Log in

'Memoires. Van kernfysicus tot Vlaams communist'

Uitgelezen

Memoires. Van kernfysicus tot Vlaams communist

Jef Turf
Lannoo, Tielt, 2012

Wie vandaag jong is kan zich waarschijnlijk niet meer voorstellen dat er ook in ons land ooit een communistische partij bestond. Alleen daarom al is het goed dat Jef Turf zijn memoires gepubliceerd heeft. Hij was gedurende jaren een boegbeeld van die partij, tot hij in 1988 aan de deur gezet werd. Daarna heeft de partij het niet lang meer uitgehouden. Nu is Turf tachtig. Hij kwam in 2010 nog een beetje in het nieuws omdat hij voor de N-VA gestemd had. De jongeren maakten zich daar wellicht geen zorgen over. Wie jeugdig was in de jaren 1970 en 1980 keek vreemd op. Stel je voor dat hij in hun jeugdjaren voor de CVP zou gestemd hebben! In zijn boek legt hij uit dat het wel degelijk heel beredeneerd was.

Jef Turf kwam uit een onderwijzersgezin. Hij is in 1932 geboren in Mechelen en verhuisde later naar zee. Hoewel zijn vader katholiek was, stuurde hij zijn zoon op een bepaald moment naar het atheneum. Al bij al een vrij gewone jeugd, ware er die oorlog niet geweest. Er was enige politieke belangstelling, maar de passie kwam pas later. Aan de Gentse universiteit kwam hij in contact met de communistische partij. De dialectiek en het historisch materialisme kwamen in de plaats van het geloof. Hij werd, tot zijn eigen verbazing, lid van de partij hij in 1953.

Het echte politieke vuur ging branden toen hij afgestudeerd was als kernfysicus en in het Waalse Dourbes de radioactieve fall-out bestudeerde. Het was de tijd van de bovengrondse kernproeven. Aan de grafieken kon je de spanningen op het politieke wereldtoneel aflezen. Je kon ook een eenvoudig verband aannemen tussen die tabellen en de stijging van de kankergevallen. Het was voor Jef Turf een doorslaggevende reden om uiteindelijk afstand te doen van een veelbelovende wetenschappelijke carrière. Hij koos voor de klassenstrijd en deed geestdriftig mee aan de staking van 1960-61. Het leverde hem zelf een korte gevangenisopsluiting op, toen iemand hem valselijk beschuldigde van sabotage. In 1963 werd hij in Gent bestendige voor de communistische partij. Hij werd dus beroepspoliticus, met het loon van een metaalarbeider. Zijn belangstelling voor kernenergie zal natuurlijk nooit meer weggaan en in het boek wordt terecht een hoofdstuk gewijd aan zijn strijd tegen de nucleaire dreiging.

Drie bedrijfsdossiers worden omstandig toegelicht: de bezetting en overname van Fabelta Zwijnaarde, de bezetting en uiteindelijke sluiting van ACEC in Gent en de wilde dokstaking uit 1973 in de Gentse haven. In de drie gevallen noemt Turf de strategie van de communistische partij het politiseren van de actie. Door de actie op het terrein proberen de politiek in beweging te brengen, daar komt het op neer. Dertig jaar later moet Turf toegeven dat de drie memorabele acties niet zo veel opgeleverd hebben. De klassenstrijd leidde niet tot enige structurele verandering in het voordeel van de arbeiders. De strijd, vindt hij nu, had zich niet mogen concentreren op de direct economische aspecten. Het meest directe resultaat boekte hij wellicht toen hij later de zegels verbrak van de afgesloten elektriciteitstoevoer bij mensen die hun rekening niet meer konden betalen. Hij is er nooit voor vervolgd en die mensen hadden weer elektriciteit. Later is de budgetmeter er gekomen.

