Log in

'Vrijheid. Liberalisme in tijden van cholera'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 10 (december), pagina 70 tot 72

Vrijheid. Liberalisme in tijden van cholera

Karel De Gucht
De Bezige Bij, Antwerpen, 2012

De val van de Muur was het begin van de bevrijding van technologische, economische en mentale tussenschotten. In 1992, met de oprichting van de Europese Unie, volgde de politieke bovenbouw. Waar staan we nu, vraagt de Europese Commissaris voor Handel Karel De Gucht? De Europese droom ligt aan diggelen, geeft hij toe. Zal de overwinning van de liberale democratie eindigen met een doodsmak? Dat zou een te simpel antwoord zijn en De Gucht wenst niet mee te doen aan dat soort ‘pensée unique’. Hij laat zijn eigen licht schijnen op de gebeurtenissen van de afgelopen periode en probeert deze te plaatsen binnen een liberale context. Hij wil uitdrukkelijk geen nieuw groot verhaal schrijven, maar wel structuur geven aan ‘(…) talloze kleine verhalen, om te proberen een coherente analyse te maken van al wat op ons afkomt en een narratief te ontwikkelen vanuit liberale waarden (…).’ (11) Het doet hem denken aan Liefde in tijden van cholera van Gabriel García Márquez, waar het hoofdpersonage na een afwezigheid van tientallen jaren een nieuwe kans afdwingt bij de geliefde die hij in de steek gelaten had. In haar woede schuilt ook haar liefde, die het zal halen. Liberalisme heeft volgens De Gucht een kracht in zich die onverwoestbaar is. Liberalisme in tijden van cholera, inderdaad.

De Gucht kijkt terug, om zich heen en trakteert de lezer op zijn inzichten en ervaringen. Hij was een toppoliticus op Belgisch en Vlaams niveau en hij is dat nu op Europees niveau. Dat moet bevindingen opleveren die de moeite van het lezen waard zijn. Hij had ze misschien af en toe wat minder kunnen uitspinnen en zijn verhaal op die manier aan kracht kunnen laten winnen. Hij had ook kunnen weten dat teksten van tribunes in kranten niet zomaar overgezet kunnen worden in volwaardige hoofdstukken van een boek. Een mooi boek overigens, al wordt dit een tikkeltje ontsierd door storende PC-valstrikjes. Zo wordt zelfs een hele paragraaf twee keer letterlijk hernomen met nog geen halve bladzijde tussen. Hoe kan een belangrijke uitgeverij dat soort slordigheden doorlaten? Hier zou je juist het verschil moeten vinden tussen vakmanschap en amateurisme.

Een amateur is De Gucht zelf niet, laat dat duidelijk zijn. Hij komt vooral op tegen het gevaar van protectionisme en voor vrijhandel. En op het einde van zijn boek trekt hij van leer tegen de lichtzinnigheid van een politiek die communautaire schimmenspelen aanziet voor fundamentele oplossingen van maatschappelijke problemen. Hij heeft het over de verveling bij eindeloos aanslepende onderhandelingen over non-problemen, terwijl de wereld in brand staat en smeekt om echt politiek ingrijpen. Cholera heet ook woede en als De Gucht op dreef is vliegen de stukken in het rond. Dat alles is boeiend om lezen, zonder twijfel. Ik kan evenwel niet in detail op zijn analyses ingaan en beperk me in wat volgt tot zijn ‘liberaal narratief’, want dit kader lijkt mij waar het echt om gaat. Voor mij ligt de grootste verdienste van dit boek precies daarin dat de principes heel duidelijk gesteld worden.
Wanneer De Gucht in de geschiedenis duikt, merkt hij dat liberalisme het altijd moeilijk krijgt in tijden van onzekerheid, negativisme en groepsdenken. Tegelijk weerstaat het volgens hem ook beter dan socialisme en christendemocratie de tijdsgeest, als het maar een duidelijke politieke koers vaart. Dat veronderstelt een terugkeer naar de liberale basis: zelfbeschikking, humanisme, vrijheid in verantwoordelijkheid, geloof in privé-initiatief als motor van vooruitgang, de staat als middel, ethische progressiviteit, gelijke kansen en plichten, resoluut kosmopolitisme en progressiviteit (50). Dit zijn de ingrediënten van het liberale verhaal, moeilijke woorden zijn daar naar zijn zeggen helemaal niet voor nodig. Ze moeten alleen wat opgefrist worden. En het moet ook duidelijk zijn dat de liberale vrijheid niet zonder grenzen is. Liberalisme rijmt bijvoorbeeld helemaal niet met de excessen van de banken. Cruciaal is een evenwicht tussen wat iemand van de samenleving krijgt en wat hij er aan bijdraagt. Vanuit die principes wordt duidelijk gemaakt dat economische vrijheid nooit absoluut kan zijn, maar moet worden ingeperkt door de overheid. Het is een paradox: zonder een overheid die de economische vrijheid afbakent is welvaart niet mogelijk. En enkel in een welvarend land is een duurzame politieke democratie mogelijk. In Congo bijvoorbeeld gaat dat helaas niet. Voor een leefbare democratie is een middenklasse nodig, die rijkdom verwerft en wil vechten voor een democratie die haar rechten beschermt. Vrijheid en democratie hebben een economische onderbouw nodig. (69)

Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, zag links zijn kans om het zogenaamde casinokapitalisme de rekening te presenteren. De Gucht begrijpt dat die crisis het hart raakt van het kapitalisme, maar ze hoeft het niet ten grave te dragen. Crisissen zijn nu eenmaal inherent aan kapitalisme. De overheid moet er juist voor zorgen dat de vrije markt kan stand- houden. Maar liberalisme en kapitalisme of liberalisme en vrije markt zijn geen synoniemen. ‘Liberalisme neemt de vrije markt voor wat ze is - een verre van perfect systeem maar desondanks het minst slechte om economische groei, menselijke creativiteit en welvaart te verzekeren - en bouwt er de politieke structuren op om zijn idealen te verwezenlijken.’ (118) En in die structuur heeft een beperkte overheid zijn plaats. In die structuur is de economie geen doel op zich, maar een middel om zo veel mogelijk mensen zo veel mogelijk vrijheid te gunnen. En als het systeem faalt, dan is dat niet de schuld van het liberalisme. De oorzaken van de crisis hebben zelfs te maken met een overheid die de toepassing van de regels niet kon afdwingen, met een onmachtige overheid. Die enige reactie daarop is niet zo maar meer overheid, maar betere overheid. De Gucht formuleert het in dit verband bijna als een credo: ‘Ik ben geen liberaal omdat ik geloof dat de markt alle problemen kan oplossen. Ik ben liberaal omdat ik weet dat de overheid dat evenmin kan.’ (120) Tegenover de ontspoorde markt staat met andere woorden een ontspoorde overheid.

Voor De Gucht is het casinokapitalisme niet echt een liberaal systeem. Een totaal vrije economie is voor hem niet wenselijk. Economie is geen doel op zich, maar een middel om zo veel mogelijk vrijheid voor zoveel mogelijk mensen te realiseren. De overheid moet zorgen voor regels en vooral voor de toepassing van regels. Vrijheid en democratie hebben een economische onderbouw nodig. Zonder middenklasse is die onderbouw niet verzekerd. Ik vat het nog eens samen, opdat het zeer duidelijk zou zijn dat De Gucht het niet opneemt voor wat Hans Achterhuis de gevaarlijke en zelfs totalitaire utopie van de liberale ideologie noemt. Grenzeloze groei en onbeperkt consumentisme zijn dan geen neveneffecten, maar precies de motor van een systeem dat zonder remmen op de afgrond afstormt. Nee, niet voor De Gucht. Wel verstandige beperking, evenwicht.

Maar wat is dan het onderscheid met een socialist? Ik wil de Europese Commissaris niet te veel plagen met zijn marxistische terminologie: politieke bovenbouw, economische onderbouw, crisissen die inherent zijn aan het kapitalisme … Maar zal een verstandige socialist dan pleiten voor een ongebreidelde staatstussenkomst? Is er eigenlijk één socialist die denkt dat de economie het doel is? Laten we wel wezen, niemand betwist vandaag dat de markt vrij moet zijn. Maar misschien is er toch een verschil in wat vrijheid genoemd wordt. De Gucht wil geen geleide economie, hij wil een economie die bijgestuurd wordt. Hij wil niet echt sturen, maar gaat ervan uit dat mits wat bijsturing alles wel vanzelf terecht zal komen. Hij heeft het eigenlijk niet over gelijkheid. Ook de uitdrukkingen welzijn en geluk staan bij hem niet centraal. Hij denkt blijkbaar dat iedereen op dat punt maar voor zichzelf moet zorgen, dat iedereen uit zichzelf de kracht moet halen. Dat, vermoed ik, maakt van hem inderdaad een liberaal en geen socialist. Filosofe Alicja Gescinska vertelt in haar prachtige De verovering van de vrijheid hoe zij met haar ouders vanuit het Oostblok naar België kwam en in een speelgoedwinkel overweldigd werd door het aanbod aan poppen. Maar er was geen geld om er een te kopen. Zij vervloekte de vrijheid van het Westen, die haar enkel toeliet te kijken en niet te genieten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 10 (december), pagina 70 tot 72