Log in

'Unizo en Voka vertegenwoordigen niet alle ondernemers'

Interview met Karl Reremoser (Woordvoerder progressief ondernemersplatform Initiate)

Vlaanderen is een nieuw ondernemersplatform rijker. Initiate wil zich richten op progressieve ondernemers, innovatieve bedrijven voor wie winstmaximalisatie niet het einddoel van ondernemerschap is, maar die ook maatschappelijke meerwaarde willen creëren. Ruim 2500 ondernemers tekenden in op een eerste groepsaankoop voor energie. De oprichting van een coöperatief investeringsfonds staat in de steigers. “Jonge ondernemers willen meer dan enkel winst maken; ze willen het verschil maken,” zegt mede-bezielers en oud cabinetard Karl Reremoser.

Je zal maar ondernemer zijn én progressief. “Het beeld van de ondernemer is problematisch,” zegt Karl Reremoser, mede-initiatiefnemer van het progressieve ondernemersplatform Initiate. “Want ofwel ben je een ondernemer en dus een profiteur, ofwel een loontrekkende en dus een sukkelaar. Die tegenstelling werkt contraproductief. Noch de ondernemer, noch de loontrekkende zijn tegen een goede sociale zekerheid of tegen degelijk onderwijs. Over die verworvenheden zijn ze het beiden grotendeels eens. Het heeft dus geen zin die tegenstellingen te cultiveren. Ons uitgangspunt was dan ook om ondernemers te ondersteunen, zonder te vervallen in die belegen botsing van belangen. We wilden de mensen die op een positieve manier naar ondernemerschap kijken, samenbrengen én niet diegenen die langs de zijlijn staan te roepen in taboes en slogans.”

Reremoser is gepokt en gemazeld in het politieke bedrijf. Hij werkte lange tijd op socialistische kabinetten en was kabinetschef van minister Freya Van den Bossche. Hij is nu directeur strategic business development bij IT-dienstverlener NRB. Daarnaast is hij mede-bezieler van Initiate, een idee dat vorm kreeg in de marge van het sp.a Visiecongres van 2012. Dat voorzag onder meer een debatmoment over progressief ondernemerschap. “Dat zette ons onder druk om met iets naar buiten te komen. Want met een idee alleen ben je uiteraard niets. In oktober 2012 kreeg onze website en Facebook-pagina vorm. We wilden vooral toetsen of er een draagvlak bestond voor een platform van progressieve ondernemers,” zegt Reremoser. “Ondernemers vragen zich af: ‘what’s in it for me?’ Daar is op zich niets mis mee. We zijn daarom gestart met een bescheiden initiatief om groepsaankopen te organiseren. Dat was ook in andere segmenten van onze samenleving een succes gebleken. Kijk maar naar het West-Vlaamse ‘Samen sterker’, de coöperatieve onderneming van sp.a, ABVV en Bond Moyson. In december lanceerden we onze eerste groepsaankoop energie. Die sloot midden februari 2013 af met iets meer dan 2500 inschrijvingen. Het was een ongelooflijk succes. We bedongen een prijs die 12,4 procent lager lag dan het gemiddelde tarief. Allemaal groene stroom bovendien. Ons objectief voor 2013 is zoveel mogelijk mensen achter ons idee te verzamelen. Daarnaast gaan we nog een aantal groepsaankopen voor ondernemers organiseren. Nu loopt er één rond goedkopere tankkaarten.”

Kleurt Initiate niet erg rood als initiatief dat ontstaan is in de marge van een partijcongres?

“Initiate is een organisatie voor progressieve ondernemers. We zijn geen initiatief van de sp.a. Maar het is niet ongewoon dat progressieve ondernemers ook op een of andere manier betrokken zijn bij progressieve partijen. Men vraagt ons wel vaker of we dan tegen Unizo en Voka zijn? Dat zijn we niet. Alleen denken we dat ze niet alle ondernemers vertegenwoordigen. Misschien zullen we ooit wel gezamenlijke standpunten innemen, maar er zullen ook momenten zijn waarop dat niet het geval is.”

Het is de bedoeling van Initiate om zich te gaan profileren als een progressieve ondernemersorganisatie. Dat er aan de linkerkant een ondernemersorganisatie komt, is een nieuw verschijnsel.

“Absoluut. We waren er al een jaar over aan het praten. Begin 2012 is het dan concreet geworden. We hebben er bewust voor gekozen om met een algemene vergadering te werken die zeer ruim is, waarin je industriëlen vindt, maar bijvoorbeeld ook mensen met een dienstenchequebedrijf. Dat geeft ons de nodige feedback van de mensen die vandaag al actief zijn in die terreinen.”

