Log in

'Postcapitalism. A Guide to our Future'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 10 (december), pagina 85 tot 88

Postcapitalism. A Guide to our Future

Paul Mason
Allen Lane, Londen, 2015

De toekomst van het kapitalisme ziet er niet goed uit. De groei blijft zwak, de ongelijkheid swingt de pan uit en de huidige dynamiek is tegen 2060 uitgeblust. Het beste ligt achter ons. Dat is het uitgangspunt van dit boek.
Er is echter wel degelijk een alternatief, zo stelt de auteur. De afschaffing van het kapitalisme is geen utopische droom. De basis van een post-kapitalistische economie zit verscholen in het huidige systeem. We kunnen de mondialisering redden door het neoliberalisme overboord te gooien en daarna zullen we de planeet redden door het kapitalisme zelf opzij te schuiven.

Het neoliberalisme afschuiven doen we door de financiën te onderdrukken, de soberheid stop te zetten, in groene energie te investeren en goedbetaalde banen te promoten. Het neoliberalisme heeft gefaald. En ook de linkerzijde faalt, want eigenlijk wil ze ook niet winnen.
Wat we nodig hebben is een nieuw holistisch model dat niet afhangt van dictaten of van een beleid. Neen, het berust op micro-mechanismen. Waarom dat zo is? Omdat het kapitalisme een complex systeem is dat zich in het verleden makkelijk heeft kunnen aanpassen, maar nu aan het einde van die capaciteit is gekomen. En dat heeft alles te maken met de informatietechnologie. Niet de marktmechanismen maar de nieuwe technologieën zullen leiden tot de nieuwe mens.
Informatietechnologie vermindert de behoefte aan arbeid, erodeert het prijsvormingsmechanisme van de markt en brengt spontane collaboratieve productie voort van goederen en diensten. Er ontstaan parallelle munten, tijdbanken, coöperaties en zelfbeheerde bedrijven. Met de deeleconomie, de ‘commons’ en de peer-to-peer ontstaan nieuwe vormen van eigendom. En daar ligt de ontsnappingsroute uit het kapitalisme.

Die evolutie is bezig. Ze is niet het resultaat van de arbeidersklasse, zoals oud-links dacht, maar van de hele samenleving, van een netwerk. De opgeleide en geconnecteerde mens zal de wereld veranderen. Het is een strijd tussen het netwerk en de hiërarchie.

Het kan anders.

Een op informatie gebaseerde economie is onverenigbaar met een markteconomie. Dit is onomkeerbaar. We moeten daarom op zoek naar een theorie die de huidige crisis en de toekomst van het kapitalisme in kaart kan brengen.
We komen daarvoor eerst terecht bij de lange cycli van Kondratieff. Daarna wordt uitgelegd wat er mis is met Marx, onder meer het feit dat de arbeidersklasse meer bezig was met het goede leven ondanks het kapitalisme dan met het omverwerpen ervan.

Deel 2 van het boek gaat dieper in op de technologische veranderingen, van transistors tot open source netwerken. De kern van het verhaal zit in het ontstaan van een nieuwe productiewijze die een in overvloed aanwezige kennis oplevert met een onbestaande marginale productiekost. Het prijsvormingsmodel werkt dan niet meer.

De nieuwe technologieën hebben ook een grote invloed op arbeid, in zoverre zelfs dat mensen vandaag kunnen dromen er zich volledig van te bevrijden.

Deel 3, ten slotte, gaat over de transitie. Het wordt een lang maar onvermijdelijk proces. We moeten beginnen met het uitbouwen van alternatieven binnen het systeem, de regeringsmacht moet radicaal worden ingezet en alles moet worden gericht op de transitie. Makkelijk wordt het niet, want de tegenmacht - de elites - beseffen maar al te goed dat ook de klimaatcrisis aantoont dat het kapitalisme tegen zijn grenzen botst. Voeg daarbij de overbevolking en de schuldenlast, en je beseft dat ons systeem gewoon niet houdbaar is.

Op het eind van het boek worden de concrete voorstellen geformuleerd: Project Zero. De auteur streeft naar een koolstofloze energie, producten, machines en diensten met nul marginale kosten en een zeer zware beperking van de noodzakelijke arbeid.
En hier wordt het moeilijk. De auteur wijst zeer terecht op de beperkte menselijke bereidheid om complexe problemen aan te pakken, maar trekt dan toch van leer met een paar ‘makkelijke’ oplossingen: beperk onmiddellijk de uitstoot van koolstofdioxide, stabiliseer het financieel systeem, geef je bevolking een hoge mate van welzijn en gebruik de technologie om de arbeid te verminderen. Uiteindelijk, aldus nog de auteur, zal er nog enkel gewerkt worden op vrijwillige basis.
En zo zijn er nog een paar eenvoudige formules: de schuldenlast moet deels worden afgeschreven, en dat zal de pensioenen in gevaar brengen, grote multinationals moeten hun werknemers ondersteunen en mee ingeschakeld worden in het transitietraject, monopolies moeten verdwijnen en iedereen krijgt een basisinkomen van 6.000 pond per jaar (ongeveer 8.500 euro), ook al weet de auteur niet hoe dit kan worden gefinancierd naast de bestaande sociale zekerheid. De financiële sector wordt gesocialiseerd. Er worden nieuwe markten gecreëerd voor van alles en nog wat, naar het voorbeeld van de koolstofmarkt. Dat zal allemaal leiden tot een enorme dynamiek en creativiteit, met mensen die vrijwillig en gratis voor niets met anderen samenwerken.
Als toemaatje: vrouwen worden dankzij contraceptie alsmaar machtiger en de 1% wordt armer en gelukkiger. Het postkapitalisme bevrijdt ons allen.

