Log in

'Ons feilbare denken. Thinking, fast and slow'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 9 (november), pagina 78 tot 80

Ons feilbare denken. Thinking, fast and slow

Daniel Kahneman
Business Contact, Amsterdam, 2011

Zin in wat experimentjes die tonen hoe vernuftig maar tegelijk gebrekkig ons cognitief apparaat werkt? Dan is Ons feilbare denken een aan te raden boek. De auteur, psycholoog Daniel Kahneman is wereldklasse en publiceerde meermaals in toptijdschriften als Science, maar hij slaagt er wonderwel in om zijn inzichten ook toegankelijk te maken voor een breder publiek. Veel van het werk is gebeurd samen met Amos Tversky die in 1996 overleden is. Ons feilbaar denken biedt niet alleen inzicht in Kahnemans en Tversky’s werk, het biedt ook een doorkijkje naar de manier waarop de twee onderzoekers elkaar kenden en hoe hun ideeën tot stand zijn gekomen.

Volgens Kahneman zijn er in elke normaal functionerende mens twee denksystemen actief: een intuïtief systeem dat automatisch en snel informatie genereert en een systeem dat weloverwogen, maar veel langzamer denkt. Het eerste systeem maakt dat we na twee woorden ‘weten’ dat de persoon aan de overkant van de lijn slechtgezind is, het tweede systeem maakt dat we bewust kunnen nadenken om complexe problemen op te lossen. Kahneman laat zien dat heel wat beslissings- en keuzeprocessen van mensen door systeem 1 aangestuurd worden. Systeem 2 stuurt bij wanneer het misgaat of wanneer iets onze bijzondere aandacht vraagt. De controlerende waakzaamheid van systeem 2 is onhoudbaar in het dagelijkse leven waarin we vaak snel beslissingen moeten nemen. Hier komt de routineuze ervaring en snelheid van systeem 1 van pas.

Het werk van Kahneman is een lange uiteenzetting waarin wordt aangetoond dat de mens vaak minder rationeel is dan vaak wordt aangenomen. Onze cognitief apparaat is toegerust om snel en intuïtief bepaalde zaken in te schatten. Dat is vaak efficiënt, maar soms kunnen we er ook helemaal naast zitten. Het falen van ons cognitief apparaat verklaart onder meer waarom zoveel mensen statistiek zo’n moeilijke bezigheid vinden: we denken spontaan (systeem 1) associatief, metaforisch en causaal; het denken in correlaties en het juist inschatten van waarschijnlijkheden vragen een bewuste inspanning (systeem 2).
Een van de grote verdiensten van Kahneman - en hiervoor heeft hij in 2002 ook de Nobelprijs gekregen - is dat hij in een kritisch gesprek is gegaan met de economen. Economen bouwen hun modellen op de idee van de mens als homo economicus. De homo economicus is een volledig geïnformeerd wezen dat individueel en in vrijheid naar nutmaximalisering streeft. Wie dat niet doet kiest/handelt niet rationeel.

Kahneman toont aan dat het menselijk keuze- en beslissingspatroon zich niet volledig door dit rationaliteitsmodel laat beschrijven. Ons cognitief systeem is geen computer die feilloos data inzake kosten en baten in statistische modellen verwerkt en in handelingsmotieven omzet. De oordelen die mensen vellen en de keuzes die ze maken zijn vaak beïnvloed door de context, door de manier waarop de keuzealternatieven geformuleerd zijn, door een gebrek aan informatie, door onzekerheid en het gebrek aan statistische intuïtie, etcetera. De gedrags-econoom Richard Thaler spreekt in dit verband over Econs en Humans. Econs laten zich enkel en alleen leiden door informatie, preferenties en de verwachting van nut, terwijl bij de Humans allerlei denkmechanismen en contextgevoelige variabelen het gedrag en de keuzes beïnvloeden. Mensen kiezen in de meeste omstandigheden voor zekerheid en risicoafkerig, ook al staat die keuze voor zekerheid niet noodzakelijk garant voor het meeste te verwachten nut/winst. Kahneman wijst ook op eerlijkheids- en rechtvaardigheidsintuïties die het menselijke denken bepalen. Dat een werknemer plots loonsvermindering krijgt doordat er op een bepaald moment meer arbeidskrachten ter beschikking zijn (bijvoorbeeld door immigratie of een stijgende werkloosheid door faillissementen), vindt de grote meerderheid van de mensen onrechtvaardig - ook al is die loonsvermindering natuurlijk perfect in lijn met de economische wet van vraag en aanbod. De redelijkheid van de Humans zit duidelijk anders in elkaar dan de rationaliteit van de Econs.
Het werk van psychologen als Kahneman wordt sinds de jaren 1970 in economische tijdschriften gepubliceerd en heeft als dusdanig ook het mensbeeld van waaruit de economie vertrekt realistischer gemaakt. Vooral het inzicht dat mensen zich nooit in de ideaal-typische situatie bevinden waarin ze over volledige informatie beschikken en het feit dat mensen hun gedrag niet enkel door preferenties maar ook door sociale en morele regels laten leiden, heeft een verfijning van het economisch-theoretisch kader noodzakelijk gemaakt. Men heeft de rationaliteitopvatting verbreed en er is geen enkele reclamebedrijf dat consumenten nog als pure Econs beschouwt.

