Log in

'Sleutels tot activering. 38 verhalen uit de praktijk'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 103 tot 105

Sleutels tot activering. 38 verhalen uit de praktijk

OCMW Gent, 2014
De pdf van deze verhalen vindt u op [www.ocmwgent.be](http://www.ocmwgent.be), onder 'Publicaties'.

Midden jaren 1990 opende het Opleidings- en Tewerkstellingscentrum (OTC) van het OCMW Gent de deuren. Bedoeling was en is om leefloongerechtigden maatschappelijk te activeren, en op maat doorgroeikansen te bieden naar werk. Samen met de Emancipatorische Werking vormt dit OTC de Dienst Activering, die lang voor het Vlaamse W²-verhaal eigenaar werd van individuele werk-welzijnstrajecten voor Gentse OCMW-cliënten. Werk werd gehanteerd als een structurele uitweg uit de welzijnsproblemen, maar tegelijk groeide het besef dat toeleiden naar werk pas zinvol is als je tegelijk de welzijnsproblemen ten gronde aanpakt.

Nu, 20 jaar later, getuigt de Dienst Activering van haar maatschappelijke arbeid. Ze doet dat met het boekje Sleutels tot activering, dat 38 getuigenissen bundelt van mensen op het werkveld. Soms vinden zij de sleutel die de spreekwoordelijke ‘klik’ teweegbrengt, en mensen echt bevrijdt uit de psychosociale ketenen die hen omsluiten. Maar even vaak moeten ze vaststellen dat het slot nog complexer is dan het lijkt, en misschien wel nooit helemaal ontsloten zal kunnen worden.

In de getuigenissen komt naar voor dat werken aan activering in de eerste plaats een menselijk verhaal moet zijn. Dat activering in niet geringe mate boogt op erkenning van maatschappelijke waardigheid. Maar dat ze tegelijk slechts zinvol is als ze bij de cliënt een zeker verantwoordelijkheidsbesef teweegbrengt, en de bereidheid doet groeien die verantwoordelijkheid ook effectief op te nemen: verantwoordelijkheid jegens zichzelf, de naasten, de collega’s, de omgeving, de gemeenschap.

Veel meer dan ‘toeleiden naar werk’ wordt activeren vanuit die invalshoek ‘mensen inschakelen’ vanuit hun kunnen en willen, al is dat allerminst een makkelijk verhaal. Veel meer dan mensen op hun verantwoordelijkheid te wijzen, en nadien schouderophalend de blik af te wenden, is activeren dan volhouden en blijven investeren met en in menselijk kapitaal. Meer dan een kwantitatief meetbaar proces is activeren in dat geval kwalitatief met mensen op weg gaan. En binnen een (evenwichtig) kader van extrinsieke motivatoren (loon en sancties) werken op intrinsieke motivatie: op verantwoordelijkheid, op vertrouwen, op zelfvertrouwen.

Het activeringsconcept van het OCMW Gent was en is radicaal. Want het OTC werd niet zomaar een centrum naast de ‘gewone’ OCMW-werking. Veeleer werd het ontwikkeld als het sluitstuk van een ruimer activeringsverhaal, dat OCMW-breed werd toegepast, in die zin dat elke OCMW-cliënt erdoor werd gevat. Want iedere cliënt verdient kansen op emancipatie. Alleen is het zaak dat emancipatietraject vanuit evenveel verschillende startposities en eindambities vorm te geven, als er OCMW-cliënten zijn. Een beetje zoals het latere W²-kader gebeurde dit aan de hand van treden op een activeringsladder. Iedere trede stelt een bepaalde afstand tot de arbeidsmarkt voor. En dus een bepaalde fase in het activeringsproces, dat in wezen gericht is op maatschappelijke re-integratie naar en door werk.

