Abonneer Log in

PS: à qui la faute?

STATE OF THE LEFT

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 73 tot 79

Sinds haar geboorte op het congres van Épinay in 1971 is de Franse Parti Socialiste (PS) in de eerste plaats een forum voor ernstig debat tussen doorgaans hoog opgeleide militanten en kaders. Het komende congres van Poitiers (5-7 juni) is een moment voor de partij om intern terug te blikken op drie jaar machtsuitoefening en vooruit te kijken naar de toekomst. In februari werden een reeks algemene visieteksten neergelegd, die op 11 april werden gegroepeerd tot vier moties. De ontgoocheling na bijna drie jaar Hollande is enorm. Het aantal PS-militanten is geslonken van 230.000 in 2008 tot minder dan de helft vandaag.1 De dynamiek lijkt volledig weg uit de partij, die lijdt onder het weke imago van de president en de strikt beherende politiek van de regering-Valls. Meer dan vijf miljoen Fransen zijn ingeschreven als werkloze, ongeveer een miljoen meer dan bij het begin van de legislatuur.2 Dit ondanks de meer dan 40 miljard euro aan belastingkortingen en nieuwe gesubsidieerde jobs.

STATE OF THE LEFT

PvdA: een partij met gebroken benen
Joop van den Berg
PS: à qui la faute?
Frederik Dhondt
SPD: gevangen in de meerderheid
Michael Miebach
Socialdemokraterne: Gucci-Helle
Gijs Schumacher
PSOE: twee uitdagers, drie dilemma's
Juan Rodriguez Teruel

DE PS ALS ONVERMIJDBAAR KIESVERHIKEL OP LINKS

De recente departementsverkiezingen (22-29 maart) bevestigden het fundamenteel binaire Franse politieke systeem. Is de kiezer ontevreden over links, dan stemt hij voor rechts. En omgekeerd. De kansen van een ‘derde’ politieke macht zijn onbestaande. Dat is problematisch voor de kansen op lange termijn van het Front National3, maar ook voor alternatieven ter linkerzijde van de PS. Een deel van de verkiezingsnederlaag in maart 2015 was te wijten aan de weigering van de groenen en het Front de Gauche om van bij de eerste ronde samen op te komen. Om tactische redenen probeert het Élysée de groenen ertoe te bewegen om geen kandidaat-president voor te stellen in 2017. Dissidentie van de eigen linkervleugel zou dan quasi onmogelijk worden. Op korte termijn dreigt dissidentie links in zijn geheel enkel sneller naar de oppositie te sturen. Het politieke zwaartepunt ligt al decennia naar rechts. De marginale scores van Jean-Luc Mélenchon4 tonen aan dat er op links geen reserve is. Wie het systeem niet aanvaardt, stemt voor het economisch etatisme van het FN, of blijft thuis.

De ideologische meningsverschillen binnen de PS moeten dus bijzonder zwaarwegend zijn voor ze een scheuring teweeg brengen. De nederlaag van afgelopen maart was groot, maar in het verleden heeft de beweging in de omgekeerde richting (zware nederlaag regerend rechts) zich evengoed voorgedaan.5 Dat belet niet dat François Hollande met vuur speelt. De president heeft zich in stappen losgemaakt van de linkervleugel, waarop Martine Aubry in 2008 haar terugkeer had gebouwd. De zelfstandige kracht van een linkervleugel, die doorgaans niet boven het kwart van de stemmen raakt op interne congressen, is in alle omstandigheden uiterst beperkt. Enkel een bondgenootschap met een centrumstroming kan de interne machtsverhoudingen doen kantelen. Dit was grotendeels gelukt in het PS-programma voor de parlementsverkiezingen.6 De zege van Hollande in de primaires heeft evenwel een kloof gecreëerd tussen persoonlijke engagementen en (valse of tijdelijke) beloftes aan de partij.7 Dit is uiteraard een gevolg van het presidentiële politieke systeem. Toch zijn er ook limieten aan de arbitraire macht van de president. Zijn geloofwaardigheid hangt af van de continuïteit in het beleid, maar zijn herverkiezing van de mate waarin hij het eigen kamp kan motiveren.

