Log in

'Het is niet de vakbond die met de billen bloot staat'

Interview met Rudy De Leeuw (Voorzitter ABVV)

Volgens ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw heeft de crisis de zaken op scherp gesteld. “Alles wordt hoe langer hoe duidelijker. Het onrechtvaardigheidgevoel is zo groot geworden dat de vraag zich onvermijdelijk stelt of de sterkste schouders al dan niet de zwaarste lasten gaan dragen; en dan vooral zij die de sterkte van hun schouders camoufleren. Gaan zij bereid zijn mee te werken aan het oplossen van de crisis en het gezond maken van de schatkist? Vooral dan diegenen die ons dan in de hoek van de ‘conservatieven’ zetten.” Het ABVV kreeg in de aanloop naar 1 mei de wind van voren, maar De Leeuw reageert fel: “De economische crisis mag je op conto schrijven van zij die geprivatiseerd, gedereguleerd en geliberaliseerd hebben. Men wil ons de les spellen, maar het zijn zij die met de billen bloot staan.”

We ontmoeten Rudy De Leeuw op donderdagvoormiddag 2 mei, the morning after. We krijgen een verbazend montere Rudy De Leeuw voor ons. Van decompressie na een aantal zware dagen lijkt geen sprake, van een afwezigheid van strijdvaardigheid evenmin. Wie aan de vakbond raakt, komt Rudy De Leeuw tegen. Hij ‘is’ het ABVV. De Leeuw begon zijn carrière in het onderwijs, als leraar economie en wiskunde, maar is sinds 1988 actief binnen de socialistische vakbond. Hij doorliep er alle geledingen om in 2006 voorzitter te worden. Daarnaast is hij ook bestuurder van zowel het Internationaal als het Europees Vakverbond en van de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie).
Het is niet ongewoon dat de vakbond wind vangt in de aanloop naar de Dag van de Arbeid, maar dit jaar leek het erger dan ooit te voren. Er was de uithaal van ambtenarentopman Frank Van Massenhove (‘ABVV is een vakbond voor luiaards’) maar ook in verschillende dagbladen lazen we kritische analyses over de vakbond 2.0 en haar functioneren in de 21ste eeuw. Vooral de berichtgeving in De Morgen leek sterk op vakbondbashing. De Leeuw beseft dat het ABVV met een perceptieprobleem zit. “Dat we niet altijd sympathiek zijn, weten we,” steekt Rudy De Leeuw van wal. “Daarom hebben we een brochure uitgegeven Die van de vakbond, met portretten van werknemers. Achter de militant zit een mens van vlees en bloed, zoals u en ik. Dat vergeet men soms.” De Leeuw bijt van zich af als we hem confronteren met vragen over zijn ABVV. “De toekomst van de vakbond is inderdaad actueler dan ooit, maar je kan de zaken gerust omdraaien. Wie staat er met de billen bloot als er in Europa 26 miljoen werklozen zijn en 120 miljoen mensen op de rand van de armoede leven? Zij die een bezuinigingspolitiek prediken in naam van grote theorieën. Terwijl er misrekeningen blijken te zijn in de gevolgde economische modellen. De cijfers van de invloedrijke studie van Reinhart en Rogoff (cfr. dat elke overheidsschuld boven de 90% groeibelemmerend zou zijn) bleken niet te kloppen. Ook dachten we dat we met een monetair expansief beleid geld via de banken in de reële economie zouden krijgen. Dat is niet gebeurd. Van die 500 miljard pond die het Verenigd Koninkrijk in de banken heeft gestopt, is maar 60 miljard in haar reële economie gekomen. Maar de ommekeer is ingezet. Steeds meer geeft men toe dat de averechtse impact van bezuinigingen op groei en tewerkstelling is onderschat. De Franse socialisten kregen onlangs de steun van de nieuwe Italiaanse premier Enrico Letta. Ook in België zien we stilaan een kentering. De berichtgeving in de media rond 1 mei is hard geweest, zeker naar de vakbond toe, maar wij zijn niet de oorzaak van de crisis. Integendeel, het is juist door onze historische rol dat we de eerste twee jaar van de crisis, de periode 2008-2010, niet in een crisis zijn gedoken. Dat gebeurde pas toen men het blinde bezuinigingsbeleid heeft opgelegd. Het besparingsbeleid is mislukt, sociaal en economisch. Sinds vijf jaar voorspelt men ons al groei, maar we geraken maar niet uit de crisis. We hebben de banken gered met het geld van u en ik. Daardoor flirten we voortdurend met de 100% staatsschuld. De Staatskas moet gezond gemaakt worden, maar we moeten er onze tijd voor nemen en het mag niet ten koste gaan van groei en werkgelegenheid. De crisis mag je op conto schrijven van zij die geprivatiseerd, gedereguleerd en geliberaliseerd hebben. En dan wil men ons, de vakbond, de les spellen. Het zijn zij die met de billen bloot staan”.