Wat is het profiel van de ondernemers die op de samenaankopen reageerden?

“Het zijn voornamelijk kleine ondernemingen die met innovatie bezig zijn, die dingen doen die niet alleen een meerwaarde creëren voor de aandeelhouder, maar ook voor de stakeholders in een ruimere zin. In onze Raad van Bestuur zit bijvoorbeeld Laurent Dewilde. Zijn onderneming heeft een aantal initiatieven opgestart in Kortrijk, Oostende en Roeselare waarbij designers het teveel aan materiaal in de kringloopwinkels recycleren en tegelijk mensen tewerkstellen die anders moeilijk aan de bak komen. Daarvan zijn al twee winkels geopend. Het is een mooi concept dat zelfbedruipend is. Dat soort profielen zijn voor Initiate interessant.”

Het verhaal van jonge ondernemers voor wie winstmaximalisatie niet het hoofddoel is maar ook maatschappelijke winst willen genereren, is een relatief nieuw fenomeen_

“Zeker in die creatieve sector zie je veel kleine ondernemingen, eenmanszaken soms, die niet uit zijn op winstmaximalisatie maar wel een goed concept hebben. Ze gaan zich in het kader van bepaalde projecten verenigen, maar kunnen morgen bij een ander project evenzeer elkaars concurrent zijn. Ze vertrekken van het network governance model.

Hebben jullie er zicht op hoe groot dat nieuw ondernemerschap is?

“In de cijfers zal dat nog niet zeer groot zijn, maar het potentieel is enorm. We moeten dat vooral stimuleren, want het zijn dit soort initiatieven die ons gaan differentiëren van de rest. Daarom werkt Initiate nu ook aan de oprichting van ‘Business Angels’, betaalbare consulting voor ondernemers. Kleine en middelgrote ondernemingen hebben trajectadvies nodig. Advies dat ze niet noodzakelijk zelf in huis hebben en dat buitenshuis vaak onbetaalbaar is. Initiate geeft ondernemers toegang tot informatie op het moment dat ze die nodig hebben. Het werkt stimulerend om bepaalde profielen te delen over de grenzen van een bepaalde sector heen. Delen is het nieuwe hebben.”

Hoe verklaart u die opkomst van sharing? De solidariteit in de klassieke betekenis krijgt het steeds moeilijker, maar tegelijk zie je andere vormen van solidariteit opkomen in de vorm van ‘delen’.

“De nieuwe media spelen daarin een grote rol. Alleen al hoe we naar muziek luisteren. Mijn generatie moést vroeger die ene cd hebben. Voor mijn kinderen is dat niet meer relevant. Op elk moment hebben ze wel een toestel ter beschikking dat hen toelaat om naar dat ene nummer op die cd te luisteren. Of dat onmiddellijk verband houdt met een andere soort solidariteit? Ik geloof niet dat de solidariteit zoals we ze kennen, heeft afgedaan.”

Dat wil ik zeker niet gezegd hebben. Maar ‘daarboven’, in de rechter vleugel van de politieke wereld, horen we dat er geknipt moet worden in de sociale zekerheid. ‘Onderaan’ de samenleving zie je dat mensen solidariteit zelf beginnen te organiseren.

“Dat heeft veel te maken met transparantie. Het is voor de bevolking zeer complex wat daarboven allemaal gebeurt. Wie kan dat nog volgen? Ook heeft de geloofwaardigheid van onze instellingen een flinke deuk gekregen. We hebben recent een aantal politieke schandalen gekend. Ze hebben allemaal gemeen dat op het einde van het debat het instituut belangrijker is dan de waarden waarvoor het staat. Achter die waarden staan een heleboel mensen die zich dagelijks voor dat instituut inzetten. Mensen willen de solidariteit anders organiseren omdat ze denken dat het met de mensen die ze kennen en vertrouwen, beter zal gaan.”

Het aantal kleinere samenwerkingsverbanden neemt ontegensprekelijk toe. De vraag luidt of dat op termijn kan leiden tot echte systemische verschuivingen?

