Abonneer Log in

Hoe energieliberalisering rond de consumenten laten draaien?

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 9 (november), pagina 51 tot 61

Is de liberalisering van de elektriciteits- en aardgasmarkt een mislukking of een succes? ‘Geen van beide’ is misschien een te voor de hand liggend antwoord. Europa stelt vast dat de verwachtingen nog lang niet ingelost zijn, terwijl in ons land meer mensen dan ooit van leverancier veranderen en daardoor (samen) heel veel geld besparen. Feit is dat de liberalisering een dynamiek heeft losgeweekt die niet denkbaar is in een monopolistische markt en dat de klant daar de vruchten van kan plukken, met de nadruk op ‘kan’. Daarom moet de klant nu - na tien jaar - zijn enige juiste plaats krijgen op de energiemarkt: centraal!

Bent u al 100% Groen gas +, Flexonline 12, Powerplus vast, 3 jaar Stroomvast, Naturefix? Zelfs al zijn deze namen van elektriciteits- en aardgascontracten pure fantasie1, ze roepen bij u allicht toch een zekere herkenning op. We worden om de oren geslagen met contracten van energieleveranciers. In 2011 en zeker in 2012 is de strijd op de energiemarkt heviger dan ooit en stapten tot nog toe ongezien grote aantallen klanten over naar een nieuwe elektriciteits- en/of aardgasleverancier. Van 1 januari tot 1 september 2012 wisselden al 374.064 elektriciteits- en 249.398 aardgasklanten van energieleverancier. Dat zijn er respectievelijk al 111.706 en 78.734 meer dan in heel 2011, dat op zijn beurt weer een recordjaar was sinds de opening van de Vlaamse energiemarkt op 1 juli 2003.

Op basis van deze vaststelling kunnen we zeggen dat in Vlaanderen minstens het eerste deel van de doelstelling die Europa met de liberalisering van de elektriciteits- en aardgasmarkt voor ogen had grotendeels is bereikt. Die doelstelling kan als volgt samengevat worden: door de introductie van concurrentie betere dienstverlening en competitieve prijzen stimuleren in een innovatieve omgeving. Aan het bestaan van concurrentie tussen de elektriciteits- en aardgasleveranciers op de Vlaamse markt kan nog moeilijk worden getwijfeld.

We nemen met België een eerder unieke plaats in. Enerzijds is de energiemarkt in Vlaanderen vroeger opengesteld dan in de meeste andere Europese landen. Anderzijds heeft de verdeling van de bevoegdheden over de federale overheid en regulator CREG en de regionale overheden en regulatoren (de VREG in Vlaanderen) ertoe geleid dat de focus, zoals in veel landen gebeurde, van bij de start niet enkel gelegd werd op het reguleren van de toegang tot de transmissienetten en de interconnectie ervan met de buurlanden, maar ook bij het creëren van een sociaal en ecologisch gecorrigeerde markt voor de eindafnemers van elektriciteit en aardgas. Hierdoor zijn we in Vlaanderen in mijn ogen zeker bij de meer succesvolle voorbeelden.2

Toch is het duidelijk dat de liberalisering van de elektriciteits- en aardgasmarkt nog niet de door Europa beoogde doelstellingen bereikt heeft, zeker als we kijken naar de resultaten van de pan-Europese onderzoeken, naar de manier waarop de energieafnemers de geliberaliseerde markt bekijken. De laatste relevante versie van het Consumer Scoreboard (oktober 2011) plaatste de gasmarkt op de 36ste plaats en de elektriciteitsmarkt zelfs op de 6de laatste plaats van de 51 bestudeerde markten qua marktperformantie. De elektriciteits- en aardgasmarkt gingen tussen 2010 en 2011 het meest achteruit vergeleken met andere markten/sectoren. Deze performantie wordt gemeten aan de hand van een synthetische index met daarin volgende elementen:
1) het gemak waarmee goederen of diensten kunnen worden vergeleken;
2) het vertrouwen van consumenten dat detaillisten/leveranciers zich houden aan de regels voor consumentenbescherming;
3) de beleving van problemen en de mate waarin deze tot klachten hebben geleid;
4) de tevredenheid van consumenten (de mate waarin de markt hun verwachtingen waarmaakt).

