Log in

'No time'

Uitgelezen

No time

Naomi Klein
Uitgeverij De Geus, Breda, 2014

Op een regenachtige, koude novemberavond stonden vorig jaar tal van mensen aan te schuiven in de KVS te Brussel. De rij (en de lange wachtlijst voor laatkomers met een hoopvolle blik in de ogen) was er voor Naomi Klein, de Canadese schrijfster die ondertussen misschien zelf een logo is geworden. Zij het dan wel een internationaal kwaliteitslabel. Ze was in Brussel om haar laatste boek, This Changes Everything: Capitalism vs. the Climate, voor te stellen. In het Nederlands werd de titel iets braver vertaald naar, No Time. Verander nu, voor het klimaat alles verandert.

Klein begint met de donkere wortels en de grimmige dimensie van het probleem dat klimaatverandering is te achterhalen en te schetsen. Om vervolgens een pad naar een oplossing uit te stippelen en dan te eindigen met net iets meer dan een sprankel hoop.

Even terugspoelen naar het 11.11.11-debat in de KVS in november 2014 en flash forward naar de 10.000 Belgen die in november dit jaar met Climate Express mee gaan betogen in Parijs, waar de zoveelste Klimaattop zal plaatsvinden. Het publiek op beide evenementen is en was al overtuigd. No Time lijkt grotendeels geschreven te zijn om zij die al bezig zijn met klimaatverandering te sterken in hun positie. Klein geeft de geïnteresseerde lezer informatie en de activist ammunitie. Ze doet dat deels door haar theorie, maar eigenlijk nog meer door de persoonlijke evolutie die ze heeft doorgemaakt.

Heeft het boek ook de klimaatsceptici overtuigd, en zij die helemaal niet wakker liggen van klimaatverandering? Wellicht niet. Maar hadden we dat nu echt verwacht? Wat we meenemen uit No Time is evenmin een revolutionaire boodschap, eerder een goed overzicht. Dat economie en klimaatverandering onvermijdelijk met elkaar verweven zijn, is logisch. Dat een systeem louter gebaseerd op winstmarges geen goed idee is voor de mens en de planeet, is nogal evident. Dat zij die het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering er het meest onder zullen lijden, is nu al pijnlijk klinkklaar. Dat het uiteindelijk gaat om internationale solidariteit.

En toch is het een genot om Naomi Klein dit alles nog eens haarfijn te zien beschrijven. Al geeft Klein zelf toe dat ze tijdens het schrijven van haar boek versteld stond van de hoopvol veranderende houding ten opzichte van klimaatverandering. (p. 502)

Onthullender dan het theoretisch kader is Kleins persoonlijke evolutie. Ze begint No Time met een beschrijving van haar eigen veranderende houding ten opzichte van klimaatverandering. Eerst een soort ontkenning en vermijdingsgedrag, dan de langzame schok, en tot slot het kantelmoment, dat haar niet bepaald in een depressie stortte, maar eerder hoopgevend was: ‘Terwijl ik luisterde naar Navarro Llanos’ beschrijving van het Boliviaanse perspectief zag ik plotseling in hoe klimaatverandering - mits aangepakt met de waarachtig planetaire urgentie grenzend aan een overstroming - een galvaniserende kracht kon zijn om ons niet alleen te beveiligen tegen weersextremen, maar ook samenlevingen in alle andere opzichten veiliger en rechtvaardiger te maken. De middelen die vereist zijn om snel afstand te doen van fossiele brandstoffen en ons voor te bereiden op het komende zware weer zouden grote groepen mensen uit de armoede kunnen halen en voorzieningen kunnen leveren waar zij nu groot gebrek hebben, zoals elektriciteit en schoon water. Dit is een visie op de toekomst waarin we klimaatverandering niet enkel moeten zien als iets om voor te ‘matigen’ en ons ‘aan te passen’, volgens de sombere bewoording van de Verenigde Naties. Het is een visie waarin we de crisis collectief benutten om een toestand te bereiken die mij eerlijk gezegd beter lijkt dan die waar we ons nu bevinden’.(pp. 15-16)

Klein grijpt de crisis die klimaatverandering is aan om te pleiten voor een alternatieve economie. Deze stelling herhaalt ze ook samen met vele anderen in het boek Stop Climate Crimes, dat recent werd uitgebracht en geredigeerd door 350.org: ‘Concreet moeten regeringen de subsidies aan fossiele brandstoffen stopzetten, en de extractie van fossiele brandstoffen stopzetten door 80% van de huidige reserves onaangeroerd te laten’. Klein richt veel - te veel? - hoop op alternatieve protestbewegingen die plots, als onvoorspelbare factor en magische redder in nood, de neergang kunnen stoppen.

Daarnaast zijn er acties die we in ons persoonlijk leven kunnen ondernemen, soms individueel, soms als gemeenschap. Deze daden van ‘klein verzet’ zijn verfrissend optimistisch. Klein verwijst hiervoor naar Duitse steden die het beheer over hun elektriciteitsnetwerk hebben ‘heroverd’. En naast die kleine grootse daden die een verschil maken en die naar mijn mening even politiek zijn als betogen in Parijs, doen we ook nog op een andere manier aan politiek. We gaan ook om de zoveel jaar naar de stembus. Klein velt hier geen oordeel, dus ik zal het ook niet doen. Aan u om te oordelen wie er hier bij ons het meest en oprecht, niet als decoratief element voor speciale gelegenheden, bezig is met klimaatverandering. Hopelijk zal het een samenspel zijn van massaal protest, klein verzet en ‘klassieke’ politiek die verandering kan brengen. Laten we niet wachten op een grote ramp.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 9 (november), pagina 98 tot 99