Abonneer Log in

'F*ck de zijlijn'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 86 tot 88

F*ck de zijlijn

Kristof Calvo
Borgerhoff & Lamberigts, Gent, 2015

Groen-fractieleider Kristof Calvo is een van de smaakmakers in de Vlaamse politiek van de laatste jaren. Hij publiceerde nu een boek waarvan ik na lectuur terug naar de inleiding greep met de titel ‘Waarom dit boek’, met vijf goede redenen waarom hij dit werk schreef. Hij beoogt een ‘boek met vooral tastbare ideeën’, een boek om iets over zichzelf te vertellen, het kaderen van zijn politieke overtuiging als possibilist, een werk waarin hij zijn gedachten en twijfels met de lezers deelt, en dat derhalve een aanzet tot discussie is. Ik vrees dat die doelstellingen niet echt bereikt worden.

Het boek is expliciet geen ‘politieke encyclopedie’ (al weet ik niet wat hij daar precies mee bedoelt) en geen ‘ideologisch traktaat’.

Calvo positioneert zichzelf als een ‘possibilist’, waardoor hij zich historisch inschrijft in het reformisme waar Paul Brousse een van de diverse stromingen uitschreef. Van dat possibilisme houdt Calvo vooral de ‘hervormingen via haalbare stappen’ over. De finaliteit van die hervormingen blijft in het boek redelijk onderbelicht.

Het eindresultaat blijft m.i. een boek voor gelijkgezinden die niet meer moeten worden overtuigd. Er worden 75 voorstellen gelanceerd die in sneltreinvaart de revue passeren.

Zo wordt resoluut voor het afschaffen van de Gemeenschappen gepleit (en voor de Duitstaligen kunnen we ‘een bijzondere rol bedenken’). Maar hoe de Nederlandstaligen, met hun 8% kiezers, het in het Brussels Gewest zal vergaan, is geen vermelding waard. De complexe staatsstructuren met Gewesten en Gemeenschappen zijn in de jaren 1970 net uitgevonden om die minderheden te beschermen. De structuren zijn trouwens aan het vervagen, al van meet af aan door de Vlaamse fusie van Gewest en Gemeenschap en nadien ook wel door de - door Vlaanderen gecontesteerde - Federatie Wallonië-Brussel. Het idee van de afschaffing van de Gemeenschappen leeft ook aan Franstalige kant, waar de FDF Wallo-Brux meteen wil omvormen tot een gewest ‘met garanties voor de Brusselse Vlamingen en de Duitstaligen’. Ik geef dit slechts als voorbeeld van een van de 75 voorstellen die in een paar oneliners in De Zevende Dag niet veel kans op verklaring en uitdieping krijgen. Maar als je in een boek al niet verder wil verklaren welke structuur je nu precies voorstelt is elke kritiek beperkt tot speculeren, en elk debat een ‘vraag om uitleg’.

Zijn economische visie begint met een possibilistische visie op samenwerking tussen werknemers en werkgevers. ‘Volgens mij moeten we dringend de oude tegenstelling werkgever-werknemer opbergen. Ze is niet meer van deze tijd’. (blz. 97)

Dat is dan ideologisch weer niet zo ver verwijderd van het solidarisme. Solidarisme is een ideologie met een al even oude geschiedenis als het positivisme, en leeft vandaag nog voort. Ik citeer uit www.solidarisme.be: ‘Van klassentegenstelling naar volkseenheid - Welvaart veiligstellen door de nationale patstelling te overstijgen, tegenstellingen ombuigen tot gemeenschappelijke lotsverbondenheid.’

