Log in

Wie vandaag niet kiest, verliest morgen

Het bestuursakkoord van burgemeester Bart De Wever blinkt uit in algemeenheden, intentieverklaringen en slogans. Geen fundamentele keuzes meer voor Antwerpen, geen inclusieve visie meer voor Antwerpen, geen grote ambitie meer voor Antwerpen. Dat is de echte trendbreuk. Dat is - jammer genoeg - de echte verandering.

GEEN BLAUWDRUK, GEEN FUNDAMENTELE KEUZES

Het verkiezingsprogramma van sp.a was bijzonder gedetailleerd. We vertelden bijvoorbeeld niet alleen dat we 10.000 extra woningen, 450 voetbalvelden extra groen of 50 nieuwe scholen wilden realiseren, we vertelden ook waar en wanneer we die plannen precies wilden uitvoeren. Andere verkiezingsprogramma’s bleven veel vager. Overal, of in strategische en gevoelige passages. Nu goed, dat niet elk verkiezingsprogramma een blauwdruk is voor het beleid voor de komende zes jaar, dat is een politieke keuze die elke partij voor zich moet maken. Maar dat ook het bestuursakkoord van de nieuwe Antwerpse coalitie geen blauwdruk is voor het beleid voor de komende zes jaar, dat is wel problematisch.

Het bestuursakkoord dat moet bepalen hoe Antwerpen zal evolueren tussen 2013 en 2018 maakt amper fundamentele keuzes. Het kan alle kanten uit met Antwerpen, en dat maakt ons bijzonder ongerust. Want het gebrek aan duidelijke keuzes is een luxe die we ons absoluut niet kunnen permitteren.

Niet in een stad die nog eens met 100.000 inwoners zal groeien, niet in een stad die alleen maar meer divers en gekleurder zal worden. De verwachte demografische evolutie is een opportuniteit om verder uit te groeien tot een moderne en duurzame stad. Maar die ambitie vereist een duidelijke en gedurfde visie over hoe je als stad wil omgaan met de schaarse ruimte. Op dezelfde ruimte extra woningen en scholen, extra bomen en pleinen, extra parkeerplaatsen en ondernemingen, extra fietspaden en extra auto’s,… beloven, is niet alleen je eigen gebrek aan visie camoufleren. Het is vooral, en dat is veel erger, de Antwerpenaar een rad voor de ogen draaien.

Toegegeven, het klinkt goed, voldoende plaatsen op school creëren. En het klinkt nog beter, de vrije schoolkeuze garanderen. Maar we hebben er het raden naar hoe de nieuwe coalitie dat in de praktijk gaat realiseren. Het kostte onderwijsschepen Robert Voorhamme de voorbije jaren bloed, zweet en tranen om elk schooljaar voldoende nieuwe schoolplaatsen te creëren. Voor de komende jaren had hij een gedetailleerd plan klaar om in 50 nieuwe scholen voor nog eens 10.000 plaatsen te zorgen. Geen spoor in het nieuwe bestuursakkoord van zijn plan, geen spoor van enig concreet engagement dan ook. De toekomst van onze stad ligt in handen van de kinderen die hier vandaag en morgen geboren worden en opgroeien. Degelijk onderwijs is dé sleutel voor de stad van morgen. Met de vage intenties uit het bestuursakkoord zullen we helaas niet ver springen.

DE PLICHTJES VAN DE SCHELDE

‘Respect voor A’ houdt er een bijzonder dubbelzinnige houding op na als het over jongeren gaat. De Antwerpse jeugd wordt in het bestuursakkoord voornamelijk beschouwd als een verzameling potentiële probleemgevallen: toekomstige jeugdcriminelen, spijbelaars of werklozen. Ze kunnen de komende jaren op een kordate aanpak rekenen. Niets mis mee, wel integendeel, dat was de voorbije jaren ook al zo. Alleen is diezelfde kordaatheid plots ver te zoeken als het gaat over het aanpakken van de oorzaken van de problemen waar jongeren mee worstelen. Als het gaat over kinderarmoede, kansarmoede, schooluitval, werkloosheid en discriminatie. Dan maakt de kordaatheid plaats voor ‘streven, stimuleren, zoeken en overleggen’.