Toch wordt vaak met de vinger gewezen naar de vakbond. Zo ook als men spreekt over het ‘failliet van het sociaal overleg’. Over de verantwoordelijkheid van de werkgevers horen we nauwelijks iets.

“Er zijn toch een aantal commentatoren die kritiek geven op zowel de werkgevers- als de werknemersorganisaties. De Groep van 10 (cfr. waarin werkgevers en werknemers akkoorden sluiten) moet het werk dat ze doet meer valoriseren. Dat durven we soms niet, gezien de gevoeligheden langs beide kanten. Maar zij die zeggen dat we miniakkoorden hebben gesloten, dwalen. Én welvaartsvastheid van sociale uitkeringen, én een lastenverlaging van 400 miljoen, én flexibiliteit omkaderen, én de discriminatie van jeugdlonen aanpakken, én de laagste lonen een duwtje in de rug geven, is in deze omstandigheden niet niets. Zeker omdat de regering een loonstop voor twee jaar had afgekondigd en dus het hart van het overleg er al had uit gehaald. En ook omdat we niet bij de regering konden aankloppen om het akkoord af ronden, wegens geen middelen. We hebben veel geduld moeten oefenen om pas eind maart een definitief akkoord te hebben in de nationale Arbeidsraad.”

Unizo-topman Karel Van Eetvelt beweerde onlangs dat de Groep van 10 haar geloofwaardigheid kwijt is en er niet in slaagt een vuist te maken tegen de regering.

“Die kritiek heeft me echt pijn gedaan. Ik besef zijn situatie; de kmo’s en de zelfstandigen hebben het niet gemakkelijk. Maar de werknemers op het einde van de maand ook niet. De crisis is niet veroorzaakt door de kmo’s of de werknemers. Die moeten dus niet worden aangepakt. Wel de bankiers die onder de radar zijn gedoken, en de multinationals en de grote vermogens die niet bereid zijn een inspanning te leveren.”

Karel Van Eetvelt stelde ook de samenstelling en de structuur van de Groep van 10 in vraag.

“Het ABVV voelt zich alvast niet aangesproken. Er zijn drie vakbonden in dit land, met samen meer dan drie miljoen leden. Het ABVV heeft anderhalf miljoen leden. We zullen er hoe dan ook bij zitten, zij het in een federale, Vlaamse of Waalse structuur.”

Heeft de Boerenbond nog haar plaats in de Groep van 10? Dat is geen werkgevers- noch werknemersorganisatie, ze verdedigen economische belangen van een sector die marginaal is geworden.

“Wat mij betreft is het nog altijd belangrijk dat de Boerenbond erbij zit. De landbouw in dit land is misschien niet meer wat het dertig jaar geleden was qua tewerkstelling, maar haar impact op de gemeenschap blijft groot. Ook omdat ze nauw aansluit bij de belangrijke voedingsindustrie. We hebben de socio-profitsector, die in onze interprofessionele structuren vertegenwoordigd zijn, in het kader van de werking van de nationale Arbeidsraad een plaats gegeven binnen de werkgeversgroep. De werkgevers hebben de structuur van hun federaties en de vertegenwoordiging van hun gewestelijke werkgeversorganisaties aangepast.”

Ook het ABVV heeft geen eenvoudige structuur.

“Wij hebben binnen onze structuur altijd de staatshervorming gevolgd. Op het moment dat de Gewesten meer bevoegdheden kregen, hebben we ten aanzien van de overheid altijd een syndicale tegenmacht gesteld. Wekelijks zitten de verantwoordelijken van de drie regio’s samen met de federale verantwoordelijken om het globale beleid te bespreken. De gevoeligheden en de syndicale strategie van elke regio worden zo in een federale benadering geïntegreerd. Dat is uniek. Zo zijn we ook altijd voorbereid op de vorderende staatshervorming omdat we op elk niveau een structuur hebben.”

