Abonneer Log in

Waarom sp.a niet naar het centrum moet

PRO - CONTRA

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 7 (september), pagina 68 tot 70

Talloze opinies zijn geschreven over de vraag of sp.a (en andere linkse partijen) vanuit electoraal oogpunt naar links dan wel naar het centrum moet opschuiven. Meestal weerspiegelt het antwoord vooral de politieke voorkeur van de schrijver. Dat is op zich positief: veel meer dan electorale overwegingen zou de analyse van de maatschappij waarin we (willen) leven centraal moeten staan voor een politieke partij. Maar zelfs als je het electoraal en strategisch bekijkt, zijn er goede redenen om de linksere koers die John Crombez lijkt te varen te steunen. Want sp.a moet eerst naar links om opnieuw vooruit te kunnen.

HET EINDE VAN DE DERDE WEG

Wie stelt dat sp.a het centrum moet opzoeken, gaat ervan uit dat dat electoraal het beste is. Daar zijn echter verschillende kanttekeningen bij te plaatsen. Eerst en vooral: wie nog gelooft in het sprookje van de Derde Weg heeft te veel Disneyfilms bekeken. De optimistische context van de Nieuwe Economie, mondialisering en post-Koude Oorlogssituatie van de jaren 1990 is voorbij. Nu zitten we met de nasleep van de zwaarste crisis van het kapitalistische systeem sinds de jaren 1930, contraproductief besparingsbeleid inbegrepen.
De tijdsgeest zorgt ervoor dat de Derde Weg niet alleen inhoudelijk, maar ook electoraal onbeduidend is. Verkiezingsresultaten in West-Europa en daarbuiten tonen dat een centrumkoers geen garantie vormt tegen electorale achteruitgang en er vaak op lange termijn zelfs toe bijdraagt. In het meest extreme geval dreigt dan de ‘pasokificatie’ van sociaaldemocratische partijen, met de volledige (electorale) irrelevantie als gevolg.

DE STRATEGISCHE ZWAKTE VAN EEN CENTRUMKOERS

Er zijn nog goede redenen om aan te nemen dat een centrumkoers strategisch niet slim is. Ten eerste kan je je afvragen wat er structureel te winnen valt in het politieke centrum. Kan je de volatiele kiezer op duurzame wijze overtuigen als de verschillen met andere partijen beperkt of onduidelijk zijn voor de gemiddelde burger?
Ten tweede zal je een deel van de kiezers nooit kunnen overtuigen. De actieve twitteraar die ervan overtuigd is dat alles ‘de schuld van de sossen’ is, zal ook niet op sp.a stemmen als de partij zich meer naar het politieke midden begeeft. De economische elite die baat heeft bij de afbraak van de sociale zekerheid, lagere lonen en hogere winsten zal ook niet gemakkelijk een centrumlinkse partij steunen.
Ten derde werkt de overname van rechtse elementen contraproductief. Als zelfs linkse partijen bijvoorbeeld de nadruk leggen op de enkelingen die profiteren van de sociale zekerheid, dan delegitimeert dat het bestaan van die sociale zekerheid. En welke politieke stroming is er dan beter geplaatst om ze af te bouwen? Als je ervan overtuigd bent dat er toch zo veel profiteurs zijn, is de kans klein dat je een stem op sp.a of een andere linkse partij overweegt.
Of als zelfs linkse partijen de nadruk leggen op competitiviteit, loonmatiging en besparingen, dan zullen nog meer mensen geloven dat onze lonen te hoog zijn, onze sociale zekerheid te duur en onze overheid te groot. Welke partijen zullen daar garen bij spinnen? Opnieuw niet de linkse partijen. Het ‘origineel’ zal voor de meeste mensen die in dat rechtse verhaal geloven altijd beter zijn dan een socialere ‘kopie’ ervan.

