Log in

Institutioneel perpetuum mobile

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 3

Op 19 december 2013 was het dan eindelijk zover: de wetteksten over de zesde staatshervorming werden gestemd. In de Kamer. En in de grootste onverschilligheid.

Nochtans is die zesde staatshervorming één van de grootste die we al gekend hebben. En vooral, ze deed ons land verzeilen in de langste politieke crisis ooit. Na de verkiezingen van 2010 werd er maar liefst 485 dagen over gepalaverd (waarna men nog 56 dagen uittrok om het socio-economische en de rest van het federale regeringsbeleid te onderhandelen).

Bovendien moet het échte werk eigenlijk nog beginnen: de praktische uitvoering van die staatshervorming en vooral de invulling van de nieuwe bevoegdheden door de deelgebieden. Dit themanummer van Samenleving en politiek biedt een mooie staalkaart van de belangrijkste uitdagingen en debatten die daarmee gepaard gaan.

De invulling van nieuwe Vlaamse bevoegdheden draagt echter veel minder interesse weg van politici en media dan de strijd voor de overheveling ervan. Dat zegt meteen veel over de beweegredenen voor die strijd. Intussen pleiten sommigen dan ook alweer voor een volgende staatshervorming, al dan niet onder de noemer ‘confederalisme’.

ONVOLDRAGEN?

Een argument daarvoor is dat de zesde staatshervorming onvoldragen is of zelfs mislukt. Het heet dan vaak dat ze de zaken alleen nog maar ingewikkelder maakt. Die laatste vaststelling is ongetwijfeld correct. Eén indicatie van die complexiteit is het aantal samenwerkingsakkoorden tussen de verschillende overheden die noodzakelijk zullen zijn na de overdracht van de bevoegdheden. Maar is dé oplossing dan maar weer een nieuwe, zevende staatshervorming?

Het dominante denken over staatshervorming leidt tot een vicieuze cirkel. We stellen vast dat de huidige situatie veel te complex en ondoorzichtig is. Daarom vinden we dat er een nieuwe staatshervorming moet komen. Wanneer die na veel vijven en zessen in kannen en kruiken is, stellen we teleurgesteld vast dat de complexiteit enkel maar vergroot is. En dus moet er maar weer een nieuwe staatshervorming komen. Enzovoort. Het is een institutioneel perpetuum mobile.

De kern van het probleem ligt echter niet zozeer bij de povere kwaliteit van die staatshervormingen, dan wel bij de volstrekt overtrokken verwachtingen die men erover heeft of creëert. In de aanloop naar de zesde staatshervorming wekten politici uit zowat alle partijen de indruk dat een staatshervorming dé remedie was voor zowat alle socio-economische en andere problemen. In die mate dat men vond dat er geen nieuwe regering kon worden gevormd zonder eerst een akkoord te hebben over een staatshervorming.

Het bestuurlijke walhalla van homogene bevoegdheden en transparantie dat daarbij werd voorgespiegeld, is echter onbereikbaar in tijden van multi level governance waar bevoegdheden nu eenmaal verspreid zitten over verschillende overheden, gaande van het zeer lokale tot het internationale. Een staatshervorming is ook steeds een compromis tussen allerlei partij-, zuil- en gemeenschapsbelangen dat nooit zal overeenstemmen met een ideale blauwdruk, voor zover die al bestaat.

Zo wordt ook het uitvoeren van het fameuze artikel 35 van de Grondwet, dat de residuaire bevoegdheden toekent aan de deelgebieden, regelmatig voorgesteld als een wondermiddel om eindelijk tot een heldere structuur te komen. Volgens sommigen zou dit leiden tot een écht federalisme, volgens anderen tot een confederaal model. In de praktijk is het enkel een verandering van juridische methode, die niets wijzigt aan de vandaag al bestaande politieke conflicten over de bevoegdheidsverdeling. Het is bovendien een juridisch bijzonder omslachtige ingreep. Institutionele fetisjisten worden daar ongetwijfeld al opgewonden van maar wie hierin werkelijk de ideale hervorming ziet, kan alleen maar van een kale reis thuiskomen.

DOGMA’S

Kunnen onze instellingen dan niet beter functioneren dan vandaag? Ongetwijfeld wel. Het is ook niet abnormaal dat men nu en dan het institutionele huishouden op orde zet.

