Log in

'Een paradijs waait uit de storm'

Uitgelezen

Een paradijs waait uit de storm

Thomas Decreus
epo, Berchem, 2013

Thomas Decreus toont zich met zijn eerste boek een filosoof die praktiseert wat hij preekt, en omgekeerd. Een organische intellectueel, zoals één van zijn inspiratiebronnen Gramsci het noemde. Als één van de bezielers van de Shame-betoging gaat hij in Een paradijs waait uit de storm op zoek naar een filosofische basis voor zulk verzet.

In de goede traditie van landgenote Chantal Mouffe deconstrueert Decreus in dit boek de begrippen markt, democratie, en de verhouding tussen beide. Hij neemt ons mee op een toer doorheen de geschiedenis van de filosofie over en de toepassing van deze concepten, van de oude Grieken, langs de Franse en Amerikaanse Revoluties, tot het heersende neoliberalisme. In het huidige neoliberale tijdperk domineert het marktdenken alle domeinen van het leven, inclusief de ‘democratie’. Tussen aanhalingstekens, want die heeft zich tot dienaar van die markt gedegradeerd, en is zelf helemaal van het marktdenken doordrenkt.
Voor Decreus is de uitdaging en opdracht van links om de dominantie van de markt aan te vallen op haar zwakke flank: via de democratie. Door de markt opnieuw te democratiseren.
Tot hier komt Decreus, op een zeer toegankelijk manier, grotendeels tot dezelfde analyse en voorschriften van onder anderen Ernesto Laclau en Chantal Mouffe. Decreus neemt die kritiek wel een stap verder in zijn expliciete afwijzing van de representatieve democratie om die democratisering van de markt te bewerkstelligen. Hij noemt ons representatieve systeem een ‘electieve aristocratie’. Decreus heeft een punt dat de representatieve democratie een bepaald soort vertegenwoordigers genereert: hoog opgeleid, vaak jurist of econoom, welbespraakt en beschikkend over een groot netwerk en voldoende tijd en financiële middelen. De democratie neigt zo de in de markt heersende ongelijkheden te reproduceren, en zal bijgevolg niet gauw geneigd zijn om die markt grondig aan te pakken.
Een gelijkaardige analyse van de huidige staat van onze democratie werd een paar jaar geleden ook gemaakt door David Van Reybrouck in zijn Pleidooi voor populisme. Maar Decreus gelooft niet in de deliberatieve democratie die Van Reybrouck vervolgens, niet erg geslaagd, heeft getest met de G1000. Noch gelooft hij in directe democratie, dat enkel op kleine schaal kan werken.
Conclusie: de realisatie van de perfecte democratie is onmogelijk. Maar dit is voor Decreus geen defaitistisch eindpunt, want ‘onmogelijkheid is de mogelijkheid tot democratische verandering … Concreet betekent dit dat we het democratische van de democratie moeten vereenzelvigen met het moment van strijd en verzet’.

De kritische bespreking van het dominante marktdenken in onze gedepolitiseerde samenleving door Decreus is knap en prikkelend. Wie uitgedaagd wil worden tot diepe reflectie over deze problematiek, vindt daar in dit boek veel aanleiding toe. Maar, zoals Decreus ook zelf aangeeft wanneer hij stelt dat het boek niet als een pamflet mag worden gelezen, wie op zoek is naar een uitgewerkt programma of strategie voor links, zal dit niet vinden. Op de belangrijke waarschuwing na: ‘markt en democratie moeten opnieuw als onverzoenbare tegenstellingen tegenover elkaar worden geplaatst. Zolang dit niet gebeurt, zal democratisch links niet uit haar as herrijzen’.

Daarvoor zou, mijns inziens, links meer dan genoeg aanleiding moeten vinden in de heersende financieel-economische en eurocrisis, waarvan de wortels teruggaan tot ver in de vorige eeuw. Sindsdien heeft men markt, en de steeds toenemende ongelijkheid waar ze toe leidt, en democratie op verschillende manieren proberen verzoenen. Maar vooral via het stimuleren van publieke en private schuld. En nu dat heeft geleid tot de miserie waarin we zitten, lijkt men vooral de markt te willen her- en geruststellen, vaak ten nadele van de democratie. Een uitweg uit deze impasse kan inderdaad enkel via een doorgedreven democratisering, ook en vooral van de markt. Pas door strijd zal gelijkheid en beter werk in balans met de rest van het leven kunnen worden gerealiseerd, en zo de nood opheffen aan publieke en private schuld om de economie te laten draaien enerzijds en om individuen te laten consumeren als kalmeringsmiddel voor stress en statusangst anderzijds.

Decreus eindigt dus zelf wel zoals hij begon: consistent in zijn filosofische en politieke denken. Hij stelt, terecht, dat het niet de voornaamste taak van de filosoof noch de activist is om oplossingen aan te bieden, maar wel om dingen in vraag te stellen, aan te kaarten, er zich tegen te verzetten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 7 (september), pagina 108 tot 109