Abonneer Log in

'In Molenbeek'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 10 (december), pagina 93 tot 95

In Molenbeek

Hans Vandecandelaere
epo, Berchem, 2015

Na de bloedige aanslagen in Parijs werd Molenbeek in de hele wereld bekend als de Bronx van Brussel waar IS thuis is. Daarom is het nieuwe boek In Molenbeek hoogst aan te bevelen lectuur: het is een warme biografie van een gestigmatiseerd stadsgedeelte in een boeiende transformatie. En er is meer: de uitdagingen van Oud-Molenbeek zijn die van de rest van het land.

Op zijn tweejarige reis langs scholen, kerken, moskeeën, jeugdhuizen, sociale diensten, kunstenaarsateliers, concertzalen en voormalige fabrieken ontmoet Hans Vandecandelaere imams, pastoors, doorstromende en afhakende jongeren, OCMW-ambtenaren, politieagenten, straathoekwerkers, dokters, loft- en kelderbewoners, druggebruikers, getalenteerde commerçanten en huisjesmelkers, maar ook cultuurfilosofen, antropologen, sociaal geografen en artiesten allerhande. Vandecandelaere slaagt erin om verscheidene deuren open te krijgen die hem naar heel verschillende milieus leiden. Het is opvallend dat de auteur veel meer spreekt met ‘gewone mensen’ dan met politici. In de tien hoofdstukken van dit boek kom je al die informanten en commentatoren tegen. Sommigen al wat meer dan anderen. Cultuurfilosoof Eric Corijn en antropoloog Eric Leman behoren duidelijk tot zijn favorieten_. _Het zijn stuk voor stuk terreinkenners, ervaringsdeskundigen of wetenschappers die hem helpen puzzelstukjes in elkaar te schuiven over de geschiedenis van de wijk, over de impact van de kleine huisvestingscrisis, over armoede en gezondheid, over de kleinhandel, de formele en informele sector, over de Marokkaanse-Belgische meerderheidsgroep, maar ook over de nieuwe instromers en de toenemende hybriditeit.

Wie deze eerder saaie opsomming leest, verwacht zich aan een wetenschappelijke studie met veel cijfers en een hoog abstractieniveau, maar dat is gelukkig niet de insteek noch de stijl van Vandecandelaere, die zich andermaal ontpopt tot een journalist met een zeer goede pen die de veelheid aan informatie op een zeer bevattelijke manier weet te presenteren. Dat bewijst hij ook in de hoofdstukken ‘God, de niet zo Almachtige’ waarin hij de dynamiek van de religieus-culturele sociale controle in de publieke ruimte in beeld probeert te brengen, maar ook in ‘Zuignappen’ over de nieuwe attractiviteit van de wijk en in ‘Wijk van de toekomst’ waarin hij succesvolle, aanklampende en afhakende jongeren aan het woord laat. Ook onderwijs komt uitvoerig aan bod in ‘Kennis maakt vrij’ en natuurlijk ook criminaliteit en veiligheid in het hoofdstuk ‘Mentale struikelblokken’.

Van al die aspecten probeert Vandecandelaere de ‘gelaagdheid’ op te delven om zo het complexe en vaak ook paradoxale karakter van deze stadswijk in beeld te brengen. Oud-Molenbeek kan niet in eenvoudige zwartwittermen beschreven worden. Dan blijf je onvermijdelijk in het moeras van de vooroordelen zitten. ‘Achter de rolluiken schuilt een veel grotere diversiteit dan dat het dominante Maghrebijnse straatbeeld nog steeds doet uitschijnen. (p. 105) Wie Oud-Molenbeek nog steeds het Marrakesh van Brussel noemt is volgens Vandecandelaere blind voor twee essenties: de groeiende impact van de nieuwe migraties en de versplintering van de Marokkaanse meerderheidsgroep in een waaier van subgroepen.

Natuurlijk behoort Oud-Molenbeek nog steeds tot de Brusselse ‘arme sikkel’. Alle meetbare sociaaleconomische indicatoren kleuren dieprood: een verschroeiende hoge werkloosheid, slechte luchtkwaliteit, overbevolking, armoede, gebrek aan open ruimte en nijpende kleine huisvesting. En toch ontstaat er in dit boek geen miserabilistisch beeld van Oud-Molenbeek. Zoals Eric Leman zegt: ‘De buurt kan ook een lanceerplatform zijn voor een pijlsnelle opwaartse mobiliteit.’ (p. 74) Vandecandelaere constateert dat er een nieuw ondernemerschap in de lift zit. ‘De middenstand kruipt duidelijk uit een dal en vindt opnieuw aansluiting bij de naoorlogse glorie. Alleen zijn de entrepreneurs anders, wat bruiner en vooral meer dan ooit tevoren verbonden met de rest van de wereld.’ (p. 77) Heel wat handelaars maakten de afgelopen tien jaar een kwaliteitssprong en ontvouwen wereldwijde netwerken, van China over Brazilië, Kameroen en de Maghreb tot de Verenigde Staten. Molenbeek wordt stilaan opgenomen in een grootstedelijke dynamiek. De mentale breuklijn met Brussel-stad wordt volgens de auteur poreus. Zo trekt het Meininger-hotel in de vroegere Belle Vue-brouwerij lowbudgettoeristen uit heel Europa aan. De verlofting van de kanaalzone is ingezet. Ultima Vez, het vermaarde dansgezelschap van Wim Vandekeybus, heeft onderdak gevonden in de Zwarte Vijversstraat en rekruteert geregeld in de buurt. In 2014 was Molenbeek de culturele hoofdstad van de Franse Gemeenschap.