De povere resultaten van de aardgas- en vooral van de elektriciteitsmarkt maken duidelijk dat het nog veel te vroeg is om de liberalisering van de energiemarkten een succes te noemen. Opmerkelijk is dat ook België (de Europese studies gaan niet in op het bestaan van regionale markten binnen België) slecht scoort in de nieuwe, in november te publiceren, versie van het Consumer Scoreboard. Ondanks de hoger aangehaalde bewijzen dat de concurrentie op onze energiemarkt steeds heviger wordt.

We zijn dus nog niet waar we moeten zijn, zeker niet als we de zaak op Europese schaal overschouwen. Dat heeft ertoe geleid dat de Europese energieregulatoren een langetermijnvisie3 hebben uitgewerkt met als doel de elektriciteits- en aardgasafnemer centraal te stellen in de energiemarkt. Er werd en wordt door wetgevers en energieregulatoren immers nog te veel gefocust op technische regulering van netwerken, zonder dat dit tastbare voordelen voor de consument (en hiermee worden zowel gezinnen als - kleinere - professionele energieafnemers bedoeld) meebrengt.

Vaak wordt geanalyseerd dat de marktwerking op de elektriciteits- en aardgasmarkt niet de verhoopte resultaten oplevert op het vlak van verbetering van de situatie van de huishoudelijke en kleine professionele klanten omdat deze zich onvoldoende engageren in de markt, lees: te weinig bereid zijn om daadwerkelijk over te stappen naar een andere energieleverancier. Een goed functionerende markt vergt immers efficiëntie aan zowel de kant van de aanbieders (elektriciteits- en aardgasleveranciers en netbeheerders) als aan de vraagzijde (de energieafnemers). We stellen inderdaad vast dat in veel Europese landen de betrokkenheid van de klanten bij de elektriciteits- en aardgasmarkt bijzonder laag blijft. Daar zijn een aantal redenen voor, al moet meteen toegegeven worden dat niet al die redenen binnen het bereik van de energieregulatoren liggen, of zelfs van de overheid in het algemeen.

Een aantal van deze redenen zijn terug te vinden binnen wat in de economische wetenschap bekend staat als ‘behavioural economics’. Dit is de tak van de economische wetenschap die psychologie gebruikt om het economisch beslissingsproces van individuen te verklaren. Er moet worden vastgesteld dat klanten - dus ook energieafnemers - zich niet rationeel gedragen, zoals nochtans de neoklassieke economische theorie die aan de basis ligt van het neoliberalisme graag beweert. Integendeel, consumenten lijden onder vier systematische voorkeuren4 die rationele keuzes in de weg staan. Toegepast op de energiemarkt, laten deze vier systematische voorkeuren (of afwijkingen) zich als volgt beschrijven:
- Een beperkte capaciteit om informatie te verwerken: consumenten hebben moeite met het beoordelen van veel verschillende opties en met het verwerken van grote hoeveelheden informatie over de opties die ze hebben. Dit vertaalt zich vaak naar een passieve houding, omdat klanten beseffen/verwachten dat ze voor een moeilijk afwegingsproces staan en hier tegenop zien;
- Status-quo vooringenomenheid: consumenten worden vaak afgeschrikt door verandering en blijven hierdoor bij voorkeur bij de bestaande situatie. De stap om naar het aanbod van een andere energieleverancier te kijken is daardoor vaak al een moeilijke stap, die ze pas zetten onder relatief grote druk;
- Angst om te verliezen: consumenten vertonen vaak een risico-avers gedrag, omdat ze monetair verlies erger vinden dan dat ze monetaire winst waarderen. Dit leidt in situaties van onzekerheid tot angst en daardoor tot immobilisme;
- Tijdsinconsistentie: consumenten waarderen de korte termijn hoger dan de lange termijn. Nu kosten maken of tijd investeren in een keuze die pas op termijn tot voordeel (kan) leid(t)(en) is dan ook minder aantrekkelijk. Dit is zeker relevant voor elektriciteit en aardgas, omdat een nieuw consumentencontract pas definitief voordeel oplevert na een jaar, hoewel ook lagere voorschotfacturen deze indruk kunnen wekken. Omgekeerd kan dit ertoe leiden dat sommige consumenten ingaan op een korting die op korte termijn beloofd wordt, maar een minder groot voordeel biedt dan een ander contract op langere termijn.

