Abonneer Log in

'De mythe van de groene economie. Valstrikken, verzet, alternatieven'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 82 tot 84

De mythe van de groene economie. Valstrikken, verzet, alternatieven

Anneleen Kenis & Matthias Lievens
epo / Uitgeverij Jan van Arkel, Antwerpen / Utrecht, 2012

Met De mythe van de groene economie hebben Anneleen Kenis en Matthias Lievens het juiste boek op het juiste moment geschreven. We leven in een wereld die meervoudig in crisis is. Er is al lang een sluipend verder oprukkende milieucrisis. En in de nasleep van de financieel-economische crisis, slaat ook de sociale crisis in Europa steeds sterker toe. De vele zorgwekkende beelden en berichten die we de laatste tijd te verwerken krijgen, doen ons al lang voelen dat het grondig mis zit met ons economisch systeem. En dan zijn er de sociale gevolgen van de oplopende spanningen. Jongeren tegen ouderen, werkenden tegen werklozen, autochtonen tegen allochtonen, privéwerknemers tegen overheidspersoneel. Steeds meer groepen worden tegen elkaar opgezet. Steeds meer mensen kunnen de druk van de ratrace niet meer aan en krijgen psychologische problemen.

En toch blijft het neoliberale discours al jaren dominant. Het stelt meer economische groei en meer markt voor als de oplossing voor elk probleem. Ook overtuigde sociaaldemocraten en vakbondsmensen bestempelen groei als noodzakelijk. En ook een aantal groenen gaat ver mee in de mogelijkheden van de markt en de marktconforme instrumenten om milieuvriendelijk gedrag uit te lokken. Dat is ook een gevolg van de sterkte van het dominante systeem. Zoals de auteurs zelf aanstippen is het kapitalisme bij uitstek in staat om creatieve oplossingen te vinden voor de crisissen waarmee het geconfronteerd wordt. De nieuwe kapitalistische oplossing wordt door de auteurs (wat verwarrend) omschreven als ‘de groene economie’. Die moet het oude fossiele brandstofkapitalisme komen aflossen om de essentie van het systeem te redden. Maar de auteurs waarschuwen dat de oplossingen die door het kapitalisme naar voor geschoven worden vaak leiden tot nieuwe sociale en economische problemen waarbij de crisis zich verplaatst en op grotere schaal terugkomt.

Daar zit meteen de grote verdienste van dit boek. Het zet de neoliberale vanzelfsprekendheden die zich diep in ons collectief bewustzijn genesteld hebben op de helling. De scherpe analyses zetten aan om terug fundamentele politieke vragen te stellen. Is de groeilogica die inherent is aan het in geldstromen denkende kapitalisme wel verenigbaar met de begrensde stromen van materie en energie? Hebben marktconforme oplossingen zoals het Europese CO2-emissiehandel nu bijgedragen tot een oplossing van onze milieu- en klimaatproblemen, of hebben ze juist meer problemen veroorzaakt? Welk effect heeft de privatisering van collectieve goederen? Wat is de belangrijkste oorzaak van milieuproblemen, de wereldwijde bevolkingstoename of de ongelijke verdeling van inkomen en rijkdom? Moeten we wachten op de staat om ons naar een duurzame samenleving te loodsen of moeten we als burgers zelf veel meer het heft in eigen handen nemen? Welke mogelijkheden en verantwoordelijkheden heeft de consument? Heeft de efficiëntiewinst - waar het kapitalisme zo sterk in is - sociale en milieuproblemen opgelost of de bestaande problemen juist versterkt? En hoe zit het met de rol van technologie? Technologische vernieuwing en efficiëntietoename zijn natuurlijk belangrijk, maar zijn ze belangrijker dan de maatschappelijke context waarin ze worden ingezet? Is elke vorm van sociaal verzet tegen het systeem zinnig? Moeten we in naam van de urgentie nu meegaan met iedereen die een oplossing belooft? Of moeten we geregeld een stap terugzetten en de tijd nemen om de echte oplossingen te onderscheiden van de fata morgana’s?

De auteurs formuleren telkens een uitgesproken en eigenzinnig antwoord op deze vragen. Je hoeft het niet altijd met ze eens te zijn. Anneleen Kenis en Matthias Lievens plaatsen aan het slot van hun scherpe analyses trouwens geregeld zelf een nuancerende noot. Maar omdat het boek duidelijk standpunt inneemt, is het een uitdaging om je eigen denkkader nog eens kritisch te bekijken. Het is een injectie lef om fundamentele vragen te stellen over ons huidige socio-economische systeem en over de strategieën om onze problemen op te lossen.

