Log in

De Arabische Lente, vijf jaar later

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 59 tot 69

Op 14 januari 2011 verliet Ben Ali Tunesië en vluchtte naar Saoedi-Arabië. Het betekende de start van de Arabische Lente. We zijn vijf jaar verder, het is een droeve viering. Politieke verschuivingen in de Arabische sfeer hebben vrijwel altijd een weerslag op Europa. Dit was, met de Arabische Lente, niet anders. De manier waarop dit de democratie en de rechtsstaat in Europa affecteert was evenwel tot voor kort ondenkbaar: met name de directe lijn tussen Raqqa en le Bataclan.

KORTSTONDIGE MAGHREBIJNSE LENTES

Je kon de westerse geestdrift over de Arabische lentes beter vanaf het begin met wantrouwen bekijken. Scepticisme tegenover de prille bevrijdingstheologie van Cameron en andere Sarko’s was niet ongepast. Ze stonden net niet op het Tahrir-plein een versie van ‘Ich bin ein Berliner’ te roepen, alsof ze niet even daarvoor Ben Ali steun hadden beloofd tegen de oproerkraaiers of de Libische leider een bruikbaar schild vonden tegen haveloze Afrikaanse vluchtelingen. Met het debacle van Afghanistan, Irak, Somalië, ... in het achterhoofd zou je verwachten dat ook bij de publieke opinie geëngageerde nuchterheid zou heersen. Natuurlijk verdienden de Arabische jongeren onze bewondering. Uiteraard weersprak hun optreden inderdaad het verroeste vooroordeel van Arabisch immobilisme. Maar de admiratie voor hun morele gedrevenheid en de manier waarop ze het fundamentalisme als een non-oplossing terzijde schoven, was nog geen bewijs van duurzaamheid. Een regimewijziging is een proces, geen evenement. Het is een complex en vaak contradictorisch machtsspel dat veel verder gaat dan hartverwarmende demonstraties op de VRT.

In Egypte kaapten de moslimbroeders de revolte om vervolgens zelf aan de kant te worden geschoven door Sisi. In Libië explodeerden staat en gemeenschap en sleurden de Sahel mee in de instabiliteit. De ijver waarmee het Westen onder het mom van ‘ Responsability to protect’ de wissel in Tripoli begeleidde, staat in contrast met de apathie rond de wederopbouw. Enkel in Tunesië werden de verworvenheden van de volksopstand min of meer gevrijwaard. Bij Europese politici zetten als van oudsher stabiliteit, het vrijwaren van economische belangen en de bescherming van Israël opnieuw de toon. De democratische fracties wordt voorgehouden dat er momenteel geen alternatief is, de klassieke dooddoener. De armen moeten de broeksriem aansnoeren onder het motto ‘vandaag geen brood omwille van de couscous royale van volgende week’. Egypte is in dit opzicht exemplarisch. President Sisi wordt met veel egards ontvangen in Europese hoofdsteden. In Washington mag hij probleemloos zijn boodschappenlijstje voor nieuw wapentuig afleveren. De iconische beelden van ‘het meisje met de blauwe bh’ bij een betoging in Caïro zijn in het archief opgeborgen.

DE CHAOS IN HET MIDDEN-OOSTEN

Het menselijk geheugen is kort en selectief. Dit geldt des te meer wanneer het ge- of misvormd wordt door een versie van Oriëntalisme, gestuurd door dominante westerse opiniemakers. Daarin wordt de nefaste invloed van dit Westen vaak geminimaliseerd en de geschiedenis herschreven. Al is dit geen excuus voor de repressieve en bij wijlen bloeddorstige regimes die de regio hebben geteisterd. Studies, zoals de VN-ontwikkelingsrapporten, wijzen op de verpletterende verantwoordelijkheid van die machtshebbers in de kaduke economische en sociale situatie. Maar krachtens een universele wet is het aanduiden van een buitenlandse vijand steeds de makkelijkste uitweg. En toch: hoe overtrokken en verwrongen het beeld op Europa en de VS moge zijn bij de Salafisten, ze hebben in één ding gelijk: ons optreden werd effectief gedicteerd door eigenbelang. Indien dit ten koste moest gaan van de plaatselijke bevolking, werd dat als een jammerlijke bijkomstigheid weggezet. Het Westen als het rijk van het kwaad (dar al-harb) bestempelen, is een islamitische religieuze tunnelvisie op het verleden. Maar, wanneer onze politici momenteel verklaren dat we ‘in oorlog’ zijn, dan lijden ze aan geheugenverlies: we leven decennia in een gewelddadige en conflictueuze relatie met landen, regimes en de bevolking van het Midden-Oosten. Dat we nu het Kaïnsteken op gekleefd krijgen, is een hertaling van wat ooit als neokolonialisme of neoimperialisme werd bestempeld.