Vooral binnen de arbeidsactivering (treden 4 en 5 op de activeringsladder), heeft het OCMW nood aan een brede waaier aan werkervaringsplaatsen, die zowel intern, binnen het OCMW, als extern, in samenwerking met allerlei socio-culturele organisaties, sociale economiebedrijven en zelfs reguliere bedrijven worden georganiseerd. Grosso modo gaat het om artikel 60 (een maatregel, voortvloeiend uit art. 60 van de OCMW-wet, die toelaat OCMW-cliënten met het oog op maatschappelijke emancipatie te activeren), WEP+ (een in oorsprong Vlaamse maatregel, die contractuele werkervaring gedurende één à anderhalf jaar combineert met inschakelingsbegeleiding) en PWA (occasionele arbeid, zonder contract maar met vergoeding, voor de meest kwetsbare groep). Al deze sleutels tot activering zijn na de Zesde Staatshervorming in handen van Vlaanderen. Alle staan ze zwaar onder druk door de beslissing van de nieuwe Vlaamse regering om ze uitdovend te maken, en/of ‘in te kantelen’ in een nieuwe, goedkopere werkervaringsmaatregel waarvan de contouren nog onbekend zijn.

In heel Vlaanderen gaat dit momenteel over zo’n 20.000 mensen: ca. 9.000 in art. 60, 2.500 in WEP+ en nog eens 7.500 in het PWA-systeem. In Gent gaat het om zo’n 1.000 kwetsbare profielen, waarvoor er niet zomaar een alternatief is in de reguliere economie. Die mensen worden lang niet allemaal begeleid via het OCMW. Ook de leerwerkbedrijven, waaronder dat van de Stad Gent, en het PWA nemen belangrijke rollen op. Maar door de Vlaamse beslissing dreigen heel wat van die plaatsen nu in het gedrang te komen, terwijl onduidelijk is hoeveel van de mensen in de huidige systemen in het nieuwe een plaats gaan krijgen.

Bovendien dreigt men een besparing te realiseren door de vergoeding te schrappen die mensen in werkervaring bovenop hun leefloon of uitkering ontvangen ter ‘activering’ daarvan. Vanuit de ambitie om de werkloosheidsval te sluiten, dreigt men dus vooral een sluipende armoedeval te openen en aan sociale afbraak te doen. Want door mensen via gemeenschapsdienst voor een uitkering te laten werken, dreigt een neerwaartse druk te ontstaan op de lonen van vooral lager geschoolden, die binnen hun contractuele arbeid concurrentie dreigen te ondervinden van uitkeringsgerechtigden-in-gemeenschapsdienst.

Ook vanuit bestuursmatig oogpunt is deze maatregel overigens zorgwekkend, daar men bestaande systemen uitdovend maakt, zonder dat duidelijk is hoe het nieuwe werkervaringskader de merites van die systemen gaat integreren. Zo biedt de Zesde Staatshervorming unieke kansen om bestaande systemen, elk met hun sterktes, op elkaar af te stemmen, en is die afstemming meer dan enkel vanuit het oogpunt van kostenefficiëntie nodig. Alleen zijn afstemming en efficiëntie andere dingen dan kaalslag, die ingegeven door een blinde besparingsdrang afbreekt, zonder een gedegen alternatief in de plaats te stellen.

Ik hoop dat Vlaanderen blijft kiezen voor een voldoende maatgerichte aanpak, die ook diegenen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt een menselijk activeringskader blijft bieden. En dat de rechtse regering haar koele notarisblik weet te verruimen tot een maatschappelijke visie die besparingsdwang verzoent met de nood aan maatschappelijke investering. Ik hoop dat Vlaanderen haar politiek van sociale afbraak ombuigt in respect voor de menselijke waardigheid. Want die waardigheid, dat eerlijke zoeken naar een nieuw maatschappelijk evenwicht dat de toekomst vrijwaart, en tegelijk de lasten eerlijk verdeelt, is finaal een essentiële sleutel tot maatschappelijke activering.

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 103 tot 105