Log in

Haal het Vlaams bankenplan weg uit de achterkamertjes

Het bankenplan van minister-president Kris Peeters komt niets te vroeg. Het is daarbij wat wrang om vast te stellen dat we blijkbaar moesten wachten op een uitspraak van premier Elio Di Rupo over de splitsing van spaar- en zakenbanken, alvorens Peeters wakker schoot om vast te stellen dat steeds meer bedrijven het alsmaar moeilijker krijgen op de kredietmarkt.

De afgelopen maanden zat Vlaams minister-president Kris Peeters herhaaldelijk samen met Febelfin en vier andere werkgeversorganisaties (VOKA, Unizo, Agoria en VCB) voor overleg over het Vlaamse bankenplan. Terwijl uit een eerste ontwerpversie van dit plan vooral enige intellectuele bloedarmoede bleek, beginnen er nu toch al een aantal concrete voorstellen de ronde te doen.
Ook ABVV-militanten stellen steeds vaker vast dat bedrijven het moeilijker krijgen om goede projecten te financieren via klassieke bankleningen. Vooral voor KMO’s op zoek naar middelen op middellange termijn wordt de situatie prangend. Het spreekt voor zich dat de effecten op tewerkstelling van deze ‘credit crunch’ niet op zich zullen laten wachten.

Wie de laatste maanden het economisch nieuws heeft gevolgd, weet dat we al volop in een faillissementsgolf zitten.
Het is dus een goede zaak dat de minister-president wil inzetten op de financieringsproblemen van bedrijven. Ook bij de vakbonden zal hij een bondgenoot vinden om hiervoor naar oplossingen te zoeken. Als enige focus van het Vlaamse bankenplan is dit echter veel te beperkt. Ook de overheid krijgt het moeilijker om financiering te vinden voor haar projecten. Een volwaardig bankenplan moet natuurlijk ook tegemoet komen aan de bekommernis van de talloze kleine spaarders, die hun zuurverdiende spaargeld nu zien wegsmelten door de inflatie.
Zeker nu de minister-president met het idee speelt om initiatieven in het bankenplan op te nemen die kaderen in de gevolgen van de sluiting van Ford Genk, is het onbegrijpelijk dat de vakbonden hier niet bij worden uitgenodigd. Al was het maar om aan de minister-president en aan de banken te vertellen dat niet alleen de werknemers van Ford Genk het binnenkort moeilijker zullen hebben om hun leningen terug te betalen, maar ook die van de vele toeleveranciers, die van Philips Turnhout en de vele anderen die de laatste weken slecht nieuws te horen kregen.

