Log in

Diederik Samsom, een roos is een roos is een roos is een roos

ALLES IS WAT HET IS, EN NIET IETS ANDERS

Van de Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein (1874-1946) is de beroemde dichtregel: a rose is a rose is a rose is a rose. Het komt uit een voor mij verder tamelijk ondoordringbaar modernistisch vers, waarin de hele wereld voorbijkomt. Maar de strekking van die ene regel is duidelijk, zeker ook omdat de auteur deze zelf herhaaldelijk heeft toegelicht. Een roos is precies dat: een rode roos. Het ging haar er om de roos terug te veroveren op romantici die de roos als symbool voor de meest uiteenlopende verschijnselen waren gaan gebruiken: liefde, dood, leven, de absolute schoonheid, etcetera. De dichteres wil zeggen: alles is wat het is, en niet iets anders.

Alles is wat het is. De hele PvdA is de afgelopen maanden prijzenswaardig onvermoeibaar in de weer geweest met het uitdelen van rode rozen. Het moeten er honderdduizenden zijn geweest. Toch was het resultaat ongekend slecht. Even wat ruwe cijfers: van de 12 miljoen stemgerechtigden nam de helft de moeite om te komen. Daarvan stemde 10 procent PvdA: 600.000 stemmen leverden 800 gemeenteraadszetels op. Dat maakt dus zo’n 750 stemmen per zetel, een aantal contacten dat makkelijk in één Iphone past. Het is dus alleen haar harde kern die de PvdA steunde, de kennissen en familieleden van de actieve politici die bereid waren om de roos te nemen voor wat deze niet was. Het zijn cijfers uit de losse pols, maar het beeld van de PvdA als partij door én voor politici dringt zich op.

Anderhalf miljoen mensen die in 2012 nog PvdA stemden, hebben nu gezegd: een roos is een roos is een roos is een roos. Een roos is een bloem, geen middel om gebroken beloften mee goed te maken of om mensen om de tuin te leiden, dankuwel. Misschien duurt de economische crisis inmiddels inderdaad te lang voor veel mensen, zoals de top van de PvdA zelf ter verklaring voor het grote verlies aandroeg. Maar het kan ook zijn dat de kiezers die thuisbleven of naar een andere partij overstapten misschien teleurgesteld zijn over de regeringscoalitie met de VVD. De verkiezingsstrijd voor het parlement ging immers tussen links en rechts, maar het resultaat was een regering van links én rechts die ook nog eens zonder slag of stoot, zonder symbolische strijd geformeerd werd.

Of misschien zijn de thuisgeblevenen en afhakers teleurgesteld door de manier waarop PvdA-leider Diederik Samsom het kabinetsbelang boven alles stelt. Afspraak is afspraak en stabiliteit boven alles, stelt Samsom wanneer het regeerakkoord ongekend hard blijkt voor bepaalde groepen mensen. Want er zijn de laatste jaren al genoeg kabinetscrises geweest, nu moet een regering weer eens de rit uitzitten. Een verdedigbaar standpunt, maar veel mensen keken met verbazing hoe de PvdA omsprong met de strafbaarstelling van illegaliteit - die nu van tafel is - of met de hervorming van de bijstand. Als dat solidariteit nieuwe stijl is, dan hoeft het voor hen niet. Of misschien zijn de kiezers die thuisbleven of overstapten, verbolgen over de manier hoe de PvdA met haar eigen vereniging omspringt, waar ledenraden en congressen niet veel meer dan applausmachines mogen zijn. Of haakten de kiezers af vanwege de incidenten die zich bij de PvdA meer dan bij andere partijen leken op te stapelen, van geld dat (tijdelijk) zoek was tot konkelende en ronselende lokalo’s. Het is allemaal voer voor politicologen, om later eens op terug te komen. Hier blijf ik nog maar even bij de roos.

AFSCHEID VAN VANZELFZWIJGENDHEDEN

Ooit had de PvdA allerlei vanzelfsprekende kenmerken: links van het midden, groot, begaan met de wereld en met migranten, machtig in het lokale bestuur, beheerder van de verzorgingsstaat, voor denkers én doeners, voor vakbond en universiteit. In Een boterham met tevredenheid (1972) leverde Abram de Swaan de verbeterde variant van het bijvoeglijk naamwoord ‘vanzelfsprekend’: vanzelfzwijgend. Dat woord benadert het beeld van de roos beter waar de sociaaldemocraten altijd mee leurden, een sterk romantisch maar effectief plaatje van een ideologie waarin allerlei zaken niet ter discussie stonden. In rap tempo is afscheid genomen van de vanzelfzwijgendheden achter de roos. Deels ongewild: geen enkele middenpartij in Nederland is zijn bestaan nog zeker sinds de versplintering van het electoraat in 2001. Reductio ad absurdum ligt altijd om de hoek, zoals het CDA al eerder ontdekte. Maar de internationale kroonjuwelen zette de PvdA zélf in de etalage, door ontwikkelingssamenwerking niet meer als systeemkritiek maar als handelsbevordering te beschouwen, door pas nadat andere partijen voor waren gegaan plots bij vlagen zeer kritisch over Europa en immigranten te worden. Zoals eerder al de kapitalismekritiek in de wachtkamer was gezet, met de omarming van de Derde Weg. De laatste jaren kwam daarbij dat in termen van sociale zekerheid de nadruk steeds meer verschoof naar ‘zelf doen’ en ‘eigen kracht’, lovenswaardige pogingen tot moderne emancipatie die echter van het trotse vlaggenschip verzorgingsstaat steeds meer een besmet zorgenkindje maakte.

