Samenleving en politiek, jg. 19/nr. 7, september 2012.