Maar als men dat op een zinvolle en rationele manier wil doen zal men om te beginnen afscheid moeten nemen van een aantal dogma’s, die vandaag het Vlaamse (en overigens vaak ook Franstalige) denken over staatshervorming beheersen. Zoals de dwangidee dat bevoegdheden maar in één richting kunnen verschuiven: naar de deelgebieden. Dat is geen staatshervorming, maar Vlaamse natievorming. Dat is op zich een legitiem politiek doel, maar zou dan ook als dusdanig moeten worden gedefinieerd.

Ook voor wie dit doel niet vooropstelt, zijn er ongetwijfeld bevoegdheden te bedenken die men beter van het federale niveau naar de deelgebieden verschuift. Maar iedereen die niet vertrekt vanuit een Vlaams-nationalistische premisse, zal ook bevoegdheden terugvinden die vanuit rationeel oogpunt wellicht beter terug federaal worden. De geluidsnormen zijn daarbij een typisch voorbeeld, maar ook de wapenuitvoer en buitenlandse handel liggen daarbij voor de hand, alsook (delen van) het milieubeleid.
Het Vlaams-nationalistische dogma over de bevoegdheidsverdeling mag natuurlijk niet vervangen worden door een Belgisch-nationalistische variant die dezelfde logica zou hanteren maar dan omgekeerd, namelijk dat geen énkele bevoegdheid meer mag verschuiven naar de deelgebieden en er moet worden gewerkt in de richting van een unitaire staat. Van zo’n discours is in het Vlaamse publieke debat echter geen spoor te bekennen.

HERDENKEN BELEIDSNIVEAUS

Nog fundamenteler dan het verlaten van het nationalistische dogma van het eenrichtingsverkeer in de bevoegdheidsverschuivingen, is het herdenken van de beleidsniveaus zelf. Zo wordt het almaar duidelijker dat grootstedelijke regio’s een eigen dynamiek ontwikkelen die nog te vaak bestuurlijk miskend wordt.

Er waren misschien best goede redenen te bedenken om het arbeidsmarktbeleid verder op te splitsen, maar het meest gehoorde argument was daar alvast niet bij, namelijk dat Vlaanderen en Wallonië een totaal verschillende arbeidsmarkt kennen met respectievelijk oudere versus jongere werklozen. De verschillen zitten echter niet zozeer tussen de gewesten maar eerder tussen grootstedelijke en andere gebieden. Antwerpen en Gent kampen bijvoorbeeld met een hoge werkloosheid bij laaggeschoolde en allochtone jongeren, zoals ook Luik of Brussel (zij het in andere gradaties), terwijl dat probleem zich in bijvoorbeeld West-Vlaanderen veel minder stelt.

Reeds in 2009 vroegen Antwerpen en Gent dan ook al meer subsidiariteit en lokale autonomie in het arbeidsmarktbeleid om de specifieke grootstedelijke problemen adequater te kunnen aanpakken, overigens in lijn met een aanbeveling van de OESO. Dergelijke institutionele hervormingsvoorstellen die geen communautaire springstof bevatten, trekken echter niet de aandacht van de media.

Om aan de socio-demografische grootstedelijke realiteit een beter bestuurlijk antwoord te geven, zou men de provincies kunnen vervangen door stads- en streekregio’s. Daar wordt in Vlaanderen al lang over gesproken, maar weinig aan gedaan. Nochtans is dit vooral een Vlaamse bevoegdheid waarover niet moet worden onderhandeld met Franstaligen.

FEDERALE KIESKRING

Tot slot: als men met België verder wil - of het nu uit overtuiging is dan wel omdat men alternatieven onmogelijk acht - zal men in de toekomst ook meer aandacht moeten hebben voor de samenhang en het democratisch gehalte van de federatie. Onder meer het huidige partij- en kiessysteem waarbij politici worden aangespoord om enkel rekening te houden met de bevolking in hun eigen landsdeel werkt communautaire tegenstellingen en conflicten in de hand en vertoont een democratisch deficit. Partijen hebben de vrijheid het hele land te besturen en maar aan één deel ervan electoraal verantwoording af te leggen, terwijl kiezers niet de vrijheid hebben om alle partijen door wie ze bestuurd worden bij verkiezingen te beoordelen. Een federale kieskring zou daarvoor een oplossing kunnen vormen maar ook hier staan weer partijbelangen en electorale afwegingen in de weg, overigens niet in het minst bij de sp.a.

Dave Sinardet
Redactielid Samenleving en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 1 (januari), pagina 1 tot 3