Abonneer Log in

'Het digitale proletariaat'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 107 tot 109

Het digitale proletariaat

Hans Schnitzler
De Bezige Bij, Amsterdam, 2015

Het traditionele relaas over nieuwe technologische ontwikkelingen is er een van oprecht enthousiasme over wat de mens nu alweer zal kunnen doen met z’n laptop, smartphone, i-watch of één van de nieuwe snufjes in uw auto. Je wagen kan niet meer gestolen worden, en je moet hem niet meer zelf parkeren. Of er zelf mee rijden. Niets dan mooie nieuwigheden, en we hopen in de toekomst op nog veel meer dingen die ons leven een nieuwe dimensie zal geven. De ouderen onder ons herinneren zich nog dat het aantal foto’s op reis beperkt was tot wat je op een filmpje kon opnemen en dat je een paar dagen moest wachten tot die ontwikkeld was. Terwijl tegenwoordig zelfs uw ijskast en weegschaal verbonden zijn met het internet en iemand in Amerika perfect kan volgen wat U eet en drinkt en wat dit met uw gewicht doet. En die beslist op basis van die gegevens hoe hoog de premie voor uw levensverzekering moet zijn. Terwijl U het misschien heel fijn vindt dat U niet zelf meer moet kijken of er nog eieren in huis zijn want uw frigo plaatst zelf een bestelling bij de online supermarkt.

Over dit én nog veel meer, vaak negatieve, gevolgen van de moderne digitale technieken gaat het boek van Hans Schnitzler. Hij schrijft ook ‘Zo is somatische (zelf)surveillance, het 24-uurs toezicht op het eigen lichaam, inmiddels hard op weg een hype te worden, en het is nog slechts een kwestie van tijd eer zorgverzekeraars douceurtjes uitdelen aan diegenen die hun lichaamsdata willen delen.’ Maar de effecten gaan veel verder dan het ondertussen welbekende verhaal dat uw privacy steeds meer tot het verleden behoort. Het oude Big Brother verhaal van een alles controlerende staat wordt meer en meer een verhaal van alleswetende bedrijven die uw data graag verkopen aan de meestbiedende. En die gegevens worden dan ook nog eens gebruikt op basis van statistische wetmatigheden. Of je daar nu in past of niet. Er is het amusante verhaal van de winkelketen die sneller dan de jongedame het aan haar ouders had verteld, wist dat ze zwanger was door de veranderingen in haar aankooppatroon. Blijkbaar kopen zwangere vrouwen meer ‘geurloze zeep en katoenen proppen’. Dit kan er ook wel toe leiden dat iemand die gewoon eens de goedkoopste zeep kocht, plots overstelpt wordt met reclame voor Pampers. Of meteen een paar sociale diensten aan de deur krijgt ‘om te helpen’. Want ook de overheid begint ‘Big Data’ te ontdekken.

Maar algemener schrijft Schnitzler dat sinds de beursgang van bedrijven als Facebook het verzilveren van de privésfeer een beursgenoteerd feit is. Het effect op ons persoonlijk leven kan nauwelijks ingeschat worden. In een interview in De Standaard van 21 maart 2015 liet UA-prof Patrick Van Eecke eigenlijk verstaan dat het al bij al nog wel zal meevallen als de Europese Unie de Googles en Facebooken van deze wereld maar eensgezind aan banden legt. Hij gaat echter voorbij aan het feit dat Ierland door Facebook zo goed als een kolonie wordt behandeld. Als reactie op de studie van professor Bart Preneel (KUL) op wat Facebook doet met de gegevens van haar leden en zelfs haar niet-leden was de reactie van het bedrijf dan ook "we vallen niet onder de Belgische maar ondere de Ierse wetgeving". Door de enorme investeringen daar laat het land alles toe wat die bedrijven vragen. En in de plannen voor een EU-verordening zou het al volstaan dat één lidstaat iets toelaat om het in de ganse Unie te mogen doen. Het is al bekend dat de verordening wordt kapot gelobbied, en in gelijk welke vorm zal ook hier de macht van het geld zo goed als zeker primeren. En desnoods kan men altijd naar internationale wateren verhuizen, wat Google trouwens nu al doet ‘om te kunnen experimenteren los van elke regelgeving’.

En het gaat niet enkel over privacy. Het gebruik van ‘big data’ ambieert elk probleem te kunnen oplossen. Is een probleem (nog) niet opgelost, dan is de oplossing eenvoudigweg een kwestie van meer data of meer rekenwerk. (p. 87) Maar ook dat heeft weer verregaande gevolgen, voor al wie zich niet wenst te gedragen volgens de statistische gemiddelden. En het is al een oude wijsheid dat alles wat iemand op het internet doet, geweten is. Maar je mag er voortaan van uitgaan dat bijna elk aspect van uw leven commercieel bezit wordt. Ook de ritten die je in de toekomst met de zelfsturende auto maakt.

Maar dat is de zwartgallige kijk op de moderne technologie. Het boek van Schnitzler leest vaak ook wel als een soort 21ste eeuws traktaat van de Luddieten. Misschien willen we een stel persoonlijke gegevens en beslissingen wel ruilen voor die nieuwe opportuniteiten. Maar in zijn kritiek op de effecten van nieuwe technologie op het onderwijs wordt hij toch wat nostalgisch naar hoe goed het vroeger was. ‘Wie de ladder weghaalt, de onderwijzer degradeert tot een procesbegeleider en de netwerkgeneratie haar eigen kennis via het beeldscherm bij elkaar laat sprokkelen, ontneemt kinderen de liefdevolle aandacht, het veilige gezag en de doorleefde kennis waar zij recht op hebben’. (p. 143) Terwijl de status van leerkrachten ook zonder het internet al flink aan het dalen was, met alle donkere rapporten over de kwaliteit van het onderwijs als gevolg. En dan zou het verrijken van de klassieke ‘ex cathedra’ met e-learning wel een van de oplossingen kunnen zijn.

Het boek eindigt voorspelbaar met de oproep: ‘Digitale Proletariërs aller landen, verenigt U!‘ Zoals de straat al eens de staat herovert, staan we voor de opdracht de geest op de digitale geestmenners te heroveren.

In de 150 bladzijden daarvoor heeft hij me alvast overtuigd dat we dit best zouden doen. Al zal ik eerder aan de kant van de reformisten dan de revolutionairen staan in deze klassenstrijd. Ook al omdat ik het boek digitaal las op een tablet, rijdend op een trein, en dit hier nu uitschrijf op een Microsoft-product. Maar ik ben er me nu alvast van bewust dat de NSA ongetwijfeld meeleest en ik ondertussen geen fysiek sociaal contact heb met mijn medeburgers. En ik wist al lang dat ik teksten anders schrijf sinds ik wat in me opkomt kan uittikken, corrigeren, wissen, plakken in plaats van vooraf na te denken over wat ik met de vulpen ga schrijven. En dat heeft z’n effect op de manier waarop we communiceren.

Het boek van Schnitzler is zeer lezenswaardig omwille van alle alarmbellen die het doet rinkelen. En die ons alleen maar bewust maken van het sluipend gif in onze internetsamenleving. Een heerlijke nieuwe wereld die ons verleidt met allerlei lekkers maar tegelijk ons leven kaapt.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 107 tot 109