Het is hier niet de plaats om een oplijsting te maken van alle calamiteiten die we in het Midden-Oosten hebben aangericht (de verdeling van het Ottomaanse rijk aan Europese tekentafels, de manier waarop er met de Koerdische belangen werd gesjoemeld, de Palestijnse kwestie, de staatsgreep tegen Mossadeq, de inmenging in Libanon, enzovoort), maar sta me toe er twee uit te halen: Irak en Syrië.

Irak

Sinds Bush Jr. en zijn Brits bijslaapje Irak gingen bevrijden, is de instabiliteit in een nieuwe fase getreden. Dat Saddam een gruwelijke tiran was, die bereid was zijn eigen bevolking te decimeren om aan de macht te blijven, staat buiten kijf. Maar dat de interventie van de ‘Coalition of the willing’ er kwam om de democratie te importeren is een fictie. Het volstaat om het ‘Project for the new American Century’ erop na te slaan om de achterliggende logica te ontcijferen. Het document is van de hand van een aantal invloedrijke neocons en dateert van lang voor 9/11. Na de implosie van de staten van het reële socialisme zou er een unipolair wereldsysteem geïnstalleerd worden, met de VS als politiek-militaire overlord en economische locomotief. In de woorden van Robert Kaplan werd die taak hen opgedrongen omdat er nood was om ‘the unruly world' te managen. Het is bijzonder ironisch dat de vaders van de ‘Statement of Principles’ , het achterliggend document, een indeling maakt van de wereld in de goeden en de slechten en benadrukt dat de VS de zending van hun ‘Moral clarity’ dienen. Uiteraard moest deze hybris op de klippen lopen. De Irakezen zitten wel met de brokken (letterlijk), met sektarisch geweld, delen van het land die aan de controle ontsnappen, dagelijks geweld als communicatie, honger en een onbestaand toekomstperspectief.

Syrië

De rol die Syrië toebedeeld kreeg op het internationale schaakbord was wisselvallig. Na de Zesdaagse Oorlog (5-10 juni 1967) verliest het de Golan-hoogvlakte aan Israël. Om meer rugdekking te verkrijgen zoekt Damascus steun bij de Sovjets. Toen linkse milities en de PLO dreigden de Libanese burgeroorlog te winnen kreeg Hafez al-Assad de toestemming delen van het land als stabilisatiemacht te bezetten. Onder Bush Sr. belandde Syrië op de lijst van landen die het terrorisme steunden. Tijdens de Tweede Golfoorlog verroerde Damascus geen vin om Saddam te steunen Er kon geen schouderklopje af. Met Bashir al-Assad leek er een dooi op te treden. Zijn echtgenote Asma fungeerde als pr-ster. Opgeleid in Groot-Brittannië, werkend voor Morgan Chase en begiftigd met een ‘light-up-the-room-charisma’ (dixit NBC in 2007) personaliseerde ze de moderne en kapitalistische Arabische wereld. De openheid was van korte duur. Daarna deelde de Mukhabarat opnieuw de lakens uit. Voor de meerderheid van de bevolking was het gedogen van het regime het maximum van aanhankelijkheid.

Het kon niet anders of het lentegevoel zou in Damascus de kop opsteken. Het begon met betogingen, zonder duidelijke organisatie en zeer algemene eisen. De reactie van Assads entourage was verward en verwarrend. Er werd naar brute repressie gegrepen. Maar er kwam ook een aanbod tot dialoog en er werden (gemanipuleerde) verkiezingen opgezet. Er was een duidelijke boodschap: Assad blijft zitten. De oppositie, die evenmin ervaring had in het afsluiten van eerbare compromissen, maakte van het vertrek van de president een erezaak. Het conflict sloeg om in een gewelddadige confrontatie die een internationale dimensie kreeg. Rusland en Iran gingen, om uiteenlopende redenen, achter het regime staan. Saoedi-Arabië en Qatar steunden de Soennitische milities van uiteenlopende strekking. En Turkije speelde zijn eigen spel: tegen de Koerden, voor de Turkmenen en met een hoge borst tegen Europa en Rusland. Het Westen ging pal achter de democratische beweging(en) staan, met een gebrekkige inschatting van de reële krachtsverhoudingen, in de overtuiging dat het om een kortstondige escalatie van geweld ging, maar met grote omzichtigheid voor daadwerkelijke steun. Het resultaat is bekend: een verbrokkelde staat, een kluwen van tegenstrijdige belangen, wisselende coalities,... en een bevolking die geen kant meer uit kan tussen diverse partijen die grossieren in bestialiteit. De ‘gematigden’ en ‘democraten’ zijn of geëvolueerd, of machteloos of gevlucht. Je moet opletten met het etaleren van verwijzingen naar onze oudheid, maar in dit geval is ‘de doos van Pandora’ op haar plaats.