Maar niet alleen voor jongeren dreigt Antwerpen bekend te staan om zijn ‘plichtjes van de Schelde’. Tegenover de zwaksten in de Antwerpse samenleving hanteert het bestuursakkoord een kille, autoritaire toon. Extra controles en een betere kennis van het Nederlands, en alle samenlevingsproblemen smelten als sneeuw voor de zon. Met naïviteit heeft het weinig te maken, met gemakkelijkheidsoplossingen des te meer. Want door alle heil te verwachten van extra controles en een betere kennis van het Nederlands ontslaat het stadsbestuur zichzelf van de plicht om de sociale achterstelling, de kansarmoede, de werkloosheid of de discriminatie aan te pakken. Het adagium van het nieuwe stadsbestuur lijkt wel: ‘wie niet meekan, heeft dat alleen aan zichzelf te danken’.

Armoede wordt al te vaak gezien als een individuele verantwoordelijkheid, en wordt bovendien ook nog eens gekoppeld aan de suggestie van fraude. Voor de meer dan 12.000 Antwerpenaars die momenteel wachten op een sociale woning biedt het bestuursakkoord weinig tot geen hoop. Het aandeel sociale woningen in de stad mag niet stijgen, het eventuele extra aanbod moet vooral bestaan uit koopwoningen.

Als er de komende jaren bespaard moet worden - en dat is zeer waarschijnlijk - kijkt het stadsbestuur met hongerige ogen naar het Antwerpse OCMW, dat met zijn activeringsbeleid nochtans als voorbeeld geldt in heel Vlaanderen. Ook het Zorgbedrijf, opgericht om de vergrijzing het hoofd te bieden, komt nu al in het vizier. Terwijl in de zorg niet bespaard, maar net extra geïnvesteerd moet worden.

Minder voor de zwaksten, des te meer voor de sterkeren, het is een trieste rode draad doorheen ‘Respect voor A’. Ook die leidraad getuigt van weinig visie en ambitie. Alle onderzoeken tonen aan dat zo’n aanpak niet alleen nefast is voor de zwakkeren, maar ook voor de sterkeren. Nefast dus voor heel Antwerpen.

’t Stad is van iedereen’ wordt door de nieuwe burgemeester weggezet als een slogan, maar het was natuurlijk veel meer dan de karikatuur die hij er nu van maakt. Het was een beleidsfilosofie die er in de allereerste plaats vanuit ging dat niemand het recht had om buiten de maatschappij te gaan staan. Wie zich niet aan de regels hield, werd op een of andere manier altijd gedwongen om dat wel te doen en op een volwaardige manier deel uit te maken én te helpen bouwen aan de Antwerpse samenleving. Is dat het gemakkelijkste beleid? Nee, absoluut niet, want het vraagt veel inspanningen van veel mensen. Is dat het goedkoopste beleid? Ook niet, zeker niet op korte termijn. Maar voor ons is het wel het enige mogelijke beleid dat je in een stad kan voeren.

Antwerpen evolueert nu naar een exclusiemodel. Wie zich niet aan de regels van de maatschappij houdt, wordt er simpelweg buiten gezet. Gemakkelijker én goedkoper. Het is de weg van de minste weerstand. Maar de mensen die je buiten de maatschappij zet, blijven wel in Antwerpen. Met grote negatieve gevolgen. En geen enkele samenleving groeit door zichzelf kleiner te maken.

DE DUURSTE PARKING TER WERELD

De voorbije jaren is in Antwerpen fors ingezet op een leefbare en duurzame stad. Moderne en goed bestuurde wereldsteden zoals Londen, Stockholm, Kopenhagen, Berlijn en Hamburg maken zich klaar voor de toekomst. Ze investeren fors in extra groen, milieuvriendelijke energie en duurzame innovatie. Antwerpen mag die boot niet missen. Maar het nieuwe bestuur koestert blijkbaar niet langer de ambitie om economie en ecologie te verzoenen, zoals in de voornoemde steden gebeurt.

Dat het woord klimaat twee keer valt in ‘Respect voor A’ - in ‘ondernemingsklimaat’ en in ‘investeringsklimaat’ - is een teken aan de wand, maar woorden zeggen natuurlijk niet alles. Het Park Spoor Oost stond in ons verkiezingsprogramma, maar daar was het géén KMO-zone zoals in het nieuwe bestuursakkoord. Ook op de site van de luchthaven van Deurne is het zonde dat er naast een KMO-zone, distributiebedrijven, groothandel en wie weet nog ergens een casino - die keuze wordt bizar genoeg wél gemaakt in het bestuursakkoord - bitter weinig plaats zal open blijven voor groen in de stad. En als de Ring in Berchem al wordt overkapt, dan zal die overkapping dienen om auto’s te stallen. Dat moet dan zowat de duurste parking ter wereld worden.