Het jaar dat Turf lid werd van de Belgische communistische partij is Stalin gestorven. De communisten hebben het moeilijk gehad om van hun leider afscheid te nemen. Ze geloofden lange tijd rotsvast dat het Sovjetmodel nagevolgd moest worden. In Europa rijpte langzaam het besef dat er andere modellen mogelijk waren. De gebeurtenissen in Portugal en Spanje hadden daar een belangrijke invloed op, maar ook het Italiaanse communisme en in het bijzonder het werk van Antonio Gramsci waren heel belangrijk. Op een bepaald moment sprak men van eurocommunisme. Turf ging daarin mee en schreef er in 1977 een boek over: Een politieke identiteit voor communisten. De basisidee was dat de klassenstrijd wel degelijk democratische rechten kan opleveren die een socialistische samenleving mogelijk maken. Dat in een kapitalistisch systeem reeds een embryo van een toekomstig socialisme kon ontstaan, was voor stalinisten absurd. Van Gramsci nam Turf de idee over dat de mensen niet alleen aan het systeem gebonden worden door geweld en repressie, maar ook op een subtielere manier, door de media, het onderwijs, de kunst, enzovoort. Klassenstrijd werd plots niet alleen maar een strijd om economische hefbomen. Je moet ook een strijd voeren om de intellectuele hegemonie.

Het eurocommunisme kon inderdaad een aantal nieuwe intellectuelen aantrekken, vooral Gentse figuren. Ze werden door de traditionele communisten, die de oorlog wel meegemaakt hadden, met wantrouwen begroet. Het was ook een strijd tussen Gent en Brussel en tussen Vlamingen en Franstaligen. In 1980 barste een eerste bom, toen onder leiding van Koen Raes, een manifest werd opgesteld tegen de partijleiding. Hoewel Turf niet persoonlijk geviseerd werd, raakte hij langzaam geïsoleerd. Het was het begin van het einde. Dat kwam er dan in 1988. De aanleiding was een incident in De Rode Vaan, het weekblad waar Turf politiek directeur van was, naar aanleiding van desastreuze verkiezingen in 1987. Hij nam nog zelf ontslag als voorzitter van de Vlaamse KP, maar moest ook opstappen uit De Rode Vaan. Een vadermoord noemde hij het. Hij vond de moed om nog een nieuwe loopbaan te beginnen en werd journalist voor Belga en de Huisartsenkrant. Op het einde van zijn boek schrijft Turf dat hij het tenminste geprobeerd heeft. Wie zijn memoires leest, beseft dat hij inderdaad niet de gemakkelijkste weg gevolgd heeft. Hij blijft wel heel behoedzaam over zijn eigen plaats in het partijapparaat en doet een beetje alsof hij maar een secundaire figuur was. In werkelijkheid heeft hij jaren sleutelposities gecumuleerd. Ook over de financiering van de KP blijft hij duidelijk voorzichtig. Zijn idealen zijn hoe dan ook niet verdwenen. Hij schetst nog de contouren van een ideologisch programma dat tot een betere samenleving moet leiden.

De Belgische communistische partij heeft het eurocommunisme nooit ten volle aanvaard. Hij bleef op een of andere manier Stalin koesteren. Maar is dat eigenlijk niet ook zo met Turf? Hij wilde er met het eurocommunisme een streep onder trekken, maar schrok er finaal voor terug. Nog vandaag is het Stalinisme voor hem niet erger dan het regime van de Tsaren, ook het kapitalisme heeft zijn moorddadigheid bewezen… Het Stalinisme is finaal een reformisme, zegt Turf, het vertrekt niet vanuit proletarische opvattingen. Men moet het begrijpen vanuit zijn specifieke situatie, een achtergestelde agrarische samenleving die zich gewoon niet anders kon ontwikkelen. Stalin en alles wat daarbij hoort waren gewoon niet te vermijden. Datzelfde reformisme zag je in andere landen, ze hebben het zelfs ten dele overgenomen van de Sovjet-Unie. Je moet ermee afrekenen, dat wel. Maar echt principieel fout? Dat is wat in de memoires echt tegenvalt. Hij heeft er zich tegen afgezet, maar eigenlijk begrijpt hij het. De omstandigheden, weet je wel. Het kon niet anders… Ik denk dat dit een foute redenering is. Stalinisme staat gelijk met een totalitair regime, punt. Dat wil zeggen dat mensen er politiek dood gemaakt werden. In het ergste geval was dit letterlijk zo, met miljoenen doden tot gevolg. In andere gevallen was vooral een verbod om in vrijheid te spreken. Misschien dat in de DDR, zoals Turf schrijft, te leven viel. Ik kan het zelfs aannemen, maar je werd als individu uit het politieke leven geduwd. Met Hannah Arendt vind ik dat zeer fundamenteel totalitair. Ik ben de laatste om de verdiensten van Jef Turf te minimaliseren, maar ik begrijp echt niet dat hij finaal niet tot dit inzicht gekomen is. Dat er aan het kapitalisme evenveel bloed kleeft is echt geen excuus. Het is een reden te meer om de politieke dimensie van het menselijk bestaan te blijven opeisen.