ER KOMEN ANDERE TIJDEN (bis)

Europa heeft de afgelopen decennia ingrijpende veranderingen ondergaan. Met de ineenstorting van de koloniale structuren kromp onze politiek-militaire slagkracht. De VS namen op het vlak van economische ontwikkeling het voortouw. Later zouden de BRICS onze positie nog verder onder druk zetten. Dit wil niet zeggen dat we verschrompeld zijn tot een schiereiland van het Euraziatisch continent. Maar realisme en nuchterheid dringen zich op. In de jaren 1950 en 1960 heerste een tomeloos optimisme dat vooruitgang geen limieten kende en dat welvaart en democratie - politieke en sociale - zich hand in hand zouden verdiepen. De petroleumcrisis, de ecologische begrenzing, de recessies en zovele andere tekenen aan de wand haalden dit geloof onderuit: het wordt in de toekomst niet beter. Deregularisering en roofkapitalisme hebben de tendens tot gelijkheid de nek omgewrongen. De bankencrisis onderstreepte dat er geen zekerheden zijn, buiten dit ene principe: het zijn de onderste en de middenlagen die eerst bedot worden en dan nog eens opdraaien voor het puinruimen.

‘Werp uw kommer op de Heer’, heette het vroeger. Maar de heer is op brugpensioen en leeft veelal verder in het ‘ietsisme’. Niet dat er redenen zijn om heimwee te koesteren naar een repressief en klef christendom, maar maatschappelijke onverschilligheid en hyperindividualisme zijn amper een bevredigend alternatief te noemen. Moderne substituten voor geloof (ideologie) en kerk (partij) kennen al evenzeer afvalligheid en leegloop. Het valt niet te ontkennen dat Europa arrogantie heeft ingeruild voor gebrek aan zelfvertrouwen, geloof in maakbaarheid vervangen door defaitisme en meer in het algemeen weinig uitgerust lijkt om nieuwe uitdagingen inzake democratie het hoofd te bieden. Met de Egyptische dichter Mahmout Ezzad ben ik geneigd te zeggen ‘Red ons van de eensgezindheid’. Maar een gezamenlijk platform, eerbiediging van mensenrechten bijvoorbeeld, is onontwijkbaar wil je anomie naar binnen of weerloosheid naar buiten verhinderen. Indien democratische krachten dit niet opbrengen, bestaat het gevaar dat andere krachten die transformatie doorvoeren.

De aanwezigheid van migranten van Maghrebijnse en Turkse origine was en is zo’n uitdaging. De import van goedkope arbeidskrachten is niet nieuw, wel de regio van oorsprong. De eerste contingenten kwamen uit Zuid-Europa. De culturele afstand was kleiner dan deze met islamitische migranten. Rocco Granata zette zijn Mi sono innamorato di Marina zelfs bij in het Walhalla der Vlaamse schlagers. Maar de nieuwe ‘gastarbeiders’, dat waren pas vreemden die alle sluimerende vormen van xenofobie activeerden. Wanneer politieke bewegingen dit ook nog eens opkloppen (zelfs via desinformatie) tot een ogenschijnlijk coherent verhaal, dan is de boot pas goed aan. Op de duur kun je ‘hen’ de natte zomers en het povere kusttoerisme in de schoenen schuiven. We kunnen eeuwig discuteren over oorzaak en gevolg. Is het de groeiende zichtbaarheid in het straatbeeld van de islam die de afstand heeft vergroot? Of, omgekeerd, de onwil van de autochtone blanke Belgen die maakt dat een deel van de moslims zich verschanst - soms letterlijk vestimentair - achter de eigenheid? Wat koop je voor dit soort analyses, tenzij dat je al snel verzeilt in dooddoeners en verdwaalt in het elkaar toespelen van de zwarte piet. Daar bovenop komt nu dus het dossier Syrië-Irak.

