Log in

'Geld en duurzaamheid. Van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 75 tot 77

Geld en duurzaamheid. Van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem

Bernard Lietaer e.a.
Uitgeverij Jan van Arkel, i.s.m. Oikos, Utrecht, 2012

Dat er een en ander fout gaat in de financiële wereld en dat sommige financiële praktijken en systemen eens grondig herbekeken en bijgestuurd mogen worden, daar zal sinds 2008 niemand nog aan twijfelen. De auteurs van Geld en duurzaamheid gaan nog een heel eind verder: volgens hen bevat het wereldwijde geldsysteem ernstige ontwerpfouten die ervoor zorgen dat het een duurzame ontwikkeling in de weg staat. Ze hebben het dan niet zozeer over speculatie, bonussen en gebrekkige controle op de financiële gezondheid van banken, maar over het systeem zelf dat gebaseerd is op door centrale banken bewaakte nationale eenheidsmunten en dat inherent onstabiel zou zijn.

Volgens IMF-gegevens zijn er tussen 1970 en 2010 zo’n 425 systemische crisissen geweest in 145 landen. Deze crisissen hebben voor heel wat armoede, werkloosheid en maatschappelijke ontwrichting gezorgd en de reddingsoperaties hebben overheden tienduizenden miljarden dollars gekost. Dat geld is grotendeels afkomstig van leningen, waardoor de staatschuld fors steeg en overheidsbudgetten sterk onder druk kwamen te staan. Deze financiële last komt bovendien op een slecht moment, want de vergrijzing en de klimaatproblematiek zullen in de komende decennia handenvol geld kosten. De oplossingen die door de financiële sector zelf worden aangedragen - voornamelijk bezuinigingen en privatiseringen - dreigen op zichzelf weer de nodige problemen te veroorzaken, maar zullen bovendien het probleem van de instabiliteit van het systeem niet oplossen, en kunnen ons dus niet behoeden voor toekomstige crisissen. We moeten met een frisse blik naar het economisch paradigma kijken dat aan de basis van ons monetair systeem ligt, en het vervangen door een nieuw paradigma.

Bernard Lietaer en collega’s stellen voor om de economie te zien als een open systeem (in tegenstelling tot de gesloten systeembenadering waarvan in de leerboeken wordt uitgegaan) dat zich gedraagt volgens de wetten van ‘complex flow networks’. Een belangrijke eigenschap van dit soort systemen is dat ze enkel duurzaam kunnen zijn als ze de juiste balans houden tussen efficiëntie en veerkracht. Veerkracht impliceert diversiteit, en die is er niet in een wereld die geregeerd wordt door een ‘wereldwijde monocultuur waarin in elk land hetzelfde type van ruilmiddel in oploop wordt gebracht: één enkele nationale valuta gecreëerd door bankschuld’. In het hoofdstuk ‘de fysica van complex flow networks’ claimen de auteurs dat er theoretisch en empirisch bewijs [is] dat demonstreert dat eender welk complex flow network alleen duurzaam is als diversiteit en interconnectiviteit binnen een specifiek bereik liggen’, en dat kan worden aangetoond dat dit niet het geval is voor een monocultuur van conventioneel geld. Er moet dus gezorgd worden voor een veelheid van ruilmiddelen die samen een ‘monetair ecosysteem’ vormen. Bewijzen zelf krijgen we in het boek niet te lezen, daarvoor wordt verwezen naar allerlei andere bronnen. Er wordt ook niet overtuigend aangetoond waarom een monetair systeem noodzakelijkerwijs aan dezelfde wetten onderworpen zou moeten zijn als een natuurlijk ecosysteem, en de insinuatie dat een goed ontworpen monetair ecosysteem regelgeving overbodig zou kunnen maken (p. 131: ‘De behoefte aan regelgeving is altijd het teken van een gebrekkig ontwerp’) klinkt wel zeer utopisch.

Dit neemt niet weg dat de analyse van de nadelige effecten van de huidige financiële constellatie op duurzaamheid wel degelijk hout snijdt. Zo wordt uitgelegd hoe het monetair systeem de cycli van hoog- en laagconjunctuur versterkt, het kortetermijndenken in de hand werkt, door de alomtegenwoordigheid van rente een sterke gerichtheid op voortdurende groei met zich meebrengt, bijdraagt tot de concentratie van rijkdom en het sociaal kapitaal aantast. Geld zoals we dat hier en nu kennen is daardoor geen neutraal en passief ruilmiddel maar een belemmering voor een evolutie naar op duurzame ontwikkeling gericht gedrag. Een mogelijke oplossing zou erin bestaan om zoals voorgesteld in het Amerikaanse Chicago Plan uit de jaren 1930, het geldscheppingsproces volledig te nationaliseren waardoor de rol van banken fors ingeperkt wordt. De auteurs wijzen deze oplossing echter van de hand omdat hierdoor het privé-monopolie slechts vervangen zou worden door een publiek monopolie, maar ‘het brengt ons niet echt dichter bij het monetaire ecosysteem dat we nodig hebben’. Overheden zullen volgens hen uiteindelijk geen andere keus hebben dan ‘waarde toe te kennen aan andere munten parallel met bankschuldgeld’. Na al de stoere taal over de verwerpelijkheid van het monetair systeem en de nood aan een compleet nieuw economisch paradigma klinkt dit nogal zwakjes.

De voorbeelden van innovatieve systemen die in de twee laatste hoofdstukken worden gegeven, spreken wél tot de verbeelding. Het gaat om vijf particuliere initiatieven en vier door de overheid in te voeren systemen, waaronder de Gentse ‘Torekes’. Alle voorbeelden hebben gemeenschappelijk dat ze, in tegenstelling tot een rentedragende, op bankschuld gebaseerde munt, een duurzame ontwikkeling niet belemmeren en er integendeel zelfs in mindere of meerdere mate toe bijdragen. De ervaring met dergelijke systemen is nog redelijk beperkt en sommige zijn het tekentafelstadium nog niet ontgroeid, maar de voorbeelden maken in ieder geval aannemelijk dat overheden op alle niveaus, door creatief om te springen met parallelle muntsystemen, middelen kunnen genereren om de strijd aan te binden met allerlei sociale en ecologische problemen. Of dit op zich veel zal veranderen aan de financiële wantoestanden en instabiliteit is zeer de vraag, maar dat neemt niet weg dat er inderdaad wel heel wat meer denk- en experimenteerwerk zou mogen gebeuren rond complementaire muntsystemen. Zeker voor lokale besturen lijken er goede mogelijkheden te bestaan om op relatief korte termijn en met weinig investeringen interessante initiatieven op te zetten die op bescheiden schaal een verschil zouden kunnen maken.

Geld en duurzaamheid is een rapport van de Club van Rome voor Finance Watch. De volledige tekst is - in het Engels - te lezen op www.money-sustainability.net/read-the-book/.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 3 (maart), pagina 75 tot 77