Abonneer Log in

'Hoofddoek en maagdenvlies. Waarom het Midden-Oosten een seksuele revolutie nodig heeft'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 2 (februari), pagina 86 tot 88

Hoofddoek en maagdenvlies. Waarom het Midden-Oosten een seksuele revolutie nodig heeft

Mona Eltahawy
Amsterdam, De Bezige Bij, 2015

‘Waarom ze ons haten’. Dat is de eerste zin van een ongemeen boeiend pleidooi voor een seksuele revolutie in het Midden-Oosten, waarbij ‘ze’ de mannen in het Midden-Oosten zijn. Het antwoord volgt snel. ‘Wij Arabische vrouwen leven in een cultuur die fundamenteel vijandig tegenover ons staat en wordt beheerst door mannen die alleen maar minachting voor ons voelen. Ze haten ons niet vanwege onze vrijheden, zoals het afgezaagde Amerikaanse cliché sinds 9/11 wil. We hebben geen vrijheden omdat zij ons haten.’

De auteur van het boze manifest Hoofddoek en maagdenvlies is Mona Eltahawy, een Egyptisch-Amerikaanse journaliste en publiciste die afwisselend in Caïro en New York woont. Volgens haar is de misogynie het resultaat van ‘de giftige mix van conservatieve cultuur, religie en politiek’. En welk regime er ook aan de macht is, veel verschil maakt het voor vrouwen voorlopig niet uit. ‘Of onze politiek nu gekleurd wordt door religie of door militair gezag, de gemene deler is de onderdrukking van vrouwen.’

Mona Eltahawy weet waarover ze spreekt. In het ‘nieuwe’ Egypte na de val van dictator Hosni Moebarak werd ze als journaliste in november 2011 gemolesteerd door veiligheidstroepen. Haar linkerarm en rechterhand werden gebroken. Eerder had ze als adolescente snel na de verhuizing van het gezin van het Verenigd Koninkrijk naar Saoedi-Arabië deelgenomen aan de bedevaart naar Mekka. Ze werd er prompt door een deelnemer in haar dijen geknepen en door een politieman bij haar borst gegrepen. ‘Als ik verf zou gebruiken om alle plekken aan te geven waar mijn lichaam tegen mijn wil is aangeraakt, betast en vastgepakt, zelfs terwijl ik de hijab droeg, zou mijn hele bovenlichaam van voren en van achteren met kleur overdekt zijn.’

Enkele jaren na haar aankomst in het Midden-Oosten besliste de universiteitsstudente inderdaad een hoofddoek te dragen. Ze vond dat een daad van onafhankelijkheid en feminisme. ‘Ik moest nog leren dat de keuze om de hijab te gaan dragen veel makkelijker is dan de keuze om hem af te doen.’ Ze bleef ook lang maagd. ‘Ik werd me uiteindelijk pas op mijn 28ste bewust van mijn seksualiteit. Net zoals het me acht jaar had gekost om mijn hijab af te doen, duurde het lang voor ik alles achter me kon laten wat me was geleerd over seks en over wat ik wel en niet moest doen met mijn lichaam.’ Verderop in het boek schrijft ze daarover. ‘Ons maagdenvlies is niet van ons. Het is eigendom van onze familie.’ En: ‘Het lichaam van de vrouw is vogelvrij.’ Ze staaft dat met onderzoek, onder meer van de Verenigde Naties (2013) waaruit blijkt dat 99,3 procent van de Egyptische vrouwen op straat seksueel wordt lastiggevallen.

Eltahawy trapt niet in de val haar pleidooi voor een seksuele revolutie als een westers importproduct te presenteren. Ze vertrekt van universele waarden en geschriften van feministische moslima’s zoals de onlangs overleden Fatima Mernissi. En ze verwoordt haar eigen frustratie na afloop van de Arabische Lente. Vanwege het belabberde resultaat. En vanwege de niet verbeterde positie van de vrouw. Bij de eerste verjaardag van de rellen in Caïro ‘werden vrouwelijke demonstranten door hun mannelijke mededemonstranten betast terwijl ze probeerden te ontkomen aan het traangas en de knuppels van de veiligheidstroepen.’ Ze pleit daarom voor een dubbele revolutie: een politieke en een persoonlijke. ‘De revolutie speelt zich in elk Egyptisch huis af. Het is de revolutie van de opstand tegen de patriarch.’ Of: ‘Ik ben de beste vriendin van de vrouw die protesteert tegen de politieke despoot buitenshuis en dat protest doorzet tegen de persoonlijke despoot binnenshuis.’