WAAROM WE DAESH MOETEN UITSCHAKELEN

Een wankel zelfvertrouwen en een stekelig migrantendossier bovenop een krimpeconomie: veel meer moet er niet bij komen om uit evenwicht te raken. Enter: het wannabe-kalifaat van IS - daesh. Het bevindt zich niet in een afgelegen berggebied, maar door een uitgekiende communicatiestrategie pal in onze huiskamer. Het is de combinatie van moderne technologie en retrograad geloof dat deze jihadi’s voor de enen zo gevaarlijk en voor anderen zo aantrekkelijk maakt. Ze controleren een grondgebied - door hen als staat aangemerkt - en ze zitten op bergen geld. Dit kerngebied is de bakermat van een toekomstig wereldrijk. De jihadi’s zijn doordrongen van de idee dat ze de wereld moeten verlossen van de tirannie van ‘jahiliyya’ (onwetendheid en verwarring), een bevreemdend spiegelbeeld van ‘the evil empire’. Nu hebben alle monotheïstische godsdiensten ooit agressieve en expansionistische trekken gehad omdat ze nu eenmaal exclusief zijn. Maar, om uiteenlopende achtergronden, zijn jodendom en christendom de tanden getrokken. Niet alleen was Mohammed een gewapende profeet, maar de vervlechting tussen wereldlijke en geestelijke macht is gedurende eeuwen zeer hecht geweest. Meestal heerste er eensgezindheid om alle dissidentie met tak en wortel uit te roeien. In het beste geval heerste een gedoogbeleid tegenover andere gelovigen van het boek. Een tolerantie die te prefereren viel in vergelijking met de manier waarop christelijke vorsten joden en moslims behandelden. Maar, we moeten ons hoeden voor het omgekeerde: veel van de moslimheersers waren wreedaardige tirannen en bloedzuigers voor hun onderdanen of koesterden een frenetieke vervolgingswaanzin voor andersgelovigen. In dit opzicht waren ze de evenknie van hun Chinese of Europese soortgenoten: de waanzin is bij wijlen universeel! Natuurlijk heb je in de Qur’an talrijke verwijzingen hoe Allah overloopt van erbarmen. Natuurlijk heeft Mohammed talrijke vredesboodschappen laten noteren. Maar in de Qur’an en Hadith ontmoet je tevens verzen die de haren ten berge doen rijzen. Er zijn grote gelijkenissen met de oorlogsgod uit het OT die eveneens genocidaire opstoten kende. De sacrale teksten zijn voor moslims, en al heel zeker voor salafisten, gods woord. Dus niet interpreteerbaar en al helemaal niet rekkelijk. Veel van wat IS verkondigt is geen ‘Fremdkorper’, maar de gewapende versie van het Wahhabisme, de radicale islam van de Saoedi’s. Riyad heeft in dit alles een verpletterende verantwoordelijkheid door de export van een Wahhabisme dat tolerantie, openheid en respect voor mensenrechten als strijdig met het ware geloof ziet. Wanneer het op de strikte toepassing van de shari’ah aankomt, moet Riyad niet blozen voor Raqqa: tussen 2007 en 2010 waren er 345 publieke onthoofdingen.

Het is geen toeval dat de taal en de symboliek die IS hanteren, gedrenkt zijn bloed en dat de cultus van de dood in de zwarte vlag gevoerd wordt. Een selectieve lezing en letterlijke interpretatie van de basisteksten volstaat. Het moge zo zijn dat ze een verwrongen en gepolitiseerde versie hanteren van wat de overgrote meerderheid van moslims als geloof belijden. Maar stellen dat die opvattingen niets te maken hebben met ‘de’ islam, is onzinnig. Het is wellicht een bastaard-telg, maar wel familie. Die religieuze poot wegrelativeren baat niemand, de doorsnee moslim nog in het minst. De politieke kant van het jihadisme negeren, zet evenmin zoden aan de dijk. Ieder systeem definieert het politieke veld in eigen termen en poogt buiten te sluiten wat niet spoort. Terrorisme is in dit opzicht geen beschrijvende term, maar een categorisering die aanhangers criminaliseert. Uiteraard zijn zinloze (zijn er zinvolle?) moordpartijen te veroordelen, maar deze verwerping mag niet leiden tot de geruststellende boodschap dat dit alles geen uitstaans heeft met de politieke sfeer. Die dubbele binding met religie en politiek is misschien ongemakkelijk, het weze zo. Je kan niet over alles de consensus koesteren.

Er zijn tal van redenen waarom Europa IS moet uitschakelen. Je kon zo voorspellen dat wanneer de crisis in de regio oncontroleerbaar werd een militaire interventie als enige optie zou overblijven. Geen boots on the ground, maar wel luchtaanvallen die onze Iraakse en Syrische ‘bondgenoten’ steunen, onze verliezen beperken en ons geweten masseren. Aangezien IS volgens het internationaal publiek recht geen staat is, is er geen sprake van een oorlog. Dat het een vorm van ‘new violence’ betreft, kan bezwaarlijk ontkend worden. Onze Air Task Force Middle East had, zo meldde de Belgische luchtmacht fier in juni 2015, de kaap van de 1.000 sorties, waarvan 575 met wapeninzet, overschreden. Over het aantal (burger)slachtoffer werd discreet gezwegen. Het is maar de vraag of de overblijvende inwoners de subtiliteiten van het volkenrecht snappen en beseffen dat ze niet in oorlog zijn.