In dergelijke superdiverse omgeving is er sprake van een snelle en verregaande hybridisering. Neem nu de modieuze djilbab ** ** _die in Brussel _un ** ** attrape-mec ** ** genoemd wordt. Vandecandelaere: ‘Eigenlijk zit je volop in het hybride: Marokkaanse achtergrond, Midden-Oostenkledij en op zijn westers willen behagen en meedoen.’ (p. 148) ‘Voor wie het wil zien is toenemende onzuiverheid wellicht een fundamenteel gegeven voor de volgende jaren,’ merkt de auteur terecht op. (p. 113) ** **

De auteur beschrijft met veel empathie de ontwikkelingen in Oud-Molenbeek dat voor hem duidelijk een stuk van zijn sociale habitat is. Dat is het, als niet-Brusselaar, niet voor mij. Hoewel het om een sterke descriptieve tekst gaat, had enige visuele duiding in de vorm van enkele foto’s en van een gedetailleerder stadsplan toch welkom geweest.

In zijn inleiding vraagt Vandecandelaere zich af: ‘Wie was ik de voorbije twee jaar? Afwisselend historicus en autodidact antropoloog of onderzoeksjournalist? Inderdaad, de auteur is al even hybride als zijn onderwerp. Hij kleurt met gemak buiten de klassieke wetenschappelijke lijntjes - meer dan onderzoekers als Jan Blommaert, Ico Maly, Eric Corijn en Dirk Geldof doen - en dat is naar mijn smaak de grote sterkte van Vandecandelaere. Hij plaatst zich met zijn debuutwerk In Brussel. Een reis door de wereld (epo, 2012) en nu ook weer met In Molenbeek in een ambitieus journalistiek genre waarin persoonlijke beleving, nuchtere observatie, literatuurstudie en - vooral - veel vragen stellen tot een harmonisch geheel samenkomen. Voor mij is Vandecandelaere in de eerste plaats een uitstekend journalist waarvan het credo luidt: ‘De journalistiek waarin ik geloof is per definitie meerduidig, meerstemmig en kakofonisch. Ze presenteert geen waarheid, maar laat zien dat er vele waarheden, zelfs tegengestelde waarheden, naast elkaar kunnen bestaan. In essentie draait ze om inzicht en begrip, niet om oordelen. Het is een werkelijkheid waarmee handelaars in ideologieën en installateurs van de pensée unique moeilijk kunnen leven.’ (p. 13) Die uitspraak van schrijver en journalist Pascal Verbeken staat in de inleiding ‘Oud-Molenbeekse kakofonie’ maar is evenzeer op het lijf van Hans Vandecandelaere geschreven.

Dichter bij de gelaagde werkelijkheid van Oud-Molenbeek komen en daarover veel vragen stellen. Dat is de bedoeling van de auteur en dat doet men in dit land, zeker na de aanslagen in Parijs, nu helemaal niet. In plaats van naar hem en naar mondige Brusselaars zoals Johan Leman, Bart Eeckhout, Tom Flachet, Leen Vermeulen, Lieven De Cauter, Eric Corijn, Stephen Bouquin en anderen te luisteren, maakten al dat brute blauw en kaki op straat Molenbeek tot een bezette en gestigmatiseerde stad.

‘Wordt het geen tijd dat journalisten eens overgaan tot een andere lectuur van de wijk en ophouden om mijn zaak op te sluiten in een context van kansarmoede?’ Dat vraagt de eigenaar van een piepkleine boekwinkel met filosofie, wetenschap, talen en godsdienst in Oud-Molenbeek aan de auteur die zich in een interview met een NRC-journalist afzet tegen het dom spierballengerol van de overheid. ‘Molenbeek is de laatste twintig jaar uit een diep dal gekropen. Wellicht zullen geradicaliseerde moslims elkaar hier eerder treffen dan in een blanke villawijk in Brasschaat. Maar Molenbeek is geen broeihaard van jihadisten. Molenbekenaars walgen van het geweld en de terreur.’

Lees Vandecandelaere, zeker nu!

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 10 (december), pagina 93 tot 95