Uit een diepgaande studie van de elektriciteits- en aardgasmarkten in de EU die de Europese Commissie in 20105 liet uitvoeren, bleek dat in veel lidstaten een aantal situaties bestonden die deze ‘afwijkingen’ van het rationeel consumentengedrag sterk benadrukken: zoals het niet voorhanden zijn van objectieve vergelijkingen tussen het aanbod van de verschillende energieleveranciers (zoals vergelijkingswebsites van officiële bronnen6) of het steeds omvangrijker en ook complexer wordende totale aanbod aan contractformules. De Retail Electricity Study7 concludeerde daarom dat ‘Europese consumenten 13 miljard euro zouden kunnen besparen door over te schakelen naar de goedkoopste elektriciteitsleveranciers. Slechts weinig consumenten vergelijken echter offertes of veranderen van leverancier’.
Ook het onderzoek van de Engelse energieregulator OFGEM in 2011, de Retail Market Review, leidde tot het inzicht dat de energiemarkt in Groot-Brittannië op het ogenblik eerder klanten doet afhaken, of als ze toch een actieve houding aannemen de verkeerde keuze doet maken, zodat ze niet kiezen voor het gunstigste contract dat aan hun verwachtingen voldoet. Dat leidt volgens OFGEM tot een lage graad van betrokkenheid van de klanten bij de werking van de energiemarkt. Dit leidt op zijn beurt tot gebrek aan concurrentie op de markt en tot het niet vervullen van de verwachtingen van de klant. Een vicieuze cirkel.

Waar de dominante economische theorie er van uitgaat dat klanten rationeel gebruik maken van alle beschikbare informatie om de voor hen optimale keuzes te maken, is een fundamentele bijdrage van de Behavioural economics dat er niet alleen duidelijke gedragsafwijkingen bestaan die de mate dat de klant zich wil en/of kan engageren in de markt beperken, maar dat deze zeer wijd verspreid zijn en dat ze voorspelbaar zijn. De overheid kan hier dus op inspelen door middel van wetgeving of regulering. Bijvoorbeeld door de vergelijkbaarheid tussen energiecontracten te beperken door het opleggen van een vaste structuur voor de energieproducten, door lacunes in de kennis van de consumenten op te vullen met objectieve informatie (zoals de websites van de regionale regulatoren doen, met o.a. de V-test), of door specifieke campagnes op te zetten zoals de recente federale campagne ‘Durf vergelijken’.8

CEER 2020 VISIE VOOR EUROPA’S ENERGIEAFNEMERS

Toch is er meer nodig. Daarom startte de Council of European Energy Regulators (CEER) begin dit jaar de eerste fase op van een proces dat tot doel heeft het hoofd te bieden aan de talrijke uitdagingen waarmee de consumenten nu en in de toekomst geconfronteerd (zullen) worden. Dit proces begon op donderdag 21 juni 2012 met een interactieve conferentie in Brussel. De conferentie werd bijgewoond door consumenten, industrie en vertegenwoordigers van verschillende instellingen. Het had als bedoeling om de oorspronkelijke gedachtegang van CEER te toetsen aan hun visie en ervaringen.9

De regulatoren beseffen dat om een visie voor consumenten uit te werken met als horizon 2020 samenwerking fundamenteel is. De CEER zal zich daarom tot de andere belanghebbenden richten en met hen samenwerken om een beter inzicht te verwerven in de noden van de energieconsumenten. De energieregulatoren willen hun kennis over de complexe energiemarkten uitbreiden en delen met anderen die er ook naar streven de consumenten te beschermen en hun zeggenschap te bevorderen.