GEVOLG 1: VLUCHTELINGENCRISIS

Een eerste gevolg van al dat geweld is dat mensen na al die jaren geen enkel perspectief meer bezitten en vluchten. Naar buurlanden als Jordanië en Libanon. Niet naar Saoedie-Arabië of de Golfstaten; die willen hun geloofsgenoten niet. Dus gaat het tevens richting Europa. Of wat waarschijnlijker is, naar wat ze zich daarvan voorstellen en altijd te verkiezen valt boven hun dagelijkse realiteit. Een verdronken Aylan beroert wereldwijd de gemoederen, maar een paar tienduizend vluchtelingen vormen een logistieke uitdaging en vooral een politiek probleem. Het is weinig hartverwarmend hoe de EU-landen pogen de ‘stromen’ te stoppen, om te leiden, door te schuiven of simpelweg tegen te houden. Een kwarteeuw na de val van de ene muur trekken we er aan de buitengrens een andere op. Ik ga dit probleem niet uitputtend behandelen, maar wil er slechts op wijzen hoe de perceptie inzake de vluchtelingen verschuift van slachtoffer naar gevaar. De voorzitter van het Nederlandse CDA , Sybrand Buma, verwoordt het als volgt: ‘Waar we niet aan voorbij mogen gaan is dat Syrië in onze achtertuin ligt waar een enorm vluchtelingenvraagstuk uit voortkomt dat ons bedreigt’. ‘Framing’ heet zoiets. Vluchtelingen zijn niet langer subject van geweld, maar worden geculpabiliseerd (gelukszoekers) en gecriminaliseerd (iedereen Roma). Dergelijke uitspraken waarbij ‘ernstige’ politici zich een hoog Pegida-gehalte aanmeten, doorstaan de werkelijkheidstest niet, maar soms lijkt dit er nog weinig toe te doen. Alleen de simpelen van geest geloven dat alle vluchtelingen lieverdjes zijn (waarom zouden ze?) die onze onvoorwaardelijke sympathie verdienen. Een ganse groep stigmatiseren als gevaar voor de veiligheid, vrouwen, werk en vooral onze gemoedsrust is gewoon tegen alle democratische grondprincipes. Wat start als stereotypering leidt gemakkelijk tot dehumanisering. Ik wil er mij niet op een drafje van afmaken en het bovenstaande is geen pleidooi voor open grenzen. Het is wel een vaststelling dat - naast de inzet van velen uit het middenveld - er een serieus democratisch deficit wordt geschapen door een afwijzingsfront met een breed maatschappelijk draagvlak. Dit afdoen als enkel een uiting van volkse domheid en vooringenomenheid zou van een ontzettende politieke blindheid getuigen. Maar dat de angst en de aversie aangewakkerd wordt door politieke makelaars is ook een feit.

Wij - het links-progressieve kamp dus - worden geconfronteerd met een ernstige uitdaging. Enerzijds moeten we onszelf heruitvinden omdat de oude vormen en gedachten alsook de organisatievormen uitgeleefd zijn. Anderzijds is uiterst rechts, dat zijn schutkleur van antidemocratisch steeds vaker opzegt, in Europa aan het oprukken. Maar om dit gevaar te bezweren kun je de democratie niet in quarantaine plaatsen. De dialoog met de kaders van uiterst rechts aangaan, is als beweging politiek zelfmoord plegen en leidt tot een machtsovergave die de fundamenten van de rechtsstaat verder ondergraaft. Botweg weigeren te luisteren naar wat een deel van de bevolking (verkrampt, verwrongen, vooringenomen,... vul maar in) als mening ventileert, is al evenzeer een aanfluiting: je beschermt de democratie niet tegen zichzelf door ze voor een deel van de bevolking op te schorten. Het betekent wel het einde van een pacificatiepolitiek, het inpolderen van fundamentele tegenstellingen en het omzwachtelen van problemen: we kunnen problemen niet voor ons uit blijven schuiven of wegredeneren.

