Log in

'The Great Eurozone Disaster. From Crisis to Global New Deal'

Uitgelezen

The Great Eurozone Disaster. From Crisis to Global New Deal

Heikki Patomäki
Zed Books, London, 2013

Mondiale markten, soevereine staten en democratie kunnen niet gelijktijdig bestaan, zo stelt de econoom Dani Rodrik. Om het vertrouwen van de markten te behouden moet de democratie soms worden beperkt; om de democratische legitimiteit te behouden moet de mondialisering worden afgeremd. Of, ten derde, je kan kiezen voor democratie en de nationale soevereiniteit inperken.
Heikki Patomäki, hoogleraar mondiale politiek aan de universiteit van Helsinki, kiest voor die derde oplossing. Patomäki is ook een activist en was betrokken bij de stichting van de mondiale ATTAC-beweging. Hij is ook een stichtend lid van NIGD, het mondiale netwerk voor globale democratisering. Samen met de Belgische hoogleraar Lieven Denys werkte hij aan een ontwerp van internationaal verdrag voor een belasting op wisselkoerstransacties.

Zijn laatste boek is vooral interessant omdat het een perspectief biedt. Optimistisch, laat staan naïef, is Patomäki zeker niet, maar hij slaagt erin een mogelijk alternatief uit te tekenen en zich daarvoor te baseren op Keynes en Tobin.
Patomäki maakt een genadeloze analyse van de eurocrisis. De oorzaken ervan ziet hij in het gebruik van foute metaforen - we komen er verder op terug -, een fout of niet begrepen geldsysteem, de onevenwichten in de globale economie, het onverantwoord gedrag van de financiële sector en een verkeerde inschatting van de schuldenlast. Tel daarbij de contradicties en de onvolmaaktheden die in de uitbouw van het Europese muntsysteem zelf zitten. De crisis is er, ze is zeer reëel en de politieke leiders van de EU geven niet de indruk ze meteen te willen of te kunnen oplossen.
Een soberheidsbeleid kan de recessie alleen maar verergeren. Dat weten ze, maar toch blijven ze zich eraan vastklampen. De eurocrisis, aldus Patomäki, heeft niets van doen met de niet ingeloste voorwaarden voor een optimale muntzone (theorie van Mundell), maar alles met een veel te zwakke mondiale vraag. En geld, zo herhaalt Patomäki, is een politieke instelling en geen spontaan gegroeid instrument in het belang van handelaren.
De oplossingen die nu door de Europese leiders worden uitgedacht - begrotingspact, EMS, de financiële transactietaks, de voorgestelde euro-obligaties - zijn niet per definitie slecht, maar ze kunnen geen duurzame oplossingen bieden, zeker niet voor het probleem van de schuldenlast. Bovendien schieten ze zwaar tekort op het vlak van democratie.
Hoe moet het dan verder? Volgens Patomäki staat de EU op een tweesprong. Ze kan koppig verder de neoliberale weg bewandelen of ze kan een post-keynesiaanse richting uitgaan. In de twee gevallen is er echter een probleem van legitimiteit. Want het is wel gemakkelijk te pleiten voor een federale oplossing, een meerderheid bij de bevolking is daar momenteel niet voor te vinden. En de neoliberale weg kan alleen maar leiden tot meer sociaal protest. Patomäki sluit dan ook niet uit dat de EU uiteen valt of op een kleinere schaal probeert verder te bestaan. Een zware institutionele en politieke crisis zou de EU wel op de weg van een postkeynesiaanse democratie kunnen zetten.

Patomäki verkiest eigenlijk een derde scenario: een EU die zich inschrijft in een mondiaal sociaaldemocratisch bestuurssysteem. Op korte termijn lijkt dit misschien onhaalbaar, maar op lange termijn is dit de meest duurzame oplossing, zo stelt hij (p. 132).
Wat is hiervoor nodig?
Ten eerste zal de crisis van de schuldenlast moeten worden opgelost. We hebben ervaring genoeg, aldus Patomäki, en het voorbeeld van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog - een groot deel van de schuld werd kwijtgescholden en het resterende deel kon over een periode van vijftig jaar worden afbetaald - is zeker nuttig.
Patomäki pleit voor een internationale arbitrage die de schuldeisers kan dwingen, hetzij een deel van de schuld kwijt te schelden, hetzij de intrestvoeten aan te passen. Als een land zijn schuld duidelijk niet kan terug betalen, is er geen andere oplossing. Hiervoor is wel financiële stabiliteit in de wereld nodig en idealiter ook een internationale belasting. Het banksysteem moet worden hervormd en fiscale paradijzen moeten verdwijnen. Het is evident dat hiervoor internationale samenwerking nodig is.
Voor zijn postkeynesiaanse mondiale ‘New Deal’ grijpt Patomäki terug naar Keynes, uiteraard, maar ook naar Tobin die wees op het grote belang van democratische besluitvorming. Voor Tobin bleef dit echter nationaal, terwijl Patomäki een mondiaal systeem wil. Want een mondiaal economisch bestuur kan niet zonder mondiale democratie. Nationale economieën zijn al lang geen gesloten systemen meer, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Patomäki’s mondiale keynesianisme is een ecologisch duurzaam systeem dat de onderlinge afhankelijkheid reguleert en dat groei en welzijn voor iedereen produceert. Er horen uiteraard mondiale belastingen bij, een goed gebruik van speciale trekkingsrechten en gegarandeerde sociaaleconomische rechten. Patomäki, die vroeger al pleitte voor mondiale politieke partijen, breekt hier ook een lans voor een wereld-assemblee. Het zou in eerste instantie geen wetten maken, maar wel toekijken op de economische evenwichten en tegelijk de nationale soevereiniteit van landen vrijwaren.
Dit is lang geen utopie, aldus de auteur, het is gewoon gezond verstand. Want het huidige systeem functioneert niet en we weten - uit ervaring - dat een gemengde economie met een democratisch systeem het best een goede verdeling van de rijkdom kan garanderen.
Hoe komen we daartoe? Waar komt dat ‘gezond verstand’ vandaan? We moeten nieuwe verhalen maken, de oude metaforen afbouwen en er nieuwe maken. Want een staat is niet als een huishouden, een staat mag schulden maken want hij kan ook geld creëren. Een staat is ook geen persoon die men kan straffen voor slecht gedrag. De staat leeft ook niet ‘boven zijn stand’. We moeten onze verbeelding laten werken want die oude metaforen kloppen niet. We hebben kosmopolitische prototypes nodig, en die kunnen we maken op dezelfde manier als destijds de nationalistische prototypes werden gemaakt.
Nogmaals, Patomäki is niet per definitie optimistisch voor de korte termijn. Hij ziet zijn nieuwe wereld opstaan uit het puin van de oude wereld. De vraag is of Europa van haar fouten kan leren?

Dit is geen dromerig boek maar een wetenschappelijke studie van wat kan en van wat niet is gelukt en waarom niet. Het verdient aandacht van al diegenen die niet willen verzuren in een kritiek op het hedendaagse, maar die wel met moed en vertrouwen de toekomst willen aanpakken.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 7 (september), pagina 105 tot 107