In het kader van de toekomstvisie voor de Europese energieconsumenten, stellen de regulatoren voor om samen met de consumentenverenigingen concrete acties te onderzoeken om hun begrip van de prioriteiten van de consumenten te vergroten en het engagement van consumentenverenigingen in de gesprekken over het energiebeleid op Europees niveau te bevorderen. In de toekomst willen de regulatoren de werkzaamheden van CEER op een meer doeltreffende manier bekend maken door middel van klantvriendelijke, begrijpbare brochures en folders.

Op basis van hun voorgaande werkzaamheden betreffende de bescherming van consumenten en de bevordering van hun zeggenschap (‘empowerment’) hebben de Europese energieregulatoren vier sleutelthema’s geïdentificeerd waarop de discussie over de plaats van de energieafnemers in de geliberaliseerde energiemarkt zich moet concentreren: a) betaalbaarheid; b) betrouwbaarheid; c) eenvoud; en d) bescherming en empowerment (versterking van de positie) van de consument.

Deze sleutelthema’s kunnen een waaier aan consumentenbelangen vertegenwoordigen en zijn bijgevolg cruciaal voor de toekomstige werkzaamheden. De regulatoren wensen deze gebieden te ontwikkelen en te verfijnen door nauw samen te werken met consumentenverenigingen, Europese instellingen, industrie en alle regeringsniveaus, die ook duidelijk belangrijke deelnemers zijn in dit proces. De nadruk ligt dus, nog meer dan tot vandaag het geval was, op een bottom-up benadering (in het kader waarvan de regulatoren naar de consumenten luisteren) eerder dan op een top-down benadering.

CEER heeft het jaar 2020 als doel gekozen om de toekomstvisie gerealiseerd te zien. Er kondigen zich veranderingen aan die moeten worden ingepast zodat ze in de toekomst voordelen bieden voor de energieconsument. Enkele van de belangrijkste veranderingen tegen 2020 zijn:

  • De Europese 20-20-20 doelstellingen in verband met klimaatveranderingen, hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie, zoals vastgelegd door de Europese staatshoofden, in het kader waarvan ‘de consument mondig maken en het hoogste niveau van veiligheid en beveiliging bereiken’ een van de vijf prioriteiten is.10

  • De gedeeltelijke of volledige uitvoering van ‘slimme meters’-systemen voor elektriciteit moet tegen 2020 afgerond zijn (zoals opgelegd door de Europese wetgeving inzake energie en op voorwaarde dat een kosten-batenanalyse geen negatieve resultaten oplevert). Dit staat in nauw verband met de ontwikkeling van slimme netten, de grote investeringsbehoeften die hieraan gekoppeld zijn en met nieuwigheden op het vlak van IT, en met het ontstaan van steeds meer e-diensten en tools.

  • Grootschalige investeringen zullen de komende jaren nodig zijn (bijvoorbeeld op vlak van transmissie-infrastructuur en slimme meters, alsook voor de productie en andere delen van onze energielevering), niet enkel om de doelstellingen inzake de klimaatverandering en hernieuwbare energiebronnen te realiseren, maar ook om verouderde elektriciteits- en gasleidingen te vervangen en te verzekeren zodat de energie die wij nodig hebben van ver en op grote schaal kan worden getransporteerd. Deze uitdaging zal gevolgen hebben voor de energieprijzen, aangezien een groot deel van de investeringen wordt gefinancierd door de Europese consumenten (zoals nu al het geval is) die uiteindelijk voordeel halen uit een meer milieuvriendelijke, slimmere en betrouwbare energielevering.

