Log in

Een brede progressieve beweging?

redactioneel

Op zaterdag 7 september pakte De Morgen op haar voorpagina groot uit met een kleine passage uit het Zeno-interview met Carl Devos. Hoewel het gesprek heel wat andere interessante elementen bevatte, o.a. een terechte aanklacht over de ziekmakende vriendschappelijke banden tussen sommige journalisten en politici, zat het venijn in de staart van het interview. Voor de Gentse politicoloog moet de sp.a op de schop. Hij pleit voor een brede progressieve beweging, waar het etiket socialist niet van tel is en iedere progressief thuis is. Dat proces moet culmineren in een nieuwe partijnaam. De Sampol-abonnee heeft die visie al enkele malen gelezen in zijn blad, maar voor velen bleek dit groot nieuws. Voorpaginanieuws zelfs.

Plots stond de progressieve frontvorming opnieuw op de agenda... om even snel weer te verdwijnen. Bruno Tobback reageerde dat een naamsverandering niet aan de orde is, en dat hij ook voor een fusie met Groen niet gewonnen is. Case closed? Laten we hopen van niet. Een partij in neergang moet niet alleen haar ideeëngoed, maar ook haar structuren fundamenteel in vraag stellen. Of het voorstel van Carl Devos voor een brede progressieve beweging de te volgende weg is, is daarentegen een andere zaak.

TIMING

De boodschap dat de sp.a haar deuren moet opengooien, is natuurlijk niet nieuw. Er werden in het verleden al meerdere ‘sienjalen’ in die richting uitgezonden. Maar de relevantie van de oproep zit in de timing. Het beloven voor de sp.a moeilijke verkiezingen te worden.
Als we de recentste peiling van De Morgen en VTM (1 september) enigszins als ruwe indicator voor 2014 mogen nemen, bestaat de kans dat N-VA een ‘overwinningsnederlaag’ lijdt, met een terugvloeien van kiezers naar VB en Open VLD. Dat zou, ironisch gezien, goed nieuws zijn voor N-VA: hoe groter het VB, hoe meer incontournable de partij wordt voor de Vlaamse regering. De linkerzijde lijkt niet te profiteren van het recente bokkige parcours van de N-VA. Sp.a en Groen zijn in de peilingen solidair in het verlies. Uiteraard zijn peilingen maar peilingen, horen we vanuit de Grasmarkt, maar Bruno Tobback moet er stilaan moedeloos van worden: dan zet je sterk in op het verscherpen van het partijprofiel, krijg je een dramatische peiling en opnieuw die vervelende oproep tot progressieve frontvorming op jouw kop.

PRO ONDER STEVAERT

De oproep rakelt een discussie op die sinds het PRO-project van Steve Stevaert dood en begraven leek. Voor Stevaert was iedereen die sociaal voelend, solidair, warm en constructief was, welkom in de partij. In december 2005 was daarvoor een PRO-congres gepland. De merchandising was besteld. De beginselverklaring door socioloog en toenmalig huisideoloog Mark Elchardus neergepend en goedgekeurd door de Teletubbies. Maar het congres werd, samen met het ‘PRO’-project tot verbreding, stilletjes afgevoerd.

De tijden waren echter erg anders dan nu. De partij had na het knappe verkiezingsresultaat in 2003 (en in minder mate in 2004) de wind in de zeilen. Vandaag heeft de sp.a niet meer de alleenheerschappij over links in handen. Opeenvolgende verkiezingsnederlagen maakten van de partij een kleine politieke speler, die weliswaar regelmatig boven haar gewicht bokst. Groen liet het voorbije decennium een voorzichtige groei optekenen. En er zijn nu ook tekenen dat PvdA in 2014 een kleine rol van betekenis zal spelen. De visie op progressief Vlaanderen behoort niet alleen meer toe aan de sp.a.

KARTEL SP.A-GROEN

Na de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar pleitte ik op deze pagina’s voor een kartel sp.a-Groen, elk met het behoud van de eigenheid. Dat toonde zich in een aantal steden en gemeenten succesvol en leek me in de aanloop naar de stembusgang van 2014 zeker het overwegen waard. Voor de betrokkenen die met hun knieën in de modder van de partijpolitiek zitten, is dit niet evident. Maar als ik bijvoorbeeld kijk onder mijn vrienden, die zeer diffuus stemmen en niet allemaal even politiek geïnteresseerd zijn, durf ik te verwedden dat de meerderheid van hen een stem op zo’n kartel zou overwegen. Zo’n lijstverbinding heeft een enorm potentieel bij de doorsnee kiezer die niet op het politiek incestueuze Twitter zit en die de gevoeligheden tussen Groen en sp.a niet kent, maar die vanuit een buikgevoel een rood-groen verhaal onderschrijft.