“Ik zou opletten om het debat te verengen naar een ‘wij’ en ‘zij’-tegenstelling, naar conflicten tussen kleinere verbanden en klassieke organisaties. Dat betekent niet dat de klassieke solidariteitsorganisaties zichzelf niet in vraag mogen stellen. We leven in een maatschappij waar zekerheid het trefwoord is. We zijn voor alles en nog wat verzekerd. Als er iets kapot gaat, is de eerste vraag: ‘Wiens schuld is het?’ en ‘Is het verzekerd?’. We zullen misschien een beetje van die zekerheid moeten opgeven om een nieuwe dynamiek toe te laten. De huidige economische context werkt echter niet stimulerend. Mensen worden bang gemaakt. Dat schept ruimte voor wie denkt het grote gelijk in pacht te hebben en bijgevolg ook meent dat de schuld altijd bij een ander te vinden is. We moeten terug dat optimisme voeden en met een open geest naar bepaalde structuren kijken. De klassieke structuren hebben een waarde, dat bewijst het verleden, maar misschien zijn er wel dingen die we anders kunnen doen.”

Merkt u in uw contacten met die ondernemers dat er problemen zijn die ze in het huidige systeem niet opgelost krijgen?

“Een aantal zaken komt steeds terug. Een. Het gebrek aan transparantie. Wat moet je precies doen om te beginnen als ondernemer. Veel mensen maken van in het begin foute keuzes, wat hen opzadelt met de consequenties achteraf. Twee. Ondernemen houdt risico in. We hebben vandaag geen cultuur waarbij falen een optie is. Als een ondernemer faalt, is hij pas echt een sukkelaar. In de Verenigde Staten is falen onderdeel van ondernemen. Beginnende ondernemers zouden een statuut moeten krijgen dat hen toelaat te falen. Ik pleit uiteraard niet voor een statuut om aan sociale dumping te doen. Drie. Voor ondernemers is het vandaag niet evident om een gepast krediet van de bank te krijgen. De overheid moet een positief financieel kader scheppen waarbij ondernemers ook effectief kunnen ondernemen.”

Heerst er bij de overheid geen cultuur waarin de jonge ondernemer wordt gewantrouwd?

“Klopt. Dat maakt het moeilijker. Maar ook inzake transparantie moet er nog veel gebeuren. Veel van de regels die er voor zorgen dat onze maatschappij georganiseerd is, worden optimaal benut door diegenen die een dure consultant kunnen betalen. Wie dat niet kan, loopt een pak zaken mis. Dat kan niet de bedoeling zijn. De regels zijn er voor iedereen. Dat geldt ook voor ons fiscaal systeem. Als je ziet hoe sommigen erin slagen de regels te benutten en een pak minder belastingen te betalen dan anderen die daar niet de expertise voor hebben, is er nog wel ruimte voor transparantie.”

Jullie zijn nu op zoek naar business angels die hun kennis willen investeren. Hoe vind je die mensen?

“Goede vraag, want dat is nu net de oefening waarmee wij bezig zijn. Hoe vind je hen en welke toegevoegde waarde kunnen ze leveren? Daar zijn we nog niet helemaal uit. De succesvolle ondernemers in Vlaanderen die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde bieden, zijn de klassiekers: Torfs, Colruyt, Umicore, en dergelijke. Maar die zal Initiate niet te pakken krijgen. Wij mikken op de nog onbekende kwaliteit. Bij de ondernemers die met ons contact opnemen, zitten er veel initiatieven die nog onder de radar zitten. Initiate kan hen visibiliteit geven.”

Ondernemers kunnen zich via het internet inschrijven. Eigenlijk kent Initiate haar klanten nog niet?

“Dat klopt. Initiate zit in de opstartfase. We zijn nauwelijks een vzw, hebben amper middelen en geen vast personeel in dienst. Het moet de volgende maanden allemaal vorm krijgen. Maar je merkt dat we opvallen. We hebben al een kleine voetafdruk achtergelaten op de sociale radar. Het laat ons toe aan debatten deel te nemen. Nu proberen we ons netwerk groter te maken. Daarvoor zijn die groepsaankopen ideaal. Je vraagt niets, maar geeft de mensen wel iets. Lid worden is iets voor een volgende fase, eens de vzw operationeel is. We zijn keihard aan het werken om die structuren op poten te zetten.”

Waarom is Initiate een vzw en geen coöperatie? Die worden vandaag hot.

“Ook ik was de gedachte van een coöperatie meer genegen, maar als je van bepaalde instanties, bijvoorbeeld van het Agentschap Ondernemen, middelen wilt krijgen, ben je verplicht een vzw-structuur aan te nemen.”