Daarnaast zijn er natuurlijk de vakcentrales. Deze structuur bemoeilijkt toch de standpuntbepaling van het ABVV?

“Wat het statuut arbeiders-bedienden betreft, zeer zeker. We hebben een bediendecentrale, arbeiderscentrales en een ambtenarencentrale. Onvermijdelijk is er een opbouw van onderuit en inzake het eenheidsstatuut heeft die standpuntbepaling tijd gevraagd. Maar ik kan de bediendecentrale moeilijk verwijten dat ze haar job doet en de opgebouwde rechten van haar leden verdedigt. Zeggen dat de neuzen binnen het ABVV nu niet in dezelfde richting staan, is niet correct. Op 1 mei hebben we duidelijk uit één mond gesproken. De standpuntbepaling vraagt bij het ABVV meer inspanning en tijd, maar eens het mandaat er is, moet er met ons rekening gehouden worden en zijn we in staat voor dat mandaat te gaan.”

Dat proces naar één marsrichting ging tamelijk traag. Bij de staking van 25 april voor het eenheidsstatuut deden een aantal centrales niet mee. Dat is toch dodelijk voor de perceptie van het ABVV?

“Het is traag gegaan. De actiedag op 25 april was een stap in die standpuntbepaling. Niet elke deelorganisatie heeft aan de actie deelgenomen, maar elkeen heeft wel gezegd solidair te zijn met de actie. Die dag hebben we met een aantal slagkrachtige betogingen de media bezet rond het dossier. Met één standpunt. En ik zal toegeven dat de werkgevers ons geholpen hebben bij die standpuntbepaling. Want hun voorstellen waren beneden alle peil.”

De werkgevers legden hun minimum op tafel: twintig jaar anciënniteit, vier maanden opzeg.

“Inbegrepen outplacement, dus eigenlijk zelfs geen vier maanden. Het is minder dan wat een textielarbeider vandaag heeft. Totaal onaanvaardbaar. Ze opperden zelfs om de carensdag (cfr. de eerste ziektedag die de arbeiders niet uitbetaald krijgen) voor iedereen in te voeren in plaats van af te schaffen. Het heeft iedereen binnen het ABVV nog eens wakker geschud. In ons voorstel krijgt iedereen minstens drie maanden opzeg per schijf van vijf gewerkte jaren. Dat is de wettelijke opzeg van de lagere bedienden. In functie van die stappen, die we over een tijd moeten spreiden, zullen we zien hoe we kunnen schuiven met de nieuwe schaal Claeys (cfr. de schaal die de duur van de opzeggingstermijn en het bedrag van de opzeggingsvergoeding bij bedienden berekent).
“Het ABVV heeft een voorstel, al een compromis, op tafel gelegd, de werkgevers hun eigen standpunt. Daartussen een evenwicht zoeken is niet fair. Ons voorstel zoekt een evenwicht op basis van de huidige situatie, tussen één maand opzeg per jaar en gemiddeld vier maanden opzeg per twintig jaar. Dan kan je tot een oplossing komen. En dan kan het niet anders dan dat de arbeiders, die al jarenlang onderbeschermd zijn en te gemakkelijk kunnen worden afgedankt, meer bescherming krijgen: drie maanden opzeg per vijf gewerkte jaren. De weg die daarvoor moet worden afgelegd voor de arbeiders, nog 35% van alle werknemers, is haalbaar. Rekening houdend met de loonmassa, is drie maanden per vijf jaar zelfs verlieslatend voor de Sociale Zekerheid.”

Wat is de huidige stand van zaken? Minister van Werk, Monica De Coninck, werkt vermoedelijk aan verschillende scenario’s?

“Geen idee. We proberen ons ook te informeren, maar we weten het niet. We zullen het zien als we de uitnodiging van haar ontvangen. Op 8 juli moet er een antwoord zijn; dat is nu de uitdaging. Maar of die oplossing volledig uitgevoerd moet zijn, is een andere kwestie.”

Kan het ABVV zich vinden in een oplossing waarbij enkel de carensdag en de opzeg wordt aangepakt, en de rest wordt doorgeschoven?

“We zijn voor een globale oplossing, maar die zaken moeten inderdaad bij prioriteit worden aangepakt. Daarop zal het compromis worden afgemeten. De rest zal dan wel in de slipstream volgen. Maar ik ben nederig in deze zaak. We hebben allemaal tijd gehad. De vorige Ministers van Werk, de werkgevers, de werknemers. Het ABVV heeft drie jaar geleden een poging gedaan. Dat is toen niet gelukt. De regering heeft vervolgens haar verantwoordelijkheid genomen. In feite liggen alle puzzelstukken op tafel. Ons standpunt is duidelijk. Het is een haalbare oplossing.”

