Abonneer Log in

Bemoeder de moeder

KINDERARMOEDE: DE SCHANDVLEK

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 10 (december), pagina 16 tot 18

De baby- en kindersterfte daalde in de loop van de 20ste eeuw spectaculair: van 1 op 10 naar minder dan 1 op 100. De naoorlogse economische heropbouw, met scholing als belangrijke determinant, zorgde voor enorme welvaart die de meesten ten goede kwam. Vlaanderen schoolde zich in amper twee generaties tot de wereldtop. Toch blijven we kampen met zo’n 10% laag- en ongeschoolde vrouwen. Ook qua gezondheid en levensverwachting trappelen ze ter plaatse. Bij zwangerschap heeft dat weerslag op de groei en ontwikkeling van de foetus. In deze tekst tonen we aan dat de ongelijkheid start in de buik, maar er helaas niet eindigt. We moeten dus, prioritair, in zwangere vrouwen investeren, willen we - dit verhaal van aangekondigde - kinderarmoede aanpakken.

KINDERARMOEDE: DE SCHANDVLEK

Hoog tijd om aan de alarmbel te trekken
Frank Vandenbroucke, Julie Vinck en Anne-Catherine Guio
Kinderen van de recessie
Gaëlle Buysschaert
Bemoeder de moeder
Hendrik Cammu
Waarom een focus op kinderarmoede contraproductief kan zijn
Wim Van Lancker
De armoede van het kinderarmoedebeleid
Griet Roets, Tineke Schiettecat, Rudi Roose en Michel Vandenbroeck
Gaten in het brein
Peter Adriaenssens
Kleine Leonie
Erik Vlaminck

GEZONDHEID NIET GELIJK VERDEELD

De levensverwachting stijgt evenredig met het niveau van opleiding. De hoogst geschoolden leven gemiddeld het langst; ze brengen het minst aantal jaren door in zwakke gezondheid. Dat komt omdat roken, obesitas, ‘geen lichaamsbeweging’, ‘jobstrain’, frequentie van werkloosheid omgekeerd evenredig toenemen met het behaalde diploma. De hoogst geschoolden bijvoorbeeld roken iets minder frequent dan de hooggeschoolden die dan op hun beurt iets minder vaak roken dan de mediumgeschoolden, et cetera. Gezondheid en ziekte volgen een gradiënt, parallel aan het behaalde diploma.

De hogervermelde gezondheidsgradiënt is ook aanwezig tijdens de zwangerschap. Het opleidingsniveau van de moeder is omgekeerd evenredig met de frequentie van vroeggeboorte, laag geboortegewicht en foetus- en zuigelingensterfte. Vrouwen met de laagste graad van opleiding lopen het hoogste risico op verwikkelingen. Het is een universeel verschijnsel waar ook Vlaanderen niet aan ontsnapt (Tabel 1).

Laag geboortegewicht, aangeboren misvormingen, sterfte in de buik van de moeder of sterfte in het eerste levensjaar liggen dramatisch hoger bij de laaggeschoolde vrouw. Vertaald wil dit zeggen dat 1 laaggeschoolde moeder op 50 een baby heeft met een aangeboren misvorming; tegenover 1 op 77 bij hooggeschoolden. Bij 1 moeder op 470 met een diploma hoger onderwijs zal de baby sterven in de buik (foetale sterfte). Bij laagopgeleide moeders is dit vier keer meer, namelijk 1 op 120. Kindersterfte tijdens de eerste 365 dagen komt voor bij 1 baby op 310, 1 op 240 of 1 op 140 naargelang het diploma van de moeder hoog, medium of laag is.

Het ziekteverzekeringssysteem in ons land, gebaseerd op solidaire bijdragen, maakt de zorgverstrekking voor iedereen toegankelijk. Toch blijkt de verplichte ziekteverzekering de minder goede zwangerschapsprognose van de lager geschoolde vrouw niet te kunnen verhelpen. Gelukkig is in Vlaanderen de groep laaggeschoolden klein. Negen op tien Vlaamse vrouwen hebben een opleiding van minstens 12 jaar achter de rug. Vandaar dat we 85% van het aantal vroeggeboortes of van de babysterfte zullen terugvinden bij de middelbaar of hoogopgeleide vrouw. Wat opvalt in Tabel 1 is de enorme toename van de foetale sterfte, en in mindere mate van de zuigelingensterfte, bij de laaggeschoolde moeders. De redenen zijn opnieuw dezelfde. Een lagere opleiding geeft minder jobmogelijkheden. Ongezond werk of, vooral, geen werk veroorzaken chronische stress. Dat laatste leidt tot een meer risicovol gedrag. Laag geschoolde zwangere vrouwen roken frequenter en drinken meer alcohol. Ze zijn vaker zwaarlijvig en lijden frequenter aan hoge bloeddruk en suikerziekte. Laagopgeleide zwangere vrouwen zijn meestal jonger, niet zelden alleenstaand en daardoor minder goed maatschappelijk geïntegreerd. Ze ondervinden minder sociale ondersteuning in geval van problemen. Al het voorgaande heeft zijn weerslag op de groei en ontwikkeling van de foetus.