  • Europa is overeengekomen om tegen 2014 één enkele groothandelsmarkt voor energie te vormen. De regels voor deze interne groothandelsmarkt worden momenteel uitgewerkt en zouden moeten leiden tot goed werkende groothandelsmarkten doorheen de hele EU. Concurrerende, open en onderling verbonden groothandelsmarkten voor energie tussen en doorheen de Europese landen moet de voorziening van betrouwbare en betaalbare energie voor onze woningen bevorderen. Groothandelsmarkten verbinden detailhandelsmarkten met de eindconsument, waarbij de handel en de prijzen op groothandelsniveau de toon aangeven voor de leveranciers (en hun aanbiedingen) die voor de consumenten op detailhandelsniveau actief zijn. Het handelsaanbod van detailhandelsmarkten moet ruim genoeg zijn om betaalbare, eerlijke/billijke en transparante prijzen aan te bieden. Deze keuze moet het volgende omvatten: voldoende informatie over de prijsindexeringsmechanismen voor de consument, voldoende kwaliteit van de energielevering, bescherming van de consument en bovendien moeten detailhandelsmarkten ook innoverende diensten mogelijk maken.

Wanneer we deze veranderingen in overweging nemen, moeten we in gedachten houden dat het engagement van de consumenten ten opzichte van de energiemarkt over het algemeen eerder laag is.

De beslissingen die nu genomen worden inzake regels en voorwaarden binnen de energiemarkten, zullen de werking van de energiemarkten beïnvloeden en daardoor de komende jaren een impact hebben op de consumenten. Om de Europese energiemarkten te ontwikkelen is het van essentieel belang inzicht te verwerven in de wensen van energieconsumenten en de manier waarop we ons als consumenten gedragen. We moeten voor ogen houden dat consumenten geen homogene groep vormen: consumenten hebben verschillende noden, nemen verschillende houdingen aan en vertonen verschillende gedragingen. Bovendien zijn er kwetsbare consumenten11 die bijzondere bescherming nodig hebben.

Globaal genomen leert de ervaring dat de consumenten betaalbare energie verwachten en dat deze op een eenvoudige manier moet kunnen worden beheerd en begrepen. Consumenten verwachten ook zeggenschap te hebben en beschermd te worden. Ook al zal de context verschillend zijn, toch kunnen we aannemen dat deze verwachtingen ook in de toekomst relevant zullen blijven. Het schema op de volgende pagina geeft de visie van de regulatoren weer van de prioriteiten in de verwachtingen van de energieafnemers:

Betaalbaarheid

Consumenten verwachten redelijkerwijze dat ze waar voor hun geld krijgen en dat ze geen oneerlijke prijs moeten betalen voor het gebruik van energie. Kiezen uit een correct aanbod (waaronder de mogelijkheid om hun eigen elektriciteit te produceren) en inzien hoe energie kan worden bespaard, liggen aan de grondslag van de inspanningen om de energierekening te doen dalen.

Op lange termijn hebben energieprijzen de neiging om te stijgen. Bijgevolg is het des te belangrijker dat de manier waarop de prijzen tot stand komen voor iedereen duidelijk is en dat de prijsvorming als eerlijk ervaren wordt. De regulatoren erkennen dat ze hoofdzakelijk bevoegd zijn om de goede werking van de energiemarkten te verzekeren en het element ‘natuurlijk monopolie’ van de algemene energiewaardeketen te reguleren, namelijk de tarieven van het transmissie- en distributienet. Deze elementen vormen echter slechts een deel van de uiteindelijke prijs die de consumenten betalen. Andere elementen zijn onderworpen aan talrijke beleidsbeslissingen zoals belastingen en ondersteuning ten voordele van hernieuwbare energie.

