Log in

'Het Vlaanderen van De Wever'

Uitgelezen

Het Vlaanderen van De Wever

Koen Hostyn
Uitgeverij epo, Berchem, 2014

Met de moeder aller verkiezingen voor de deur regent het politieke boeken. Eén van de jongste boeken in de rij is dat van Koen Hostyn, filosoof en econoom en actief bij de studiedienst van de PVDA.
Er is de jongste tijd al veel nagedacht over de strategie om het rechtse discours van de N-VA te weerleggen. Er verscheen eerder, ook bij epo, het boek van Ico Maly, N-VA. Analyse van een politieke ideologie. De vakbonden en middenveldorganisaties proberen de ideologie van De Wever en co te verduidelijken voor hun leden en wijzen op de mogelijke gevolgen van het N-VA-programma voor het toekomstig beleid in Vlaanderen.
Koen Hostyn voegt daar nu een vlot leesbaar boek aan toe waarin hij diverse thema’s nog eens op een rij zet. Voor de politieke waarnemer valt er in het boek niets nieuws te rapen. Maar wie wat dieper wil graven in het N-VA-programma vindt wel voldoende onderbouwde argumenten om in debat te gaan.
Het boek valt uiteen in drie delen. De auteur vertrekt telkens van letterlijke citaten van N-VA-kopstukken over een bepaald thema en analyseert dat thema dan aan de hand van de praktijk.

Deel 1 krijgt als titel mee: De partij van de hardwerkende Vlaming?
Vanuit de bewondering van De Wever voor Thatcher (zoals bleek bij haar overlijden) wordt in deel 1 vooral ingegaan op sociaaleconomische ideeën van de N-VA. Het wekt geen verwondering dat de partij de vakbonden rauw lust en ze ook wil treffen in hun historische opdracht van uitbetalingsinstelling van de werkloosheidsuitkeringen. In één beweging worden trouwens ook de mutualiteiten op de korrel genomen en wordt ook aan hen het recht ontzegd om nog verder de invaliditeitsuitkering uit te betalen. Minimale dienstverlening van de openbare dienst bij staking en rechtspersoonlijkheid voor de vakbonden prijken ook in het programma. Dat vakbonden voor De Wever en co overbodig zijn, is logisch als je hun visie op de werkende mens bekijkt: flexibele contracten voor beperkte prestaties met een lage loonkost, arbeidstijd op jaarbasis berekenen en soepele inzet uitzendkrachten. Het Duitse model met o.m. de mini-jobs is daarbij een belangrijke inspiratiebron.
In de mantra van de loonlastverlaging vertolkt N-VA gewoonweg het VOKA-standpunt. Belangrijk is dat Koen Hostyn aantoont dat er over het percentage van de loonkloof een groot meningsverschil bestaat (van 4,6% volgens een expertengroep tot 13% volgens VOKA), maar vooral dat N-VA bewust dit percentage veel te hoog inschat (20%).
Dat ook de automatische indexering van de lonen er voor de N-VA aan moet geloven, is ondertussen algemeen gekend.
In hetzelfde deel gaat de auteur ook in op het N-VA-programma over de belastingen. Prioriteiten zijn hier de verlaging van de vennootschapsbelasting, geen ‘pestbelastingen’ voor de bedrijven en geen miljonairs-taks.
Het meest verontrustend is de visie van de N-VA op de toekomst van de sociale zekerheid. Het boek Onze sociale zekerheid: anders en beter van Danny Pieters (2009) vormt de basis van die visie. De oneliner van De Wever: ‘hoe meer sociale uitgaven je doet, hoe groter de kans dat je profitariaat opzuigt’ vat de visie samen, Theodore Dalrymple achterna.
Nu de verkiezingsprogramma’s van de partijen berekend worden, moet ook duidelijk worden waar men het geld haalt. Voor de N-VA is die keuze eenvoudig: 15 miljard besparen in de sociale zekerheid. Een sociaal bloedbad wordt dan onvermijdelijk.

In deel 2, Doen ‘we’ wat ‘we’ zelf doen beter?, wordt het ideeëngoed getoetst aan de praktijk van het bestuur in de stad Antwerpen.
Het verhaal begint met de minutieus georganiseerde mars naar ‘t Schoon verdiep op 14 oktober 2012, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Burgemeester De Wever leidt nu iets meer dan een jaar de Antwerpse bestuursploeg. Wat blijkt nu uit de praktijk?
Als Antwerpen de proeftuin is van een toekomstig N-VA-beleid in Vlaanderen dan wordt stilaan één en ander duidelijk.
‘Besparen om te investeren’, zegt De Wever. Besparingen situeren zich vooral bij het personeel, de toelagen aan het middenveld en de sociale uitgaven. De investeringen gebeuren dan in dure en prestigieuze bouwprojecten van privépromotoren. Hostyn toont aan dat De Wever zich omringt met betonboeren en bouwpromotoren.
De belastingen gaan in Antwerpen naar omhoog, maar zeker niet voor de ondernemingen. Koen Hostyn geeft een lijstje van de miljoenencadeaus van de stad aan de haven, de chemielobby en de diamantsector.
Hoe N-VA het sociaal beleid van de toekomst ziet wordt misschien het best belichaamd door het werk van schepen Liesbeth Homans. Basisidee is ‘eigen schuld, dikke bult’. Activeren is prioriteit nummer één en sanctioneren de boodschap (wie afwezig is in de les Nederlands van de inburgeringscursus verliest een stukje leefloon). Ondertussen werd sterk geknipt in de toelagen aan sociale organisaties en ging Homans op studiebezoek naar Rotterdam om te leren hoe je leefloners kan verplichten tot gemeenschapsdienst.
In hetzelfde deel hekelt de auteur ook de manier waarop N-VA omgaat met de democratie. Het negeren van het referendum over de privatisering van de huisvuilophaling in Sint-Niklaas en de Lange Wapper saga worden als schoolvoorbeelden genoemd.

Het derde deel, ‘Het beroerde Vlaanderen van De Wever’, is het minst sterk uitgewerkte deel. Het gaat o.m. over minister Bourgeois die heisa maakt over het lied ‘Leve België’ van Clouseau, de lotgevallen van ex-Vlaams Belangers in Aalst en de Franse naam van een frituur. Ook al worden er terechte kritieken geuit op de eerder ‘Vlaamse’ gedachtesprongen, we mogen niet in de verleiding komen om van de N-VA een karikatuur te maken. Ze wentelen zich maar al te graag in hun calimerorol.
Een afzonderlijk hoofdstuk toont nog aan dat het confederale model dat N-VA ondertussen verkondigt onhaalbaar is, omdat Brussel ook met hun ‘oplossingen’ een knelpunt blijft.

De sterkte van het boek zit vooral in de vlotte leesbaarheid, de letterlijke citaten van de N-VA-kopstukken en in de meer dan 400 noten die bewijzen dat het boek goed gedocumenteerd is.

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 4 (april), pagina 78 tot 80