### GOODWILL

VAN DE BANKEN IS NIET GENOEG

Wat de ondersteuning van getroffen werknemers bij bedrijfssluitingen of collectieve afdankingen betreft, lijkt de minister-president vooral op de goodwill van de financiële instellingen zelf te rekenen. Sectorfederatie Febelfin heeft aangekondigd hier rond een initiatief te zullen nemen en heeft wel al de moeite gedaan om ook de sectorale vakbonden hierbij te betrekken. Toch zijn de mogelijkheden hier eerder beperkt. Men kan een aantal maanden uitstel geven op kapitaalaflossingen, de looptijd van de lening verlengen of een herfinanciering aan de huidige lage rentevoeten aanbieden.
Nu de banken door de lage rentestanden hun winstmarges op hypotheekleningen de laatste vijf jaar verdrievoudigd hebben, kan het inderdaad geen kwaad om van hen een engagement te verwachten ten aanzien van deze werknemers. Minister-president Peeters vergeet in zijn haast om veel te communiceren rond zijn bankenplan wel dat ook de Vlaamse overheid hierbij over een belangrijk instrument beschikt: de verzekering gewaarborgd wonen. Deze gratis verzekering van de Vlaamse overheid biedt gedurende maximaal 3 jaar een tegemoetkoming. De hoogte van die tegemoetkoming hangt af van onder andere het inkomensverlies en de maandelijkse afbetaling met een maximum van 70% van deze maandelijkse afbetaling en een absoluut maximum van 600 euro. Voorwaarde is wel dat de verzekering binnen het jaar na de kredietopname wordt aangevraagd.
Vandaag wordt deze gratis verzekering spijtig genoeg amper gebruikt. In 2011 werden in België 402.271 nieuwe hypothecaire leningen afgesloten, maar werden er slechts 5.337 aanvragen voor de verzekering gewaarborgd wonen ingediend. In de te voorzichtige schatting dat slechts de helft van de hypothecaire leningen in Vlaanderen werd afgesloten, betekent dit nog altijd een bijna ongelooflijk ondermaats dekkingspercentage van slechts 2,6%. Dit terwijl deze verzekering in principe voor het grootste deel van de ontleners toegankelijk is (enkel woningen vanaf 320.000 worden uitgesloten). Het is daarom hemeltergend dat de minister-president niet als eerste stap de eis op tafel heeft gelegd dat de leden van Febelfin vanaf nu elke nieuwe kredietnemer volledig moeten informeren over dit nuttige verzekeringsinstrument.
Een tweede zaak die de minister-president in het kader van zijn bankenplan zou kunnen doen om de getroffen werknemers van bedrijfssluitingen of collectieve afdankingen te helpen met hun financiële problemen, is kijken of de verzekering gewaarborgd wonen niet eenmalig kan worden opengesteld voor kredieten die al meer dan een jaar geleden werden afgesloten. Een andere nuttige piste is dat deze mensen het aanbod wordt gegeven om hun bestaande lening te herfinancieren middels een sociale lening van het Vlaams Woningfonds of de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW). Alleszins is het louter rekenen op goodwill van de sector een te gemakkelijke manier voor de minister-president om zich ervan af te maken. Ook in het luik bedrijfsfinanciering van het bankenplan kiest men te vaak voor gemakkelijkheidsoplossingen, zoals we hieronder zullen zien.

DURF DE WAARBORGREGELING EENS ECHT TEGEN HET LICHT TE HOUDEN

De Participatie Maatschappij Vlaanderen (PMV) verleent via de waarborgregeling waarborgen voor bedrijfskredieten tot anderhalf miljoen euro. Eind 2011 werd een totaal bedrag van 870 miljoen euro gewaarborgd. De Waarborgregeling wordt een grote hefboomwerking toegedicht. Het positieve aan de waarborgregeling is dat de overheid met relatief weinig middelen een groot aantal investeringen kan ondersteunen. De keerzijde is dat de overheid met publieke middelen borg staat voor private risico’s en dat het deadweight-effect (steun aan investeringen die ook zonder waarborg zouden plaatsvinden) waarschijnlijk niet te verwaarlozen valt. Minister-president Peeters heeft net als tijdens de crisisjaren de waarborgregeling opnieuw opengesteld voor bedrijven in moeilijkheden op zoek naar overbruggingskredieten. We zijn deze mogelijkheid zeker niet ongenegen, maar vragen wel dat deze waarborgen gekaderd worden in een onderhandeld doorstartplan voor deze bedrijven, waarbij ook voldoende aandacht gaat naar de tewerkstelling.
Voor bedrijven die beroep willen doen op een waarborgbedrag hoger dan 1,5 miljoen euro werd Gigarant opgericht. Het fonds beschikt over een totaal garantiebudget van anderhalf miljard euro. Eind 2011 waren er 13 toegekende waarborgen, goed voor een totaal waarborgbedrag van bijna 303 miljoen euro. Gigarant leed nog geen waarborgverliezen, maar daar dreigt binnenkort met Alfacam verandering in te komen. Zeker voor deze grotere dossiers vinden we het belangrijk dat de regering ook harde contractuele tewerkstellingsgaranties durft vragen in ruil voor haar waarborgen. Maak ook werk van een echt onafhankelijke en kritische doorlichting van het waarborgsysteem dat in 2010 toch 27 miljoen euro aan de begroting kostte.