Betrouwbaarheid

Voor vele mensen en bedrijven is het vanzelfsprekend dat energie gewoon beschikbaar is door op een schakelaar te duwen of een radiatorknop om te draaien, maar in sommige streken is een betrouwbare energielevering voor huishoudens allerminst verzekerd. In principe moet de levering van energie aan verbruikers ononderbroken zijn. De aangeboden klantendiensten moeten betrouwbaar zijn, of het nu gaat over de verrekening, advies in verband met energiebesparingen of de tijd nodig om een telefoontje van een consument te beantwoorden.

Eenvoud

Informatie moet op een duidelijke en vergelijkbare manier worden voorgesteld. Bovendien moeten consumenten gemakkelijk toegang hebben tot deze informatie. Informatie begrijpen, zoals de afrekeningen en de kosten die erop voorkomen, vormt maar al te vaak een ware uitdaging voor consumenten. Omwille van nieuwe vormen van contracten die voortvloeien uit concurrentie of uit technologische innovatie, zien de regulatoren in dat het belangrijk is om dit zo eenvoudig mogelijk te laten verlopen. Consumenten moeten hun verbruik kunnen opvolgen en moeten worden ingelicht over hun verbruiksgewoonten (en -kosten). In de toekomst moet het gemakkelijk zijn om zelf energie te produceren en deel te nemen aan programma’s betreffende self-monitoring en energieverbruik op maat.

Bescherming en empowerment

De rechten van de consumenten moeten worden verzekerd en gerespecteerd. Bovendien moeten de markten zo worden ontwikkeld dat de consumenten die het wensen, een rol kunnen spelen op deze markten en actief hun verbruik kunnen controleren en hun rekening beïnvloeden. Aangezien een grotere hoeveelheid gegevens elektronisch wordt ingezameld en doorgegeven, moeten consumenten er zeker van zijn dat de gegevens betreffende hun verbruik vertrouwelijk blijven en veilig worden bewaard. Met betrekking tot bescherming moeten toegang tot informatie, geschillenbeslechting en correcte klachtenbehandeling, die trouwens al verplicht zijn door de Europese wetgeving, worden verzekerd.
Er moet rekening worden gehouden met de noden van alle consumenten, in het bijzonder die van de kwetsbare consumenten. Deze noden kunnen verschillend zijn van die van de doorsneeconsument, zeker in de toekomst als er meer ingewikkelde opties en diensten aangeboden worden.

TERUG NAAR DE VLAAMSE ENERGIEMARKT

We zetten even een stap terug naar Vlaanderen, waar zich de laatste jaren een aantal tendensen aftekenen, zoals de opkomst van eigen productie. Waar we zien dat een aantal klanten niet spontaan de stap naar een actieve houding op de energiemarkt zet, en daardoor te veel betaalt, zien we omgekeerd een groep die het heft in eigen handen neemt en zelf stroom gaat produceren. Dat gebeurt in de meeste gevallen door middel van zonnepanelen, een technologie die - omwille van de maatschappelijke discussie over de ondersteuning - volop in de aandacht staat.
Ze worden op die manier minder afhankelijk van de elektriciteitsleveranciers en kunnen zich (deels) onttrekken aan de marktwerking van de elektriciteitsmarkt door de ‘terugdraaiende teller’. Het feit dat ze door de werking van de terugdraaiende teller intensiever gebruik maken van het elektriciteitsdistributienet, maar er minder voor betalen, was de reden voor het voorstel van een ‘netvergoeding’, zoals onlangs door de Vlaamse distributienetbeheerders ingediend bij de CREG.