Voor de duidelijkheid: ik zal de laatste zijn om Kristof Calvo te verdenken van sympathieën voor de solidaristen, maar vrij ongenuanceerde gemeenplaatsen als waarbij de klassenstrijd vlot van tafel wordt geveegd, verdienen enige uitdieping en argumentatie. En worden best scherp genoeg uitgeschreven om zich te onderscheiden van gelijkaardige beschouwingen. Nu lijkt het boek vaak wel op een Vlaamse versie van John Lennons Imagine. Werknemers en werkgevers hebben geen tegengestelde belangen meer, en harmoniseren vlot even de statuten van werknemers, ambtenaren en zelfstandigen. (blz 99 en 109) Is dat dan op het niveau van de hoogste of van de laagste? Bij een harmonisering zijn er altijd wel verliezers, en heeft niemand van de betrokkenen veel eigen belang bij een beter statuut voor de anderen. De win/win bereiken in dit soort oefeningen is niet onmogelijk, maar wordt dan ook best meteen op tafel gelegd. Of je ‘beperkt’ het tot een paar kleine stappen die wél voor iedereen een verbetering kunnen inhouden. Een zelfstandige zou na 30 jaar activiteit vlot en zonder inkomensverlies moeten kunnen opleiding geven aan jongeren. Maar hem gelijkschakelen qua pensioen met de anderen wordt een meer dan indrukwekkende oefening om bedrijfswinst van een zelfstandige, tweede pijler en ambtenarenpensioen te egaliseren. Het hoger ambtenarenpensioen als uitgesteld loon is een achterhaald idee, schrijft Calvo. Nu valt er wel wat voor te zeggen om de ambtenaren ook een bediendenpensioen te geven, maar uiteraard tegelijk een aanvullend pensioen voor hen te voorzien. Er zijn studies waarin gemiddeld de bedienden door zo’n aanvullend pensioen 74 euro meer hebben dan de gemiddelde ambtenaar met zijn hoog pensioen. De aftopping van de pensioenen tot 4 keer het basispensioen van 1000 euro (blz. 113) doet dan weer enkel een paar Europese ambtenaren pijn die gemiddeld 4000 euro netto halen.

Een andere fiscaal ideetje wordt dan weer wat te positief voorgesteld. Alle vermogensbelastingen (successierechten, onroerende voorheffing, e.d.) worden geharmoniseerd tot één progressieve rendementsheffing. ‘Wie minder of evenveel vermogen heeft als het mediaanvermogen stellen we immers vrij. De vrijgestelde schijf bedraagt dan ongeveer 250.000 euro netto aan vermogen, zodat mensen met alleen maar een eigen woning of wat spaargeld buiten schot blijven. Vandaar dat het voor velen een grote belastingverlaging zou zijn’. Met een gemiddelde prijs per gebouw voor een gewoon woonhuis van 213.558 euro in het Vlaams Gewest en 365.204 in Brussel zitten er dan toch veel bóven die vrijgestelde schijf. Maar Calvo pleit tegelijk ook voor een vermogensregister.

Onthutsend is wel hoe Calvo de boodschap van Mariana Mazzucato halveert. Hij erkent de belangrijke rol die de overheid had en moet hebben om research te doen om innovatieve producten te ontwikkelen. Maar Mazzucato schrijft ook: ‘Als Apple zijn Amerikaanse verdiensten netjes had opgegeven in de staat waar het grootste deel van zijn waarde gerealiseerd is, zou de berucht hoge staatsschuld van Californië een stuk lager uitkomen.’ De overheid doet de risicodragende investeringen, het bedrijf surft mee op de golven van de research en ontwijkt vervolgens voor miljarden aan belasting.

De return on investment voor de overheid was blijkbaar geen relevant deel van haar analyse om hier even te herhalen. De belastingen voor ondernemingen worden elders uiteraard wel behandeld, maar daar herleid tot een vereenvoudiging van de verschillende aftrekposten wat tot een verlaging van het algemene tarief kan leiden.

Ik wil het boek van Kristof Calvo zeker ook positief bekijken. De 75 voorstellen zijn allemaal interessant, en stuk voor stuk voer voor verder onderzoek en discussie. Ik vond het des te jammer dat ze zo zwak zijn uitgewerkt en eigenlijk zoals bij goeie ouwe tsjeeven wat links, wat rechts en veel ergens in het midden zweven. Het boek zal al te perse gelegen hebben met een hoofstukje dat ‘Meer Wij, elkaar ontmoeten en begrijpen’ getiteld is, toen de CD&V haar nieuwe baseline ‘Waar een WIJ is, is een weg’ lanceerde.

De politieke lijn van Groen is me niet echt scherp duidelijk geworden. De strategie om het centrum te veroveren, blijkt er des te meer uit. Hoe magistraal Kristof Calvo in elke tussenkomst in het parlement en in de media uitblinkt, des te jammer dat dit boek vermoedelijk niet echt de vlottende kiezers zal overtuigen. Of misschien is het wachten op deel 2.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 86 tot 88