Abonneer Log in

1 mei : Dag van de Arbeidsduurvermindering

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 26 tot 29

Op 1 mei 1890 legden tienduizenden arbeiders in Europa het werk neer en stapten op in een mars voor de 8-uren werkdag. De Internationale Dag van de Arbeid was geboren. Vandaag is de eis voor (collectieve) arbeidsduurvermindering naar de achtergrond verdwenen. Niettemin biedt arbeidsduurvermindering een antwoord op heel wat hedendaagse en toekomstige uitdagingen. Femma grijpt de 125ste verjaardag van de Dag van de Arbeid aan om arbeidsduurvermindering terug op de publieke agenda te zetten.

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Help, de robots komen
Jurgen Masure
Welk onderwijs voor de jobs van morgen?
Dirk Van Damme
Jongeren in onzekere banen
Fabian Dekker
Arbeid in dienst van de gemeenschap
Bart Verhaeghe
Werk van betekenis
Mieke Van Gramberen
1 mei : Dag van de Arbeidsduurvermindering
Jeroen Lievens
Vreugdevol werk maken van gedeelde tijd
Dirk Holemans
De Circulaire City-economie
Fons Leroy
Morgen iedereen coöperant?
Amanda Latinne
Diversiteit in de neoliberale arbeidsmarkt
Patrizia Zanoni
Sociale bescherming in onzekere tijden
Valeria Pulignano en Nadja Doerflinger
Sociale zekerheid in tijden van robotisering
Bea Cantillon, Linde Buysse en Wim Van Lancker

De 8-uren werkdag is, na heel wat sociale strijd, een realiteit. Nochtans voorspelden heel wat grote denkers in de 19de en aan het begin van de 20ste eeuw dat we vandaag heel wat minder uren op de werkvloer zouden doorbrengen. De uitdaging van de 21ste eeuw zou volgens hen een overvloed aan vrije tijd zijn en vooral hoe die vrije tijd zinvol in te vullen. John Keynes, één van de invloedrijkste economen van de 20ste eeuw, publiceerde bij het aanbreken van de Grote Depressie in 1930, een essay getiteld Economic Possibilities for our Grandchildren.1 Daarin voorspelde hij dat de westerse mens in 2030 slechts 15 uur per week zou moeten werken. Door de technologische vooruitgang zou een steeds grotere productiviteit per uur mogelijk zijn, en zouden mensen dus minder hoeven te werken om hun materiële behoeften te bevredigen. ‘Dan staat de mens voor het eerst in zijn bestaan voor een echt en blijvend probleem: hoe om te gaan met dat bevrijd zijn van economische zorgen, hoe invulling te geven aan de vrije tijd die de wetenschap en samengestelde rente hem hebben bezorgd, hoe verstandig, prettig en goed te leven’, voorspelde hij.

Anno 2015 is er van die voorspelling niet veel in huis gekomen. De productiviteitsgroei die Keynes correct voorspelde, werd grotendeels omgezet in meer productie en meer consumptie in plaats van meer tijd. Met als gevolg dat wij, de kleinkinderen waarover Keynes sprak, niet worstelen met een teveel aan vrije tijd, maar net steeds meer tijdsgebrek en tijdsdruk ervaren. We slaagden erin om steeds meer welvaart te creëren. Maar het is welvaart die slechts voor een selecte groep toegankelijk is, die gebaseerd is op ecologische verwoesting, hardnekkig sociaal onrecht, en die drijft op steeds meer consumeren.2

Voor Femma is het duidelijk. We hebben nood aan een nieuw samenlevingsmodel dat echt duurzaam, rechtvaardig en solidair is. Een samenlevingsmodel dat het welzijn van mensen en niet enkel materiële welvaart centraal stelt. Een samenlevingsmodel waar we productiviteitsgroei terug omzetten in meer tijd en waar 30-uren het nieuwe voltijds is.

