Abonneer Log in

'Left without a future? Social justice in Anxious Times'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 10 (december), pagina 68 tot 70

Left without a future? Social justice in Anxious Times

Anthony Painter
Policy Network, Londen, 2013

Met Left without a future? heeft Policy Network een nieuw boek uitgebracht dat wil bijdragen aan het debat over de vernieuwing van de Europese sociaaldemocratie. Voor wie Policy Network niet zou kennen, het is de leidende denktank in Europa aan de linkerzijde van het politieke spectrum. Het netwerk - dat over de Britse grenzen heen strekt - leunt nogal aan bij de rechtervleugel van Labour. Haar president is voormalig nummer twee van de Britse sociaaldemocraten Peter Mandelson, voorzitter is Roger Liddle, voormalig Europa-adviseur van Tony Blair en vice-voorzitter Patrick Diamond is eveneens een ex-medewerker van Blair.
Het zijn dus zij (ook Anthony Giddens is nooit ver weg bij Policy Network) die midden jaren 1990 New Labour (buiten Groot-Brittannië ook bekend onder termen als de ‘Derde Weg’ of ‘actieve welvaartsstaat’) als antwoord gaven op de zoektocht naar een nieuw profiel voor het socialisme na de Koude Oorlog die ook nu, na de crisis, de debatten leiden over de ideologische herbronning ter linkerzijde. Enkele jaren geleden redigeerden Diamond en Liddle al een boek dat de titel Beyond New Labour meekreeg en dat ik toen voor Samenleving en politiek (jg.17, nr.4, april 2010) besprak, vorig jaar werd ook al After the Third Way uitgebracht met diezelfde Patrick Diamond en Olaf Cramme als redacteurs.

Left without a future? is geschreven door Anthony Painter, een veelzijdig man die onder andere al een boek over Obama uitbracht en directeur van een moderne technische school in de Hackney wijk van Londen is. Hij is ook één van de auteurs van het politieke pamflet van twee jaar geleden, In the Black Labour, dat links aanraadt om in het kader van geloofwaardigheid een duidelijke fiscaal conservatieve positie in te nemen.
Zoals bij zoveel boeken over de ideologische herbronning van links is het uitgangspunt een nieuwe weg te vinden verschillend van - maar vaak toch: tussen - de neoliberale en klassiek-socialistische wegen van respectievelijk vrije markt-en-trickle-down en belast-en-herverdeel. Beide zouden hun failliet bewezen hebben met de crisis dan wel het feit dat links geen voordeel haalt uit die crisis. Specifiek voor links geldt in deze analyse dat hedendaagse individuen de betuttelende hand van een sterke staat al lang niet meer aanvaarden en dat de gefragmenteerde en vernetwerkte en niet langer verzuilde samenleving andere vormen van beleid, solidariteit én politieke organisatie (van links) eist. Left without a future is dan ook het lot dat volgens Painter centrumlinks beschoren is als het zich niet aanpast aan de veranderingen in de economie, samenleving en culturele identiteiten. Als het antwoord op het huidige tijdperk een ‘populistisch links’ zou zijn, wacht dezelfde irrelevantie, aldus de auteur. Dat mag een enkele verkiezingsoverwinning opleveren, maar nadien komt de onherstelbare desillusie.

Painter bespreekt die veranderingen in samenleving, economie en culturele identiteiten in aparte hoofdstukken en geeft vele beleidsvoorstellen die daarop reageren. Er ligt geen lange filosofische introductie aan de basis van het boek waaruit dan de probleemanalyse en oplossingen voortvloeien. Painter begint met kort te zeggen dat voor hem de taak van links (nog steeds) het bevorderen van ‘sociale rechtvaardigheid’ is, en dat dit noch ‘economische gelijkheid’, noch ‘billijkheid’ (echte meritocratie aangevuld met hulp voor de minstbedeelden) betekent maar wel ‘het herverdelen en balanceren van macht - wanneer het geconcentreerd raakt in de markt, de staat of de samenleving - om ervoor te zorgen dat mensen de volle mogelijkheden hebben om een leven naar eigen invulling te leiden zonder daarbij anderen te verhinderen hetzelfde te doen’. Pas verderop in het boek zal Painter expliciteren dat hij zijn mosterd haalt bij het rechtvaardigheidsprincipe van Sen en Nussbaum.
Volgens Painter moet links daartoe fundamentele - institutionele - veranderingen nastreven. Dus niet zomaar welvaart herverdelen, maar instellingen - de manier waarop mensen interageren - veranderen. Het staatsconcept dat daarbij past is dat van de ‘ondernemende staat’, of elders nog: ‘adaptieve staat’. Onder die institutionele veranderingen verstaat hij soms aantrekkelijke zaken, zoals een hoger minimuminkomen zodat bedrijven een reden hebben om te investeren in hun werknemers, medebeslissingsrecht en -eigenaarschap voor werknemers in bedrijven of nieuwe regels over welke (deels) publieke investeringen niet als schuld beschouwd moeten worden. Via zulke institutionele aanpassingen kunnen individuen machtiger gemaakt worden, zonder dat dit tot meer overheidsuitgaven leidt. Veel andere hervormingen ziet Painter op meer lokaal niveau gebeuren, via netwerken tussen bedrijven, individuen, lokale gemeenschappen, enzovoort.