DISSIDENTIE: HAMON, AUBRY ET LES AUTRES

In aanloop naar het PS-congres werden 27 ideologische algemene ‘bijdragen’ gepubliceerd.8 In het kader van dit artikel komen slechts een paar versies aan bod.

De eerste formuleert fundamentele kritiek op het beleid en is van de hand van Liem Hoang Ngoc, Europees parlementslid en economist aan de Sorbonne. Hij kadert de Franse PS als een sociaaldemocratische partij, waarvan de voorganger op het congres van Tours in 1920 beslist heeft om vanuit het systeem op geleidelijke weg uiteindelijk de loontrekkenden de controle te geven over de productiemiddelen en herverdelingshefbomen in de maatschappij. De bocht van Hollande naar een ‘socialisme van het aanbod’ leidt eigenlijk weg van de sociaaldemocratie. Deze strekking is overal in Europa een flop gebleken: de investeringen trekken niet aan. Het gewicht van de schuld wordt net zwaarder. Ondernemingen lijden onder een beperkte vraag.

De werkelijke arbeidskost is volgens Hoang Ngoc lager in Frankrijk dan in Duitsland: Franse ondernemingen keren buitensporig veel dividenden uit. Hollande financiert het economische aanbod niet, maar spekt enkel de spaarpotjes van de aandeelhouders, die op hun geld blijven zitten. Het Franse patronaat is een renteniersklasse. Overheden lijden aan een ‘perverse’ schuldobsessie en verstikken de economie door te besparen.9 Hollande is mee verantwoordelijk voor de interne devaluatie die wordt opgelegd aan minder competitieve eurolanden, en dus voor een spiraal die kan leiden tot een echte economische depressie. Kandidaat Hollande had zich op de borst geklopt: het Europese budgettaire toezicht zou worden hervormd. Drie jaar later is er niets van in huis gekomen. Er is geen ruimte om nationaal contra-cyclische investeringen te doen, dus moet de werkloosheid wel hoog blijven.

De tekst van oud-ministers Benoît Hamon, Aurélie Filipetti en Henri Emmanuelli, Het optimisme van de wilskracht, kan gelden als het manifest van de ‘Frondeurs’, die de regering onlangs in verlegenheid brachten bij de stemming over een wetsontwerp van minister van economie Macron. Hamon en vrienden halen Gramsci aan om de (electoraal) onvermijdelijke hereniging van links (PS + PCF + groen) te bepleiten. De fiscale politiek van Hollande (met onder andere een tax shift naar btw10) wordt sociaal onrechtvaardig genoemd. Hollande heeft de kans gemist om een echte belastinghervorming door te voeren, nochtans een kernbelofte uit 2012.11 Impliciet wordt de regering ervan beschuldigd de lof te zingen van het ‘individuele succes’ en bewust uitkeringsgerechtigden slecht te informeren over hun rechten.12 Opvallend is dat men het Duitse ‘Mitbestimmungsmodel’ als een inspiratiebron ziet om het (soms zeer tumultueuze) beheer van de Franse ondernemingen te verbeteren. De lonen moeten omhoog (ook in de publieke sector), om de groei van dividenduitbetalingen door Franse bedrijven te compenseren. Vrije tijd, ontspanning en cultuur staan symbool voor kostbare ontsnappingsroutes uit de competitiviteitshel. Als reactie op de aanslagen op Charlie Hebdo moeten leerkrachten in moeilijke zones premies krijgen. Met veel aandacht voor het ‘sociale’ (etatistische) discours van het FN richt Hamon zijn pijlen op Europa.