Tien jaar geleden schoot men nog in een bulderlach als je het had over coöperaties als ondernemersstructuur van de toekomst. Nu borrelen ze overal op.

“Het is echt big aan het worden. Ik was onlangs bij een West-Vlaamse onderneming, die ook activiteiten heeft in de Verenigde Staten en China. De drie stichters hebben een concept bedacht waarbij hun onderneming ook na hun gebeurlijk overlijden zou blijven bestaan. Elk jaar geven ze hun aandelen opnieuw uit aan wie doorgroeit in de onderneming. Elk jaar worden die partners geëvalueerd. Als je goed werkt, krijg je aandelen bij, die telkenmale opnieuw worden uitgegeven en het jaar nadien worden geïnd. Gaat het slecht, dan moet je er afgeven. Ze zijn je eigendom niet, maar geven je recht op een divident waarvan maximaal 75 procent wordt uitbetaald en 25 procent wordt geparkeerd als vorm van achtergestelde lening. Dat geld wordt gebruikt om te investeren in de maatschappij. Als je op pensioen gaat, heb je recht op dat opgebouwde kapitaal. Die aandelen zijn niet verhandelbaar, noch overdraagbaar bij overlijden. Zo garanderen de drie stichters dat de besten doorgroeien en dat de onderneming volgens dezelfde principes blijft bestaan. Het is niet echt een coöperatie, maar heeft er veel van weg. Het laat hen ook toe op een internationaal forum baanbrekende dingen te doen. Het ene sluit het andere dus niet uit.”

Jonge bedrijven hebben nood aan investeringsmiddelen die ze steeds moeilijker bij de banken te pakken krijgen...

“Precies daarom spelen we met het idee om naast onze vzw een coöperatie op te richten die moet toelaten te participeren in initiatieven die in het verlengde liggen van onze principes. We zijn een coöperatief, sociaal investeringsfonds aan het uitdenken. Het betekent natuurlijk dat je zelf aan middelen moet geraken en dat je een aantal mensen moet hebben die met verstand van zaken die fondsen beheren. Daar zijn we voorlopig nog niet aan toe.”
“Maar dat initiatief in West-Vlaanderen van Laurent Dewilde zouden we bijvoorbeeld perfect op die manier mee kunnen financieren. We hebben niet de ambitie om daar te blijven zitten met ons kapitaal. De meerwaarde die we boeken, gaat terug naar het fonds, zodat het opnieuw kan worden geïnvesteerd in gelijkaardige projecten.”

Hoe verklaart u die plotse belangstelling voor coöperaties?

“Democratie en medezeggenschap zijn belangrijke elementen geweest in die omslag. Coöperatieve structuren werken op een andere manier dan de klassieke structuren. Mensen die aandelen in bedrijven hebben weten bij god niet wat er in ‘hun’ bedrijf gebeurt. Coöperanten daarentegen zijn een onderdeel van het bedrijf. Het ligt in het verlengde van de trend die we daarstraks detecteerden: delen is het nieuwe hebben.”

Heeft het ook te maken met de vaststelling dat mensen willen dat hun inspanningen echt een verschil kunnen maken?

“Bij coöperaties gaat het om jouw middelen. Jij beslist wat ermee gebeurt; jij neemt het risico. Dat verklaart ook het succes van crowdfunding. Je gaat af op een business plan, je kiest voor hoeveel je inschrijft, en op het moment dat het initiatief start, kun je een return hebben. Een ander element is transparantie. Als je BEL20-aandelen koopt, weet je niet wat er in die ondernemingen precies gebeurt. Je hebt geen zeggenschap en bent onderworpen aan de informatie die per kwartaal wordt gepubliceerd. Bij coöperaties zit je mee aan de bron. Je weet precies waarover het gaat. Als er bijkomende investeringen nodig zijn, kan je wel of niet meedoen.”

Is de goesting om te ondernemen vandaag niet meer gekoppeld aan een nieuw soort engagement? Twintig jaar geleden had een jonge ondernemer maar één doel: rijk worden.

“De toegevoegde waarde blijft belangrijk, maar ze is anders geworden. Een aantal jaar geleden was ze nog louter financieel. Vandaag willen jonge ondernemers ook het verschil maken, al was het maar omdat hen dat meer visibiliteit geeft. Een kameraad van mij is architect. Hij maakt mooie huizen, maar daarnaast is hij bezig met duurzaamheid. Van dat laatste wordt hij financieel niet beter, maar hij won er wel een prijs mee. Het geeft hem visibiliteit én het getuigt van een zeker engagement ten aanzien van de samenleving. Die waarden spelen steeds meer mee.”