Het feit dat we andere elementen dan nutmaximalisering moeten aanvaarden als motiverend onderdeel van menselijk keuzegedrag, betekent nog niet dat we het menselijk handelen van elke vorm van rationaliteit en redelijkheid moeten ontdoen. Kahneman geeft zelf aan dat hij ineenkrimpt als van zijn werk wordt gezegd ‘dat het aantoont dat menselijke keuzen irrationeel zijn’. Het enige dat hij met zijn onderzoek heeft willen laten zien is dat Humans zich niet goed laten beschrijven aan de hand van de Econsrationaliteit. In de woorden van die andere Nobelprijswinnaar economie Amartya Sen: de rationeel, egoïstische gek wordt niet vervangen door de irrationele gek, maar door een redelijk individu dat zijn gedrag door een pluriformiteit aan elementen en overwegingen laat leiden. We kunnen er blijven vanuit gaan dat menselijk gedrag gestuurd wordt door redenen, maar de opvatting over wat motiverende redenen kunnen zijn, is verbreed.
Humans zijn in de ogen van Kahneman en zijn collega’s niet irrationeel. Anderzijds moeten we er ons wel van bewust zijn dat Humans niet zomaar tot volstrekt rationele beslissingen komen. Hij pleit in dit verband voor beleidsmaatregelen en instellingen die de mensen hierbij kunnen helpen. Hij zet zich hierbij af tegen het libertarisme dat door de Chicago-school wordt gepropageerd. In een natie van Econs moet de regering inderdaad afzijdig blijven en mensen vrij en rationeel laten beslissen. Maar wat als het volk niet uit Econs, maar uit Humans bestaat, zoals de gedragseconomen en psychologen aantonen? In dit geval moeten we er rekening mee houden dat mensen verkeerde of slechte keuzes maken, onvoldoende rekening houden met lange termijnperspectief en risico’s verkeerd inschatten. Kahneman ziet hier een dilemma: enerzijds is vrijheid belangrijk - geen discussie; anderzijds zijn er mogelijks kosten verbonden aan vrijheid en stelt zich de vraag of de overheid hier (preventief, sturend) tussen beiden mag komen. Kahneman pleit voor een vorm van libertair paternalisme ‘waarbij de staat en andere instellingen de mogelijkheid krijgen om mensen a nudge, dus een zetje, te geven bij het nemen van beslissingen die dienstbaar zijn aan hun eigen belangen op lange termijn’. Zo kan de overheid pensioenplanning stimuleren of consumentbeschermende maatregelen nemen. Het is aldus de kunst om Humans te helpen om goede beslissingen te nemen zonder inbreuk te maken op ieders vrijheid.
Dit lijkt me tot op vandaag een belangrijke uitdaging voor iedereen die vanuit een sociaaldemocratisch oogpunt over politiek en samenleving willen nadenken: op welke manier kan de politiek zich bezighouden met individueel en maatschappelijk welzijn, zonder dat hierbij de vrijheid in het gedrang komt. Hoe dit moet gebeuren vraagt soms wat creativiteit. Het boek toont alvast aan de politiek er goed kan aan doen enkele gedragseconomen in dienst te nemen, zoals in verschillende landen ook al het geval is.

Het boek heeft tot slot ook nog de verdienste dat het twee belangrijke en vaak geciteerde artikels van Tversky en Kahneman in Nederlandse vertaling aanbiedt: Besluitvorming in onzekerheid: heuristiek en biases (oorspronkelijk in Science, 1974) en Keuzen, waarden en kaders (oorpronkelijk in American Psychologist, 1984).

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 9 (november), pagina 78 tot 80