Martine Aubry begint haar bijdrage, ‘Pour réussir13, met een lang uitgesponnen verklaring van trouw aan haar grote rivaal Hollande. Wie zou niet in het gevlij willen komen bij de monarch om de plaats van zijn favoriet in te nemen? The King can do no wrong… bij een eventuele verandering van beleid kan Valls eenvoudig vervangen worden. In de rest van het stuk vliegt een respectabele lading scudraketten naar het Hôtel de Matignon, ambtswoning van premier Valls, en naar Bercy, het ministerie van Economie. Minister Macron provoceert de traditionele partijkaders met zichtbaar genoegen. Zijn uitspraak als zou Frankrijk jongeren moeten aanmoedigen om miljardair te willen worden14, is de aanleiding om hem te vergelijken met François Guizot (1787-1874). De eerste minister uit de Juli-monarchie (1830-1848) liep met zijn burgerlijke en wereldvreemde aansporing ‘Enrichissez-vous’ te pletter op de revolutionaire barricades van 1848. Rijk worden bleek niet voor iedereen weggelegd. Macron zou in Aubry’s ogen eender wat doen om toch maar modern over te komen. Hij gaat de zondagsrust te lijf (ingesteld in 1906), de werkloosheidsverzekering (1958), de minimumdrempels voor vakbondsvertegenwoordiging (1982) of nog de 35-urenweek (1998), maar doet niet meer dan de beschaving afbreken en de Fransen schamel in de tocht zetten. Het klinkt alsof Aubry in de oppositie tegen een UMP-premier fulmineert, maar het gaat om een partijgenoot. Macron volgt de valse profeten Blair en Schröder, die door de crisis van 2008-2009 zijn ontmaskerd. ‘Sociaal-liberalisme’ bestaat niet, want aan het einde blijft enkel het liberalisme over, zonder het sociale. Zonder sociale bescherming, zo wordt de leerling-tovenaar op de vingers getikt, is er enkel nog de slavernij waaronder de zwakke verdrukt wordt door de sterke, de creatieve artiest door de gluiperige bankier, de noeste werker door de luie erfgenaam, de eerlijke inspanning door de ijdele en gemakzuchtige rente.

Hollande heeft de kans laten voorbijgaan om een ‘echte’ bankenwet te stemmen15, maar Aubry wil het ‘gevecht’ aangaan om de economie te ‘définanciariser’: Tobintaks, omgekeerde bewijslast voor fiscale fraudeurs en radicale scheiding tussen depositobank en speculatie. Op Europees niveau moeten nationale schulden boven de 60% van het BNP gemeenschappelijk worden. De politiek van belastingverlagingen voor ondernemingen is een fiasco van gratis cadeaus zonder tegenprestatie. Geen euro mag worden terugbetaald aan een bedrijf zonder een zwart op wit engagement om te investeren! Een agentschap voor ecologische en digitale investeringen, samen beheerd door staat, lokale besturen en ondernemingen, moet de al gedane belastingverlagingen herverdelen naar bestemming.

Martine Aubry gooit het vervolgens over de morele boeg. Ze verwijt de regering de staatsinterventie terug te dringen, zonder na te denken over doelstellingen of gevolgen. De regering begrijpt het eigenlijk niet. Ze doet maar wat. Immateriële waarden sturen een samenleving, en beïnvloeden ook het economische systeem. Zonder het etatisme van de voorbije decennia te verheerlijken, wil Aubry het ingrijpen van de overheid net moderniseren. Geen staat die zich met alles bezighoudt, maar een ‘moderne, plannende’ staat, vol ‘durf en verbeelding’ om sociale en ecologische vooruitgang te brengen, in plaats van achteruitgang. De regering staart levenloos naar cijferreeksen, zoals de eeuwig snurkende ambtenaar in de cartoons van Plantu in Le Monde, terwijl de grote maatschappelijke uitdagingen haar ontgaan. Sociale bewegingen en burgerinitiatieven moeten de voorkeur krijgen boven top-down regulering en logge administraties. Het schoolse ex cathedra onderwijs moet worden vervangen door participatief en digitaal leren, om de creativiteit van kinderen te stimuleren. Broederlijkheid en de heruitvinding van het burgerschap zijn belangrijke waarden voor de burgemeester van Rijsel. La société du share, du dare et du care, weg van de consumptiemaatschappij. Belastingen moeten worden vergroend. Ze wil een veralgemeende burgerdienst en ‘ambassadeurs van het samenleven’ die wijkwerkingen versterken en uiteindelijk zichzelf terugbetalen. Uiteraard ligt hier een boulevard van mogelijke consensus met de andere strekkingen. Aubry vindt voorts dat er meer decentralisatie nodig is, en ook - toch wel eerder gewaagd voor een Frans politica - meer ‘supranationale’ organisatie binnen EU en VN. Ondanks Aubry’s krokodillenimago als ‘la dame des trente-cinq heures’, leest haar tekst fris, vernieuwend en zonder dogma’s.

