Abonneer Log in

De derde economische poot

DE REVIVAL VAN DE COÖPERATIE (4)

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 4 (april), pagina 50 tot 55

De succesvolle werknemerscoöperaties van Mondragon in Spanje en de Zwitserse coöperatieve supermarktketens Coop en Migros bewijzen al vele decennia dat de beste ondernemers wel eens te vinden kunnen zijn in de samenleving, tussen staat en financieel kapitalisme in. De bliksemstart van New B illustreert als geen ander dat ook bij ons een enorm coöperatief potentieel bestaat. Wie zich nog afvraagt of er economisch leven is naast kapitalistische privéondernemingen en overheidsbedrijven bewijst daarmee alleen van een andere planeet te komen. Maar welke relatie hebben vakbonden en sociale bewegingen dan met coöperatieve bedrijven?

SUCCES AL TE WEINIG BEKEND

Zelfs voor wie oog heeft voor het coöperatieve ondernemen, is het dikwijls nog verbazend hoe succesrijk coöperatieve bedrijven kunnen zijn. In de Amerikaanse staat Wisconsin zijn co-operaties goed voor 71 procent van alle jobs, in de Canadese provincie Québec vormen ze de grootste werkgever, in Colombia de tweede grootste, in Kenia zorgen coöperaties voor maar liefst 45 procent van het nationaal inkomen, in India werken alleen al in de melkcoöperaties 13 miljoen mensen, in Italië en Frankrijk gaat het telkens om meer dan 1 miljoen werknemers en in Zwitserland zijn de coöperatieve bedrijven de grootste private werkgever.

MONDRAGON - WERKNEMERS AAN HET STUUR

Het kan nog indrukwekkender, zelfs in het door crisis geteisterde Spanje. Terwijl in heel Europa tal van fabrieken hun productie zien verdwijnen naar andere continenten, slagen de werknemerscoöperaties van Mondragon in Baskenland er toch nog in om in hun eigen bedrijven koelkasten en liften te produceren en dus industriële werkgelegenheid te behouden. Ze bouwen de meest geavanceerde bruggen en andere ingewikkelde constructies (onder andere op Ground Zero in New York), exporteren wereldwijd machines om zonnepanelen te maken en innoveren voortdurend in hun eigen onderzoekscentra, met een stroom van honderden patenten als gevolg.

Anders dan in de meeste coöperaties hebben de werknemers het voor het zeggen in de 120 Mondragon-coöperaties. Zeker hun talrijke industriële coöperaties zijn geen consumenten- of producentencoöperaties maar volbloed werknemerscoöperaties. Al die bedrijvigheid is in handen van en gestuurd door de werknemers zelf.

Hoe doen ze dat? Een nieuwe coöperant brengt als toegangsticket gemiddeld 15.000 euro kapitaal in, dat is zowat het jaarlijkse minimumloon. Het geld wordt betaald in zestig of zesendertig maanden. Het is soms mogelijk om minder snel te betalen. Dat kan met Caja Laboral, de coöperatieve bank van Mondragon. Want een bank hebben ze natuurlijk ook, al sinds 1959. Ze willen immers meester zijn over het geld. Die inleg garandeert de werknemer niet alleen zeggingschap als vennoot. Het levert ook dividend op, en op het einde van de carrière gaat hij of zij naar huis met een kapitaal dat is aangegroeid tot 100.000, 200.000 of zelfs 300.000 euro.

De werknemers zorgen dus voor hun eigen kapitaal, meteen de sleutel om hun bedrijf te controleren. Allemaal samen vormen ze de algemene vergadering, het hoogste beslissingsorgaan. Iedereen beschikt er over één, en slechts één, stem.
Die economische democratie vertaalt zich ook voor het geheel van alle coöperaties samen. In hun congres, dat is de algemene vergadering met 650 afgevaardigden uit de hele groep, zijn de 120 coöperaties vertegenwoordigd naargelang hoeveel werknemers ze tellen, niet volgens omzet- of winstcijfer.