Met de 30-urenweek als nieuwe norm voor het voltijds maken we expliciet meer tijd vrij voor onbetaalde arbeid, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg. Het hebben van een job, dat is waar het vandaag in onze consumptiemaatschappij om draait. Maar die definitie van arbeid is te eng. We moeten arbeid ruimer definiëren. Zo is heel wat arbeid die buiten de ‘markt’ georganiseerd wordt heel waardevol en verdient ze meer waardering. Zelf volgen we de typologie van Flora vzw en spreken we over vier vormen van arbeid: betaalde arbeid, informele zorgarbeid, zelfarbeid (bijvoorbeeld studeren) en sociale arbeid (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk). Bovendien kunnen we ook de zin van vele bestaande jobs in vraag stellen. David Graeber spreekt over zogenaamde ‘bullshit jobs’.3 Jobs waarvan mensen zelf zeggen dat ze zinloos zijn en niets bijdragen aan de samenleving. We moeten dus niet enkel het begrip arbeid ruimer invullen, maar ook de bijdrage van die arbeid aan de gemeenschap naar waarde schatten.

Met de 30-urenweek zorgen we ook voor herverdeling van (arbeids)tijd tussen mannen en vrouwen. De 30-urenweek betekent op vlak van gendergelijkheid een belangrijke stap vooruit. De 40-urenweek is een relict uit het kostwinnersmodel. Vandaag zien we dat vooral vrouwen, doordat zij nog steeds hoofdverantwoordelijke zijn voor zorg en huishoudelijke taken, heel moeilijk kunnen voldoen aan die norm. Dat weerspiegelt zich in het grote aantal deeltijdswerkers onder vrouwen en de populariteit van heel wat zorgsystemen. Wie vandaag geen voltijdse uren klopt, wordt daarvoor afgestraft in loon, pensioenrechten en mogelijkheden om carrière te maken. We stappen af van het idee dat iedereen de norm van een 40-urenweek moet nastreven. We geven huishoudens meer ademruimte om job en zorg beter te combineren. Vooral vrouwen zullen hiervan de vruchten plukken, omdat zij nu het meest combinatiestress kennen. We veranderen de normen en verwachtingen over wat ‘normaal’ is en geven mannen en vrouwen de kans om betaald en onbetaald werk meer gelijk te delen. Zo verkleinen we ook de loon- en pensioenkloof tussen vrouwen en mannen.

Arbeidsduurvermindering is ook een manier om werk te herverdelen. Enerzijds is er een grote groep werkzoekenden, anderzijds een grote groep overwerkte mensen met een job. Beide groepen, zij die te weinig hebben en zij die te veel hebben, ervaren een negatieve impact op hun gezondheid. Een 30-urenweek kan voor beiden deel zijn van de oplossing. Voor diegene die overwerkt zijn, is het een kans om hun tijd anders te besteden en te kiezen voor een rustiger werktempo. De verschillende rollen die ze bekleden, kunnen ze beter op elkaar afstemmen. De tijd en de jobs die vrijkomen, bieden dan weer een opportuniteit voor zij die werkloos zijn. Het hebben van een job kan hun welzijn opkrikken, niet alleen wegens het inkomen, maar ook omdat een kwaliteitsvolle job sociale contacten, status en een gevoel van eigenwaarde met zich meebrengt. Hoewel we arbeidsduurvermindering niet mogen zien als ‘de oplossing’ voor werkloosheid, kan het wel een belangrijke factor zijn. Een studie van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) toonde aan dat arbeidsduurvermindering in tijden van crisis 100.000 banen heeft gered.4 En het recente evaluatierapport over de 35-urenweek in Frankrijk toonde aan dat die maatregel tussen 2000 en 2004 zo’n 350.000 jobs creëerde.5