PRO MACRONE: PROUDHON EN SAINT-SIMON TEGEN KARL MARX?

De felle aanval van de linkervleugel zorgt uiteraard voor een reactie. Gérard Collomb, burgemeester van Lyon sinds 2001 en altijd bereid tot een scherpe polemiek, begint zijn bijdrage met de vaststelling dat de ‘software van de PS verouderd is’.16 De partij moet inzien dat je de taart eerst moet bakken, voor je ze kan verdelen. Oproepen om de koopkracht te doen stijgen en de werkloosheid te laten dalen17, veronderstellen economische groei die je niet kan decreteren. Decennia van hoge werkloosheid in Frankrijk tonen aan dat het economisch model niet meer houdbaar is en er zo snel mogelijk opnieuw rijkdom moet worden gecreëerd.

Frankrijk gaat niet achteruit, het land is letterlijk ‘ingestort’. Gérard Collomb gaat zonder omwegen naar de bedrijven: hun marges zijn gekrompen tot ver onder het gemiddelde in de eurozone. Waarom? Omdat de Franse overheid te veel belastingen heft, het productieapparaat verouderd is en de beroepsopleiding niet ernstig wordt genomen. Maar dat is niet alles. Het arbeidsrecht, dat met hand en tand verdedigd wordt door Hamon en Filoche, verstikt voor Collomb de arbeidsmarkt. De Fransen willen allemaal een vast benoemde baan bij de overheid, terwijl de nieuwe economie net mobiliteit nodig heeft, van start-up naar grote onderneming, naar overheid, naar zelf-ondernemend.

Gérard Collomb provoceert. Zijn bijdrage lijkt zo weggeknipt uit een UMP-pleidooi voor convergentie met Duitsland.18 De burgemeester van Lyon verklaart de klassenstrijd dood en slaakt diepe zuchten bij de gedachte aan zijn partijgenoten die hun geloof belijden in Marxistische termen. Socialisten zijn vaak geen mannen en vrouwen van de vooruitgang, zoals het zou moeten, maar de herauten van het ergste conservatisme. Innoveren, zoals Proudhon en Saint-Simon in de 19de eeuw, dát is het DNA van het ware socialisme, aldus nog Collomb. De verguisde belastingkortingen hadden net nog sneller moeten intreden. Aubry’s ouderwetse verkiezingsprogramma zorgde alleen maar voor tijdverlies. Lasten verlagen maakt werk goedkoper: er is geen alternatief om de werkloosheid aan te pakken. Socialistische parlementsleden, met hun onverantwoordelijke amendementen op de begroting, zijn aanstokers van onrust en onzekerheid bij ondernemers, die Frankrijk zo nodig heeft om er bovenop te geraken. De belastingen moeten nog verder zakken, in ruil voor het opgeven van aftrekposten die het innoveren bemoeilijken. De administratie moet eenvoudiger, wetsvoorstellen moeten gepaard gaan met een impactstudie om puur ideologische tremolo’s in het halfrond te vermijden en onverantwoordelijke politici met de neus op de feiten te drukken.

