Log in

FairFin

Project in de kijker

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 1 (januari), pagina 34 tot 35

De hallucinante vergelijkingen vliegen je deze dagen om de oren: ‘1% bezit de helft van de wereldwijde rijkdom’, ‘tot 32% van wereldwijde investeringen geparkeerd in belastingparadijzen’, ‘43% van de activa in Europa op de balans van 15 megabanken’. Een kleine minderheid controleert de meerderheid van de rijkdom en bepaalt waar er geld naartoe gaat. Dat geld wordt onvoldoende ingezet om de uitdagingen waar we voor staan aan te pakken: de transitie naar klimaatvriendelijke energieopwekking, de strijd tegen de stijgende ongelijkheid en die voor vrede - om er maar een paar te noemen. Geldstromen moeten worden verlegd, de controle erover gedemocratiseerd. Sinds 1982 zet FairFin (toen nog Netwerk Vlaanderen) zich hiervoor in. Onze missie is mensen en organisaties mobiliseren om het financieel systeem op haar plaats te zetten: ten dienste van mens en maatschappij.

Banken vervullen een sleutelrol in ons verhaal. Vanaf de jaren 1990 is hun voornaamste taak - spaargeld bewaren en krediet verlenen - naar de achtergrond verschoven. Banken werken sindsdien hoofdzakelijk voor zichzelf en hun aandeelhouders. De druk om voor kortetermijnwinst te gaan is groot. De crisis heeft bewezen hoe risicovol dit model is voor klanten, de samenleving en banken zelf, maar op een of andere manier lukt het niet de spelregels strenger te maken. Het systeem zit vast gemetst: overheden lenen banken geld omdat ze zo belangrijk zijn voor de maatschappij, maar zijn vervolgens enkel bezorgd of de geredde banken wel voldoende dividend opbrengen voor de staatskas. Politici laten zich informeren door de financiële industrie, want zij zijn op dit vlak de experten (wie anders?), en sociale beweging wordt allesbehalve aangemoedigd, want 'o neen, wat gaan de financiële markten zeggen?' Dit probleem stopt niet bij officiële instanties. We zijn 'gefinancialiseerd' tot in de huiskamer. Er bestaat een neiging alles in termen van financiële winst, risico en rendement te definiëren. Huizen zijn investeringen geworden. Terwijl een huis toch in eerste instantie dient om in te wonen.

Het financiële huis biedt onderdak aan velen. Maar het tocht. Het metselwerk is bricolage; er zitten gaten in het systeem. FairFin spoort die gaten op en zet mensen aan ze groter te maken.

Eén gat waar we graag in puren, is het feit dat banken gevoelig zijn voor hun imago. Als we hen moeten geloven, zijn ze op en top duurzaam en lokaal verankerd. Ze durven de bankklant er zelfs direct op aan te spreken: ‘Denk aan het milieu voordat u een ticket print!’ Een mooie uitnodiging om een en ander te onderzoeken: dit voorjaar presenteren we BankWijzer, een site waar mensen zelf kunnen zien hoe banken scoren op waarden los van rendement. Mede door sensibiliseringsacties van FairFin en de vredesbeweging hebben banken na 2006 verschillende producenten van controversiële wapens uitgesloten van financiering. Dit moet ook kunnen voor investeringen in multinationals die mensenrechten schenden of het milieu ernstig vervuilen.

De opkomst van de deeleconomie helpt ook om de financialisering te doorbreken. Mensen beseffen dat financiering niet per se via de bank moet gaan. Teruglopende overheidssubsidies en het moeilijker vinden van krediet bij banken, heeft crowdfunding een boost gegeven. Zozeer dat het steeds vaker een eerste keuze is van projecten om hun financiering uit ‘de crowd’ te halen. Je krijgt er immers een betrokken achterban bij, wat van grote waarde is voor een startend initiatief. Coöperaties weten dit al langer: hun succes toont aan dat er groeiende behoefte is aan maatschappelijke investeringsmogelijkheden én dat ze kunnen renderen. Op de Faire Geldwijzer van FairFin staat al een eerste overzicht van duurzame coöperaties. We werken aan een ruimer aanbod. Eveneens voortgekomen uit de crisis, is het groeiend aanbod aan complementaire munten die naast de euro bestaan en zelfgekozen noden aan onbenutte arbeidskracht verbinden. De stabiele rol van sommige internationale gemeenschapsmunten toont aan dat economische activiteit ook buiten het reguliere geldsysteem kan bestaan - en dat het de maatschappij goed doet.

Het meest hoopvolle van deze ruil-, geef- en zelfmaakbewegingen is dat ze niet enkel een ‘noodzakelijke’, maar ook een sociale component hebben. De invulling van basisbegrippen als geluk en vrijheid wordt in twijfel getrokken. Maakt geld gelukkig? De gulzigheid waarmee repaircafé's worden ingericht en bezocht, doet anders vermoeden. En: is het echt het toppunt van vrijheid om - zoals Hello bank! (de internetbank van BNP Paribas) ons wil laten geloven - je telefoon eens niet op te pakken? Het ‘ik-doe-wat-ik-wil'-gevoel noemt de bank het. Wel, laten we die oproep ter harte nemen en niet meedoen aan zaken waar we geen goed gevoel bij hebben. Consumenten zijn zeker niet in eerste plaats verantwoordelijk voor rottige bedrijfsmodellen, maar het kan wel bevrijdend werken om ze (liefst met de nodige poeha) de rug toe te keren en te kiezen voor alternatieven. Want die zijn er.

Hoe meer hierrond beweegt, hoe beter. Dat alle geestdrift, experimenteerdrang en verbeeldingskracht er maar uit komt. Eens zien wat de markten daarvan zeggen.

Marjon Meijer
FairFin

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 1 (januari), pagina 34 tot 35