GEVOLG 2: SYRIËSTRIJDERS

Een tweede nieuwigheid is dat de strijd in het Midden-Oosten jonge Belgische moslims inspireert om daar de wapens op te nemen. Er spelen zeker religieuze motieven mee: deelname aan de beslissende slag in Mesopotamië met de zekerheid van een geprivilegieerd balkonzitje in het hiernamaals. Molenbeek wordt dan het epicentrum van wereldterrorisme, in Nederland is er sprake van polderjihadisme en de Parijse banlieus worden herschapen in stedelijke jungles. Dit kan maar een deel van de rekrutering verklaren. Zijn er dan andere redenen? Uitsluiting, openlijk racisme, werkloosheid,... maar wat met diegenen die een goede opleiding genoten of niet onmiddellijk opgroeiden in de onderklassen? Frustraties op de speelkoer, schampere opmerkingen in de bus, een afgewezen liefde,... het kan allemaal wel, maar het is onvoldoende. Het levert geen antwoord op waarom je naar een streek trekt die je vaak alleen kent via een iPad, in een context die je finaal vreemd is (tot en met het eten), om er eventueel te sneuvelen, of - godbetert - er jezelf op te blazen? Ik vrees dat het voor ons westerlingen, zonder moslimachtergrond en verknocht aan trappist en TV-quiz, een gesloten boek blijft. Laten we wel wezen: voor een deel willen we het zo houden. Na het postmodernisme begrijpen we nog amper hoe iemand zo doordrongen kan zijn van ‘de’ waarheid dat al de rest moet wijken. Maar, natuurlijk, je moet het Oscar Wilde nageven dat het niet zo is dat, omdat iemand sterft voor de goede zaak, deze daardoor achtenswaardig wordt. Dit is misschien wel het meest verontrustende: we kunnen bepaalde evoluties in onze eigen samenleving niet meer verklaren. Je bent dan vervaarlijk dicht bij een ‘wij’ en ‘zij’ model. Voor je het beseft, kijkt Huntington met zijn Clash of Civilisations mee over de schouder.

Heeft niemand dan de bui zien hangen? Toegegeven: ik heb Fouad Belkacem lang als een duracelclown op speed en Sharia4Belgium als geestelijke carnavalsgroep afgedaan. En ja, die malloten lijken toch een wervende kracht te bezitten. Er is duidelijk een inschattingsfout gebeurd. Maar de verantwoordelijkheid doorschuiven naar ‘islamo-gauchisten’ of toeschrijven aan het pamperend relativisme van door multiculturalisme verblinde intellectuelen is iets te gemakkelijk. Tot nader order is het de taak van de veiligheidsdiensten om de vinger aan de pols te hebben en van de politici om daar iets mee te doen.

Wat het nog gecompliceerder maakt is dat een deel van de strijders - tijdelijk (?) - terugkeert en soms onder de radar verdwijnt. Hoe je daar als overheid op reageert is helemaal niet duidelijk, want er zijn geen antecedenten (tenware je de Spaanse burgeroorlog neemt, waar de Brigadisten evenmin een warme ontvangst te wachten stond). Treed je louter repressief op, dan stijgt de kans dat de teruggekeerden verdwijnen in de anonimiteit. Maar, je kunt natuurlijk evenmin doen alsof ze van een vakantie uit Ibiza komen. Zelfs indien je sommigen gedeeltelijk als slachtoffer beschouwt, een solide verschoningsgrond levert dit niet op. Er is tenslotte nog altijd een wetgeving die verbiedt in een buitenlands conflict te vechten. Strikt genomen zijn de Syriëgangers geen huurlingen (het financiële aspect ontbreekt) en ze kunnen bezwaarlijk als werknemers van een particuliere militaire beveiliging (zoals Blackwater) worden beschouwd. Uiteraard zijn er wel de vele bepalingen van het oorlogsrecht, de rechten van de mens, enzovoort. Misschien hebben sommige Syriëstrijders alleen maar het gras afgereden en stoer geposeerd met een automatisch wapen. Dat moet dan maar blijken uit een doorgedreven ondervraging. Tijdelijke detentie lijkt mij onvermijdelijk om klaarheid te scheppen. Maar het zou niet verstandig zijn om concentratiecentra op te zetten. Iedere teruggekeerde een enkelband aanmeten, lijkt geen haalbare kaart te zijn. Wie misdaden tegen de menselijkheid op zijn kerfstok heeft, wordt veroordeeld. Wie hier de activiteiten verderzet of ronselt, wordt eveneens opgepakt en voor de rechter gebracht. Het zal maatwerk vragen, waarbij improvisatie niet mag leiden tot kunst- en vliegwerk en er een loopje genomen wordt met de rechtsprincipes.

