Log in

Schone Kleren Campagne

Project in de kijker

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 38 tot 39

Om mistoestanden in de mondiale kledingindustrie aan te klagen en verandering af te dwingen, werd in 1995 de Schone Kleren Campagne opgericht door meer dan tien organisaties (waaronder ABVV confederatie, ACV confederatie, ABVV Algemene Centrale, BBTK, LBC-NVB, Metea, Wereldsolidariteit, FOS, Netwerk Bewust Verbruiken, Testaankoop, Oxfam). In 16 Europese landen bestaan gelijkaardige platformen, telkens als een alliantie tussen verschillende organisaties zoals vakbonden, ngo’s, consumentenorganisaties, vrouwenorganisaties, enzovoort. Samen met de meer dan tweehonderd partners in de productielanden vormen ze de Clean Clothes Campaign, een wereldwijd netwerk dat internationaal erkend wordt als dé expert op het vlak van arbeidsomstandigheden in de kledingsector.

De Schone Kleren Campagne hangt al twintig jaar de vuile was van de mondiale kledingindustrie buiten. En dat is nodig: sinds de modewereld meer dan twintig jaar geleden veranderde in de wereld van de Fast Fashion - lees: geen 4 collecties per jaar, maar 52 - staan de prijzen steeds meer onder druk. Om hun kleren zo goedkoop mogelijk te kunnen verkopen, besparen bedrijven waar ze kunnen. Voor magazijnen is er geen geld meer, dus worden orders zo laat mogelijk geplaatst. Leveranciers uit Bangladesh, Cambodja of India worden tegen elkaar uitgespeeld. De kleren worden zo goedkoop geproduceerd dat er geen geld meer is voor veiligheid of voor leefbare lonen. De instorting van het Rana Plaza complex in 2013, waarbij 1.136 doden vielen en meer dan 2.000 gewonden, was het trieste dieptepunt van deze race to the bottom. Rana Plaza was geen toeval. Kledingmerken en -retailers, lokale werkgevers en beleidsmakers wisten al jaren dat de fabrieken in Bangladesh structureel onveilig waren. De instorting was een geval van schuldig verzuim, en net dat schokte de wereld.

Ook de andere problemen kregen meer aandacht. Werkweken van tachtig uur en meer. Vrouwen die massaal flauwvallen tijdens het werk omdat ze met hun loon geen voedzaam eten kunnen kopen. Ontwrichte gezinnen met moeders die hun kinderen moeten achterlaten op het platteland. Vakbondsleden die bedreigd en mishandeld worden. Want stel je voor dat ze beginnen staken en de productie in gevaar brengen. Ook ecologisch is de tol bijzonder zwaar: de katoenteelt is één van de meest milieuschadelijke teelten ter wereld, en de impact van het massale pesticidengebruik op lokale gemeenschappen is dramatisch.

Ons wereldwijd netwerk wordt internationaal erkend als dé expert op het vlak van arbeidsomstandigheden in de kledingsector. Vooral de strategie naar kledingmerken en -retailers werpt vruchten af: in dialoog als het kan, actievoeren als het moet. De lokale vakbonden en andere organisaties doen de reality check. Doen de kledingmerken wat ze beweren? Of is het vooral een marketingverhaal? Ook in ons land is de samenwerking met de vakbonden belangrijk: zij kunnen van binnenuit op verandering aansturen, door de situatie in de productielanden te agenderen op ondernemingsraden, of door actie te voeren in hun bedrijf.

Vandaag is de kledingsector nog steeds een risicosector. Mensenrechtenschendingen zijn er legio. Toch waren er in 2015 ook lichtpunten. Na twee jaar campagne voeren werd eindelijk de benodigde 30 miljoen dollar verzameld om de slachtoffers van het Rana Plaza complex te compenseren. In Cambodja engageerden enkele grote kledingbedrijven zich om hun aankooppraktijken aan te passen zodat hogere lonen voor kledingarbeiders mogelijk worden. In België werden Bel&Bo en JBC lid van de Fair Wear Foundation, een multi-stakeholderorganisatie die kledingbedrijven begeleidt naar schonere kleren. Steeds meer bedrijven plooien onder de druk en spannen zich in om de arbeidsomstandigheden in hun toeleveringsketen te verbeteren.

Toch is een jubelstemming ongepast. De merken en ketens die kleding lieten produceren in het Rana Plaza complex maken samen jaarlijks meer dan 20 miljard dollar winst. Daarvan krijgen de slachtoffers van Rana Plaza 0,15%. Ook de Cambodjaanse kledingarbeid(st)ers verdienen nog steeds peanuts. Het pleidooi van de Clean Clothes Campaign voor meer regulering valt voorlopig in dovemans oren. De voorbije twee decennia is er vooral ingezet op vrijwillige maatregelen en zelfregulering om de schendingen van de arbeidsrechten in de kledingsector aan te pakken. De vele fabrieksdrama’s en de permanente schendingen van arbeidsrechten hebben het failliet van de vrijwillige gedragscodes en de controle op de naleving ervan bewezen. Elke fabriek waar een grote ramp plaatsvond werd herhaaldelijk ge-audit volgens de gangbare sociale audit regimes van de sector. Helaas blijven ook de politici die aan de macht zijn voorstander van vrijwillige maatregelen. Meer transparantie, een screening van de risico’s op mensenrechtenschendingen in de toeleveringsketen, genoegdoening voor slachtoffers van fabrieksdrama’s: er bestaat geen enkele wet of Europese richtlijn voor die het verplichten. Wanneer de verontwaardiging over een nieuw ongeluk is weggedeemsterd, haalt de economische logica het opnieuw van de empathie. En betalen de kledingarbeid(st)ers opnieuw de rekening.

Sara Ceustermans
Coördinatrice Schone Kleren Campagne

Meer informatie: www.schonekleren.be

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 1 (januari), pagina 38 tot 39