Nu, na maart 2014, moet daar voor de PvdA aan toegevoegd worden dat met het verlies van de macht in de grote steden het wethouderssocialisme verdwenen is. En dat op de vaak als vanzelfsprekend beschouwde stedelijke migrantenstem geen aanspraak meer kan worden gemaakt. Wie weet hoe goed het de steden zal doen dat ze eens op een andere manier kunnen proberen te besturen, na jaren eens een keer zonder de sociaaldemocraten? Maar voor de PvdA betekent het verlies van zulke gezichtsbepalende zekerheden wéér een tik voor het zelfvertrouwen. Tot voor kort kon men zeggen: best mogelijk dat regerenderwijs het een en ander spaak loopt in het Haagse, maar we besturen toch ook maar mooi jaar in jaar uit al die wijken en steden waar mensen écht de handen uit de mouwen steken, en daar maken we het verschil. Wie zegt dat een regeringspartij áltijd de tussentijdse lokale verkiezingen verliest en er dus niet zoveel aan de hand is, heeft dit keer ongelijk. De knauw is ongekend.

Maar een donkere wolk heeft zilveren lijnen: als je alleen nog op je vrienden en kennissen een beroep kunt doen, is het misschien wel makkelijker om weer wat vanzelfzwijgendheden te grondvesten. Wat is de sociaaldemocratie als het geen maatschappelijk gedragen bestuursstrategie is om nationale en internationale ongelijkheid te bestrijden? Een retorische vraag. De echte vraag is: hoe voor die strategie plek te verwerven in een politieke arena waar een extreemrechtse partij als de PVV zich druk maakt om linkse verworvenheden als de verzorgingstehuizen, en waar permanent drie progressieve concurrenten (D66, SP, GroenLinks) klaar staan om nét wat radicaler en dus aansprekender dan de PvdA of juist nét wat gematigderen dus verantwoordelijker dan de PvdA te opereren? Vorm geven aan een eigen profiel in die omgeving is al moeilijk genoeg, en nagenoeg ondoenlijk in de huidige coalitie met marktliberalen.

De tijd schreeuwt er wel om; om gezag dat niet individuen tot arbeidzaamheid oproept maar ondernemingen tot het bieden van goed werk dwingt; om maatschappelijke instellingen als scholen en universiteiten en zorginstellingen die niet door efficiency en schaalvergroting maar door de ambitie tot verheffing en verbinding gedreven worden; om bestaanszekerheid die niet het product van eigen handigheid is, maar van gedeelde verantwoordelijkheid; om een staat die door sociaaldemocraten getuchtigd wordt wanneer deze zich het leven van de burgers binnenknaagt.

Een roos is een roos is een roos is een roos: alles is wat het is. Dat schrijft ook de filosoof Isaiah Berlin in zijn beroemde essay over positieve en negatieve vrijheid: everything is what it is, liberty is liberty, not equality or happiness or fairness or justice. Juist terwijl het klassieke liberalisme door rechts naar de knoppen geholpen werd door alle vragen tussen leven en dood, liefde en lust, kinderopvang en verzorgingsflat te benaderen met als leidraad dat de mens een dier is dat spullen koopt, haakte links in de jaren 1990 aan bij het liberale verlangen naar vrijheid, in de verwachting daarmee ook de gelijkheid te dienen. We have no problem with people getting filthy rich, heette het in de kringen rond Tony Blair. Maar vrijheid is geen gelijkheid, geen eerlijkheid, geen rechtvaardigheid. De combinatie van minder regels voor bedrijven en meer controle voor burgers heeft van het hedendaagse liberalisme geen aantrekkelijk maatschappijmodel gemaakt.

Links van het midden is daarom inmiddels een grote groep kiezers te porren voor ‘postliberalisme’, met een gezonde afkeer van de markt én van de staat, maar ook met een duidelijk idee over wat ‘eerlijk’ is en wat niet. Of het de PvdA de komende tijd zal lukken die groep ook aan te spreken hangt wat af van de economie, maar ook van de wil onder sociaaldemocraten om meer te zijn dan mensen die met rozen willen goedmaken wat met beleid niet is gelukt. Het vraagt om een normatief geladen programma dat voelt als eigendom van velen. Maar wanneer de PvdA als vereniging verder inkrimpt tot een organisatie die als hoofdtaak heeft bij tijd en wijle lokale of nationale politici van applaus te voorzien, en die als politieke partij geen punt meer maakt van bijvoorbeeld machtsverschillen tussen illegale werknemers, tijdelijke werknemers, reguliere werknemers en werkgevers, of de machtsverschillen tussen mensen met Nederlandse paspoorten en mensen met Nederlandse voorouders, dan valt dat nog te bezien. Dan moeten ook het toeval en blunderende directe tegenstanders helpen het echec van maart 2014 goed te maken.

Menno Hurenkamp
Hoofdredacteur Socialisme en Democratie (S&D), maandblad van de Wiardi Beckman Stichting

Nederland - Samsom Diederik - PvdA

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 4 (april), pagina 56 tot 59