In 1988, kort nadat hij ontslagen was, schreef Turf een soort politiek testament onder de simpele titel Communist. Het is eigenlijk een eerste versie van zijn memoires van nu. Mij lijkt hij op twee punten toch een belangrijke zwenking gemaakt te hebben. Hij stond toen eigenlijk een stuk kritischer ten opzichte van de KP en hij had het wel even gehad met politieke partijen. Ook in zijn boek uit 1988 geeft Jef Turf het stalinisme niet echt verworpen. Ik denk dat het aantoont dat hij er nooit in geslaagd is werkelijk consequent te kiezen voor een nieuwe politiek. Hij heeft altijd de kool en de geit willen (moeten) sparen, hij wilde eurocommunist zijn en toch de stalinisten niet buiten gooien. Het lijkt me geen toeval dat hij vandaag de Portugese communistische leider, Alvaro Cunhal, een eurocommunistische stalinist noemt. Dat zou gewoon een kanjer van een contradictie moeten zijn. Maar in 1988 gaf hij tenminste nog toe dat de KP een paar treinen gemist heeft. Hij vond dit trouwens niet alleen voor zijn eigen partij. Alle partijen hadden de kans gemist om een antwoord te formuleren op de onmiddellijke problemen van onze tijd en dat zijn in essentie milieuproblemen. In 1988 ging Turf zover te beweren dat politieke partijen gewoon niet in staat zijn om nog iets daadwerkelijk te doen. Hij vond dat stemmen geen zin meer had.

Vandaag denkt hij daar anders over. Hij stemt voor N-VA, ik heb er reeds allusie op gemaakt. Om dit te verantwoorden gebruikt hij een heel hoofdstuk. Hij wil een zelfstandig Vlaanderen en alleen de N-VA wil dat ook. Vlaanderen moet autonoom kunnen beslissen voorrang te geven aan zijn eigen noden en alleen de N-VA wil dat bereiken. Nadat het zover is, zal hij wel de strijd aangaan tegen de dominantie van het grootkapitaal en voor een sociaal beleid. Tot zolang is de N-VA een bondgenoot tegen de Vlaamse Belgicistische elite. De ergste vijanden zitten niet bij de kunstenaars en intellectuelen, maar bij de vakbonden. Ze zullen dat graag horen. Links en Vlaams zijn wat mij betreft helemaal niet tegengesteld. Antoon Roosens, een communist, heeft dat duidelijk gemaakt aan de linkse jeugd van de jaren 1970 en 1980. Hij maakte wel nog het onderscheid tussen de Franstalige bourgeoisie en de Waalse arbeiders. Maar een autonoom Vlaanderen? Dat kan in elk geval geen Vlaanderen zijn zonder solidariteit en vakbonden. Jammer Jef, je hebt het geprobeerd en moet daarvoor bewondering krijgen. Maar hoewel je aan het eind van jouw rit beseft dat jouw weg nergens toe geleid heeft, kies je vandaag opnieuw een uitzichtloze richting. Is het dan toch een geloofskwestie?

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 2 (februari), pagina 85 tot 88