Groen en sp.a investeerden de voorbije maanden zwaar in respectievelijk ‘Het Vlaanderen van Morgen’ (juni 2013) en het ‘Impulscongres’ (oktober 2013); programma’s die overigens gemakkelijk in elkaar te schuiven vallen. De partijen trekken dus afzonderlijk naar de stembusgang. Kartels zijn electorale vehikels: een gemiste kans, dus, en dat waarschijnlijk voor een lange tijd. Want na 2014 krijgen we in principe vijf jaar lang geen verkiezingen. Blijkbaar zijn de geesten nog niet rijp en is de politieke irrelevantie nog niet groot genoeg. Andere landen tonen nochtans dat het wel kan. In de Scandinavische landen zien we een sterke traditie van lijstverbindingen. Progressieve blokken slagen er veel beter in om te wegen op het politieke debat.

Als je de steen in de kikkerpoel van Carl Devos goed leest, pleit hij niet voor een politieke herverkaveling, niet voor een samengaan van groene en rode stromingen, maar lijkt zijn voorstel erg op de ‘projectlijst’ waarmee Johan Vande Lanotte en Geert Lambert in 2007 naar de kiezer trokken. Hun poging om gestructureerde politieke bewegingen, drukkings- en actiegroepen, geëngageerde, progressieve burgers bij de politieke besluitvorming te betrekken zag er mooi uit op papier, maar in de praktijk bleek het enthousiasme bij middenveldbewegingen niet bijster groot. De campagne viel in het water; er volgde een smadelijke nederlaag. Ook het antwoord van de partij op die nederlaag in 2007, de sp.a als netwerkpartij, als ‘open huis met sterke fundamenten’, leek meer op een kraakpand en geraakte niet van de grond.

MEER VAN HETZELFDE

De grote vraag is in welke mate zo’n brede progressieve beweging, die strijdt om de zwevende centrumkiezer, fundamenteel anders zal zijn dan wat we nu hebben. De naam van de partij zal dan wel veranderd zijn, het probleem van het politiek personeel en van de geloofwaardigheid als beleidspartij blijft bestaan. Niets zegt dat die nieuwe beweging wel een offensieve strategie kan voeren. Integendeel. Een partij zonder duidelijk etiket, zonder duidelijke ideologie, wordt snel een duiventil van loslopende individuen, die elk hun eigen ding doen en die bij het eerste het beste politieke hangijzer diffuus naar links en naar het centrum trekken. Het is vragen om problemen.

Akkoord, politiek-strategisch zou het idee van een partij die ‘helemaal centrum-links’ is, kunnen werken. Zoals we in de bijdrage van Nicolas Bouteca en Carl Devos, verderop dit nummer, lezen gaapt rechts van de sp.a, in het centrum, vandaag een leegte. Open VLD probeert de stemmen van de N-VA terug te halen door een rechtser socio-economisch discours. De meeste concurrentie langs die kant komt nog van de linkervleugel van de CD&V, maar beide partijen zijn om historische levensbeschouwelijke verschillen geen communicerende vaten. Rationeel is er inderdaad ruimte voor zo’n beweging. Maar de harten van de kiezer zal je ermee niet veroveren.

EEN SOORT ‘PARTITO DEMOCRATICO’ DAN?

Het grootste probleem is namelijk dat zo’n brede progressieve beweging, die dus niet socialistisch of sociaaldemocratisch mag heten en waar ‘ook sociaalliberalen niet van weg lopen’, een onduidelijk monster zal zijn, en dus gemakkelijk uit elkaar te spelen zal zijn. Dat leert ons het voorbeeld van de Italiaanse ‘Partito Democratico’, een samengaan van sociaaldemocraten en progressieve elementen uit de christendemocratische beweging. Ondanks het politieke gepruts van rechts, slaagt deze brede partij er niet in de agenda te bepalen. Logisch. Ze heeft een onduidelijk profiel, wordt geleid door pragmatici wier enige taak het is de boel bijeen te houden en stemt verdeeld over fundamentele zaken (zoals laatst bij de kandidatuur van Prodi als mogelijke opvolger van Napolitano als president). Zo wordt het voor de burger natuurlijk moeilijk om volgen.

Met de spectaculaire groei van de N-VA is het echter net duidelijk geworden dat politieke profilering broodnodig is. De traditionele middenpartijen waren onderling te veel inwisselbaar geworden. Ze trokken hun les en verscherpten de voorbije maanden hun ideologie. Ook de sp.a verduidelijkte een aantal van haar standpunten en durft weer uitgesproken links te zijn. Het lijkt me, in afwachting van een echte bundeling van krachten tussen rood en groen, voorlopig een beter recept dan een brede maar verwaterde progressieve beweging om opnieuw een offensievere politiek te voeren.

Wim Vermeersch
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - sp.a - kartels

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 7 (september), pagina 1 tot 3