Log in

'Het alfabet van onze tijd. Antwoorden op de crisis'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 10 (december), pagina 66 tot 67

Het alfabet van onze tijd. Antwoorden op de crisis

John Vandaele
Houtekiet, Antwerpen, 2012

Een handig boekje, geschreven als een lang verhaal, maar toch in de vorm van een ‘alfabet’: alfabetisch gerangschikte trefwoorden waaronder men de belangrijkste feiten, kenmerken en meningen kan terugvinden.
Alle trefwoorden hebben inderdaad te maken met ‘onze tijd’, de crisis en wat er zoal over wordt gedacht. Nergens zijn stijl of inhoud ontoegankelijk. Dit is een ideaal boekje voor wie het allemaal nog niet zo duidelijk ziet, voor wie een korte inleiding nodig heeft in de belangrijkste internationale en economische mechanismen. Van Bretton Woods tot globalisering, van China tot Zuid-Zuid, over kapitalisme, markteconomie en loonmatiging. En tussendoor vertelt de auteur ons iets over humor, randprul, zen en wijsheid.
Kortom, aangename lectuur geschreven door een journalist die noodzakelijkerwijs een breed gamma van thema’s moet proberen te beheersen.

Dat leidt onvermijdelijk ook tot enkele storende puntjes voor de geïnteresseerde lezer. Er wordt bijvoorbeeld erg veel geciteerd, maar nooit is er een referentie te vinden. Voor wie ergens meer wil over leren is dat wel een handicap, want zo’n ‘alfabet-boekje’ is noodzakelijkerwijs erg beknopt. Als je het marxisme en de markteconomie op telkens één of twee bladzijden moet beschrijven, kan het niet anders of je komt hier en daar in de problemen. Het ‘mensbeeld van Darwin’ mag dan niet minder dan vijf bladzijden vullen, het smaakt naar meer zonder dat er doorverwezen wordt.

Een tweede euvel van deze journalistieke aanpak is dat alle voor- en tegenargumenten moeten worden aangekaart, en dat leidt in zo’n kort bestek eveneens tot onbevredigende resultaten. Er worden ontstellend veel vragen gesteld en teruggegrepen naar de makkelijke ‘sommigen vinden dat…’ bij gebrek aan heldere standpunten. ‘Vraag is of het Duitse model wel veralgemeenbaar is’ (p. 72); ‘Sommigen vinden dat de EU het ook de welvaartsstaten lastig maakt’ (p. 80); ‘Prijst de welvaartsstaat ons finaal uit de wereldmarkt nu de opkomende landen hun opwachting maken?’ (p.201). Slechts zelden komen we rechtstreeks te weten wat de auteur zelf denkt: ‘Ik vind dat zeer gevaarlijk’ (p.162) zo stelt hij gelukkig bij het succes van Geert Wilders en Marine Le Pen (vreemd genoeg onder het lemma ‘publieke goederen’).
Maar natuurlijk zegt de keuze van de trefwoorden zelf wel iets over de auteur. We lezen helaas niets over armoede, niets over mensenrechten, niets over fiscale paradijzen en het hoofdstukje ‘welvaartsstaat’ gaat enkel over rijke landen. Toch zijn dit thema’s die vandaag hoog op nationale en internationale agenda’s staan.

Deze bemerkingen mogen niemand ontmoedigen om dit handig overzichtsboekje aan te prijzen aan jongeren die willen proberen de wereld beter te begrijpen. Ze moeten er weinig inspanningen voor doen en kunnen op eender welke plek, bij elk trefwoord, instappen in het verhaal. Er is m.i. nog steeds een groot gebrek aan dit soort makkelijke lectuur in het Nederlands.

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 10 (december), pagina 66 tot 67