Moest het dossier al niet lang opgelost zijn in tijden van economische voorspoed toen het akkoord nog met geld gesmeerd kon worden? Nu ligt dat een stuk moeilijker.

“Dat is een mogelijke kritiek. Maar zo simpel lag het toen ook allemaal niet. De vorige keer hebben we het niet gehaald omdat we niet snel genoeg gingen, omdat er nog een te lange overgangsperiode was en de wettelijke opzeg van de gewone bedienden aangetast werd. Anne Demelenne (cfr. algemeen secretaris van het ABVV en voorzitster van het Waals ABVV) en ik hebben toen een eerste stap willen zetten. Maar toen dat werd gekoppeld aan een ontwerp van IPA waarin geen verhoging van de minimumlonen zat, was het onhaalbaar.”
“U kan uw vraag ook omdraaien: in tijden van crisis zou het onverantwoord zijn om de arbeider die nu zo goedkoop ontslagen wordt niet snel extra te beschermen. Dat is uiteindelijk wat we de vorige keer, toen we bijna een principeakkoord hadden over het statuut van arbeiders en bedienden, wel hebben bekomen: per schijf van vijf jaar krijgt de arbeider een crisispremie van 1250 euro. Die weerspiegelt drie, vier weken nettoloon. Het is een extra inkomensbescherming. Daardoor gaat de arbeider met vijftien jaar dienst eigenlijk al een beetje in de richting van die drie maanden opzeg per vijf gewerkte jaren, zoals door ons als oplossing voorgesteld. Daardoor is ons voorstel haalbaar.”
“Ik heb nu veel aandacht besteed aan de harmonisering naar boven van het statuut van arbeiders en bedienden, maar we gaan ons niet vastpinnen op één dossier. De 1 mei-boodschap was duidelijk. Eén. De inkomens uit arbeid zijn gekend en worden rechtvaardig belast, maar voor de andere inkomens geldt dat niet. Dat moet worden aangepakt. Twee. Het bezuinigingsbeleid heeft geen oplossing gebracht. De werknemers hebben hun inspanningen geleverd. De limiet is bereikt. Nieuwe inkomsten moet men bij ons echt niet meer zoeken. Dus ook geen besparingen, want dat is het afnemen van de koopkracht. Nu moeten de vermogens en de fraudeurs worden aangesproken.”

Is er met het beleid van staatssecretaris voor fraudebestrijding, John Crombez, een bal aan het rollen gegaan?

“Ik denk het wel. En dat was twee jaar geleden, toen hij er aan begon, allerminst evident. Door de crisis wordt alles scherper gesteld. Het verhaal is maatschappelijk; de keuzes worden duidelijk. Minister Philippe Muyters spreekt niet over het verminderen van de belastingen op lonen, maar over het verminderen van de sociale bijdragen, over belastingen op consumptie, en dan kom je weer bij dezelfde mensen terecht. De crisis stelt ons voor de keuze of de sterkste schouders al dan niet de zwaarste lasten gaan dragen; en dan vooral zij die de sterkte van hun schouders camoufleren. De vraag is of zij bereid zijn mee te werken aan het oplossen van de crisis en het gezond maken van de schatkist. Vooral dan diegenen die ons dan in de hoek van de ‘conservatieven’ zetten.”

Is de huidige crisis een conjunctuurdip of een shift naar een ander economisch model?

“Het conjunctureel karakter van deze crisis heeft men niet bestreden. Door de natuurlijke buffers te laten spelen, had men een anticyclusbeleid kunnen voeren. Men heeft dat stopgezet. Daardoor is de crisis dieper geworden en blijft ze aanslepen. Daarnaast is de crisis structureel omdat de ongelijkheden al voor de crisis enorm waren toegenomen. In de Verenigde Staten zit 40% van alle vermogens bij 1% van de bevolking en zit 40 tot 60% van de mensen in de schulden. In de landen die de grote locomotieven in de wereldeconomie zijn, hebben de lonen de productiviteit niet meer gevolgd. De reële lonen in de VS zijn de laatste twintig jaar maximum 10% gestegen, de productiviteit met 80%. Ook in Duitsland volgden de laatste tien jaar de lonen de productiviteit niet meer. Men verwijt de onevenwichten in Europa aan een aantal landen waar boven de productiviteit loonsverhoging zou zijn gegeven, maar het onevenwicht wordt vooral gecreëerd door de lage lonen in Duitsland. Het land kan mooie statistieken voorleggen, maar ten koste van zij die onderaan zitten. Ze hebben een half miljoen voltijdse werknemers die met 400 euro per maand moeten rondkomen en onder de armoedegrens zitten. Ik zeg niet dat het Duits model geen goede kanten zou hebben, maar op sociaal vlak is het verkeerd gegaan. Er is grote ongelijkheid. Ik weet wel dat ze Oost-Duitsland hebben moeten meetrekken, maar de slinger is naar rechts gegaan. Daar moet verandering in komen.”