Net als Aubry is Collomb voorstander van meer Europa, met name voor het aanleggen van infrastructuur en massale investeringen in ‘grote technologieën van de toekomst’, om zo komaf te maken met ‘het dogma van de vrije concurrentie’. Dit laatste had evengoed van vrij elektron Arnaud Montebourg kunnen komen, net als de rest van de bijdrage, die uiteindelijk vrij klassiek is en de republikeinse dogmata, gedeeld door nagenoeg de hele Franse politieke klasse, herbevestigt.

EEN ONMOGELIJKE SYNTHESE?

Eerste secretaris Jean-Christophe Cambadélis heeft de ondankbare taak om in het voetspoor van François Hollande een synthesemotie te verdedigen. Naar alle verwachting zal de motie van Cambadélis, ‘Le Renouveau Socialiste’ (Motie A) ruim de meerderheid halen op het congres. Ondanks de hemelsbrede verschillen, schaarden zowel Martine Aubry als Gérard Collomb zich achter de synthesemotie. Gesteund door Manuel Valls en Claude Bartolone (voorzitter van de assemblée) roept deze tekst op tot nieuwe allianties ter linkerzijde en tot meer aandacht voor de ecologische dimensie, een punt dat in de verschillende bijdragen weinig controversieel was. In de praktijk laat dit het regeringsbeleid nog een kans om in te spelen op de licht verbeterende economische conjunctuur en de groenen terug aan boord te hijsen na de regionale verkiezingen van december 2015.

De meeste linkse tendensen versmolten tot de motie ‘À gauche pour gagner’ (Motie B), aangevoerd door ‘Frondeur’ Christian Paul, normaal een paladijn van Aubry. Net door haar dissidentie staat de motie-Paul geïsoleerd. Ondersteuning van zowel koopkracht als investeringen, een grote fiscale hervorming en een strenge bankenwet zijn de formele speerpunten. Parlementslid Karine Berger, een van de opposanten tegen de bankenwet, leidt de derde motie, ‘La Fabrique’ (Motie D). De vierde en laatste tekst, ‘Osons un nouveau pacte citoyen et républicain’ (Motie C), pleit voor meer gemeenschapsvorming tegen het FN en vraagt 150.000 bijkomende emplois aidés.19

CONCLUSIE

Wie het totale proces in de aanloop naar het komende congres van Poitiers (5-7 juni)volgt, merkt een duidelijke constante: er is geen consensus over de economische politiek. Als de visies van de kopstukken worden uitgeschreven, gaan ze diametraal uiteen. Ook in oppositieperiodes was het overbruggen van de verschillen tussen de moties al een huzarenstuk, wat vaak leidde tot quasi onleesbare nachtelijke teksten. De oude breuklijn in de partij wordt enkel sterker wanneer links aan de macht is. Desondanks zal een meerderheidsmotie het halen op 21 mei, wanneer de partijleden stemmen. De meeste Franse socialisten kunnen elkaar vinden op ethisch of immaterieel vlak, met gradaties in intellectuele alertheid. Bovenal is de PS een noodzakelijk instrument om verkozen te worden.

Niet de uiteindelijke synthesemoties of de machtsspelletjes tussen ‘éléphants’ in de coulissen zijn interessant, wél het open en transparante proces waarin het debat wordt gevoerd. De rijkdom aan argumenten toont hoe het congressysteem van de Franse PS erin slaagt om het ideologisch debat op een hoog niveau te houden. Meningsverschillen worden op een volwassen manier aanvaard, en kunnen met veel zorg en stijl uitgedrukt worden uitgedrukt, zonder te vervallen in sektarisme. Zonder enige vormdwang20 passeren uiteenlopende analyses, oproepen en manifesten de revue, van de meest prominente tot eerder discrete partijleden. Democratie is in de eerste plaats het uitwisselen van ideeën. Wie de teksten leest, ziet zeer duidelijk dat Filoche en Macron zich aan het andere uiterste van het partijspectrum bevinden, en misschien ook wel elk in een andere partij hadden kunnen zitten. Dit houdt de politiek - ook in tijden van ideologische crisis - aantrekkelijk, en helpt om het uiteindelijke compromis te begrijpen. Hoe men de resultaten van drie jaar Hollande ook beoordeelt, de debatcultuur van de PS is zeker nog niet dood, en blijft zelfs een voorbeeld voor anderen.