Hoe ernstig het boek ook begint, hoe zorgvuldig de verschillende theoretische benaderingen van arbeid, van waarde en van sociale verandering ook worden uitgelegd, het boekt eindigt als een soort sprookje. Weg zijn de machtsverhoudingen, weg het kapitalisme, de toekomst ligt breed voor ons uitgesmeerd. We hoeven het maar te doen.

Maar waarin zit nu juist het post-kapitalistische en hoe kunnen we er zeker van zijn dat het inderdaad die richting uitgaat? Deze vraag geldt evenzeer voor auteurs als Michel Bauwens en anderen die stellingen verkondigen zonder ze overtuigend te bewijzen. In dit boek legt Paul Mason haarfijn uit hoe het prijsvormingssysteem met nul marginale kosten in elkaar stuikt en hoe het moeilijker wordt de geproduceerde meerwaarde toe te eigenen. We zullen weten dat we in het post-kapitalisme zijn terechtgekomen, zo zegt hij, als een groot aantal goederen goedkoop of helemaal gratis wordt en als mensen ze desondanks blijven produceren. Informatie is er in overvloed, er is geen schaarste meer en zo zal op een spontane manier ook sociale rechtvaardigheid worden geproduceerd.

Mason beseft dat er een cognitief kapitalisme kan ontstaan, maar hij rekent er op dat het netwerk het marktsysteem volledig uitholt. Om dat te bekomen zullen we de transitie naar het postkapitalisme zelf moeten ontwerpen.
Wat Mason niet uitlegt, is waarvan mensen dan gaan leven. Er wordt weliswaar gesproken over een basisinkomen, op een bijzonder laag niveau en volgens de auteur zelf erg moeilijk te financieren. Sommige mensen kunnen, als ze dat willen, gaan werken. Maar de anderen werken gratis of doen helemaal niets. Wat die mensen gaan produceren, is evenmin duidelijk. Enkel kennis of ook diensten en goederen? Het lijkt me evident te zijn dat de nieuwe vormen van peer-to-peer, coöperaties, deeleconomie, enzovoort een belangrijke rol kunnen spelen in de verandering van het economisch systeem, maar hoe dat juist zal gebeuren is mij niet duidelijk. Vooral omdat we inmiddels weten dat dit net zo goed zuiver kapitalistische bedrijven (Airbnb, Uber) kunnen zijn.

Het lijkt me best mogelijk dat er een kenniseconomie ontstaat die het kapitalisme grondig zal hervormen en misschien ook deels zal uithollen, de kenniseconomie kan zich ook in de traditionele goederen- en diensteneconomie gaan nestelen, onze maatschappelijke structuren kunnen er door veranderen, jawel. Maar er zal een goederen- en diensteneconomie blijven bestaan, er zullen nog altijd grondstoffen worden ontgonnen, er zal nog altijd aan landbouw worden gedaan en telkens zal daarbij manuele arbeid nodig blijven en zal er winst gemaakt worden.

Mijn indruk is dat de verdedigers van de kenniseconomie het deel voor het geheel nemen. Ik begrijp helemaal niet hoe de grote problemen van deze tijd - van armoede en ongelijkheid tot klimaatsverandering - op enige wijze door de kenniseconomie kunnen worden opgelost. Want die kenniseconomie is ook niet immaterieel, zoals Mason zelf onderstreept. Hoe vermijden dat mensen honger lijden? Hoe vermijden dat landen bezwijken onder hun schuldenlast? Hoe vermijden dat de kapitaalstromen van Zuid naar Noord gaan in plaats van omgekeerd?

Al deze problemen vergen politieke en economische oplossingen. Peer-to-peer kan daar op zich niets aan veranderen. Wie het neoliberalisme en het kapitalisme wil zien verdwijnen, zal aan andere oplossingen moeten denken. Voor het neoliberalisme kan het volstaan om andere machtsverhoudingen tot stand te laten komen. Voor het kapitalisme ken ik geen afdoende antwoorden.

Uiteindelijk is dit wel een zeer interessant boek omdat het boeiend uitlegt wat er fout is gelopen in het theoretisch denken over economie en maatschappij. Het legt mooi uit hoe de kenniseconomie het kapitalisme kan veranderen, maar overtuigt niet in zijn hoofdstelling dat het noodzakelijkerwijs zal verdwijnen. Misschien zal dat, zoals en passant vermeld, nog eerder komen door de klimaatverandering. Het boek ontgoochelt waar het de grootste verwachtingen heeft gecreëerd: de oplossingen. Want dat de financiële sector moet worden gereguleerd en de schuldenlast moet worden aangepakt, dat zegt zowat ieder progressief al minstens twintig jaar.

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 10 (december), pagina 85 tot 88