Begin april was er ophef over de ECB-studie die sprak over ‘arme Duitsers’. De juist lezing van de cijfers is dat de ‘mediaan Duitser’ arm is, niet de ‘gemiddelde Duitser’. Het wijst op grote ongelijkheid.

“Bij ons zit het gemiddelde brutoloon rond de 3000 euro, maar 50% van de werknemers zit onder de 2400 euro. Onze gemiddelde lage lonen liggen nog menswaardig. Bij ons zit maar 5% van de werknemers aan de rand van de armoede. Eens je werk hebt, ben je eruit. Maar let op, als je met 1400 euro naar huis gaat, moet je al met twee kunnen werken. Als er één daarvan geen werk vindt, zoals in een aantal subregio’s en in de grootsteden in Vlaanderen stilaan het geval is, wordt het harken om op het einde van de maand rond te komen.”

In Zuid-Europa is de situatie nog schrijnender. In Spanje zijn er nu meer dan 6 miljoen werklozen en de mensen die een job hebben, moeten met duizend euro in de maand rondkomen. De befaamde mileuristas.

“Maar de problemen beperken zich niet enkel tot Zuid-Europa. Ze schuiven op naar het noorden en zitten ook al in Ierland, in een aantal Baltische staten. Daarnaast heb je in die zuiderse landen een ongelooflijke braindrain. Jongeren die het verschil zouden kunnen maken, zien het gewoon niet meer zitten. Maar ook hier kregen we onlangs alarmerende cijfers over de jongerenwerkloosheid. Die is met 13% toegenomen, met de sterkste stijging bij de groep midden- en hooggeschoolden. Eén op vijf van de werklozen in Vlaanderen is een jongere. Zo’n 22,4% van de Belgische jongeren heeft geen werk. (Rudy De Leeuw verifieert de cijfers bij zijn woordvoerder en lacht). Dat is typisch voor links, we moeten alles drie keer geverifieerd hebben voor we een argument naar buiten durven schuiven. Maar als we het dan drie keer geverifieerd hebben, moeten we het ook nog drie keer herhalen, tot iederéén ons argument herhaalt. Rechts is daar veel handiger in. ”

Is dat omdat de boodschap van links moeilijker uit te leggen is_

“De eenvoud van de slogans van rechtse denktanks en andere Tea Party’s hebben we niet, maar onze boodschap is niet moeilijker uit te leggen. Links gaat traditioneel uit van rationaliteit. Ze denkt er met argumenten alleen te zullen komen. Maar het gaat ook over ‘wat is rechtvaardig?’. Het debat over fiscaliteit heeft de socialistische beweging nooit durven aangaan. Nu er door de crisis een wijdverspreid onrechtvaardigheidgevoel opduikt, durven we het wel. Alles wordt hoe langer hoe duidelijker. We moeten durven zeggen dat we niet meer, maar beter en rechtvaardiger willen belasten. Ook al is onze personenbelasting reeds progressief, de sterkste schouders moeten meer afdragen. Ook zou men een aantal belastingaftrekken eens tegen het licht mogen houden.”

Moeten we niet naar een eenvoudiger belastingstarief en de belastingaftrekken niet beter allemaal afschaffen?