Hetzelfde verhaal bij het geplande mobiliteitsbeleid. Leefbaarheid is helaas niet de topprioriteit voor het nieuwe stadsbestuur. Het is gemakkelijk om lippendienst te bewijzen aan het STOP-principe als tegelijkertijd de auto beter moet kunnen doorstromen en geen straten meer worden geknipt. De essentie van het STOP-principe is net dat je een zekere hiërarchie durft aanbrengen tussen de verschillende vervoersmodi: stappers-trappers-openbaar vervoer-particulier vervoer. Erg zorgelijk vinden we de beperking van het STOP-principe tot woonbuurten en scholen, met als logisch gevolg dat de grotere assen (invalswegen, wijkverzamelwegen,...) geen extra ruimte en veiligheid zullen bieden aan voetgangers en fietsers. Laat dat nu net de hotspots voor verkeersonveiligheid zijn. Kinderen zullen zich met gerust hart kunnen wagen aan scholen, op pleinen en in parken, maar daarbuiten... En wat is er gebeurd met de door Van Campenhout in de campagne beloofde extra 100 kilometer fietspaden? Antwerpen won prijzen met zijn fietsbeleid en zijn opvallende campagnes voor een veiliger verkeer. Door de auto opnieuw een prominentere plek in de stad te geven, wordt die aanpak onvermijdelijk ondergraven. Tenzij de nieuwe coalitie elke straat in de stad plots dubbel zo breed maakt.

Het is een constante in dit bestuursakkoord: in zijn angst voor duidelijke keuzes, maakt de nieuwe coalitie ofwel helemaal geen keuzes, ofwel alle mogelijke keuzes tegelijk. Zodat ze mekaar voortdurend tegenspreken. Neem nu de veelbesproken autonomie van de districten. In de praktijk komt die er op neer dat de districten alleen maar aan slagkracht inboeten. Ze moeten de bevoegdheid over de wijkcirculatieplannen, waarmee ze het verkeer konden sturen en de leefbaarheid in hun straten konden opkrikken, afgeven aan de stad. Voor hun belangrijkste bevoegdheid - de heraanleg van het openbaar domein - moeten ze voortaan telkens voorafgaandelijke toestemming vragen aan de gemeenteraad. Er wordt dus zogezegd 47 miljoen euro overgeheveld naar de districten, maar ze zullen wel elke keer braafjes aan de stad moeten vragen of ze dat geld ook daadwerkelijk mogen uitgeven. Het bestuursakkoord maakt hen blij met een dode mus.

THE DUTY OF THE OPPOSITION

We moeten daar niet onnozel over doen: sp.a staat voor een zware taak. The duty of the opposition is to oppose, we nemen de handschoen op. We zijn het gewend om dingen te doén. Geen woorden maar daden, zoals we ons verkiezingsprogramma hebben genoemd. Dat zit in ons DNA en dat gaan we blijven doen. We gaan een constructieve oppositie voeren, hard maar fair. Zonder karikaturen, want daar heeft Antwerpen niets aan.

Wij hebben altijd gezworen bij een inclusieve stad, waar we alles op alles zetten om iedereen aan boord te houden. Als het nieuwe stadsbestuur dat project overboord gooit, zal het sp.a op zijn weg vinden. We zullen er van op de oppositiebanken over waken dat Antwerpen durf en ambitie blijft tonen, en dat alle Antwerpenaars mee de vruchten plukken van die durf en die ambitie.

Als het stadsbestuur de komende jaren foute keuzes maakt, zullen we alles op alles zetten om die keuzes bij te sturen. En als het doorgaat op de ingeslagen weg en fundamentele keuzes weigert te maken, zullen wij onze keuzes op tafel leggen als de te volgen weg.

‘Er zit meer in A. Dit stadsbestuur wil het eruit halen’, zo besluit de inleiding van het nieuwe bestuursakkoord met de aloude lijfspreuk van de paters jezuïeten. Dit stadsbestuur had beter wat meer van zichzelf aan Antwerpen gegeven.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 1 (januari), pagina 86 tot 90