HELAAS EINDIGT ONGELIJKHEID NIET BIJ GEBOORTE

Chronische ziektes op volwassen leeftijd zoals het hartinfarct, obesitas, suikerziekte, hoge bloeddruk, beroerte en osteoporose vinden in belangrijke mate hun oorsprong in de baarmoeder en in de eerste duizend dagen van het leven. Dat komt doordat in die kritische periode in de ontwikkeling, vanaf de bevruchting tot de eerste twee tot drie levensjaren, de foetus of het kind zich zal aanpassen aan bepaalde omgevingsfactoren. Onder invloed van bijvoorbeeld sigarettenrook, toxische stoffen, onder- of overvoeding, stress, et cetera kunnen er veranderingen optreden in de verpakking rond het DNA. Daardoor kunnen de genen (DNA) zich anders beginnen gedragen en ziektes uitlokken. De schadelijke omgevingsfactoren zullen het lelijkst huishouden op een moment dat onze lichaamscellen het meest gevoelig zijn, lees, ten tijde van de bevruchting (embryo), tijdens de groei in de buik van de moeder (foetus) en tijdens de eerste twee à drie levensjaren (peuter). Dat is bijgevolg dé sleutelperiode voor het ontstaan van ziektes later op volwassen leeftijd. Wat we van bij de bevruchting tot de eerste levensjaren meemaken is bepalend voor de rest van ons leven. Reden waarom vrouwen beter niet roken tijdens en na de zwangerschap en waarom een gezonde, evenwichtige voeding voor de zwangere en haar kind zo belangrijk is. Baby’s met een te laag gewicht maar ook te zware baby’s lopen meer kans om later zwaarlijvig en suikerziek te worden.

Er is steeds meer bewijs dat een angstige, gestreste zwangere vrouw haar toekomstige baby een verhoogd risico laat lopen op gedragsproblemen en groeivertraging. Baby’s en jonge kinderen knuffelen en liefdevol behandelen, is de beste remedie tegen nefaste veranderingen rond het DNA. Het kind van een zorgzame moeder zal later beter kunnen omgaan met stress. Neurobiologisch onderzoek toonde aan dat verwaarloosde kinderen veel heviger op stress reageren dan andere kinderen. Zulk een kind kan niet normaal om met stress. Het loopt een dubbel zo hoog risico om later psychische problemen te hebben, verslaafd of depressief te worden. Verwaarloosde kinderen hebben, door maladaptatie van hun DNA, ook later meer kans op een hoge bloeddruk of een hartaanval. De veranderingen rond de genen (DNA) tijdens de zwangerschap en in de eerste levensjaren verklaren voor een deel waarom laaggeschoolde of arme mensen gemiddeld minder lang leven dan hoger opgeleide, welgestelde mensen.

INVESTEREN VERHOOGT WELVAART

Al de voorgaande observaties zijn nog veel belangrijker voor de lage- en middeninkomenslanden, waar 90% van alle kinderen wordt geboren en waar ondervoeding van zwangere vrouwen relatief frequent voorkomt. Slecht gevoede moeders baren kleinere en brozere kinderen die later minder gezonde volwassenen worden. Investeren in voeding en gezondheid van zwangere vrouwen zal meer gezonde baby’s opleveren die als volwassene groter, sterker en intelligenter zullen zijn dan hun ondervoede medeburgers. Dan neemt de kans ook toe op een goed diploma en een goede baan. Daardoor stijgt hun inkomen en economische productiviteit. Kortom, investeren in zwangere vrouwen en jonge kinderen zal de welvaart van gelijk welk land verhogen en de gelijkheid tussen de mensen doen toenemen.

Hendrik Cammu
Hoogleraar en gynaecoloog, **
verbonden aan het academisch ziekenhuis van de Vrije Universiteit Brussel**

armoede - kinderarmoede - armoedebestrijding

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 10 (december), pagina 16 tot 18