Log in

'Denken. Het leven van de geest'

Uitgelezen

Denken. Het leven van de geest

Hannah Arendt
Klement, Zoetermeer, 2012 (1977)

Hannah Arendt is in het Nederlandse taalgebied wellicht het meest bekend door haar boek over het Eichman-proces. Maar er is ondertussen al heel wat meer in vertaling verschenen. Zij is gewoon een van de belangrijkste politieke filosofen van de vorige eeuw. Haar magnum opus blijft Vita activa uit 1958, waarin zij in arbeiden, werken en handelen de drie menselijke activiteiten ontleedt. Politiek heeft te maken met handelen, maar raakt in de moderne samenleving steeds meer in de verdrukking. Handelen veronderstelt pluraliteit en het beginnen met iets nieuws. Voor dat boek had Arendt al een indrukwekkende studie over totalitarisme geschreven (1951). Het derde deel bestaat in het Nederlands. Er is verder haar boek Over revolutie (1963) en Over geweld (1969).

Eichman in Jerusalem is het verslag van het proces van de nazi Adolf Eichman. De man die de deportaties naar Auschwitz organiseerde was na WOII naar Argentinië gevlucht, maar werd in 1960 door de Mossad van straat geplukt en naar Israël gebracht. Arendt maakte van zijn proces een verslag voor The New Yorker. Het werd een serieuze controverse. Vooral de ondertitel van het latere boek Een rapport over de banaliteit van het kwade wekte wrevel. Het was moeilijk voor te stellen dat de deportaties banaal konden worden genoemd. En toch was het dit wat haar opviel toen zij de man observeerde die in een glazen kooi berecht werd: ze zag helemaal geen duivel, maar een banaal, gedachteloos en oppervlakkig iemand.

Precies door verder na te denken over de band tussen gedachteloosheid en het kwade kwam zij op haar project over Het leven van de geest. Net zoals Vita activa drie delen omvatte, zou zij opnieuw drie delen schrijven: denken, willen en oordelen. Dat zijn de drie fundamentele mentale activiteiten. Alleen de twee eerste delen heeft zij min of meer kunnen voltooien. Ze waren niet helemaal af, toen ze in 1975 onverwacht en heel plots stierf, maar haar vriendin Mary McCarthy kon ze meer dan behoorlijk redigeren. Aan het (belangrijkste) deel over oordelen is Arendt evenwel niet echt meer begonnen. Men kan zich er wel een idee over vormen omdat zij lezingen gehouden heeft over Kants politieke filosofie, die wellicht de basis van haar boek over oordelen zouden hebben gevormd. In het Nederlands is nu het eerste deel van de trilogie, over het denken, verschenen. Het is een moeilijk boek, getuigend van een enorme eruditie. De inleiding van de vertalers is meer dan voortreffelijk en zet de lezer op weg.
Fundamenteel is het onderscheid tussen kennen en denken. Een wetenschapper verwerft kennis, verzamelt feiten, legt verbanden en trekt conclusies. Wie denkt zoekt geen feiten, maar zin en betekenis. In zijn zoektocht trekt hij zich tijdelijk uit de wereld terug, wat hem de lach van de goegemeente oplevert, zoals blijkt uit het verhaal van het Thracische meisje dat zag hoe Thales van Milete met zijn hoofd in de wolken liep te denken en in een kuil viel. De filosofen hebben hier nooit mee kunnen omgaan. In plaats van in de lach een aanleiding te zien tot relativering, hebben zij van de wereld waarin ze zich al denkend terugtrokken de echte wereld gemaakt. De stoïcijnen wilden zich al immuun maken voor de wereld. Het was eigenlijk een vooruitlopen op de dood. Maar eigenlijk heeft het hele westerse denken aan de contemplatie de voorkeur gegeven boven het handelen. De idee dat die contemplatie de hoogste geestestoestand zou zijn, is zo oud als de filosofie.

Als je daarvan afstapt mag je echter het denken niet met het badwater weggieten. Denken is juist geen solitaire aangelegenheid. Alles verschijnt aan vele toeschouwers. Er is een sensus communis, die maakt dat leden van eenzelfde soort een context gemeen hebben, waardoor het denken zeker niet gratuit is. Denken is eigenlijk een soort verlengstuk van het gezond verstand. Het laat vooral toe de onmiddellijke werkelijkheid te overstijgen. Wie het denken in gedachteloosheid achterlaat, laat de vrijheid achter. Onze mentale activiteiten openbaren zich in het spreken. Daarbij gaat het niet op de eerste plaats om waarheid of onwaarheid, maar om betekenis. De drang om te spreken van de denkende wezens is niet een drang naar waarheid, maar naar betekenis en de zoektocht naar betekenis is eros, liefde. Op die manier is denken een voorwaarde om zich van kwaad te onthouden. Eichman vertoonde inderdaad een opvallend gebrek aan diepgang. Hij werd niet gedreven door dieper liggende wortels of beweegredenen. Hij stelde monsterlijke daden, maar was een doodgewone, alledaagse man. Niet lage drijfveren verklaren zijn gedrag, maar gedachteloosheid. Denken is geweten, samenzijn met mezelf. Eichman kent geen innerlijke dialoog en ondervindt dan ook geen tegenwerpingen wanneer hij deelneemt aan het kwade.

Denken is niet het belangrijkste boek van Arendt, zelfs niet het belangrijkste van de geplande reeks van drie. Het draagt de sporen van het feit dat het toch niet helemaal afgewerkt werd. Toch is de uitwerking van de idee van de gedachteloosheid die tot het kwade leidt meer dan interessant. Wie er niet toe komt te denken mist betekenis, valt in een leegte, doet zo maar het kwade. Zien we vandaag dan niet overal hoe het kwade uit banale motivaties gebeurt? Het is belangrijk dat er ook van de laatste fase in het leven van Hannah Arendt een Nederlandstalige bijdrage beschikbaar is.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 1 (januari), pagina 94 tot 95