Log in

'Libera Me. Over euthanasie en psychisch lijden'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 6 (juni), pagina 81 tot 82

Libera Me. Over euthanasie en psychisch lijden

Lieve Thienpont
Witsand Uitgevers, Antwerpen, 2015

Lieve Thienpont is een psychiater die reeds jaren actief is in de begeleiding van mensen die wegens psychisch lijden euthanasie aanvragen. Dat is een groep mensen waar we ons doorgaans minder goed kunnen van voorstellen dat ze ‘aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden’. Bij terminale ziektes kan men zich beter de pijn en de aftakeling voorstellen. Voor mensen met psychisch leed is dat niet minder pijnlijk maar oneindig moeilijker objectief vast te stellen of te meten.

Haar boek richt zich tot een breed publiek, van iedereen die zelf de behoefte tot levensbeëindiging voelt, tot hun familie, vrienden, hulpverleners. Maar ook politici en het brede publiek krijgen door het boek een heel andere inzicht in de problematiek dan wat we doorgaans leren via journalistieke verslaggeving over de wetgeving inzake euthanasie. Of over de sporadische klachten van familie die niet akkoord gaat met de beslissing van de patiënt.

Het boek bestaat vooral uit een reeks getuigenissen van patiënten, dokters en familie en vrienden tijdens verschillende momenten van de procedure. Een opeenvolging van zeer persoonlijke momenten die tegelijk mooi illustreren welke emoties er bij te pas komen. En hoe moeilijk het vaak is voor alle betrokkenen, zelfs de ervaren hulpverleners, om met al die gevoelens om te gaan. Omdat de lijn, zeker bij psychische nood tussen euthanasie en zelfmoord, vaak flinterdun is. Veel patiënten dreigen er zelfs expliciet mee dat als ze niet geholpen worden waardig te sterven er dan maar zelf een einde aan te maken. Al is dat veel pijnlijker en belastender voor familie en vrienden.

Voor sommigen is zelfs de duurtijd van de procedure om euthanasie te verkrijgen ondraaglijk lang. Al is die ook wel nodig om zeker te zijn dat het een weloverwogen handeling is. Zeker bij psychisch leed lijkt de diagnose en behandelbaarheid een stuk moeilijker vast te stellen dan bij een of andere terminale ziekte. Thienpont argumenteert ook dat een fysieke kwaal vaak samengaat met psychisch leed, waarbij het psychische soms de fysieke pijn gaat overheersen, door het uitzichtloze van de behandelingen.

Een getuigenis die me bijzonder trof is die op blz. 94: ‘Ik denk aan een vrouw die om allerlei kwalen euthanasie vroeg. Na twee gesprekken was duidelijk dat zij zeer ongelukkig was in het home waar zij verbleef. Dat zij nog zin had in het leven maar zich stierlijk verveelde. Dit geeft toch een bijzonder zicht op de ganse discussie over de besparingen in de welzijnssector. Om te beginnen al op de ‘animatie’ in rustoorden. En de inkrimping van het personeel in die instellingen. In veel rustoorden doet men voor de bewoners ook niet veel meer dan ‘bewaren’, wassen en eten. Door de besparingen op het uitvoerend personeel (zelden op het management van die welzijnsvoorzieningen, haast integendeel) is er weinig tijd voor echte omgang met de bewoners. Die zich dan inderdaad stierlijk vervelen... et la pendule d’argent au salon, qui dit oui, qui dit non, qui dit ‘Je vous attends’. Het feit dat mensen geen echt zinvolle activiteit meer hebben in hun leven is geen grond voor euthanasie, ook de vrouw die zich verveelde kreeg een negatief advies. Maar het zet wel aan tot denken over wat de kwaliteit van onze oude dag nog kan worden.

Het boek behandelt ook alle hete hangijzers die vandaag nog rond euthanasie blijven hangen. Dementerenden worden per definitie niet in staat geacht om het nog te vragen als ze te ver zijn, en je mag het niet op voorhand vragen. Waardoor velen Hugo Claus achterna al euthanasie laten plegen wanneer de eerste diagnose pas gesteld is. ‘Altijd te vroeg of te laat’ heet dat hoofdstuk passend.

Ook het geval van Frank Van Den Bleeken komt even ter sprake. Herinner U de seksuele delinquent die euthanasie vroeg na 30 jaar gevangenisstraf. Maar die te elfder ure in januari 2015 geweigerd werd en vooralsnog zou worden behandeld. En uitgerekend bij het schrijven van deze bespreking geraakt bekend dat hij nu toch niet naar Nederland mag en in het nieuwe psychiatrische centrum van Gent moet blijven. Waarop Van Den Bleeken zijn euthanasievraag opnieuw lijkt te willen stellen omdat hij zich belazerd voelt.

Het boek levert nog tal van reële illustraties bij de diverse vraagstukken die nog rond euthanasie rijzen. En het is in die zin verplichte literatuur voor ieder die er wil over meepraten, zodat men dat doet met een minimale kennis van wat schuilt gaat achter vaak abstracte problematieken zoals euthanasie voor minderjarigen met psychische problemen, dementerenden, gedetineerden, enzovoort.

Libera Me is zonder twijfel een non-fiction boek, maar leest als de meest aangrijpende roman van het jaar. Omdat achter elke illustratie echte levens schuil gaan. Telkens mensen die lijden, snakken naar hulp en verlossing. Het boek maakt die verhalen opnieuw reëel, verhalen die in de context van euthanasie doorgaans zeer abstract, haast verworden tot anonieme statistische gegevens. Het zijn geen mooie verhalen, en het hangt al flink af van uw gevoelen of een begeleide dood een ‘happy end’ is. Voor veel, zo niet alle, patiënten was het zeker de bevrijding van jarenlang leed. En het meest humane alternatief voor zinloos lijden of een trieste zelfmoord.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 6 (juni), pagina 81 tot 82