De analyses worden geïllustreerd met sprekende voorbeelden en bevat rake vaststellingen. Zo was er - opmerkelijk genoeg - een explosie van de zo verfoeide regelgeving nodig om de door het neoliberalisme gevraagde liberalisering van de energiemarkt te realiseren. Zo hebben de geglobaliseerde bedrijven enkele manieren om hun werknemers te disciplineren: delokalisatie, het creëren van een reservoir aan werklozen en vooral de mechanisering van de productie. Het gevolg van die laatste strategie is dat de energie-intensiteit van de productie steeds verder wordt opgedreven. Zo is er ook de vaststelling dat bedrijven de milieu-kost die ze veroorzaken liefst afwentelen op mensen die hun verzet het moeilijkst kunnen organiseren.

Volgens Anneleen Kenis en Matthias Lievens is maatschappelijke verandering (en bijvoorbeeld niet technologie) de sleutel tot meer duurzaamheid. ‘Die [maatschappelijke verandering] realiseer je niet door een lijst met factoren te maken waarop je moet inwerken. Het gaat erom de grondoorzaken aan te pakken en strategische keuzes te maken.’ Die keuzes moeten ons leiden naar een ecosolidaire samenleving. Het gaat om een economie van het genoeg die in zijn behoeften voorziet via een veel meer gelijke verdeling. Elke strategie vergt bepaalde keuzes waarbij er winnaars en verliezers zijn, conflicten en machtsverhoudingen.De transitie naar een duurzame samenleving wordt geen wandeling in het park.

Het boek pleit ervoor om zorgvuldig na te denken over de samenstelling van een coalitie van medestanders om die ecosolidaire samenleving te realiseren. En waarschuwt voor de valkuilen waarin progressieven kunnen trappen en waardoor ze de grote belangentegenstellingen uit het oog kunnen verliezen. Zo zijn onderdelen van de milieubeweging te ver meegaan in het discours dat we allemaal aan hetzelfde zeel moeten trekken om de huidige problemen op te lossen. Zo is de sociaaldemocratie te veel een deel van het systeem geworden. En zo werden de vakbonden via productiviteitsdeals (waarbij niet enkel de werkgevers, maar ook de werknemers via hogere lonen een graantje konden meepikken van de stijgende productiviteit) ingeschakeld in de groeilogica. Maar jammer genoeg analyseren Anneleen Kenis en Matthias Lievens niet welke weg de sociaaldemocratie en het progressieve middenveld inmiddels hebben afgelegd. De auteurs stellen terecht: ‘Minder dan ooit is het voldoende om gewoon groen te zijn, alsof men gewoon rond de andere tegenstellingen heen kan fietsen.’ Maar ze stippen in het boek bijvoorbeeld niet aan dat de milieubeweging steeds meer oog heeft voor de sociale gevolgen van het milieubeleid, of dat veel onderdelen van het progressieve middenveld steeds meer dezelfde systeemanalyse maken en intenser samenwerken. Denk bijvoorbeeld aan het transitienetwerk van het middenveld. Dat levert ook een leestip op voor wie het boek ter hand neemt: lees de fragmentarische kritiek die wordt geformuleerd ten aanzien van sommige standpunten van progressieve organisaties niet als een oordeel over die organisatie maar als de illustratie van een strategische les en als een uitnodiging om de eigen analyses en strategieën te verdiepen en te verbeteren.

Het belang van een langetermijnvisie wordt terecht onderstreept. En het boek bevat ook enkele lezenswaardige aanzetten in die richting: het belang van de commons en het delen van goederen als een alternatief voor de uitdijende markt, de democratische planning, sociale actie, arbeiderscontrole op de ecologische kant van de productie, ... Maar echt uitgewerkt is het boek op dit punt niet. En er blijven heel wat onopgeloste dilemma’s over. Hoe moeten we bijvoorbeeld de overgang realiseren van een kapitalistische economie naar een ‘steady state’ economie als de auteurs zelf vaststellen dat kapitalisme zonder groei gelijk staat met een sociaal bloedbad. En het is niet omdat marktconforme instrumenten tot nu toe weinig of geen resultaat geboekt hebben dat dit met een andere instrumentenkeuze, zoals belastingen of regels, wel zal lukken. Dezelfde politieke machtsstrijd die ons het falende Europees Emissiehandelssysteem opleverde, leidde ook tot uitgeholde belastingen en zwakke normen.

Al blijft er dus nog voer genoeg voor een uitdieping en aanvulling in een tweede boek, De mythe van de groene economie (deel 1) is absoluut een aanrader.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 82 tot 84