ZORG NIET ALLEEN VOOR DE GROTE JONGENS, MAAR DENK OOK AAN DE KLEINE SPAARDER

In het bankenplan zijn vooralsnog enkel voorstellen te vinden die op maat geschreven zijn van de grote institutionele beleggers, zoals verzekeraars en pensioenfondsen, of de grote vermogens (private bankingklanten). Het is echter belangrijk om ook de kleine spaarder niet uit het oog te verliezen. De Belg zit met 230 miljard euro op een berg spaargeld. Dat is genoeg om alle bedrijven uit de Bel20 te kopen. Het wordt dus tijd dat de overheid aan de bevolking een kans biedt om op een veilige manier te beleggen in investeringen met een grote maatschappelijke return.
Het succes van de zogenaamde Leterme-obligaties bewijst dat er een markt voor dit soort financiële producten bestaat. Daarom is het nuttig om het voorstel van een volkslening opnieuw op de agenda zetten. De volkslening houdt in dat een grote lening wordt uitgeschreven, niet door de overheid maar door een vennootschap van privaat recht, waarin de overheid vertegenwoordigd is en ze bepaalde blokkeringsrechten kan uitoefenen. Deze vennootschap schrijft de lening uit tegen een bepaald percentage dat iets hoger ligt dan het gangbare markttarief. Op deze manier heeft de operatie geen invloed op de overheidsschuld en kan de overheid toch geld ophalen om te investeren in belangrijke maatschappelijke noden.
De Vlaamse Regering zou met de middelen van deze volkslening verschillende zaken kunnen doen. Ten eerste heeft deze Vlaamse Regering sinds 2009 reeds 1,07 miljard euro aan investeringsmiddelen toegekend (Vlaams Energiebedrijf, TINA-fonds, Via-invest). Dit bedrag werd wel ‘politiek’ toegekend, maar tot op heden is nog maar een kleine 50 miljoen euro hiervan daadwerkelijk opgenomen en dus bij de banken ontleend. De middelen van een volkslening zouden voor deze investeringsprojecten kunnen worden ingezet.
Een tweede mogelijkheid is wat de Vlaamse Regering nu voorstelt om tegemoet te komen aan de ondercapaciteit van schoolgebouwen. De Vlaamse Regering maakt het mogelijk om te werken met huursubsidies voor scholen in plaats van investeringssubsidies. Dit staat ook vermeld in het bankenplan. In plaats van deze huursubsidies te gebruiken als cadeau aan de privé, zou de Vlaamse Regering ook door middel van de volkslening gebouwen kunnen verwerven, die dan verhuurd worden aan de scholen.
Een derde mogelijkheid is dat de middelen van de volkslening worden gebruikt voor investeringen ter ondersteuning van KMO’s, analoog aan wat minister-president Peeters voorstelt in het bankenplan rond Gigarant. De niet gebruikte Gigarantwaarborgen zouden dan gebruikt kunnen worden om deze beleggingen te waarborgen.

VERLAAT HET OPPOSITIEFEDERALISME

Ten slotte kunnen we er niet omheen dat de eerdere communicatie rond het bankenplan vooral tot doel had om voorstellen van de federale regering met betrekking tot financiële regulering te tackelen. We roepen de minister-president daarom op om af te stappen van dit kinderachtige oppositiefederalisme en werk te maken van een winwin-samenwerking tussen de verschillende niveaus. Zo zouden de Vlaamse en de federale regering samen werk kunnen maken van het idee van een volkslening. De knowhow van het economisch ondersteuningsbeleid zit ondertussen al lang bij de Gewesten, maar de federale overheid kan dergelijke initiatieven een stevige duw in de rug geven door de rente van de volkslening vrij te stellen van de roerende voorheffing. Bij de recente begrotingsopmaak heeft de federale regering alvast de intentie kenbaar gemaakt om een volkslening uit te schrijven. De Vlaamse Regering zou er goed aan doen deze uitgestoken hand te aanvaarden en haar schouders mee onder dit project te zetten.

Mehdi Koocheki
Adviseur studiedienst Vlaams ABVV

banken - bankenplan - volkslening

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 10 (december), pagina 21 tot 24