Van 1991 tot 2006 slagen de Mondragon-coöperaties erin om de werkgelegenheid te laten groeien van 25.479 naar 82.174 medewerkers, dat is meer dan een verdrievoudiging in 15 jaar. In de crisisjaren die volgen blijft het aantal jobs licht stijgen tot 83.569 in 2011. Dat is indrukwekkend. Want in Spanje is de economische crisis intens en stijgt de werkloosheid pijlsnel. Helemaal niet dus bij Mondragon, integendeel zelfs. Al dat werk resulteert in een jaaromzet van bijna 15 miljard euro.

DE KRACHT VAN DE ZWITSERSE COÖPERATIEVE SUPERMARKTKETENS

Zwitserland is het land waar biologische producten, streekproducten en fair trade het meest worden verkocht. Tal van producten met een sociaal of ecologisch duurzaamheidslabel halen de grootste marktaandelen. Dat heeft alles te maken met de heel eigen koers die de coöperatieve supermarktketens Coop en Migros varen. En met hun ongelooflijke kracht die hen in staat stelt Carrefour in het zand te doen bijten, en Aldi en Lidl af te houden.

Hun kracht halen ze uit hun ledenaantal en hun vele winkels. Van de nog geen acht miljoen Zwitsers zijn er begin 2012 zo maar eventjes 2.895.062 lid van Coop. Migros telt 2.091.188 leden. Zo komt het dat maar liefst 70 procent van de voedselaankopen gebeurt in hun vele honderden supermarkten. Maar ze bieden veel meer. Van benzinestations tot informaticawin-kels, van doe-het-zelf centra tot restaurants. Of reizen, daar doen ze allebei in. Ook de twee grootste weekbladen zijn van hen. Een bank of spaarkas nodig, dat hebben ze. Bij Coop tref je verder apotheken, parfumeriezaken, uurwerk- en juweelwinkels, winkelketens van huishoudtoestellen. Migros heeft ook een afzonderlijke discountketen, winkels met elektronische apparaten, sportzaken, boekhandels,… zelfs het museum van moderne kunst in Zürich. Dat laatste is te danken aan het zogenaamde ‘cultureel Migros procent’, in 2011 goed voor 117,60 miljoen euro die naar allerlei culturele, vormende en sociale activiteiten gaan.

Migros haalde in 2011 een omzet van bijna 25 miljard Zwitserse frank. Coop deed in 2011 nog beter met maar liefst 27,7 miljard Zwitserse frank. Vergelijk dat met Colruyt, de grootste supermarktketen op de Belgische markt, met een (bijna driemaal kleinere) omzet van 7,848 miljard euro. Om dat alles te presteren, kan Coop rekenen op wel 75.296 medewerkers. Bij Migros zijn het er zelfs 86.393. Zo kennen we meteen de grootste Zwitserse werkgevers uit de private sector. En maken ze daar dan ook nog financiële winst mee? Opnieuw is het antwoord verrassend: Coop en Migros staan op 1 en 3 in de lijst van meest winstgevende Europese distributeurs.

Migros speelde al tientallen jaren geleden een vroege pioniersrol in bijvoorbeeld biologische producten, loodvrije benzine of wasmiddel zonder fosfaat. Coop heeft de uitdrukkelijke ambitie om wereldkampioen duurzaamheid te zijn. Die aanpak resulteert in indrukwekkende verkoopcijfers van allerlei labelproducten die garanderen dat ze sociaal en/of ecologisch verantwoord zijn voortgebracht, en/of dat het om fair trade gaat. Streekproducten, bio, dierenwelzijn, MSC, FSC, het is er allemaal, en massaal. Coop alleen al verkoopt meer fair trade dan alle Belgische supermarktketens, wereldwinkels en andere aanbieders samen.

Zowel Migros als Coop leveren forse inspanningen om hun druk op het milieu te verlichten. Coop heeft zich zelfs voorgenomen om voor al zijn activiteiten in Zwitserland in 2023 CO2-neutraal te zijn, voor de helft door compenserende projecten en voor de helft door de uitstoot effectief te halveren. Met het oog daarop heeft men zelfs het spoorwegbedrijf Railcare aangekocht. Die in huis gehaalde expertise wendt men aan om het transport van de weg te halen en over het spoor te laten verlopen.

VAN VAKBONDEN EN WERKNEMERS: WAT STAAT ER OP HET SPEL?