RUIMTE CREËREN VOOR LINKS

Het is dus weinig waarschijnlijk dat een centrumkoers op duurzame wijze electoraal lonend is. Maar zelfs als je ervan uitgaat dat kiezers er veelal rechtse standpunten op nahouden, betekent dit nog niet dat een centrumkoers de juiste is. Het grootste probleem met die redenering is dat ze vertrekt vanuit een statische politieke behoefte: de verdeling van politieke voorkeuren ligt vast en politieke partijen moeten zich daar naar richten.
Enerzijds is dat een gemakzuchtig en cynisch uitgangspunt. Als bijvoorbeeld de publieke opinie tegen vluchtelingen is, moet links dan dat standpunt overnemen en de allerzwaksten in de steek laten? Anderzijds is het ook een fout uitgangspunt. Internationaal onderzoek toont aan dat kiezersvoorkeuren niet stabiel zijn en gestuurd kunnen worden door de politiek. De neoliberale revolutie van de jaren 1980 en 1990 is duidelijk gebaseerd op het wijzigen van die kiezersvoorkeuren, waarbij niet alleen rechts, maar ook veel linkse partijen steeds meer rechtse premisses gingen aanvaarden.
Maar wat rechts gekund heeft, moet links ook kunnen. Ongelijkheid is hét voorbeeld daarvan. Voor de crisis leken weinigen ervan wakker te liggen, sindsdien is het veel meer op de voorgrond gekomen. De oorzaken en gevolgen van de crisis spelen daar een belangrijke rol in, maar ook Occupy en de Indignados hebben het thema hoger op de agenda geplaatst, net als intellectuelen zoals Piketty en Stiglitz.
Links moet de publieke opinie dus sturen in plaats van volgen. In moeilijke termen heet het dat links een ‘war of position’ moet voeren, een ideologische strijd die de hele maatschappij en de publieke opinie doet opschuiven naar links. Zo wordt als het ware een ‘gat op links’ gecreëerd in plaats van een ‘gaatje in het centrum’ op te vullen. Gemakkelijk is dat niet, van vandaag op morgen zal het ook niet gebeuren, maar het is wel de enige mogelijkheid om een sociaal rechtvaardige en duurzame wereld te bewerkstelligen.

NAAR EEN LINKS VERHAAL DAT VERENIGT EN MOBILISEERT

Zoals hierboven gesteld, zal je de economische elite moeilijk kunnen overtuigen van een (centrum)links verhaal. Om de maatschappij te doen evolueren in een richting die ingaat tegen de belangen van die machtige coalitie van rijke individuen, multinationals en financiële instellingen, is een linksere koers nodig.
Ten eerste moet je een verhaal vertellen (en een beleid voeren) dat de ‘lagere klassen’ en ‘middenklasse’ verenigt. Belangrijke aspecten daarbij zijn net die elementen waarvan sommigen beweren dat een minder linkse koers nodig is: de strijd tegen ongelijkheid, de macht en rijkdom van de 1% en big business; het behoud en de versterking van een sterke sociale zekerheid en universele openbare diensten zoals onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer; en het gevecht tegen langer werken en voor arbeidsduurvermindering. Dat zijn allemaal vraagstukken waarbij mensen uit verschillende inkomensgroepen gemeenschappelijke belangen hebben, en waarbij uit enquêtes vaak blijkt dat linkse maatregelen zeker niet onpopulair zijn.
Ten tweede heeft een links beleid altijd al een belangrijke beweging buiten het parlement nodig gehad: vakbonden, sociale bewegingen, stakingen, straatprotest, … Dat vergt heel wat meer politiek engagement dan één keer om de paar jaar een vakje kleuren op je stembrief. Dat engagement en enthousiasme wordt niet opgewekt door een hervormde Derde Weg of een wazige centrumkoers. Wél door een duidelijke en consistente linkse koers, zoals campagnes van onder meer Corbyn, Syriza en Podemos aantonen. Zo is een centrumkoers op alle vlakken een doodlopend straatje: electoraal, strategisch, inhoudelijk en op vlak van politieke mobilisatie.

Sacha Dierckx
Doctor in de politieke wetenschappen (Universiteit Gent) en actief bij Poliargus

sp.a - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 7 (september), pagina 68 tot 70