Het publiek debat over zonnepanelen is sinds twee jaar sterk negatief gekleurd en focust enkel op de kosten. Toch vormen die vermaledijde zonnepanelen een schakel in het proces van energietransitie: de overgang van een fossiel-nucleair gebaseerde energiemix naar een steeds duurzamere energieopwekking. Dat deze transitie met groeipijnen gepaard gaat, zien we overal (kijk maar naar het debat over Die Energiewende in Duitsland en de aanslepende discussies om in Nederland van MEP naar SDE naar SDE+ naar een leveranciersverplichting - analoog met ons groenestroomcertificatenquotum - te gaan) en is onvermijdelijk.
Je ziet door de opkomst van zonnepanelen en andere duurzame productie-installaties die ingeplant staan bij de afnemers van elektriciteit dus een tendens van decentralisatie in de energievoorziening, terwijl je parallel ook een tendens ziet van schaalvergroting, dus centralisatie. Een voorbeeld vinden we op het vlak van het distributienetbeheer, waar de oude - soms zelf gemeentelijke - intercommunales zich verenigden in de werkmaatschappijen Infrax en Eandis. Je zou het ironisch kunnen vinden dat die grote, sterke netbeheerders nu worstelen met de integratie van al die kleinschalige decentrale productie op hun netten.

GROEPSAANKOPEN

Ondertussen is er ook sprake van een ‘nieuwe energiemacht’: particulieren en kleine bedrijven die zich verzekeren van goedkope energie via het model van samen aankoop. Een model dat in Nederland wel succes heeft, maar in Vlaanderen het gras voor de voeten weggemaaid ziet door een ander succesvol model: de groepsaankopen. We zien een geweldig succes van groepsaankopen georganiseerd door lokale overheden (enkele provincies - en politici - hebben er meer visibiliteit mee gekocht dan ze in het hele afgelopen decennium konden krijgen), organisaties van diverse aard: Greenpeace, middenveldorganisaties, Test-Aankoop, enzovoort.

Het model van groepsaankopen beschikt over een aantal sterke elementen: het speelt in op een aantal van de hoger aangehaalde afwijkingen op het rationele gedrag van consumenten. Zo neemt een groepsaankoop het wantrouwen weg dat bij veel mensen heerst. Ze moeten niet rechtstreeks in contact treden met de energieleveranciers. De groepsaankoop filtert en objectiveert de verschillende aanbiedingen voor hen. Het groepsaankoopproces neemt de druk van het moeten vergelijken van de verschillend aanbiedingen weg, omdat dit overgenomen wordt door de organisator. We kunnen vaststellen dat groepsaankopen inderdaad drempelverlagend werken en mensen die tot nog toe passief bleven tot een eerste actieve stap op de energiemarkt kunnen brengen.

INNOVATIE

Er staan een aantal wenselijke en noodzakelijke innovaties op stapel die zonder twijfel een significante stempel zullen drukken op de elektriciteits- en (in mindere mate) aardgasmarkt. Het gaat dan over de introductie van demand side management of vraagbeheersing door technieken als automatisatie en/of afstandbesturing van energievraag en dynamic pricing, dus elektriciteits- en aardgasprijzen die reageren op de marktomstandigheden. Energieafnemers zullen dus kunnen inspelen om deze dynamische prijssignalen en daardoor besparen, omdat ze op die manier helpen om het elektriciteitsnet in evenwicht te houden en vermijden dat dure piekcentrales moeten worden ingeschakeld, of ze negeren deze signalen en betalen hiervoor een hoge prijs. De integratie van steeds meer decentrale productie vergt ook dat er een antwoord geboden wordt op de steeds complexer wordende afstemming van vraag en aanbod. Dynamische prijzen hebben een vraagsturend karakter en zijn daardoor bij uitstek geschikt om als instrument ingezet te worden in een verduurzaamd en gedecentraliseerd energiesysteem.

Dit kan de indruk wekken dat er mechanismen ingevoerd worden die de vermogende mensen bevoordelen en ten koste gaan van de minder begoeden, naar analogie met bijvoorbeeld de discussie over de sociale dimensie van bijvoorbeeld rekeningrijden, maar het lijkt een onvermijdelijke correctie op de huidige situatie waarin mensen gewend zijn om op eender welk ogenblik de elektriciteitsschakelaar om te kunnen zetten, zonder ander gevolg dan dat een toestel inschakelt of het licht gaat branden.