Als het - zoals bij Coop, Migros en verreweg de meeste coöperaties - niet om werknemerscoöperaties gaat, verandert dat niet zoveel voor de vakbonden. Ze blijven even essentieel om te waken en te onderhandelen over loon- en arbeidsvoorwaarden. Als het wel werknemerscoöperaties betreft, zoals in Mondragon, wil er wel eens een andere redenering opgang maken. Vakbonden zouden dan misschien zelfs overbodig zijn, want de werknemers zijn hier toch de baas? Dat is een snel getrokken conclusie. Want wat als een werknemer zijn rechten geschaad ziet? Wat als zij of hij verpletterd dreigt te geraken in deze grote coöperatiestructuren? Het zijn terechte vragen want al in de kleinste organisaties, zelfs in elke werkrelatie, bestaat het reële risico dat werknemersrechten ernstig geschonden geraken.

Onder andere met die kritische vragen bezocht een delegatie uit Vlaanderen enige tijd geleden Mondragon. Vooral de meegereisde vakbondsmensen kwamen tot de conclusie: ‘Als dit goed is voor de werknemers, dan moeten we dit ook bij ons doen.’ Een van hen formuleerde het zo: ‘De pleinvrees van een vakbond is begrijpelijk. Maar als coöperaties kunnen zorgen voor werk, dan verdient die ene vraag alle voorrang: hoe beginnen we daarmee? Wij realiseerden onze doelstellingen altijd via het beleid om. Mondragon doet het heel anders. Dat is bijna een staat in de staat die de politiek amper nodig heeft. Ze doen alles zelf. Terwijl de arbeidersbeweging in een gigantische identiteitscrisis is gesukkeld, plaatst het succes van Mondragon ons voor een reusachtige uitdaging. Die moeten we oppakken. De vrees dat werknemersrechten geschaad zouden kunnen worden, is trouwens niet aan de orde. Dat is nu allemaal goed geregeld en georganiseerd in ons land? Dat verdwijnt toch niet? We kunnen ons dus gerust focussen op het potentieel van coöperaties om jobs te creëren.’

EEN VEILIG VAKBONDSSTANDPUNT?

Andere blijven tegen. Ze argumenteren dat een werknemer toch geen kapitaal kan bezitten van het bedrijf waar hij of zij werkt omdat die tegenstelling tussen kapitaal en arbeid niet te overbruggen is. Het is een makkelijk standpunt. En het kan zelfs de indruk wekken te werken, zeker zolang vakbonden de belangen van werknemers en hun arbeid kunnen beschermen omdat er ondernemers en kapitaal te vinden zijn aan de andere kant. Dan kan men er collectief van overtuigd geraken dat nadenken over alternatieven zoals werknemerscoöperaties niet hoeft, laat staan dat men zoiets met alle kracht massaal zou gaan nastreven en op poten zetten.

Maar wat als de ondernemerskant al te duidelijk forfait geeft? Omdat ze falende of failliete ondernemers zijn, of slechte bedrijfsleiders zijn die verliezen opstapelen, of uit de markt worden geduwd, of er niet in slagen te innoveren en nieuwe economie te ontwikkelen, of de productie naar elders verhuizen, of enkel maar geïnteresseerd zijn in financieel rendement voor de aandeelhouders? De voorbeelden liggen voor het grijpen: Ford Genk, Philips Turnhout vandaag en Hasselt gisteren, ArcelorMittal in Luik en elders, tal van banken, en ga zo maar door.

Wat dus als werknemers de greep op het werk helemaal verliezen omdat het gewoonweg verdwijnt? Dan volstaat het klassieke vakbondswerk niet langer bij gebrek aan kapitaal en bij afwezigheid van ondernemende bedrijfsleiders als tegenspelers. Dan valt er niet te onderhandelen, evenmin te betogen of te staken en al helemaal niets te bezetten. Zelfs een lock-out van directie en management is onmogelijk.

Zeker in die omstandigheden lonkt voor werknemers en hun vakbonden die uitweg: toch maar coöperatief ondernemen, zelfs in werknemerscoöperaties… en de vakbondsfunctie en -werking heruitvinden binnen en voor die nieuwe economische structuren.