Dat doet me denken aan de Architects for the World. Ze stellen hun knowhow ter beschikking voor rampgebieden en hebben vorig jaar nog een architectuurwedstrijd uitgeschreven om een noodwoning te bouwen voor 300 dollar.

“Precies. Je ziet dit fantastische concept van ‘300 dollar houses’, maar tegelijk stel je vast dat de vorige winters bij ons mensen op straat moesten slapen omdat ze geen opvang hadden. Laat ons zulke mobiele noodhuizen dan gewoon bouwen. Dat kan toch zo moeilijk niet zijn? Met het geld dat we hebben betaald aan hotelrekeningen, advocaten en de Raad van State had je er verschillende kunnen neerpoten. Ik mis positivisme: we hebben de mensen en de middelen. En toch slagen we er niet in om de dingen in beweging te krijgen.”

Is de overheid dan niet mee met dit soort nieuwe projecten?

“Ingrid Lieten brengt nu alles in kaart wat er aan sociale innovatie is gebeurd. Dat is een goede zaak. We kennen immers allemaal wel een of meerdere van dergelijke initiatieven, maar niemand beschikt over het totale plaatje. Vervolgens moeten we kijken hoe we daarmee omgaan. Dat zal een debat teweeg brengen.”
“Want de indruk zal ontstaan dat privébedrijven stilaan in de plaats van de overheid treden. Traditioneel is het immers de overheid die het maatschappelijk belang ondersteunt, terwijl nu ook innovatieve ondernemers dat doen. Ik vind dat op zich geen probleem, zolang het maar gebeurt. Op het moment dat je in de plaats treedt van de overheid, moet je natuurlijk beantwoorden aan de regels van de overheid. Maar vandaag is dat al zo. De mutualiteit of de vakbond treden voor een aantal processen op die eigenlijk core processen zijn van de overheid.”

De middelen van de overheid om innovatieve projecten te steunen zijn klein. Op datzelfde moment vernemen mensen dat grote bedrijven nauwelijks belastingen betalen. Dat moet toch steken bij kleine ondernemers?

“Nogmaals, we moeten ons niet laten verleiden tot dat soort tegenstellingen. We halen het niet met ruzie maken. Die grote bedrijven hebben hun waarde. Ze moeten er ook zijn. Dat belet niet dat er nog veel van het terrein onbespeeld blijft. We kennen die nieuwe tendensen nog onvoldoende. We plakken daar nu de noemer ‘progressief ondernemerschap’ op, maar veel ondernemers die daarmee bezig zijn willen dat label helemaal niet opgeplakt krijgen. Ze willen niet in het hokje van de sociale innovatie geplaatst worden.”

Een aantal zaken waarvoor we vroeger spontaan naar de overheid keken, worden steeds vaker door burgers zelf gedaan. Ze richten zelf een energiebedrijfje op. Of ze delen voedsel in een sharingnetwerk. Het is in die sfeer van ‘samenredzaamheid’ dat die jonge bedrijfjes opereren.

“Vroeger deed de overheid nagenoeg alles. Vervolgens kreeg je het debat over de kerntaken van de overheid en moest al de rest worden geprivatiseerd. Vandaag heb je een ander spanningsveld. Van onderuit vindt men dat de overheid een aantal van haar taken niet goed doet. Dat kunnen we zelf beter, luidt het idee. Bovendien kunnen we er op een correcte manier geld mee verdienen. De overheid is niet voorbereid op deze dynamiek - ze is natuurlijk een stuk trager in haar beslissings- en redeneringprocessen - maar ze zou er wel een kader voor kunnen scheppen. Ondernemers zijn immers niet gebaat bij conflicten. Die zijn ook nergens voor nodig.”

Voelt u dat de politiek deze bewegingen ernstig neemt, of eerder als gepeuter in de marge beschouwt?

“Het wordt stilaan ernstig genomen. Je moet alleen maar kijken naar de projecten die worden opgestart om ondersteuning te bieden. Initiate had onlangs overleg met Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Ze proberen ondernemers een stuk creatiever en creatievelingen een stuk ondernemender te maken. Maar ook als je kijkt naar de middelen die ter beschikking worden gesteld via het Agentschap Ondernemen of het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), zie je dat er een bereidheid is om op een ernstige manier die zaken te ondersteunen. Het is een kwestie van tijd.”

foto's: Theo Beck

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 4 (april), pagina 20 tot 28