Het probleem van het boek is dat je op den duur een beetje duizelig wordt van de vele ballonnetjes die Painter op je loslaat. Hij haalt die uit een indrukwekkend arsenaal aan interessante publicaties, maar hoe verder je vordert, hoe meer de rode draad doorheen deze voorstellen verdwijnt (en soms gaat hij echt de mist in, zoals wanneer hij het Belgische systeem van notionele intrestaftrek aanprijst om investeringen te bevorderen). Painter schrijft zelf het cliché (p. 154): 'Democratisch links moet een praktische set ideeën vinden [in plaats van een utopie], die onvermijdelijk eclectisch zal zijn maar toch radicaal genoeg om te leiden tot duurzame verandering’. Praktische ideeën genoeg in dit boek, maar in al hun eclecticisme ontbreekt het aan visie en sequentie. Het is niet duidelijk hoe deze voorstellen precies samen passen en elkaar versterken, welke van de vele voorstellen belangrijker zijn dan andere, en in welke slimme volgorde ze moeten worden geïmplementeerd. Noch hoe je een duidelijk profiel bouwt rond dé stelling van het boek dat links een programma moet maken rond het ontwerpen en instellen van instituties die mensen in staat stellen meer controle over hun leven te hebben. Zonder zulke visie, complementariteit en sequentie loert het risico dat dit programma wordt gekaapt en wel tot een vermindering van het overheidsbeslag en herverdeling leidt zonder dat ondertussen al die voorstelletjes al voldoende geïmplementeerd zijn zodat alle mensen sterker in de economie, samenleving en cultuur staan. Die vaagheid is nog erger wanneer Painter schrijft over de rol van de sociaaldemocratische partij in dit programma van institutionele verandering. ‘Een nieuw type leiderschap en een meer netwerkgerichte, open partij zijn nodig’. Inderdaad, in het boek vinden we veel echo's van de netwerk- en ideeënpartij waartoe ook sp.a zich bij ons, voorlopig zonder veel succes, heeft uitgeroepen.

Zoals bij vele boeken over de vernieuwing van de sociaaldemocratie is het duidelijker welke richting de auteur niet dan wel uit wil. Noch het aanvaarden van de suprematie van de vrije markt (en daar enkel de scherpste kantjes van afvijlen), noch een herverdelende staat die mensen in afhankelijkheid houdt en verzet oproept bij zij van wie solidariteit wordt verwacht, zijn voor Painter een optie. Links populisme (genre ‘wij zijn de 99%’) is zoals eerder geschreven voor hem ook geen mogelijkheid: de progressieve groep, zowel op economisch als op cultureel vlak, vormt slechts een derde van het electoraat. In die analyse schuilt dan weer een belangrijk verschil tussen de Britse en, bijvoorbeeld, Vlaamse context. Bij ons zouden de sociaaldemocraten, en eigenlijk links in het algemeen, meteen tekenen voor een score van één op drie. Labour moet zich vanuit electoraal oogpunt inderdaad richten op de mediaankiezer, dat geldt niet in een proportioneel kiessysteem als het onze.

Ook in dit boek zullen sociaaldemocraten geen wonderrecept vinden die hen terug overtuiging, vertrouwen en (uiteindelijk) marktleiderschap brengt. Wat dit boek wel biedt is enige geruststelling, namelijk dat in budgettair krappe tijden (en door de vergrijzing zou dat wel eens de norm kunnen worden) er nog genoeg ideeën zijn om de maatschappij rechtvaardiger te maken. Maar er zal een ander boek nodig zijn om al die ideeën in een echt wervend verhaal te gieten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 10 (december), pagina 68 tot 70