Volgens Eltahawy is het de taak van een seksuele revolutie om te choqueren, te provoceren en mensen van hun stuk te brengen, niet om zich netjes en beleefd te gedragen. Brood, vrijheid, sociale rechtvaardigheid en menselijke waardigheid. Dat zijn de leuzen van de revolutie, zowel op straat als thuis. En daarbij mogen gerust wat heilige huisjes sneuvelen. ‘Als bij meer dan 90 procent van alle getrouwde vrouwen in Egypte de genitaliën zijn verminkt uit naam van de ‘zuiverheid’, dan moeten we allemaal heiligschennis plegen.’ En als Egyptische vrouwen door de politie aan vernederende ‘maagdelijkheidstesten’ worden onderworpen, alleen maar omdat ze hun mening laten horen, ‘is het geen tijd om te zwijgen.’ Het kindhuwelijk heet gewoon pedofilie en een misdaad. ‘Het beschermen van onze meisjes moet belangrijker zijn dan de gevoelige ego’s van geestelijken en van de mannen die van de geestelijken groen licht krijgen om meisjes seksueel te misbruiken.’

Er passeren nog wel wat taboes de revue. Gewoon omdat de auteur van de vrijheid van man én vrouw vertrekt. ‘Wanneer je cultuur bepaalt dat jij zelf niet kunt uitmaken of, waar en wanneer je seks hebt, bepaalt die cultuur ook je stilzwijgen wanneer je tot seks wordt gedwongen. En daarmee zullen meisjes en vrouwen in de hiërarchie van de uitbuiting altijd onderaan blijven staan.’

Westerse politici van rechts én links krijgen een flinke sneer uit de pan. ‘Aan de ene kant staan de racistische fanatici van de westerse rechtervleugel die maar al te graag kritiek op onze regio en op de islam laat horen omdat ze die tegen ons kunnen gebruiken. Ik wil deze conservatieven er graag op wijzen dat zij door hun pogingen om de zo hard bevochten voortplantingsrechten van vrouwen terug te draaien, in het kamp van onze islamisten terechtkomen.’

‘Aan de andere kant staan de westerse liberalen die imperialisme terecht veroordelen, maar toch het culturele imperialisme niet zien waarmee ze kritische geluiden over vrouwenhaat tot zwijgen willen brengen. Ze gedragen zich alsof ze mijn religie en mijn cultuur tegen mij moeten beschermen en ze vergeten dat zij geen last hebben van het geweld waarover ik het heb. Blind voor hun eigen paternalisme en bevoorrechte positie vinden ze dat ze het recht hebben te bepalen wat ‘authentiek’ is in mijn cultuur en religie.’

‘Als de rechtervleugel wordt gedreven door openlijk racisme, lijdt links soms aan een impliciet racisme waarmee het mij het recht wil ontnemen om te bepalen wat ik wel of niet kan zeggen. Cultuur ontwikkelt zich, maar blijft stilstaan als buitenstaanders kritiek telkens weer smoren, in een misplaatste poging om ons van onszelf te redden. Culturen ontwikkelen zich door afwijkende meningen en stevige kritiek van de eigen leden. Wanneer westerlingen hun mond houden uit ‘respect’ voor andere culturen, geven ze alleen steun aan de meest conservatieve elementen van die culturen. Cultureelrelativisme is net zo goed mijn vijand als de onderdrukking waar ik tegen strijd binnen mijn cultuur en geloof.’

‘Ik vraag bondgenoten van landen in dit deel van de wereld om meer aandacht te besteden aan vrouwenrechten en om flagrante schendingen van de rechten van vrouwen niet te rechtvaardigen vanuit cultuurrelativisme. Dat is iets heel anders dan op wie dan ook een beroep doen om ‘ons te redden’. Ik houd vast aan mijn recht om mijn cultuur en geloof te bekritiseren op een manier die ik van een buitenstaander niet zou accepteren.’

En of de auteur hoopvol is? ‘Een bui begint altijd met één regendruppel.’ Flink regenen doet het in het Midden-Oosten vooralsnog niet.

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 2 (februari), pagina 86 tot 88