DE NASLEEP VAN PARIJS

De aanslagen in Parijs vormen het voorlopig dieptepunt in de strijd tegen IS. Een geluk bij een ramp dat diegenen die het Stade de France hadden moeten binnendringen daar niet in geslaagd zijn. Je kan alleen maar platitudes debiteren: onvoorstelbaar, barbaars, aanslag op de mensheid. Geen zinnig mens die het begrijpt, laat staan enig excuus kan bedenken. Haast onvermijdelijk waren de eerste reacties gestoeld op emoties van ontzetting. Vergeldingslogica vierde hoogtij. President Hollande kon er haast niet aan ontsnappen om zich in het harnas te hijsen en oorlogstaal te gebruiken, met de hete adem van Sarkozy en Le Pen in de nek. Wanneer het land daadkracht eist van de leider, dan mag hij niet terugdeinzen. Een uitstekende kans daarenboven om het beeld van een president op een Vespa te wissen. ‘Nous sommes en guerre’: wat kon je anders verwachten? Al had ‘We zijn nu ook in oorlog op het eigen grondgebied’ de waarheid meer benaderd. Hij kondigde meteen nieuwe intensieve bombardementen op Raqqa aan. Minister van landsverdediging Le Drian trad net niet in de voetsporen van Arthur ‘Bomber’ Harris, die Dresden met de grond gelijk maakte. Of dit een politieke oplossing een stap dichterbij bracht, deed even niet ter zake. Bij grote delen van de bevolking overwoog het ongecontroleerde buikgevoel: wraak! De massale samenzang van de Marseillaise moest uitdrukking geven aan de onverzettelijke eensgezindheid. Al wil ik mij liever niets voorstellen bij ‘Aux armes citoyens’ en de uitspraak over ‘le sang impur’ aan mij laten voorbij gaan. In deze atmosfeer kon Hollande probleemloos de noodtoestand afkondigen en met drie maanden verlengen. De juridische basis hiervoor werd geleverd door de wet van 1955, toen de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd naar het moederland werd geëxporteerd (waarbij al eens vergeten wordt dat bij een betoging van Algerijnen in Parijs zo’n 300 deelnemers door de ordestrijdkrachten verdronken werden in de Seine).

Volgens de Grondwet kan het staatshoofd in België de noodtoestand niet afkondigen. In de loop der jaren zijn er vanuit de uitvoerende macht pogingen opgezet om een juridische ondersteuning te creëren voor de inperking van de vrijheden in vredestijd. Het meest gekende voorbeeld is dit van de zogenaamde ‘NATO-wet’ in de jaren 1980, die de ‘binnenlandse subversie’ moest beteugelen. Het was duidelijk dat de Reagan-administratie in die periode van Cruise en Pershing dit op de agenda wilde krijgen. Het voorstel haalde de Kamer echter niet. De wet van 20 november 1998 omschreef de taken van de ‘Inlichtingen- en Veiligheidsdienst’, en ook hier is terughoudendheid te merken. Na 9/11 werd in de VS de ‘Patriot Act’ van kracht, een naar Belgische normen hallucinante aanval op de individuele rechten en vrijheden. Het was ondenkbaar dat Brussel zich daar ooit zou aan spiegelen. In de ontreddering na Parijs leek een deel van de publieke opinie bereid in te leveren om de veiligheid te garanderen. Met live beelden van le Bataclan en de terrassen in onze living nog op het netvlies was het op dit moment een heikele onderneming om de besluitvaardigheid van de regering en de machtsontplooiing in Brussel in twijfel te trekken. Temeer omdat, in tegenstelling tot eerdere terreuraanslagen in Madrid en Londen, er talrijke sporen naar Brussel leiden.

‘Nood breekt wetten’ leek plotseling wel erg dichtbij. Gelukkig hield de premier zich aan een vrij gematigd discours. De kans dat bij ons terechte antiterreurmaatregelen omslaan in een halve heksenjacht zijn wellicht niet bijzonder groot. Maar, er zullen altijd wel stemmen opgaan binnen de uitvoerende macht om het momentum aan te grijpen. Om wat men in de VS ‘disruptive behavior’ noemt preventief aan te pakken. Een aantal maatregelen - huiszoekingen, telefoontaps, voorlopige hechtenis, voorbijgaan aan de bevoegdheid van de strafrechter - zijn wellicht niet spectaculair, maar ze nopen tot waakzaamheid. Je merkte tevens hoe snel men een ‘accountability gap’ zag opduiken: de overheid die zich niet kan/wil verantwoorden omdat er hogere belangen op het spel staan. En dan zijn er nog de ordehandhavers, een beetje opgefokt na de gebeurtenissen en redelijk onbekend op het terrein. De auteur Montasser Alde’emech werd door de Brusselse politie erg brutaal aangepakt bij een controle, en dit net toen hij terugkwam van een lezing als antiterroristenexpert van de commissie Binnenlandse Zaken van het Vlaamse Parlement. Er zal in ieder geval streng toegezien moeten worden dat politie en leger - waar vooringenomenheid tegenover vreemdelingen geen onbekende is - geen vrijgeleide krijgen om buiten de perken van hun opdracht te gaan. ‘Daar wordt aan de deur geklopt’ blijft beter beperkt tot de Sinterklaasperiode.