CONCLUSIE

De lessen die volgen uit de analyse door middel van de ‘behavioural economics’ zal allicht de visie van een aantal lezers bevestigen dat de liberalisering van de elektriciteits- en aardgasmarkt tot op het niveau van de individuele huishoudelijke en kleine professionele klanten een vergissing was, een toegift aan de Europese neoliberale economische visie. Sta me toe dit niet te onderschrijven. De dynamiek die de afgelopen tien jaar in de energiemarkt zichtbaar was, is moeilijk voor te stellen in een context van gereguleerd monopolie. De energiemarkt, inclusief een groot deel van de klanten, is duidelijk naar een hogere versnelling geschakeld, en de vraag is maar of dit zonder de liberalisering mogelijk was geweest.

Zoals vastgesteld zijn we echter nog lang niet waar we moeten zijn, is consumentenbescherming én het versterken van de weerbaarheid van de energieafnemer (empowerment) meer dan nodig, zijn de uitdagingen veelvuldig, niet in de laatste plaats de uitdaging om energie betaalbaar te houden. Dat we hier en daar de uitgangspunten of meningen zullen moeten herzien, is onvermijdelijk. Dat we naar een meer actief gestuurd model moeten, waar tegenover het recht om op elk moment elektriciteit en gas te kunnen verbruiken op sommige momenten ook een (hoog) prijssignaal zal staan, is ook zeker. Het zal aanpassingen vergen en aanpassingen zijn precies één van die dingen die de consumenten niet waarderen.

De consument/energieafnemer zal desondanks toch zijn plaats op de energiemarkt moeten innemen, en wat de Europese energieregulatoren betreft, is die plaats in het midden. Het is voor de consument dat we het doen, wat niet wil zeggen dat elke vernieuwing op gejuich zal worden onthaald. Maar zonder die centraal geplaatste klant zal de geliberaliseerde energiemarkt nooit voldoening geven.

Dirk Van Evercooren
Directeur marktregulering Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) en Sampol-redactielid

Noot
1/ Mocht ik hiermee één van de energieleveranciers geïnspireerd hebben, kijk ik alvast uit naar de royalty check.
2/ Voor een nadere analyse: Dirk Van Evercooren, Een zichtbare hand, met positieve gevolgen?, in: Samenleving en politiek, jg. 17/nr. 4, april 2010.
3/ CEER 2020 vision for Europe’s energy customers. A discussion paper, http://www.energy-regulators.eu/portal/page/portal/EER\_HOME/EER\_PUBLICATIONS/CEER\_PAPERS/Customers/Tab3/C12-SC-02-04\_2020-vision\_24-April-2012.pdf.
4/ Het Engelse ‘bias’ kan ook vertaald worden als ‘afwijking’ of ‘vooringenomenheid’.
5/ The functioning of retail electricity markets for consumers in the European Union, Directorate-General for Health & Consumers, EAHC/FWC/2009 86 01.
6/ Zoals de V-test van de VREG en de vergelijkbare websites van de Brusselse en Waalse regulatoren. Voor een voorbeeld van een andere Europese regulator die een vergelijkingssite aanbiedt: http://www.e-control.at/de/konsumenten.
7/ Retail Electricity Study (http://ec.europa.eu/consumers/consumer\_research/market\_studies/docs/retail\_electricity\_full\_study\_en.pdf).
8/ http://economie.fgov.be/nl/consument/Energie/Facture\_energie/durf\_vergelijken/.
9/ Tijdens het vijfde Citizens’ Energy Forum, dat in november 2012 in Londen plaatsvindt, zullen een officieel strategiedocument en een officieel werkprogramma met concrete acties worden voorgesteld. Dit deel van deze tekst herneemt de hoofdlijnen van de visietekst die de Europese energieregulatoren voorstelden op de conferentie.
10/ http://ec.europa.eu/energy/gas\_electricity/consumer/consumer\_en.htm.
11/ Vulnerable customers is een belangrijk concept dat geïntroduceerd werd in het derde Europese liberaliseringspakket.

energie - energiebeleid - energiebevoorrading

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 9 (november), pagina 51 tot 61