“Neen, want dan gaan er een paar mensen, die nu al denken dat er een hoge druk op hun loon is, verwonderd zijn. Het ABVV is voorstander van een belastingaftrek voor de eerste woning, maar niet voor de tweede en derde woning. Het ABVV vindt ook dat met de reusachtige belastingsvoordelen voor de derde pijler van het privé-pensioensparen de eerste pijler (het wettelijk pensioen) moet worden versterkt en op termijn verzekerd. We zijn bereid om op dat vlak een inspanning te doen, als de werkgevers dat ook willen doen. Met de bankencrisis weet je niet meer hoeveel er van de derde pijler zal overschieten. We zouden ons geld beter verzamelen in de eerste pijler en die betrouwbaar maken, zodat die je toestaat twintig jaar op pensioen te zijn. Als je het geluk hebt om zolang te leven. Want de dood en de gezondheid zijn niet gelijk voor iedereen, zeker niet voor diegenen met een lager inkomen en scholing.”

Is het ABVV voorstander van een vermogensbelasting zoals bepleit door de PS of van een vermogenswinstbelasting zoals bepleit door de sp.a_

“Dat is een discussie over het geslacht der engelen. Omdat je in de twee gevallen de vermogens doet afdragen. Of je op de winst van het vermogen of op het vermogen zelf belast, hangt af van de grenzen die je legt. Het ABVV is voor een vermogensbelasting, maar is in de eerste plaats voor rechtvaardige belastingen, voor een herinvoeren van de hogere schijven (cfr. Reynders schafte de schijven van 52,5 en 55 procent af), voor het afschaffen van het bankgeheim en de managementvennootschappen (cfr. waar mensen hun inkomen laten onderbrengen om minder belast te worden) en een gelijkwaardige belasting voor inkomen uit kapitaal.”

Eind maart kwam sp.a naar buiten met haar beginselverklaring ‘Het Vlaanderen van Morgen’. Is het ABVV geconsulteerd geweest bij het opstellen ervan?

“We zijn daar niet bij betrokken geweest, maar ik vind ze wel goed geschreven. Bruno Tobback ging een aantal jaar geleden al eens op twee bladzijden samenvatten wat het socialisme is. Toen hij vervolgens minister van pensioenen werd, paste het niet meer. Nu heeft hij het blijkbaar wel gedaan. Ik vind vooral de passage ‘zonder gelijkheid geen vrijheid, en die kan je maar realiseren door verbondenheid’ zeer goed. Als je verbondenheid vertaalt naar het Frans krijg je ‘solidarité’. Verbondenheid is dus solidariteit. De waarden worden in de tekst op zo’n manier geformuleerd dat het niet meer belangrijk is of je Belg of niet-Belg, Vlaming of nieuwe Vlaming, of Europeaan bent. In mijn analyse sluit de beginselverklaring op die manier aan bij de traditie van internationalisme. De tekst staat ook voor een ‘ander Vlaanderen’. Voor sommigen moet je eerst een gemeenschap, een natie zijn, vooraleer je een staat kunt vormen. De sp.a vertrekt van het idee van de mens in zijn verbondenheid, waaruit de staat wordt gevormd. De beginselverklaring is duidelijk en appellerend. Ze biedt een alternatief. Nu wordt het zaak om die woorden om te zetten in daden, om het eigen verhaal programmatorisch in te vullen.”

Is dat eigen verhaal er bij de sp.a te lang niet geweest? Te veel beleidspartij, te weinig ideeënpartij_

“Ja, maar dat is ook omdat socialisten altijd verantwoordelijkheid hebben opgenomen. Het is niet eenvoudig. Ik ben blij dat Freya Van den Bossche op 1 mei stelde dat de partij weer onderwerpen durft aan te pakken die in den beginne niet altijd zo populair waren.”

Uiteindelijk zijn het voor een partij de stemmen die tellen. Wat zijn uw verwachtingen voor de verkiezingen van 2014?

“Het zullen voor de sp.a opnieuw moeilijke verkiezingen zijn. De vraag is of mensen bewust voor het nationalistisch programma stemmen. De overwinningsmood bij N-VA is zo groot dat Geert Bourgeois gezegd heeft waar het op staat. Maar een deel van de N-VA-kiezers gelooft niet dat de partij zo ver zal gaan. Ze denkt dat het een partij is zoals een andere. De Wever is een nationalist. En, wat mij betreft, ook een populist, ook al bestaat daar discussie over bij linkse intelligentsia. De kiezers van N-VA denken niet noodzakelijk populistisch, maar De Wever spreekt namens ‘de Vlaming’. Hij brengt een wij-zij verhaal, gericht tegen het establishment - alsof Muyters en Bourgeois geen ministers zijn - en kritisch voor de ‘slecht werkende democratie’. Neem al die ingrediënten samen en je zit bij het populisme.”

foto's: Theo Beck

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 5 (mei), pagina 22 tot 31