Met de 30-urenweek willen we bovendien ook een stap zetten naar een duurzame toekomst. Ons streven naar materiële welvaart heeft nefaste gevolgen voor het milieu. Bovendien gaat het ook over rechtvaardigheid. Moest elke aardbewoner leven zoals wij, we zouden 4,5 planeten nodig hebben. We moeten niet meer materiële welvaart creëren, maar die wel herverdelen. Dat houdt in dat wij in het Westen onze voetafdruk drastisch moeten verlagen door bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen met 90% te verminderen. Arbeidsduurvermindering kan daarbij een rol spelen. Onderzoek wijst immers uit dat het verminderen van loonarbeidsuren het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen doet dalen.6 Wanneer de productiviteitsgroei toeneemt, bij een vast aantal werkuren, stijgt de output en de consumptie en bijgevolg de ecologische impact. Met technologische veranderingen proberen we de negatieve milieueffecten van de output en de consumptie te minderen (denk maar aan groene energie). Tot op heden zijn we daar onvoldoende in geslaagd. Dus moeten we ook het aantal loonarbeidsuren terugschroeven door productiviteitsgroei niet om te zetten in inkomen maar wel in tijd. Zo verkleinen we de toename van output en consumptie en dus de negatieve milieueffecten. Naast dit zogenaamde schaaleffect, speelt er ook een compositie effect. Wanneer we lange uren loonarbeiden en steeds het gevoel hebben dat we tijd tekort komen, weerspiegelt zich dat in ons koopgedrag. We zoeken naar middelen en diensten waarvan we denken dat ze ons tijd besparen: kant-en-klare maaltijden, verpakte groenten, een hele resem elektrische apparaten,… Aan veel van die producten hangt een stevig milieu- en energieprijskaartje. Huishoudens die minder uren professioneel werken, hebben meer tijd om anders te gaan leven. Ze hebben minder nood aan zaken die we ‘voor ons gemak’ kopen maar die een enorme impact hebben op onze leefomgeving.

Ten slotte is tijd ook een belangrijke voorwaarde voor een gezonde democratie. Daar waren de oude Grieken al van overtuigd. Getuige dit citaat van Plato: ‘Een tiran heeft er alle belang bij om zijn mensen zo hard mogelijk te laten werken. Zo hebben ze minder tijd om na te denken. Een democratisch staatsman zorgt voor een goed evenwicht tussen werken en rusten.’ Een 30-urenweek geeft mensen meer tijd om kwaliteitsvolle relaties met familie, kinderen, vrienden en buren te onderhouden. Bovendien geeft het mensen ook meer kans om actieve burgers te zijn, om lokaal een rol op te nemen in organisaties, om aan vrijwilligerswerk te doen. Zo versterken we ons sociaal kapitaal en het gemeenschapsgevoel. Daar kan een democratische samenleving alleen maar beter van worden.

Wie in het huidige economische en politieke klimaat voor arbeidsduurvermindering durft pleiten, wordt nogal snel verweten naïef en niet realistisch te zijn. In onze geschiedenis zijn er nochtans talloze voorbeelden van zogezegde ‘naïeve en niet realistische ideeën’ die toch werkelijkheid werden. Denk bijvoorbeeld maar aan de afschaffing van slavernij en kinderarbeid of het stemrecht voor vrouwen. Maar het is net datgene dat we nodig hebben: de durf om te dromen van hoe het anders en beter kan.

Laten we van deze 1 mei de Dag van de Arbeidsduurvermindering maken!

Jeroen Lievens
Beleidsmedewerker Femma

Noten
1/ Het essay kan je lezen ophttp://www.econ.yale.edu/smith/econ116a/keynes1.pdf.
2/ Jackson Tim, Welvaart zonder groei. Economie voor een eindige planeet, 2010, Jan Van Erkel, 259 p.
3/ Graeber David, 2013, On the phenomenon of bullshit jobs, zoals geraadpleegd op http://strikemag.org/bullshit-jobs/.
4/ International Labour Organisation, 2013, Work Sharing during the Great Recession: New developments and beyond.
5/ http://www.assemblee-nationale.fr/14/pdf/rap-enq/r2436.pdf.
6/ Schor Juliet (2013), "Triple Dividend" in Time on our side. Why we all need a shorter working week, Cote A. & Franklin J., eds, New Economics Foundation.

arbeid - werk - arbeidsduurvermindering

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 26 tot 29