GLOBALISERING VAN EEN DEMOCRATISCHE EROSIE?

In de geglobaliseerde wereld hangt alles met alles samen. Alleen draait het even anders uit dan het scenario dat optimisten voor ogen hadden. De onstuitbare opmars van de democratie, annex het koesteren van mensenrechten zoals wij die idealiter in het Westen concipiëren als opstap voor economische ontwikkeling, werd niet bewaarheid. Groeilanden als China hielden voor dat die groei er kwam door een autoritair regime en exporteerden deze ‘ Beijing consensus’. Rusland heeft met Poetin grote stappen gezet richting onderdrukkende structuren met tsaristische trekjes. Zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. Het is een illusie te denken dat ons model spontaan omarmd wordt door de elites in de rest van de wereld. Het tijdperk dat we onze wil konden opdringen, is - gelukkig - voorbij. Het geloof in de Arabische lentes - altijd al halfslachtig zo niet hypocriet - is bij de Europese leiders weggedeemsterd. Het is verdrongen door afgrijzen door wat zich in Libië afspeelt - de IS-vlag in Sirte - en het aanschurken tegen de macht in Egypte. In de Mashrek hebben de falende staten een dusdanig vacuüm gecreëerd dat daesh er een stevige machtsbasis kon uitbouwen. En dat leidde dan weer tot de vluchtelingenkwestie die de EU onder ernstige druk zette. Sommige EU-leden, in eerste instantie voormalige Oostbloklanden, blijken van mensenrechten geen halszaak te maken. Om de instroom te beperken werd een akkoord met Turkije gesloten, terwijl je Erdogan moeilijk een kampioen van mensenrechten kan noemen. De wind die internationaal waait is niet bevorderlijk voor een democratische verdieping noch voor eerbiediging van fundamentele rechten. Indien we niet opletten, sijpelen al deze zaken ons politiek landschap binnen.

De nasleep van Parijs maakt het allemaal nog minder rooskleurig. Het is enerzijds zaak om niet om de haverklap ‘wolf’ te roepen. Anderzijds wordt het schaatsen tussen de gerechtvaardigde eis tot beveiliging en de onverkorte eerbiediging van de mensenrechten. Juristen met het hart op de juiste plaats zijn de kanaries die moeten waarschuwen wanneer de atmosfeer gevaarlijk wordt. Het middenveld en alle democratische politieke krachten moeten die boodschap verder verspreiden. Want uiteindelijk draait het erom de slag om de politieke opinie te winnen. De Belgische neiging tot plantrekkerij, ontwijkingsgedrag en bouw van illegale koterij is een soort garantie dat hier te lande nooit een doortastende repressie kan functioneren. Langs de andere kant is er ook die neiging om de andere kant op te kijken, om even niet thuis te zijn wanneer het enkel de ‘anderen’ betreft, om te geloven dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Het zou toch wel bijzonder ironisch zijn mochten de jihadi’s, langs een omweg, de rechtsstaat op de helling kunnen zetten.

Er is een enorm probleem met sommige gelovigen en gedragingen van een deel van de moslims. Wij zijn, vrees ik, de Rubicon overgestoken. Wanneer men een bepaalde grens overschreden heeft, is de omgekeerde beweging er een van lange adem en van vallen en opstaan. Terugkeren naar de toestand van voor de conflicten is noch mogelijk noch wenselijk. Je hoeft niet in rechts gebral te verzinken wanneer je bepaalde fundamentele rechten niet in de etalage wil leggen omdat een gewelddadige minderheid dit gods wil vindt. Op dit vlak zijn schimmige compromissen en zalvende toegeeflijkheid uit den boze. Maar laten we in dit alles vooral niet vergeten dat de moslimbevolking deel uitmaakt van onze publieke besluitvormingsprocessen. Dat zij, als Belgen, betrokken moeten worden in een genezingsproces dat veel verder moet reiken dan repressie. En, dat is dus de logica, dat ze mee verantwoordelijkheid dragen om de sociale weefsels te herstellen of uit te bouwen.

Er is werk aan de winkel. Volgehouden werk dat iets meer vergt dan eenmalig een Charlie Hebdo-badge opspelden. En, helaas, niet ten laatste male.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 59 tot 69