Log in

'Links-liberalisme. Niemand is burger zonder land'

Uitgelezen

Links-liberalisme. Niemand is burger zonder land

Herman Lauwers
Uitgeverij Pelckmans, Kalmthout, 2012

Is het slechts een hersenschim, een klein monstertje, een politiek zootje, een kleurloze brij? Is het meer dan een mooi excuus om wat buiten de lijntjes te mogen kleuren? Is het meer dan een buitenbeetje binnen het socialisme of liberalisme? Kan het iets bijdragen aan de ideologische onduidelijkheid en de verschuivingen in het politieke landschap? Kan links-liberalisme een sociaal-filosofische grondslag zijn die beter aansluit bij een deel van de kiezers?

Met het ter lore gegane SLP (Sociaal-Liberale Partij), al met al nog vers in het politieke geheugen, werpt Herman Lauwers aan het begin van zijn boek opmerkelijke vragen op. In Nederland mag het links-liberalisme dan wel het onderwerp uitmaken van eindeloze, zowel ideologisch-academische als politieke discussies binnen de progressieve partijen, in Vlaanderen is het links-liberalisme niet meer echt een thema. Ten onrechte?

In het eerste deel van zijn boek onderneemt Lauwers een grondige theoretische oefening. Voor Lauwers is het links-liberalisme duidelijk meer dan enkel een kwestie van stijl, zoals Sven Gatz ooit eens stelde. Het links-liberalisme van Lauwers is een verzoening van het zelfontplooiingliberalisme van Martha Nussbaum met het ‘patriottisme’ van Charles Taylor. Voor Lauwers is en blijft het links-liberalisme in se evenwel een liberale ideologie. De theoretische oefening van de auteur is in die zin verhelderend: al te vaak is het links-liberalisme voorgesteld als een soort van tussenweg, die de goede elementen van het socialisme en het liberalisme zou vermengen, ja, zelfs zou weten te overstijgen.

Waar (links-)liberalen en sociaaldemocraten, redenerend vanuit het gelijkwaardigheidbeginsel, een vrijheidsconcept zullen delen dat erg gelijklopend is, zullen sociaaldemocraten mijns inziens bereid zijn om veel verder te gaan in de verdeling van die vrijheid. Links-liberalen zullen, net als sociaaldemocraten, ontplooiing, emancipatie en vooruitgang bepleiten. Maar links-liberalen zullen vinden dat mensen dat vooral op eigen kracht moeten bereiken. Sociaaldemocraten zullen daarentegen graag een duwtje in de rug geven, wanneer dat nodig zou zijn.

Enigszins geïnspireerd op de stelling van de Britse socioloog Parkin zouden we met een boutade kunnen stellen dat ‘sociaaldemocraten links-liberalen zijn die het écht menen.’ Dat is mijn stelling, voor alle duidelijkheid. Volgens anderen zou ‘links-liberalisme’ gerust ‘sociaaldemocratie’ mogen heten, of omgekeerd.

In deel twee van zijn boek laat Lauwers de theorie even achter zich. Hij reikt een overzicht aan dat vooralsnog ontbrak in de Nederlandstalige literatuur; en schetst een gedegen overzicht van de links-liberale partijen in Europa en Nederland. Lauwers staat ook stil bij de Vlaamse context. Het is in dat laatste hoofdstuk dat hij, enigszins onverwacht, een omstreden stelling opwerpt en de lezer aan het denken zet.

Zoals zoveel sociaaldemocratische partijen in Europa zou de sp.a voor een heus dilemma staan. Ze kan niet tegelijkertijd een centrumlinkse beleidspartij zijn en een ideologisch linkse strijdpartij. Volgens Lauwers is er ter linkerzijde enkel nog groei mogelijk als er een onderscheid komt tussen een links-populistische partij en een postmoderne links-liberale stroming, als groepering van vooruitstrevende, sociaalbewogen en cultureel posmoderne kiezers. Volgens Lauwers draagt de sp.a beide potenties in zich, maar zal ze moeten kiezen. Ze kan niet beide.
Het is echter nog maar de vraag of het terugwinnen van de traditionele kiezer en/of het charmeren van centrumkiezer enkel mogelijk zou zijn als sp.a die keuze zou maken. De ervaring, bijvoorbeeld in een stad als Gent, leert ons dat een normaal sociaaldemocratisch verhaal even goed kan aanslaan bij de traditionele achterban, als bij de meer welstellende, ‘cultureel postmoderne’ kiezer, zoals Herman Lauwers hem omschrijft. Te meer nu het wel lijkt alsof de rechterkant van het politieke speelveld dermate naar rechts is opgeschoven dat een redelijke sociaaldemocratie als vanzelf het midden wordt, het normale.

En hoewel Lauwers een zeer verdienstelijke poging onderneemt in zijn vertoog, kon hij me ook niet overtuigen om de sociaaldemocratie in te ruilen voor het links-liberalisme. Zal een flinke scheut ‘ouderwetse’ sociaaldemocratie immers niet altijd nodig blijven om het ‘liberale’ individualisme voor iedereen te kunnen waarmaken?

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 8 (oktober), pagina 67 tot 68