Log in

'De rekening van de verzuiling'

Uitgelezen

De rekening van de verzuiling

Mieke Vogels
Uitgeverij LannooCampus, Leuven, 2014

Op dezelfde bevlogen manier waarop ze 30 jaar aan politiek deed, schreef Mieke Vogels (Groen) De rekening van de verzuiling. Het is - naar eigen zeggen - haar politiek testament. In dit boek formuleert ze een scherpe aanklacht tegen de huidige organisatie van de welzijnszorg. Na de zesde staatshervorming kwamen er heel wat zorgbevoegdheden over naar Vlaanderen. Mieke Vogels roept op om dit momentum te grijpen om een radicale verandering door te voeren. We moeten volgens haar onze verzuilde en daardoor inefficiënte organisatie van de welzijnszorg ombuigen naar een wijk- en regiogebonden zorg waarin de cliënt centraal staat.

Hadden we de verzuiling niet al achter ons gelaten? Voor het antwoord verwijst Vogels naar De verzuiling voorbij van Luc Huyse uit 1987. Huyse toont daarin aan dat de bestaansgrond van de zuilen achterhaald is, maar dat dit er jammer genoeg niet voor gezorgd heeft dat die verzuiling ook effectief verdwenen is. Wel integendeel, ze is vervlochten geraakt met politieke concerns en blijkt nu sterker dan ooit.

Vogels’ aanklacht is niet gericht tegen het middenveld van de vrijwilligersorganisaties. Wel tegen het middenveld van de grote en machtige stakeholders die het overheidsbeleid uitvoeren, zoals de koepels van de voorzieningen, de mutualiteiten en de vakbonden. Met verschillende herkenbare praktijkvoorbeelden toont Vogels aan dat zij er alles aan doen om de macht die ze hebben te behouden en liefst nog te vergroten, ongeacht of dit nu ten voordele is van de eindgebruiker of niet.
Een sprekend voorbeeld hiervan is de Vlaamse zorgverzekering. In plaats van 1 Vlaams Zorgfonds op te richten, werden er 7 verschillende zorgkassen opgericht, verbonden aan de 7 mutualiteiten. Zij organiseren de zorgkas op een complexe manier - met o.a. overbodige indicatiestelling - en krijgen hiervoor elk torenhoge onkostenvergoedingen. Het bedrag dat uiteindelijk terechtkomt bij de zorgbehoevende is daardoor vele malen kleiner dan het zou kunnen zijn, en bovendien te weinig om hun zorgkosten te kunnen dekken. Vogels concludeert dan ook dat de sociale kost van de verzuilde organisatie van welzijnszorg onaanvaardbaar hoog ligt.
Ook voor de sector voor personen met een handicap, voor de kinderopvang, de integrale jeugdhulpverlening en de thuis- en ouderenzorg toont Vogels aan dat de verzuilde organisaties alle macht en financiële middelen naar zich toe trekken. Door overdreven regelgeving wordt het nemen van eigen initiatief van private ondernemers bemoeilijkt. Hiervan is de kinderopvang een duidelijk voorbeeld. Ook creatieve voorstellen van mantelzorgers - zoals de oprichting van alternatieve samenwoonvormen voor personen met een handicap met een zware zorgbehoefte - worden ontmoedigd door overdreven regelgeving en gebrek aan subsidiemogelijkheden. De maatschappelijke verzuiling versteent en hypothekeert elk vrij initiatief.

‘Vermaatschappelijking van zorg’ en ‘vraaggestuurde zorg’; het zijn de buzzwoorden van de huidige welzijnszorg. Het blijkt echter onmogelijk om dit te verwezenlijken omwille van de huidige organisatie van de zorg door de verzuilde politieke concerns. De zorgvrager heeft geen vrije keuze meer. De voorzieningen zijn gefusioneerd binnen grote concerns zoals vzw Emmaüs of de Broeders van Liefde die hun visie van bovenuit opleggen. Koepelorganisaties zoals MID (Medisch-sociale sector In Dialoog) zorgen ervoor dat de belangen van apothekers, ziekenhuizen, thuiszorgwinkels, ouderenvoorzieningen, mutualiteiten enzovoort nauw met elkaar verbonden zijn.

Vogels reikt gelukkig ook oplossingen aan. Oplossingen die misschien eenvoudig klinken, maar die een grote ommekeer in mentaliteit vragen die niet eenvoudig te verwezenlijken zal zijn. Hoopgevend is dat de ideëen die ze naar voor brengt, stuk voor stuk gebaseerd zijn op kleine lokale initiatieven die - ondanks alle tegenstand - toch iets moois konden opbouwen. Vogels pleit ervoor om de cliënt terug centraal te zetten. Laat de eindgebruiker mee beslissen over hoe de middelen besteed moeten worden. Dit kan volgens haar door een wijk- en regiogebonden zorg; 1 lokaal dienstencentrum per zone waar iedereen terecht kan met eenvoudige vragen, voor dagactiviteiten en goedkope maaltijden. In dit dienstencentrum zouden trajectbegeleiders zich inzetten als vertrouwenspersoon. Zij kunnen ook een toegangspoort tot de gespecialiseerde zorg zijn voor zij die het (tijdelijk) nodig hebben. Vogels wil dus de schotten tussen de verschillende sectoren doorbreken en zo inclusieve zorg echt waarmaken.

Het boek van Vogels is een eyeopener. Ze legt de mechanismen bloot die spelen wanneer er beroep wordt gedaan op de gezondheids- en welzijnszorg. Wanneer je dit boek gelezen hebt, is het moeilijk om de inefficiënte besteding van ‘ons’ belastingsgeld niet meer op te merken. Het zal echter een huzarenstuk zijn om Vogels’ holistische visie op de organisatie van het welzijnswerk vorm te geven. Wie voelt zich geroepen om hier werk van te maken?

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 8 (oktober), pagina 90 en 91