Noten
1/ Le Huffington Post, 30 oktober 2014 (http://www.huffingtonpost.fr/2014/10/30/adherents-ps-parti-socialiste-crise-partis\_n\_6076752.html).
2/ Ministère du travail (http://travail-emploi.gouv.fr/etudes-recherches-statistiques-de,76/statistiques,78/chomage,79/les-demandeurs-d-emploi-inscrits-a,264/les-series-mensuelles-nationales,12769.html).
3/ 25,24% van de stemmen bij de departementsverkiezingen, 1,51% van de zetels.
4/ 1,32% voor bondgenoot PCF (ooit goed voor een kwart van de stemmen), 0,06% voor Mélenchon’s Parti de Gauche.
5/ Zie de regionale verkiezingen van 2004, waar links (met Hollande als eerste secretaris) alle regio’s veroverde, behalve de Elzas en Corsica.
6/ http://www.parti-socialiste.fr/static/11069/les-30-propositions-le-4-pages-110384.pdf.
7/ Zie de vernietigende bijdrage van Gérard Filoche, die alle gebroken beloftes oplijst: http://congres.parti-socialiste.fr/contributions/sauver-le-parti-socialiste-redistribuer-les-richesses-d-abord.
8/ http://www.parti-socialiste.fr/articles/congres-retrouvez-lintegralite-des-contributions. Om in aanmerking te komen om een ‘contribution générale’ neer te leggen, dient de tekst te zijn ondertekend door een lid van de nationale partijraad (204 leden, wordt samengesteld op het congres).
9/ http://congres.parti-socialiste.fr/contributions/la-gauche-ne-doit-pas-mourir.
10/ Zie de eerdere bijdrage van O. Pintelon in Samenleving en politiek, maart 2015.
11/ Momenteel kent Frankrijk geen voorheffing in de personenbelasting. Een - onpopulaire - fusie met de CSG (deel van de sociale bijdragen, wel vooraf geïnd) wordt allang vooropgesteld, onder andere door oud-premier Ayrault.
12/ De verkiezingsnederlagen van 2014 (gemeentes) en 2015 (departementen) worden toegeschreven aan te late uitbetalingen van kleine pensioenen, of het verlagen van de belastingvrije som voor bepaalde categorieën, die uit wraak niet zouden hebben gestemd, dan wel voor het FN. Telkens ging het om eenmalige organisatorische miskleunen, met grote gevolgen.
13/ http://congres.parti-socialiste.fr/contributions/pour-reussir.
14/ Uitspraken in Les Echos, 7 januari 2015.
15/ Voor Hoang Ngoc een flauwe synthese van de minst ambitieuze regels uit Vickers (UK) en Volcker (US).
16/ http://congres.parti-socialiste.fr/contributions/inventer-l-avenir.
17/ Zie bijvoorbeeld de bijdrage van Emmanuel Maurel: http://congres.parti-socialiste.fr/contributions/contribution-generale-de-maintenant-la-gauche-le-sursaut-republicain-un-coup-de-jeune-pour-le-socialisme.
18/ ‘Sarkozy, un président modèle allemand’, Libération, 2 december 2011.
19/ L’hebdo des socialistes, nr. 774, 14-18 april 2014, http://www.parti-socialiste.fr/articles/lhebdo-des-socialistes-ndeg774-special-conseil-national.
20/ Zie bijvoorbeeld de bijdrage van Julien Dray, geschreven als een theaterstuk in drie akten:http://congres.parti-socialiste.fr/contributions/huit-personnages-en-quete-de-gauche.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 73 tot 79