DE KRACHT VAN EEN COÖPERATIEVE ECONOMISCHE POOT

Dan volgt de wellicht allerbelangrijkste vraag: hoe worden werknemers ook ondernemers? Of, opnieuw ondernemers? Want lang geleden telde de werknemersbeweging tal van bloeiende co­öperaties. Werknemers hadden ook in België hun eigen economie, naast die van de kapitalistische markteconomie en van de overheidsbedrijven (en heel verschillend van het later opduikende staatskapitalisme in de Sovjet-Unie en elders). Zeker nu we al jaren in een zware crisis vertoeven waar het traditionele bedrijfsleven geen antwoord op heeft, de klassieke vakbondskoers weinig vat op krijgt en de politiek vooral getuigt van afwezigheid en lethargie, is de nood aan alternatieven enorm groot.

Het is tijd om te (her)ontdekken hoe voordelig het is voor samenlevingen en sociale bewegingen wanneer ze zelf beschikken over een economische poot en kracht putten uit een wijdvertakt netwerk van tal van vooral coöperatieve bedrijven, of die nu in handen zijn van werknemers, klanten, producenten of diverse soorten coöperanten tegelijk. Het is noodzakelijk om oog te krijgen voor de kracht van coöperatief ondernemen dat niet financiële winst centraal stelt, maar die winst als middel gebruikt om doelstellingen als zinvol werk, de creatie van welvaart, ecologische duurzaamheid, welzijn of solidariteit te realiseren.

VAN FORD TOT NEW B

Wie vandaag vol huiver ziet hoe de multinational Ford een groot deel van Limburg in miserie dreigt te duwen, moet weten dat het anders kan. Die moet kunnen vernemen dat zelfs in volle Spaanse crisis, met een landelijke werkloosheid van meer dan 25 procent, de streek van Mondragon met haar levendig netwerk van coöperatieve bedrijven slechts 10 procent werklozen telt. Dat is nog altijd te veel, maar het is een stuk beter dan elders. Helemaal verbazingwekkend is dat de zware economische crisis, die ook de Mondragon coöperaties al jaren voluit treft, bij hen - tot nu toe - niet tot afdankingen heeft geleid. Dat is allemaal ronduit straf.

Al even straf is het verhaal dat New B nu aan het schrijven is in ons eigen land. De initiatiefnemers zijn erin geslaagd om onnoemelijk veel mensen te mobiliseren voor de oprichting van een nieuwe coöperatieve bank. Burgers tonen massaal dat ze greep willen op de wereld van het geld om een duurzame economie te kunnen bouwen en te werken aan een menselijke samenleving.

EEN LES VOOR SOCIALE BEWEGINGEN

Een samenleving die zich - naast performante privébedrijven en een trits publieke goederen eigen aan een efficiënte welvaartsstaat - de kracht van coöperatieve ondernemingen ontzegt, doet zichzelf ernstig tekort. Want die derde economische poot in handen van de werknemers en van de samenleving zelf is een sterke extra troef om de vele crises te keren die vandaag iedereen de duvel aandoen.

Wat sociale bewegingen niet uit het oog mogen verliezen, is dat de nog altijd meest succesvolle onder hen (de werknemers- en boerenbewegingen) tegelijk actief zijn op drie terreinen. Als vakbond verdedigen zij het recht voor hun leden om van hun arbeid te kunnen leven. Zij zijn onovertroffen in het eerlijk verdelen van de welvaartskoek. In bredere maatschappelijke en politieke bewegingen en partijen zetten zij hun ambities om in recht. Zo verankeren zij hun uitgewerkte idealen en utopieën - denk bijvoorbeeld aan het mutualisme - in de welvaartsstaat. En als economische kracht geven werknemers- en andere bewegingen vorm aan de economie die ze op die manier ook zelf in handen nemen. Opvallend, net sociale bewegingen met een eigen economisch project zijn het meest succesrijk in het forceren van de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen.

Dirk Barrez
Hoofdredacteur DeWereldMorgen.be en PALA.be

coöperaties - economie - vakbond - Mondragon

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 4 (april), pagina 50 tot 55